ECLI:NL:GHARL:2025:8010

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
21-000896-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor bedreiging, zware mishandeling, verkrachting en belaging

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 12 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Gelderland. De verdachte is veroordeeld voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, zware mishandeling, verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd, alsook voor belaging. De zaak betreft een reeks van bedreigende en intimiderende uitingen van de verdachte richting medewerkers van [benadeelde partij 1], waaronder de CEO [benadeelde partij 2]. De verdachte heeft gedurende een lange periode, van 1 augustus 2022 tot en met 21 september 2023, op grote schaal contact gezocht met deze medewerkers via telefoongesprekken, e-mails en sociale media, waarbij hij hen bedreigde en intimideerde. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte niet alleen digitaal contact heeft gezocht, maar ook fysiek op verschillende locaties van [benadeelde partij 1] is verschenen. De impact van het gedrag van de verdachte op de medewerkers was aanzienlijk, met gevoelens van onveiligheid en angst als gevolg. Het hof heeft de eerdere veroordeling van de rechtbank vernietigd en een gevangenisstraf van zes maanden opgelegd, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, en een taakstraf van 160 uren. Tevens is er een contactverbod opgelegd voor de duur van vijf jaren, met vervangende hechtenis bij overtreding. Het hof heeft de verbeurdverklaring van de in beslag genomen mobiele telefoons bevestigd.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000896-25
Uitspraakdatum: 12 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 2 oktober 2024 met parketnummer 05-241961-23 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

Verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de terechtzitting van het hof van 28 november 2025 en wat op de terechtzitting van de rechtbank Gelderland van 18 september 2024 is besproken.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot
- veroordeling van verdachte ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, in combinatie met een taakstraf van 160 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 80 dagen hechtenis;
- een vrijheidsbeperkende maatregel [1] in de vorm van een contactverbod voor de duur van vijf jaren, met toepassing van één week vervangende hechtenis per overtreding van die maatregel met een maximum van zes maanden;
- de dadelijke uitvoerbaarheid van de vrijheidsbeperkende maatregel;
- verbeurdverklaring van de twee in beslag genomen mobiele telefoons.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. De schriftelijke vordering vermeldt niet de dadelijke uitvoerbaarheid.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de verdachte middels zijn e-mail van 28 november 2025 naar voren heeft gebracht en van wat zijn raadsvrouw, mr. C. Car, op de zitting in hoger beroep heeft aangevoerd.
Omvang van het hoger beroep

Ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep

Verdachte is door de rechtbank bij voornoemd vonnis vrijgesproken van wat hem onder 3 ten laste is gelegd. Verdachte heeft het hoger beroep onbeperkt ingesteld. Het hoger beroep is dus ook gericht tegen die vrijspraak. Verdachte kan tegen een beslissing tot vrijspraak geen hoger beroep instellen. [2] Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het hoger beroep is gericht tegen de in het vonnis gegeven vrijspraak ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit. Dit heeft tot gevolg dat het onder 3 ten laste gelegde feit niet meer aan de orde is in hoger beroep.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging ten aanzien van de gehele onder 2 ten laste gelegde periode.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich namens verdachte op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit voor zover het betrekking heeft op de periode vóór 24 februari 2023. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft de raadsvrouw verwezen naar dat wat de rechtbank hierover heeft overwogen.
Oordeel van het hof
Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat het openbaar ministerie ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging ten aanzien van de gehele onder 2 ten laste gelegde periode en overweegt hiertoe als volgt.
Uit het dossier blijkt dat namens (de medewerkers van) [benadeelde partij 1] op 24 mei 2023 aangifte is gedaan van onder andere belaging door verdachte in de periode vanaf juli 2022. Hierbij is aangegeven dat de aangifte uitdrukkelijk als klacht kan worden opgevat. Naar aanleiding van de aangifte en de klacht is door de politie een onderzoek ingesteld naar verdachte. Hierbij is niet alleen de periode vanaf 24 mei 2023 onderzocht, maar is ook onderzoek gedaan naar verdachtes gedrag in de periode daaraan voorafgaand. Ten gevolge hiervan is ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde de periode van 1 augustus 2022 tot en met 21 september 2023 aan verdachte ten laste gelegd.
Artikel 285b, tweede lid, Sr bepaalt dat vervolging van belaging pas plaatsvindt nadat een klacht is ingediend door iemand tegen wie het misdrijf (mogelijk) is begaan. Aan dit vereiste is met de klacht die in de aangifte is opgenomen op 24 mei 2023 voldaan. Verder bepaalt artikel 66, eerste lid, Sr over de termijn waarbinnen een klacht bij klachtdelicten dient te worden ingediend dat dit slechts kan gedurende drie maanden na de dag waarop de klachtgerechtigde kennis heeft genomen van het gepleegde feit.
De vraag die in deze zaak dient te worden beantwoord, is wanneer voornoemde termijn ten aanzien van de onder 2 ten laste gelegde belaging is aangevangen. Voor het beantwoorden van deze vraag is van belang dat belaging naar zijn aard een bijzonder strafbaar feit is. Vanaf het eerste contactmoment tussen een (mogelijke) belager en een slachtoffer kan niet meteen al van belaging in strafrechtelijke zin worden gesproken. Dit heeft ermee te maken dat er pas van belaging in de zin van artikel 285b Sr kan worden gesproken wanneer gedurende een bepaalde periode stelselmatig inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de klachtgerechtigde. Uit voornoemde aangifte blijkt dat er voor [benadeelde partij 1] op het moment van de aangifte op 24 mei 2023 voldoende was voorgevallen om aangifte te doen van belaging. Tegelijkertijd blijkt uit de aangifte dat de vermeende belaging volgens [benadeelde partij 1] op dat moment nog niet afgelopen was. Een en ander leidt er naar het oordeel van het hof toe dat als het moment waarop de klachttermijn is aangevangen de dag waarop aangifte is gedaan (24 mei 2023) kan worden aangemerkt. [3] Dit brengt met zich mee dat het hof het openbaar ministerie ontvankelijk acht in de vervolging voor de gehele onder 2 ten laste gelegde periode. Derhalve ligt ten aanzien van dit feit de gehele ten laste gelegde periode ter beoordeling aan het hof voor.

