ECLI:NL:GHARL:2025:8060

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
200.360.822
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarigen in het kader van gezinshereniging en opvoedvaardigheden

Op 16 december 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in de zaak betreffende de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen [minderjarige1] en [minderjarige2]. De rechtbank Midden-Nederland had eerder de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige1] in een netwerkpleeggezin en van [minderjarige2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 25 april 2026. De vader van de kinderen ging in hoger beroep tegen deze beslissing, omdat hij meende dat de voorwaarden voor uithuisplaatsing niet waren voldaan en dat zijn inspanningen niet werden erkend. Hij verzocht het hof om het perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling (GI) als prematuur aan te merken en om aanvullend onderzoek naar zijn opvoedvaardigheden te verrichten.

Het hof heeft de argumenten van de vader en de GI zorgvuldig afgewogen. De GI stelde dat de kinderen, gezien hun kwetsbaarheid en de ervaringen die zij hebben meegemaakt, een andere opvoeding nodig hebben dan reguliere zorg kan bieden. Het hof concludeerde dat de verlenging van de machtigingen tot uithuisplaatsing noodzakelijk was, omdat de vader, ondanks zijn verbeterde situatie, niet over de benodigde opvoedvaardigheden beschikt om de kinderen adequaat te verzorgen. Het hof oordeelde dat aanvullend onderzoek niet in het belang van de kinderen zou zijn, gezien hun kwetsbare situatie en de reeds ingezette hulpverlening. De beslissing van de rechtbank werd bekrachtigd en het verzoek van de vader werd afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
zaaknummer gerechtshof 200.360.822
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 589561
beschikking van 16 december 2025
over de uithuisplaatsing van [minderjarige1] en [minderjarige2]
in de zaak van
[vader](de vader)
die woont in [woonplaats1] , gemeente Molenlanden
advocaat: mr. S. Koçak
en
de gecertificeerde instelling
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland(de GI)
die is gevestigd in Utrecht
en
[moeder](de moeder)
die woont in [woonplaats2]
advocaat: mr. S. Vermeulen
en
mevrouw
[pleegmoeder]en de heer
[pleegvader](de pleegouders)
die wonen in [woonplaats2]

1.Samenvatting

De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige1] in een netwerkpleeggezin en van [minderjarige2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 25 april 2026.
Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn de ouders van:
  • [minderjarige1] , geboren [in] 2017, en
  • [minderjarige2] , geboren [in] 2020.
2.2.
De ouders hebben samen het gezag over de kinderen.
2.3.
De kinderen staan sinds 30 januari 2023 onder toezicht van de GI. De ondertoezichtstelling is voor het laatst verlengd tot 25 april 2026.
2.4.
De kinderrechter heeft op 30 januari 2023 ook machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen verleend. Deze machtiging is daarna steeds verlengd.
2.5.
[minderjarige1] woont sinds begin 2023 bij de pleegouders. De pleegmoeder is de oma (en de moeder van de vader) van [minderjarige1] en [minderjarige2] . Samen met haar partner zijn zij de pleegouders van [minderjarige1] . [minderjarige2] woont sinds november 2024 in een gezinshuis.

3.De procedure bij de kinderrechter

3.1.
De GI heeft de rechtbank verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige1] in een netwerkpleeggezin en van [minderjarige2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar.
3.2.
Op 17 april 2025 heeft de rechtbank het verzoek van de GI tot verlenging van de machtigingen uithuisplaatsing gedeeltelijk toegewezen, namelijk tot 25 juli 2025.
3.3.
Op 24 juli 2025 heeft de rechtbank de machtigingen tot uithuisplaatsing ook voor de resterende duur verlengd, namelijk tot 25 april 2026.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De vader is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Hij komt daarvan in hoger beroep. De vader wil dat het hof het door de GI genomen perspectiefbesluit als prematuur aanmerkt en het verzoek tot verlenging van de machtigingen tot uithuisplaatsing alsnog afwijst of slechts voor een kortere duur toewijst. Als het hof dat niet doet, verzoekt de vader onderzoek te verrichten naar de opvoedvaardigheden van de vader en de actuele situatie bij de vader.
4.2.
De GI wil dat de beslissing in stand blijft.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift, ingekomen op 24 oktober 2025
  • het verweerschrift van de GI
  • een e-mailbericht van mr. Vermeulen waarin zij zich stelt als advocaat van de moeder.
4.4.
De hierna te noemen [minderjarige1] heeft bij brief van 20 november 2025 zijn mening kenbaar gemaakt met betrekking tot het verzoek.
4.5.
De zitting bij het hof was op 2 december 2025. Aanwezig waren:
  • de vader met zijn advocaat
  • twee vertegenwoordigers van de GI
  • de moeder met haar advocaat
  • de pleegvader.

