Op 13 mei 2023 vond een aangekondigde demonstratie plaats van Extinction Rebellion tegen de agrarische industrie nabij een zuivelcoöperatie. Verdachte klom in een lantaarnpaal om een spandoek op te hangen, waarna zij werd staande gehouden door de politie.
De kantonrechter veroordeelde verdachte aanvankelijk tot een voorwaardelijke geldboete, maar het hof vernietigde dit vonnis. Het hof achtte bewezen dat verdachte in de lantaarnpaal klom, maar oordeelde dat dit geen strafbare gedraging vormde. De handeling vond plaats binnen het kader van een vreedzame vergadering en viel onder de bescherming van de artikelen 10 en 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Het hof overwoog dat de beperking van deze grondrechten slechts toegestaan is indien deze bij wet is voorzien, een gerechtvaardigd doel dient en noodzakelijk is in een democratische samenleving. Gelet op de omstandigheden was het klimmen niet gevaarlijk of ernstig verstorend. Het hof concludeerde dat het strafrechtelijk optreden een ontoelaatbare inbreuk op de grondrechten van verdachte vormde en sprak haar vrij van alle rechtsvervolging.