Het vonnis

Naast de vrijspraak heeft de rechtbank verdachte bij vonnis veroordeeld ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, in combinatie met een taakstraf van 120 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 60 dagen hechtenis. Ook heeft de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel [4] in de vorm van een contactverbod voor de duur van vijf jaren opgelegd. Het contactverbod heeft de rechtbank dadelijk uitvoerbaar verklaard. Verder heeft de rechtbank ten aanzien van het contactverbod bevolen dat een vervangende hechtenis voor de duur van één week zal worden toegepast voor iedere keer dat verdachte zich niet aan het contactverbod houdt, met een maximale totale duur van zes maanden.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs en een andere strafoplegging dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – voor zover in hoger beroep nog aan de orde – ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2022 tot en met 21 september 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland, een of meerdere malen (telkens) een of meerdere medewerkers van [benadeelde partij 1] - te weten onder andere medewerker(s) van klantcontactcentra van diverse afdelingen en/of (bedrijfs)onderdelen en/of dochterondernemingen binnen [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] (Raad van Bestuur) - heeft bedreigd met
- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstond, en/of
- verkrachting, en/of
- feitelijke aanranding van de eerbaarheid, en/of
- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of
- zware mishandeling,
door - onder andere - (telkens) die medewerkers en/of die [benadeelde partij 2] meerdere malen en/of op grote schaal te mailen met diverse mailadressen en/of te bellen en/of te whatsappen en/of op enig andere wijze te benaderen en/of met/richting voorgenoemde perso(o)n(en) te communiceren en/of (daarbij) diverse teksten en/of mediabestanden toe te sturen en/of (telkens) aan die medewerkers van klantcontactcentra van diverse afdelingen en/of (bedrijfs)onderdelen en/of dochterondernemingen binnen [benadeelde partij 1] onder meer dreigend de woorden en/of teksten en/of afbeeldingen toe te voegen
- " ik sla jullie letterlijk met me ballen" en/of
- " ik doe jou tanden" en/of
- " ik doe martelen" en/of
aan die [benadeelde partij 2] onder meer dreigend de woorden en/of teksten en/of afbeeldingen toe te voegen
- " ik poep dagelijks in je mond je bent walgelijk smerige vrouw ik sla jou met me ballen kk hoer" en/of
- " nu ga ik je oprecht neuken" en/of
- " ik weet waar je woont en je fam ook" en/of
- " het ergste dreigen was alleen dat ik hun banden lek ga prikken maar dreigen voor vernieling
van goederen is niet eens strafbaar" en/of
- " je bent echt gevaarlijk ik poep op jou. Of betaal me kk snel uit" en/of
- " [benadeelde partij 2] je weet als ik de mogelijkheid heb poep ik in je gezicht",
althans (telkens) woorden en/of teksten en/of afbeeldingen en/of video's en/of berichten van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2022 tot en met 21 september 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] , althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van een of meerdere medewerkers van [benadeelde partij 1] - te weten onder meer medewerker(s) van klantcontactcentra van diverse afdelingen en/of (bedrijfs)onderdelen en/of dochterondernemingen binnen [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] (Raad van Bestuur) -, door op (zeer) grote schaal (telkens)
te bellen en/of
berichten te (ver)sturen en/of
te mailen en/of
te whatsappen en/of
contactformulieren in te vullen en/of
diverse (nep)account(s) aan te maken op diverse social media (waaronder Linkedin) en/of
met deze (nep)account(s) berichten te plaatsen op social media (te weten onder meer Linkedin) en/of
(contact)formulieren in te vullen en/of
op enig andere wijze die medewerker(s) te benaderen en/of met/richting voornoemde perso(o)nen) te communiceren,
met het oogmerk de medewerker(s) van klantcontactcentra van diverse afdelingen en/of (bedrijfs)onderdelen binnen [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of een of meerdere (andere) medewerkers van [benadeelde partij 1] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw hiertoe aangevoerd dat de uitlatingen van verdachte weliswaar grof zijn geweest, maar dat deze geen bedreiging hebben opgeleverd. De uitlatingen waren namelijk onvoldoende concreet of gericht om vrees te veroorzaken bij degene tegen wie de uitlatingen zijn gedaan. Zo is er bijvoorbeeld geen tijd en plaats genoemd.
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat geen sprake is geweest van belaging omdat het contact met name op [benadeelde partij 1] als rechtspersoon gericht was en omdat de verschillende medewerkers zijn benaderd onder werktijd. Hiermee is niemand in zijn privésfeer aangetast, hetgeen een vereiste is om tot een bewezenverklaring van belaging te komen.

Oordeel van het hof

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen [5]
1. Het proces-verbaal van aangifte van 7 juni 2023, opgenomen op pagina’s 12 tot en met 15 van het politiedossier, inclusief de bijlage zoals bedoeld in voetnoot 6, voor zover inhoudende als verklaring van aangever, zakelijk weergegeven:
Namens [benadeelde partij 1] , gevestigd te [adres] en [benadeelde partij 1] , gevestigd te ( [adres] (samen hierna in de aangifte te noemen: ‘ [benadeelde partij 1] ’), ter dezen zake rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [naam 1] , lid van de Raad van Bestuur, doe ik hierbij op grond van artikel 163 Sv aangifte van meerdere strafbare feiten die tegen [benadeelde partij 1] en haar medewerkers zijn begaan en waarvan ik u verzoek om tot strafrechtelijk onderzoek en vervolging over te gaan. Indien en voor zover van toepassing dient deze aangifte dus tevens uitdrukkelijk te worden opgevat als een klacht in de zin van artikel 164 Sv.
Vanaf juli 2022 is de overlast en het plegen van de strafbare feiten begonnen. [verdachte] is een offensief gestart om op extreme wijze willekeurige [benadeelde partij 1] medewerkers actief te benaderen met zijn vaak onsamenhangende verhaal, inclusief intimidaties, bedreigingen, beledigingen en smaad(schrift). Hij vraagt bewust namen van medewerkers om die te noteren en op een later moment weer contact mee te zoeken en zijn ongewenste gedrag te laten zien. Medewerkers die hem aan de lijn hebben gehad zijn geschrokken, bang, voelen zich onveilig en maken daar melding van. Een aantal medewerkers is ziekgemeld en naar huis gestuurd om de verwensingen van [verdachte] te kunnen laten bezinken. Waar nodig zijn medewerkers doorverwezen naar de eigen huisarts, bedrijfsarts of -psycholoog voor opvolging en hulp. Leidinggevenden begeleiden medewerkers in het omgaan met deze nare aanvaringen met [verdachte] . Een aantal medewerkers is op hun verzoek door de beveiliging van [benadeelde partij 1] begeleid naar hun auto of het station. [verdachte] heeft ook veelvuldig een aantal medewerkers van [benadeelde partij 1] op sociale media (waaronder in ieder geval op LinkedIn en Facebook) opgezocht en vervolgens bedreigd, geïntimideerd of beledigd. Dat heeft hij deels gedaan door berichten toe te voegen onder publicaties van medewerkers van [benadeelde partij 1] onder zijn eigen naam, deels via door hem aangemaakte nepprofielen waarbij hij zich voordeed als een medewerker van [benadeelde partij 1] en in die hoedanigheid deze berichten plaatste. Verder heeft [verdachte] nepprofielen aangemaakt op naam van medewerkers van [benadeelde partij 1] om via deze profielen in verbinding te komen met netwerken van andere [benadeelde partij 1] -medewerkers en langs die weg zijn smadelijke, lasterlijke, bedreigende en beledigende boodschappen binnen die netwerken te verspreiden.