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
De kinderrechter kan een machtiging geven de kinderen uit huis te plaatsen. De rechter kan die machtiging geven als dat noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de kinderen of voor onderzoek van de kinderen [1] . De rechter kan die machtiging ook verlengen als de GI of de raad dat verzoeken [2] .
Wat vinden partijen?
5.2.
De bezwaren van de vader komen er in de kern op neer dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor uithuisplaatsing van de kinderen. De vader ervaart dat zijn inspanningen en zijn vooruitgang niet worden erkend. De vader vindt in dat kader dat hij te weinig kans heeft gekregen om te laten zien dat hij in staat is om de kinderen een veilige en stabiele opvoedsituatie te bieden. De rechtbank heeft bovendien onvoldoende gekeken naar de actuele situatie van de vader. De vader gebruikt geen verdovende middelen meer, ontvangt een uitkering, heeft inmiddels een woning en heeft een stabiele dagbesteding. Grip Groep is bij de vader betrokken en zij rapporteren positief over de inzet, motivatie en stabiliteit van de vader. De vader staat ook open voor hulverlening. Daarnaast verzoekt de vader het hof om aanvullend onderzoek naar zijn opvoedvaardigheden en opvoedpotentie te gelasten.
5.3.
De GI voert aan dat dat de kinderen veel hebben meegemaakt. Door alles wat de kinderen hebben meegemaakt hebben zij een andere opvoeding nodig dan de reguliere zorg en begeleiding die een kind op hun leeftijd nodig heeft. Dit vereist meer geduld, kennis en vaardigheden van opvoeders. Het ingezette 2thepoint traject van De Rading heeft geconcludeerd dat beide ouders niet in staat zijn de kinderen te bieden wat zij nodig hebben. De ouders zijn hierin ook moeilijk leerbaar. De vader kan bovendien moeilijk op zijn eigen handelen en gedrag reflecteren. Om die reden is een VIB-traject ook niet gestart. In plaats daarvan heeft de vader een NIKA-traject gehad, maar dit traject heeft de vader afgebroken. De GI ziet op dit moment onvoldoende verbetering bij de vader om opnieuw onderzoek in te zetten.
5.4.
De moeder is het eens met de bezwaren van de vader. Daarnaast is ook de moeder druk bezig om haar huisvesting op orde te brengen, zodat de omgang kan worden uitgebreid. De moeder wil bovendien kijken naar de mogelijkheden van thuisplaatsing. Dit geldt voor de moeder vooral voor [minderjarige2] , omdat [minderjarige2] niet langer in het gezinshuis kan blijven en dus weer zal worden overgeplaatst.
Hoe oordeelt het hof?
5.5.
Evenals de rechtbank en op dezelfde gronden, die het hof overneemt en tot de zijne maakt, is het hof van oordeel dat verlenging van de machtigingen tot uithuisplaatsing van [minderjarige1] en [minderjarige2] noodzakelijk is. Het hof voegt daar nog het volgende aan toe.
5.6.
Bij de beoordeling van de vraag of de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen terecht is verlengd, staat hun belang voorop. Duidelijk is dat de kinderen door alles wat zij in het verleden hebben meegemaakt erg kwetsbaar zijn. Daardoor vragen zowel [minderjarige1] , maar zeker ook [minderjarige2] , meer dan gemiddeld van hun opvoeders. In het 2thepoint advies over het opvoedbesluit is in dit kader te lezen dat duidelijk is te zien dat de vader veel van zijn kinderen houdt en dat hij graag voor hen zou willen zorgen, maar dat het hem onvoldoende lukt om aan te sluiten bij wat zij