Op 16 december 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in de zaak betreffende de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen [minderjarige1] en [minderjarige2]. De rechtbank Midden-Nederland had eerder de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige1] in een netwerkpleeggezin en van [minderjarige2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 25 april 2026. De vader van de kinderen ging in hoger beroep tegen deze beslissing, omdat hij meende dat de voorwaarden voor uithuisplaatsing niet waren voldaan en dat zijn inspanningen niet werden erkend. Hij verzocht het hof om het perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling (GI) als prematuur aan te merken en om aanvullend onderzoek naar zijn opvoedvaardigheden te verrichten.
Het hof heeft de argumenten van de vader en de GI zorgvuldig afgewogen. De GI stelde dat de kinderen, gezien hun kwetsbaarheid en de ervaringen die zij hebben meegemaakt, een andere opvoeding nodig hebben dan reguliere zorg kan bieden. Het hof concludeerde dat de verlenging van de machtigingen tot uithuisplaatsing noodzakelijk was, omdat de vader, ondanks zijn verbeterde situatie, niet over de benodigde opvoedvaardigheden beschikt om de kinderen adequaat te verzorgen. Het hof oordeelde dat aanvullend onderzoek niet in het belang van de kinderen zou zijn, gezien hun kwetsbare situatie en de reeds ingezette hulpverlening. De beslissing van de rechtbank werd bekrachtigd en het verzoek van de vader werd afgewezen.