[verdachte] heeft vanaf begin 2023 zijn uitingen met name gericht op [benadeelde partij 2] als voorzitter van de Raad van Bestuur van [benadeelde partij 1] . Hij ziet haar binnen [benadeelde partij 1] als grootste bron van het kwaad. [verdachte] probeert op allerlei manieren en via diverse kanalen steeds weer [benadeelde partij 2] te benaderen met bedreigingen met ernstige misdrijven zoals verkrachting, gijzeling en met aanrandingen van haar eerbaarheid, alsook met intimidatie en smadelijke uitlatingen en beledigingen. Tevens presenteert hij leugenachtige verhalen over toezeggingen aan hen die [benadeelde partij 2] of medewerkers namens haar zouden hebben gedaan. Deze afzonderlijke strafbare feiten zullen in de verklaring van [benadeelde partij 2] verder worden toegelicht.
Naast de aangifte van bedreiging wordt ook aangifte gedaan van stalking. [6]
2. Het proces-verbaal van verhoor getuige van 14 juni 2023, opgenomen op pagina’s 18 en 19 van het dossier, inclusief de bijlage zoals bedoeld in voetnoot 7, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [benadeelde partij 2] , zakelijk weergegeven:
Ik voel mij uitermate verantwoordelijk voor de collega’s die een verklaring hebben opgenomen in de aangifte als ook voor alle overige collega’s die persoonlijk geraakt zijn door de extreme overlast, inclusief bedreigingen van de [verdachte] . Ook persoonlijk heb ik te maken gekregen met het gedrag van de [verdachte] vanwege zijn onacceptabele en extreme gedragingen. Dat uit zich in:
- E-mails waarin hij mij uitscheldt en persoonlijk bedreigt. De bedreigingen werden steeds heftiger uiteindelijk zaten er ook filmpjes in de e-mail waarin iemand met een auto inrijdt op een groep mensen maar ook iemand met een pistool achter mensen aanloopt;
- Nepprofielen op LinkedIn met gebruik van mijn naam of delen van mijn naam, aangevuld met smadelijke of beledigende toevoegingen. Daarbij misbruikt hij ook mijn profielfoto. Hierdoor zijn deze profielen voor buitenstaanders niet te onderscheiden van mijn eigen LinkedIn-profiel;
- Nepprofiel op Facebook, waarbij hij op gelijke wijze als op LinkedIn mijn naam en foto misbruikt.
Zowel op LinkedIn als op Facebook reageert hij vanuit deze nepprofielen op posts van anderen (waaronder KLM, DNB, [benadeelde partij 1] -posts en vrienden) waarbij hij mij afspiegelt als iemand die steelt, bedreigt en discrimineert. Met name de teksten over discriminatie kunnen ook aanzetten tot haat en gedrag richting mij vanuit minderheden. Daarnaast geven de berichten een verkeerd beeld over mij.
Tevens reageert hij uit mijn naam op websites van allerlei instanties (provincie, discriminatie-meldpunt, gemeentes, energie- en telecommaatschappijen etc.). Ook hierin zet hij mij neer als iemand die geen geweten heeft, discrimineert en fraudeert.
De beeldvorming over mij als persoon is zeer kwalijk. Allereerst voor het bedrijf en de samenleving, maar ook voor mij persoonlijk en in mijn omgeving leidt het tot gevoelens van onveiligheid in mijn zakelijk en persoonlijk functioneren.
Ik verzoek u tot strafrechtelijk onderzoek en vervolging van de [verdachte] over te gaan. Dit verzoek moet zo nodig worden opgevat als een klacht. [7]
3. Het proces-verbaal van verhoor getuige van 14 juni 2023, opgenomen op pagina’s 23 en 24 van het politiedossier, inclusief de bijlage zoals bedoeld in voetnoot 8, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [naam 2] , zakelijk weergegeven:
Ik heb persoonlijk te maken gekregen met het gedrag van [verdachte] vanwege zijn vele aan mij persoonlijke gerichte e-mails met bedreigingen. Tevens heeft de [verdachte] zeer frequent mijn naam en e-mail adres gebruikt voor het indienen van klachten en scheldpartijen bij allerlei openbare instanties. Ook heeft hij mijn naam en mailadres gebruikt richting deurwaarders voor het innen van openstaande rekeningen op zijn naam. Er is er veel werk verzet om de instanties te informeren en te rectificeren waar mijn naam is misbruikt. Hij heeft in extreme mate mijn medewerkers lastiggevallen en bedreigd via de telefoon en e-mail. Deze aanhoudende terreur heeft grote impact gehad op onze medewerkers en heel veel tijd en aandacht gekost om hier adequaat op te reageren. Tevens heeft het mijn medewerkers beperkt in hun zakelijke werkzaamheden, doordat zij angstig waren om de telefoon op te nemen. Het is mijn verantwoordelijkheid om een veilige werkomgeving voor mijn medewerkers te bieden.
Ik verzoek u tot strafrechtelijk onderzoek en vervolging van de [verdachte] over te gaan. Dit verzoek moet zo nodig worden opgevat als een klacht. [8]
4. Het proces-verbaal van verhoor getuige van 14 juni 2023, opgenomen op pagina’s 26 en 27 van het politiedossier, inclusief de bijlage zoals bedoeld in voetnoot 9, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 1] , zakelijk weergegeven:
Ik, [naam 3] , ben CEO van [bedrijf 1] ( [benadeelde partij 1] Alarmcentrale). De [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) heeft de 24 uurs dienstverlening van [bedrijf 1] meerdere maanden (vooral in de nacht en weekenden) structureel en systematische ondermijnd. Dit door, met pieken, met gemiddelden van 350 keer per nacht/dag de verschillende inkomende hulpverleningsnummers van [bedrijf 1] te bellen en bezet te houden. Deze overlast uitte zich in verschillende vormen:
- In die gevallen waarbij contact tot stand kwam tussen de [verdachte] en de medewerkers van [bedrijf 1] heeft hij bedreigingen en beledigingen geuit (o.a. voor lafaards, fascisten en racisten);
- De [verdachte] gebruikte trucs zoals het met verschillende telefoons bellen en vervolgens meerdere (nachtdienst)collega's met elkaar door te verbinden. Het doorverbinden van hulpverleners aan willekeurige mensen en of instanties. Het met luid volume afspelen van de wachtmuziek van [bedrijf 1] ;
- Op 31/08/2022 pleegt de [verdachte] rond de 330 telefoontjes. Hij belt anoniem op [bedrijf 2] , [bedrijf 3] en [bedrijf 4] lijnen ( Eurocross vangt als 24/7-alarmcentrale deze lijnen buiten kantoortijden op);
- De [verdachte] maakt tevens gebruik van het klachtenformulier op de website van [bedrijf 1] . Hierin plaatst hij teksten van beledigende en intimiderende aard (“vuile racistische lafaards”, “kk rechtsextremisten” en “moslimhaters”).