nodig hebben. Er zijn grote zorgen over de opvoedvaardigheden van de vader, mede in verband met zijn licht verstandelijke beperking, zijn belastbaarheid, zijn leerbaarheid, maar ook over zijn voorspelbaarheid richting de kinderen. Het hof is het eens met de aanbevelingen van dit advies opvoedbesluit. De vader voert aan dat zijn situatie inmiddels ingrijpend is verbeterd. De vader gebruikt geen verdovende middelen (meer), hij heeft een stabiele dagbesteding, een woning en hij ontvangt een uitkering. Hoewel deze inzet van de vader te prijzen is, blijkt hieruit niet dat de vader nu wel beschikt over voldoende opvoedvaardigheden om juist deze kwetsbare kinderen die veel van een opvoeder vragen, te verzorgen en op te voeden. Voor zover de vader meent dat hij onvoldoende kansen heeft gekregen en dat hij openstaat voor hulpverlening, overweegt het hof dat in de thuissituatie van de ouders veel hulpverlening is ingezet. Dit heeft onvoldoende resultaat gehad. Daarnaast is de vader de mogelijkheid van het NIKA-traject geboden, maar de vader heeft hiervan niet kunnen profiteren. Het hof volgt tot slot de GI in haar argument dat een VIB-traject voor de vader niet passend was, omdat de vader slechts beschikt over een beperkt reflectievermogen. Dit beeld is tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep ook bevestigd.
Perspectiefbesluit
5.7.
Voor zover de vader het hof verzoekt de perspectiefbepaling van de kinderen te toetsen, overweegt het hof als volgt. De rechtbank heeft in de bestreden beschikking de visie van de GI dat het opgroeiperspectief van de kinderen niet meer bij de ouders ligt onderschreven. Dat betekent dat de rechtbank het eens is met het standpunt van de GI dat de kinderen niet meer bij de ouders kunnen wonen.
Dit standpunt van de GI wordt in de praktijk ‘perspectiefbesluit’ genoemd. De vader is het daar niet mee eens. Het hof overweegt dat er binnen de looptijd van de huidige machtigingen tot uithuisplaatsing geen perspectief is op thuisplaatsing van de kinderen, maar het hof zal het perspectiefbesluit als zodanig niet (inhoudelijk) toetsen. Een inhoudelijke toets van het perspectiefbesluit dient plaats te vinden in het kader van een procedure tot beëindiging van het gezag, waarvoor de GI inmiddels de eerste stappen heeft gezet.
Aanvullend onderzoek
5.8.
De vader heeft verzocht om aanvullend onderzoek te doen naar zijn opvoedvaardigheden en opvoedpotentie.
5.9.
Het hof zal geen aanvullend onderzoek gelasten. Het hof stelt voorop dat al diverse onderzoeken en hulpverleningsvormen zijn ingezet. Zo is door 2thepoint van de Rading een uitgebreid onderzoek verricht. Het NIKA-traject is door de vader afgebroken. Uit de stukken komt verder een beeld naar voren van zeer kwetsbare kinderen die zich volledig moeten kunnen richten op herstel en traumaverwerking. De situatie van [minderjarige2] is op dit moment zelfs zo kwetsbaar dat traumabehandeling nog niet kan worden gestart. Het hof is onder deze omstandigheden van oordeel dat aanvullend onderzoek gelasten in strijd is met de belangen van de kinderen.
6. De beslissing
Het hof:
6.1.
bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 24 juli 2025;
6.2.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.U.M. van der Werff, R. Prakke-Nieuwenhuizen en M.L. van der Bel, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.

Voetnoten

1.artikel 1:265b lid 1 BW.
2.artikel 1:265c lid 2 BW.