De telefoonterreur van de [verdachte] bij [bedrijf 1] heeft over een lange periode onacceptabele vormen gehad. Niet alleen voelden medewerkers zich hierdoor onveilig (vooral in de lage nachtbezetting, maar bestond er tevens een enorm afbreukrisico door het bezet houden van de inkomende hulplijnen op onder andere de dienst Personenalarmering.
Ik verzoek u tot strafrechtelijk onderzoek en vervolging van de [verdachte] over te gaan. Dit verzoek moet zo nodig worden opgevat als een klacht. [9]
5. Het proces-verbaal van verhoor getuige van 14 juni 2023, opgenomen op pagina’s 31 en 32 van het politiedossier, inclusief de bijlage zoals bedoeld in voetnoot 10, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [naam 4] , zakelijk weergegeven:
Ik, [naam 4] , directeur Schade & Inkomen ( [bedrijfsonderdeel] ) van [benadeelde partij 1] heb persoonlijk te maken gekregen met het gedrag van de [verdachte] vanwege zijn zeer frequente onacceptabele uitspraken op diverse sociale media (voornamelijk op LinkedIn en Facebook) als ook veelvuldig via e-mail. Dit heeft bij mij dagelijks gevoelens van onveiligheid gegeven, niet uitsluitend via de bedreigingen op papier maar ook op locaties, waar ik mij zakelijk of privé begaf of bevond. De [verdachte] plaatst, onder mijn naam, aanhoudend schokkende berichten op openbare digitale kanalen. Hierdoor zijn er diverse collega's en relaties geconfronteerd met zijn schokkende informatie. Zijn aanhoudende, frequente en schokkende gedragingen hebben mij regelmatig beperkt in mijn zakelijke werkzaamheden. De [verdachte] stuurde mij, soms meermaals per dag, berichten via LinkedIn en Facebook met telkens weer schokkende inhoud. Hierop heb ik iedere keer collega's moeten vragen deze te beoordelen, vervolgactie te nemen en te bewaren in het dossier over de [verdachte] . Aangezien de [verdachte] al eerder fysiek op mijn eigen locatie [plaats 1] als ook op locatie [plaats 4] was verschenen, heb ik naar aanleiding van zijn veelal dagelijkse berichten zeer regelmatig de risico-inschatting moeten laten actualiseren. Ook als hij niet daadwerkelijk gevolg gaf aan zijn bedreigingen en op locatie in [plaats 1] of elders in mijn omgeving verscheen, maakte ik me zorgen over en moest ik rekening houden mijn eigen veiligheid en die van mijn medewerkers vanwege de intimiderende en bedreigende berichten de [verdachte] . Zijn belastende en onterechte racistische uitspraken op of onder mijn naam waren steeds opnieuw schokkend vanwege de ernst ervan. Ook naar mijn medewerkers heeft hij zich zeer frequent bedreigend en met onacceptabel woordgebruik uitgelaten via telefoon en op sociale media. Het betreft tientallen tot honderden acties in korte tijd. Dit heeft bij mijn medewerkers veel grote en impactvolle gevoelens van onveiligheid en onzekerheid gegeven.
Ik verzoek u tot strafrechtelijk onderzoek en vervolging van de [verdachte] over te gaan. Dit verzoek moet zo nodig worden opgevat als een klacht. [10]
6. Het proces-verbaal van verhoor getuige van 14 juni 2023, opgenomen op pagina’s 34 en 35 van het politiedossier, inclusief de bijlage zoals bedoeld in voetnoot 11, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [naam 5] , zakelijk weergegeven:
Ik, [naam 5] , divisievoorzitter van [bedrijf 2] , wil melding maken van onacceptabele, extreme overlast die de [verdachte] veroorzaakt voor medewerkers van [bedrijf 2] . De [verdachte] heeft gedurende afgelopen anderhalf jaar honderden keren contact gezocht. Daarbij heeft hij diverse medewerkers van verschillende afdelingen ernstig lastig gevallen door hen telefonisch te bedreigen en/of uit te schelden. Het gaat onder meer om medewerkers die verantwoordelijk zijn voor klantcontact zoals van de afdelingen Verkoop Particulieren, Financiële Diensten en de Nabestaandendesk.
De [verdachte] zorgt voor angstgevoelens bij mijn medewerkers nadat zij in contact met hem zijn gekomen. Een aantal medewerkers heeft zich ook persoonlijk bij mij gemeld vanwege het gedrag van de [verdachte] en de gevoelens van angst en onveiligheid die ze hebben ervaren. Een aantal medewerkers zijn door de beveiliging van [benadeelde partij 1] begeleid naar hun auto om voortijdig naar huis te gaan nadat de [verdachte] hen had bedreigd. Als divisievoorzitter wil ik mijn medewerkers een veilige werkomgeving kunnen bieden en daar voel ik mij ook verantwoordelijk voor. Op dit moment ben ik niet in staat het gedrag van de [verdachte] te kunnen stoppen, ondanks alle maatregelen die we nemen. Wij blokkeren anonieme telefoonnummers om hem te stoppen, maar dat heeft impact op andere klanten omdat [bedrijf 2] dan niet bereikbaar is als klanten met een anoniem nummer bellen. Ook veroorzaakt het gedrag van de [verdachte] verstoring van reguliere werkzaamheden door de tijd die nodig is om collega op te vangen en begeleiden nadat ze hem aan de lijn hebben gekregen. Tevens heeft het buitensporig aantal telefoontjes dat de [verdachte] pleegt impact op de hulp-dienstverlening van [bedrijf 2] die buiten kantooruren door medewerkers van [bedrijf 1] wordt verzorgd (zie ook de verklaring van [bedrijf 1] ). Ik doe dan ook een beroep op politie en justitie om [benadeelde partij 1] te helpen de [verdachte] te stoppen in zijn gedrag richting onze medewerkers. Ik verzoek u tot strafrechtelijk onderzoek en vervolging van de [verdachte] over te gaan; dit verzoek moet zo nodig worden opgevat als een klacht. [11]
7. Het proces-verbaal van bevindingen van 5 oktober 2023, opgenomen op pagina’s 180 en 181 van het politiedossier, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op dinsdag 3 oktober 2023 werd door mij, [verbalisant 1] , onderzoek gedaan in de inbeslaggenomen telefoon van verdachte [verdachte] .
Apple iPhone XR
Apple ID: [e-mail adres]
Tel [telefoonnummer]
In de belgeschiedenis (Call Log Contacten [benadeelde partij 1] ) van de telefoon werden veel uitgaande telefoongesprekken waargenomen naar diverse contacten met de naam [benadeelde partij 1] . Het ging in totaal om 237 gesprekken in de periode van 31 juli 2023 t/m 13 september 2023. Deze contacten stonden opgeslagen in de telefoon en betroffen zeer waarschijnlijk allemaal telefoonnummers van [benadeelde partij 1] .
In de belgeschiedenis (Call Log Contacten [bedrijf 1] ) van de telefoon werden daarnaast veel uitgaande telefoongesprekken waargenomen naar diverse contacten met de naam [bedrijf 1] . Het ging in totaal om 363 gesprekken in de periode van 31 augustus 2023 t/m 21 september 2023. 362 daarvan vonden plaats tussen 18 september 2023 en 21 september 2023.
In de web geschiedenis (Web History LinkedIn [benadeelde partij 2] ) van de telefoon werd waargenomen dat er op 29 augustus 2023 meerdere keren de pagina van sociale media
platform "LinkedIn" was bezocht. In de URL van de website werd daarnaast waargenomen dat daar de naam [benadeelde partij 2] in voor kwam.
Daarnaast werd in de web geschiedenis tevens waargenomen dat er vaak werd ingelogd op het Hotmail e-mailadres van ‘ [naam 7] van [benadeelde partij 1] ’ ( [e-mail adres] ). Het ging hierbij om 899 records in de web geschiedenis tussen 22 augustus 2023 t/m 21 september 2023.
Er werden in de web geschiedenis ook 273 records waargenomen dat er was ingelogd op het Hotmail e-mailadres van ‘ [naam 6] Van [benadeelde partij 1] ’ ( [e-mail adres] ) in de periode van 23 augustus 2023 tot en met 19 september 2023.
In de video's van de telefoon werd een grote hoeveelheid filmpjes gevonden, waarop diverse telefoongesprekken, werden gefilmd die plaats vonden op een andere telefoon. Deze gesprekken vonden plaats tussen twee andere personen, waarbij een van deze personen zich vaak voorstelde als iemand van [benadeelde partij 1] . De andere persoon bleek met regelmaat ook een medewerker van [benadeelde partij 1] , dan wel van een andere instantie. Beide personen dachten dat ze werden gebeld, waardoor een ongemakkelijk gesprek ontstond. In de meeste gevallen gaf de medewerker van [benadeelde partij 1] aan dat ze vermoedelijk weer last hadden van een "stalker" en dat dit al de zoveelste keer was dat zij waren 'doorverbonden'.
8. Het proces-verbaal van bevindingen van 21 september 2023, opgenomen op pagina’s 43 tot en met 45 van het politiedossier, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Vanuit [benadeelde partij 1] werd een grote hoeveelheid aan gegevens aangeleverd met betrekking tot de grote overlast die zij ervaren van [verdachte] . Deze overlast is bij [benadeelde partij 1] binnen gekomen via e-mail, telefoon en sociale media. Het gaat hierbij volgens [benadeelde partij 1] om ruim over de 1000 contactmomenten. Deze gegevens bevatten onder andere:
- Opsomming van gesprekken waarin [verdachte] , belt met diverse afdelingen van [benadeelde partij 1] . In deze gesprekken worden medewerkers lastiggevallen, uitgescholden en bedreigd;
- Via Whatsapp werden diverse filmpjes verstuurd met gewelddadige inhoud (filmpjes die rond circuleren op het internet);
- Via sociale media (Facebook en LinkedIn) werden nep-profielen aangemaakt onder de naam van drie (3) medewerkers van [benadeelde partij 1] . Het ging hierbij om [naam 4] , [naam 2] en [benadeelde partij 2] . Via deze nep-profielen worden berichten geplaatst waarin de namen en reputatie van deze medewerkers werden aangetast
- Per e-mail werden vanaf diverse e-mailadressen e-mails verstuurd naar meerdere medewerkers van [benadeelde partij 1] . In deze e-mails werden medewerkers uitgescholden, beledigd en bedreigd. Deze e-mails waren voornamelijk gericht aan CEO [benadeelde partij 2] van [benadeelde partij 1] . Enkele e-mails met strafbare uitlatingen zijn bij dit proces-verbaal gevoegd.
 Afzender : [e-mail adres]
Ontvanger : [benadeelde partij 2]
Onderwerp : Je bent grootste hoer en duivel
Bericht : Ik poep dagelijks in je mond je bent walgelijk smerige vrouw ik sla jou met me ballen kk hoer;
 Afzender : [e-mail adres]
Ontvanger : [e-mail adres] ; [benadeelde partij 2]
Onderwerp : Nu ga ik je oprecht neuken
Ik weet waar je woont en je fam ook. Het ergste dreiging was alleen dat ik hun banden ga lek prikken maar dreigen voor vernieling van goederen is niet eens strafbaar.
 Afzender : [e-mail adres]
Ontvanger : [benadeelde partij 2]
Onderwerp : [benadeelde partij 2]
Bericht : Je bent evht gevaarlijk ik poep op jou. Of betaal me kk snel uit.
 Afzender : [e-mail adres]
Ontvanger : [benadeelde partij 2]
Onderwerp : Neuken
Bericht : Je bent echt een hoer
 Afzender : [e-mail adres]
Ontvanger : [benadeelde partij 2]
Onderwerp : Jow
Bericht : [benadeelde partij 2] je weet als ik de mogelijkheid heb poep ik in je gezicht
Enkele strafbare uitlatingen werden naar CEO [benadeelde partij 2] verstuurd vanaf het e-mailadres: [e-mail adres] . De e-mail met het onderwerp: ‘Nu ga ik je oprecht neuken’ is tevens verstuurd naar [e-mail adres] , waardoor er een ‘relatie’ kan worden gelegd tussen deze twee e-mailadressen. Dit laatste e-mailadres heeft [verdachte] op 24 april 2023 doorgegeven bij een melding aan de politie als zijn correspondentie e-mailadres, waardoor het aannemelijk is dat [verdachte] de gebruiker is van dit e-mailaccount. Deze melding (meldingsnummer: 11315249) is vastgelegd onder BVH nummer PL2000-2023104791-1.
Daarnaast werden bij diverse websites/instanties online formulieren ingevuld waarin smadelijke uitlatingen werden gedaan, voornamelijk in de richting van de CEO van [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] . Bij twee van deze instanties (simpel.nl en discriminatie.nl) is nagenoeg hetzelfde bericht verstuurd als naar het e-mailadres van [benadeelde partij 2] . Deze e-mail was afkomstig van [e-mail adres] die weer een 'relatie' heeft met [e-mail adres] . Van deze laatste is het zeer aannemelijk dat [verdachte] de gebruiker is.
9. Het proces-verbaal van bevindingen van 23 januari 2024, opgenomen op pagina’s 229 van het politiedossier, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Van het [telefoonnummer] werden bij KPN de historische verkeersgegevens telefonie opgevraagd over het volgende tijdsbestek: 29 maart 2023 12:00 uur tot en
met 22 september 2023 14:00 uur.
In deze historische gegevens werd waargenomen dat er tussen 11 april 2023 en 18 augustus 2023 1985 uitgaande gesprekken hadden plaats gevonden naar telefoonnummers van [benadeelde partij 1] . Het ging hierbij om de volgende telefoonnummers: [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] en [nummer] . Het overgrote gedeelte van deze gesprekken vonden plaats tussen 08:00 uur en 20:00 uur.
Door verschillende reorganisaties heeft [benadeelde partij 1] een 80.000 nummer groot telefoonnummerplan. Omdat verdachte [verdachte] vaak anoniem belde, kon niet volledig worden achterhaald naar welke telefoonnummers er nog meer door de verdachte waren gebeld en of deze telefoonnummers in gebruik zijn geweest bij [benadeelde partij 1] .
In deze historische gegevens werd daarnaast waargenomen dat er tussen 13 augustus 2023 en 22 augustus 2023 744 uitgaande gesprekken hadden plaats gevonden naar
telefoonnummers van [bedrijf 1] (alarmcentrale/ callcenter voor [benadeelde partij 1] ). Deze telefoonnummers begonnen allen met [nummer] **. Bijna al deze uitgaande gesprekken vonden plaats tijdens de nachtelijk uren (tussen 00:00 en 07:00 uur).
De genoemde [nummer] telefoonnummers bleken bij navraag allemaal van [bedrijf 1] te zijn: [nummer] t/m [nummer] .
Verder werd er in deze gegevens waargenomen dat er tussen 14 april 2023 en 21 augustus 2023 94 uitgaande gesprekken hadden plaats gevonden naar een ander
telefoonnummer van [bedrijf 1] . Het ging hierbij om de volgende telefoonnummers: [nummer] en [nummer] .
In de historische gegevens werden daarnaast twee IMEI-nummers waargenomen: [IMEI-nummer] en [IMEI-nummer] . Dit betroffen de IMEI-nummers van de beiden Apple iPhone’s, inbeslaggenomen onder verdachte [verdachte] .
10. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 26 september 2023, opgenomen op pagina’s 148 tot en met 155 van het politiedossier, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
V: Kennelijk heb jij dus wel toegang tot die beide e-mailaccounts? Ben jij de
gebruiker van de eerder genoemde e-mailadressen?
A: Ja, die zijn van mij. Welke e-mails?
O: [e-mail adres] en [e-mail adres] .
A: Ja, die zijn van mij.
O: Vanuit [benadeelde partij 1] hebben wij een e-mail ontvangen dat er op 5 februari 2023 om 15:12 een e-mail was verstuurd vanaf [e-mail adres] . Deze mail was verstuurd naar het directe e-mailadres van [benadeelde partij 2] , de CEO van [benadeelde partij 1] . Een gedeelte van deze e-mail hebben we ook in jouw telefoon aangetroffen. Ik laat je hiervan twee print-screens zien (4,5).
O: Verdachte leest de berichten voor.
V: Heb jij dit e-mailbericht verstuurd?
A: Ja.
O: In de belgeschiedenis van de telefoon hebben we ook gezien dat er onder andere op dinsdag 22 augustus 2023 bijna 100 keer gebeld is naar diverse telefoonnummers van [bedrijf 1] . Dit is een bedrijf dat voor [benadeelde partij 1] de noodoproepen aanneemt en afhandelt. Wij denken dus wel degelijk dat jij achter deze telefoongesprekken zit.
V: Maar heb jij gebeld?
A: Het kan vast wel dat ik dit deed.
V: Wil je zelf nog iets verklaren?
A: Nu ik hier zit, heb ik ook echt spijt van de domme e-mails.
11. Het proces-verbaal van verhoor verdachte in het kader van de vordering tot inbewaringstelling van 27 september 2023, los gevoegd bij het dossier van verdachte, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte opgenomen op pagina 3 van het proces-verbaal, zakelijk weergegeven:
U vraagt mij of ik op Facebook en/of LinkedIn een account heb aangemaakt op naam van [benadeelde partij 2] . Misschien op Facebook één keer. Op LinkedIn heb ik dat zeker gedaan en ik heb vooral geprobeerd om mijn verhaal proberen te doen.
Bewijsoverweging
Het hof is in tegenstelling tot de verdediging van oordeel dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden op grond van de hierboven opgenomen en uitgewerkte bewijsmiddelen. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van deze bewijsmiddelen. Het hof overweegt aanvullend op de navolgende wijze.
Het onder 1 ten laste gelegde
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde stelt het hof voorop dat voor een veroordeling voor bedreiging zoals in onderhavige zaak ten laste is gelegd, vereist is dat de bedreigde perso(o)n(en) daadwerkelijk op de hoogte is/zijn geraakt van de bedreiging. Verder is vereist dat door de bedreiging, gelet op de aard daarvan en de omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden, bij de betrokkenen in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hetgeen waarmee zij bedreigd werden ook uitgevoerd zou worden. Ook is vereist dat het opzet van de verdachte op het aanjagen van vrees was gericht. In tegenstelling tot het standpunt van de raadsvrouw stelt het geldende recht hierbij niet als vereiste dat de bedreiging(en) nader geconcretiseerd moet(en) worden met bijvoorbeeld een tijd of plaats.
Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte gedurende de onder 1 ten laste gelegde periode verschillende bedreigende teksten en woorden heeft gestuurd of uitgelaten naar of tegenover verschillende medewerkers van [benadeelde partij 1] en gelieerde ondernemingen. Deze bedreigingen waren niet enkel naar schijnbaar willekeurige medewerkers gericht, maar waren ook toegespitst op enkele specifieke medewerkers. Door de indringendheid, inhoud en aard van de berichten, filmpjes en telefoontjes van verdachte was hij binnen de organisatie bekend als iemand die zich op een dreigende en intimiderende manier opstelde en onvoorspelbaar kon handelen. Op filmpjes die hij stuurde, was bijvoorbeeld te zien hoe iemand met een auto op een groep personen inreed of met een pistool achter mensen aanliep. Bovendien blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte ook enkele keren verschillende kantoren van [benadeelde partij 1] heeft bezocht. Dit brengt met zich mee dat er voor alle medewerkers, als groep bezien, sprake is geweest van een bedreigende situatie waarin bij hen in redelijkheid de vrees heeft kunnen ontstaan dat verdachte ook naar zijn bedreigingen zou gaan handelen. Bovendien kan uit de verschillende handelingen van verdachte en de inhoud van de teksten, de filmpjes en de telefoontjes worden afgeleid dat hij ook (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het aanjagen van vrees bij de medewerkers. Het hof is daarom van oordeel dat het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Het onder 2 ten laste gelegde
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde stelt het hof het volgende voorop. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b lid 1 Sr zijn van belang de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van een of meerdere slachtoffer(s).
In dit kader stelt het hof op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte vrijwel zonder uitzondering en op zeer dreigende en intimiderende toon veelvuldig telefoontjes, e-mails en berichten anderszins heeft gepleegd of gestuurd met of naar verschillende medewerkers van [benadeelde partij 1] en gelieerde ondernemingen. In tegenstelling tot het standpunt van de raadsvrouw, is het hof van oordeel dat met in beginsel tegen een rechtspersoon gerichte gedragingen wel degelijk stelselmatig wederrechtelijk inbreuk gemaakt kan worden op de persoonlijke levenssfeer van de aldaar werkzame (of verblijvende) personen die de berichten of telefoontjes ontvangen. [12] Bovendien waren verdachtes berichten niet enkel tegen de rechtspersoon gericht, maar ook tegen (specifieke) medewerkers ervan. In dit kader geldt verder dat de omstandigheid dat het contact van verdachte hierbij via de werkaccounts en telefoonnummers van de medewerkers ging en dat de inhoud ervan (mede) betrekking had op hun functie niet aan een bewezenverklaring van belaging in de weg staat. [13]
Hoewel het voor klanten van vergelijkbare rechtspersonen als [benadeelde partij 1] en gelieerde ondernemingen mogelijk moet zijn om bij de medewerkers ervan te klagen, heeft verdachte de grenzen die hierbij gelden met zijn gedrag fors overschreden. De manier waarop verdachte contact heeft gezocht en de inhoud, aard, frequentie, duur en intensiteit van de berichtenstroom, waarbij door getuigen zelfs is gesproken over terreur, passen niet bij een normale communicatie met de medewerkers. Daarbij komt dat het contact van verdachte niet beperkt is gebleven tot contact op afstand, maar dat hij ook enkele keren naar het kantoor van Achema toe is gegaan. Getuigen verklaren over de grote impact die het gedrag van verdachte heeft gehad op hen of op andere medewerkers en de angst die daardoor is ontstaan. Medewerkers voelden zich erg onveilig. Het gedrag van verdachte was van dusdanige aard dat [benadeelde partij 1] het noodzakelijk achtte haar medewerkers specifiek te instrueren over het omgaan met de situatie om zo de veiligheid te bewaken.
Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat verdachtes gedragingen zodanig zijn geweest dat gedurende de gehele onder 2 ten laste gelegde periode sprake is geweest van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verschillende medewerkers van [benadeelde partij 1] en gelieerde ondernemingen. Het hof is daarom van oordeel dat de onder 2 ten laste gelegde belaging wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.
hij in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 21 september 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] , meerdere malen telkens een of meerdere medewerkers van [benadeelde partij 1] - te weten onder andere medewerker(s) van klantcontactcentra van diverse afdelingen en (bedrijfs)onderdelen en dochterondernemingen binnen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] (Raad van Bestuur) - heeft bedreigd met
- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstond, en
- verkrachting, en
- feitelijke aanranding van de eerbaarheid, en
- enig misdrijf tegen het leven gericht, en
- zware mishandeling,
door - onder andere - telkens die medewerkers en die [benadeelde partij 2] meerdere malen en op grote schaal te mailen met diverse mailadressen en te bellen en te whatsappen en op enig andere wijze te benaderen en (daarbij) diverse teksten en mediabestanden toe te sturen en/of telkens aan die medewerkers van klantcontactcentra van diverse afdelingen en (bedrijfs)onderdelen en dochterondernemingen binnen [benadeelde partij 1] onder meer dreigend de woorden toe te voegen
- " ik sla jullie letterlijk met me ballen" en
- " ik doe jou tanden" en
- " ik doe martelen" en
aan die [benadeelde partij 2] onder meer dreigend de woorden toe te voegen
- " ik poep dagelijks in je mond je bent walgelijk smerige vrouw ik sla jou met me ballen kk hoer" en
- " nu ga ik je oprecht neuken" en
- " ik weet waar je woont en je fam ook" en
- " het ergste dreigen was alleen dat ik hun banden lek ga prikken maar dreigen voor vernieling van goederen is niet eens strafbaar" en
- " je bent echt gevaarlijk ik poep op jou. Of betaal me kk snel uit" en
- " [benadeelde partij 2] je weet als ik de mogelijkheid heb poep ik in je gezicht";
2.
hij in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 21 september 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] , wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van meerdere medewerkers van [benadeelde partij 1] - te weten onder meer medewerker(s) van klantcontactcentra van diverse afdelingen en (bedrijfs)onderdelen en dochterondernemingen binnen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] (Raad van Bestuur) -, door op (zeer) grote schaal (telkens)
te bellen en
berichten te (ver)sturen en
te mailen en
te whatsappen en
diverse (nep)account(s) aan te maken op diverse social media (waaronder Linkedin) en
met deze (nep)account(s) berichten te plaatsen op social media (te weten onder meer Linkedin) en
op enig andere wijze die medewerkers te benaderen, met het oogmerk de medewerkers van klantcontactcentra van diverse afdelingen en (bedrijfs)onderdelen binnen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] te dwingen iets te dulden en/of vrees aan te jagen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling, met verkrachting en met feitelijke aanranding van de eerbaarheid,
meermalen gepleegd.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
belaging,
meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek op de zitting in hoger beroep is gebleken. Het hof heeft in het bijzonder het navolgende meegewogen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging en belaging van verschillende medewerkers van [benadeelde partij 1] en gelieerde ondernemingen. Dit door hen op zeer indringende en bedreigende manier, onder meer, veelvuldig te bellen, te e-mailen en anderszins berichten te sturen. Daarbij heeft verdachte niet alleen digitaal contact gezocht, maar heeft hij ook een aantal keer verschillende fysieke locaties van [benadeelde partij 1] bezocht. Belaging, in het normale spraakgebruik ook wel stalking genoemd, is een zeer hinderlijk en angstaanjagend feit. Stalking heeft een grote impact op slachtoffers, die zich daardoor ernstig beperkt voelen in hun bewegingsvrijheid en constant geconfronteerd worden met ongewenst (en in dit geval onbehoorlijk) contact. In dit geval is de impact groot geweest op de directe slachtoffers. Door verdachtes handelen hebben zij zich niet alleen belemmerd gevoeld in het doen van hun werk, maar zich ook op het werk onveilig gevoeld. Mede hierdoor heeft het gedrag van verdachte ook voor de gehele bedrijfsvoering van [benadeelde partij 1] en de aan haar gelieerde ondernemingen nadelige gevolgen gehad. [benadeelde partij 1] heeft allerlei maatregelen getroffen om enerzijds het gedrag van verdachte te doen stoppen en anderzijds de veiligheid van haar werknemers te waarborgen. Het hof acht het erg zorgwekkend dat er op grond van de e-mail van een medewerker van [benadeelde partij 1] van 16 mei 2025 (en de bijbehorende e-mails en bestanden) sterke aanwijzingen zijn dat verdachte, ook na de veroordeling door de rechtbank, nog altijd contact opzoekt met medewerkers van [benadeelde partij 1] door het plaatsen van comments op de sociale media-accounts van [benadeelde partij 1] . Bovendien maakt het hof uit de door verdachte op 28 november 2025 naar het hof toegezonden e-mail op dat hij geen besef heeft van de kwalijkheid van zijn handelen en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers.
Het hof heeft verder gelet op het strafblad van verdachte van 27 oktober 2025. Daaruit volgt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor andere strafbare feiten.
Het hof heeft tevens meegewogen de reclasseringsadviezen van 26 september 2023, 17 oktober 2023 en 12 september 2024 die met betrekking tot verdachte door Reclassering Nederland zijn opgemaakt. Uit het meest recente rapport, betreffende een voortgangsverslag in het kader van het toezicht tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis in onderhavige zaak, constateerde de reclassering dat het toezicht op verdachte moeizaam is verlopen. Ondanks diverse pogingen om doelen te bereiken (zoals verbetering in financiën, middelengebruik en psychosociaal functioneren) heeft verdachte hier geen actieve bijdrage aan geleverd. Zijn houding bleef passief, met frequente afzeggingen van afspraken en weigering om mee te werken aan noodzakelijke diagnostiek en hulpverlening. Bij deze stand van zaken blijft het recidiverisico volgens de reclassering onverminderd hoog.
Het hof heeft ook acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze op de zitting in hoger beroep zijn besproken. Verdachte is kort geleden met een nieuwe baan begonnen. Hoewel uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder meermalen voor rijden onder invloed van alcohol en/of drugs is veroordeeld, laat de raadsvrouw weten dat verdachte haar heeft verteld dat hij meent geen problemen te hebben met alcohol- en drugsgebruik. Uit het dossier en uit verdachtes e-mail van 28 november 2025 blijkt verder dat verdachte een grote schuld heeft.
Gelet op het hiervoor overwogene acht het hof conform de vordering van de advocaat-generaal passend en noodzakelijk de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, in combinatie met een taakstraf van 160 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 80 dagen hechtenis. Gezien het door de reclassering vastgestelde recidiverisico en hetgeen is gebleken uit voornoemde e-mail van de medewerker van [benadeelde partij 1] van 16 mei 2025 acht het hof de oplegging van voornoemde voorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden het kwalijke gedrag voort te zetten. Hierin zit het hof bovendien aanleiding om eveneens over te gaan tot de oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel in de vorm van een contactverbod [14] zoals hieronder in het dictum opgenomen. Een en ander leidt er ook toe dat er naar het oordeel van het hof ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens een of meerdere bepaalde perso(o)n(en). Daarom zal het hof bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Beslag

Het onder 1, 2 bewezenverklaarde is begaan met behulp van de inbeslaggenomen mobiele telefoons. [15] Deze behoren toe aan verdachte. Het hof zal de mobiele telefoons dan ook verbeurdverklaren. Hierbij is rekening gehouden met de financiële draagkracht van verdachte.

Wetsartikelen

De straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24, 33, 33a, 38v, 38w, 57, 63, 285 en 285b Sr.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
verklaartde verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaartzoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaartniet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Verklaarthet onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar,
kwalificeertdit als hiervoor vermeld en
verklaartde verdachte strafbaar.
Veroordeeltde verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
Bepaaltdat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveeltdat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, Sr bedoelde vorm van
voorarrestis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeeltde verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
160 (honderdzestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
80 (tachtig) dagen hechtenis.
Legt opde maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde
voor de duur van 5 jarenop geen enkele manier contact zal leggen of laten leggen met de medewerkers van [benadeelde partij 1] , waaronder ook [bedrijf 2] , [bedrijf 4] en [bedrijf 1] .
Beveeltdat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt
1 (één) week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk
maximum van 6 (zes) maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 1 telefoon (PL0600-2023 122885-G3057423, zwart, merk: Apple);
- 1 telefoon (PL0600-2023 122885-G3057419, Apple).
Dit arrest is gewezen door mr. T.H. Bosma, mr. M.C. van Linde en mr. I. Augusteijn, in aanwezigheid van de griffier mr. I.C. Bita en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 12 december 2025.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
2.Op grond van artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv).
3.Vgl. HR 24 april 2018, ECLI:NL:2018:667.
4.Op grond van artikel 38v Sr
5.Wanneer in het vervolg van dit arrest naar processen-verbaal wordt verwezen, worden hiermee bedoeld processen-verbaal die in de wettelijke vorm, door de daartoe bevoegde ambtenaren, zijn opgemaakt en opgenomen in het politiedossier met nummer PL0600-2024038243 van Politie Oost-Nederland van 25 januari 2024, gesloten en ondertekend op ambtsbelofte door [verbalisant 1] .
6.Als bijlage bij dit proces-verbaal is gevoegd een chronologisch overzicht dat is bijgehouden. Dit is opgenomen op pagina’s 16 en 17 van het politiedossier en moet als hier opgenomen worden beschouwd.
7.Als bijlage bij dit proces-verbaal is gevoegd een overzicht van onder andere de e-mails met bedreigingen die de getuige van verdachte heeft ontvangen. Dit is opgenomen op pagina’s 20 en 21 van het politiedossier en moet als hier opgenomen worden beschouwd.
8.Als bijlage bij dit proces-verbaal is gevoegd een overzicht met geuite bedreigingen/beledigingen. Dit is opgenomen op pagina 25 van het politiedossier en moet als hier opgenomen worden beschouwd.
9.Als bijlage bij dit proces-verbaal is gevoegd een overzicht van de contactmomenten door verdachte naar de betreffende afdeling. Dit is opgenomen op pagina’s 28 tot en met 30 van het politiedossier en moet als hier opgenomen worden beschouwd.
10.Als bijlage bij dit proces-verbaal is gevoegd een overzicht van de in het proces-verbaal bedoelde e-mails en contacten via LinkedIn en Facebook. Dit is opgenomen op pagina 33 van het politiedossier en moet als hier opgenomen worden beschouwd.
11.Als bijlage bij dit proces-verbaal is gevoegd een overzicht van onder andere de e-mails en Whatsappberichten. Dit is opgenomen op pagina’s 36 tot en met 38 van het politiedossier en moet als hier opgenomen worden beschouwd.
12.In lijn met HR 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:367 (en ECLI:NL:PHR:2013:2554).
13.Zie HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8642.
14.Op grond van artikel 38v Sr.
15.Mobiele telefoon 1: PL0600-2023 122885-G3057423 (zwart, merk: Apple) ; mobiele telefoon 2: PL0600-2023 122885-G3057419 (merk: Apple).