Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2025:8066

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
21-001152-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 279 SvArt. 3a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplichtigheid aan hennepteelt in gezamenlijke woning

Op 16 november 2023 trof de politie een hennepkwekerij aan in de kelder van de gezamenlijke woning van verdachte en haar echtgenoot te Nijmegen. De medeverdachte verklaarde eigenaar en verantwoordelijke te zijn voor de kwekerij. Hoewel de verdachte wist van de kwekerij, acht het hof niet bewezen dat zij medeplichtig was aan de hennepteelt.

De rechtbank had de verdachte eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf wegens medeplichtigheid, maar het hof vernietigde dit vonnis en sprak haar vrij. Het hof overwoog dat de medeverdachte als mede-eigenaar al de beschikking had over de kelder en dat de wetenschap van de verdachte niet automatisch een rechtsplicht tot het beëindigen van de kwekerij opleverde.

De advocaat-generaal stelde dat de verdachte medeprofijt had van de kwekerij en deze had gedoogd, maar het hof vond geen bewijs voor actieve gedragingen die de kwekerij mogelijk maakten. Het hof achtte daarmee het tenlastegelegde niet bewezen en sprak de verdachte vrij.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplichtigheid aan hennepteelt wegens onvoldoende bewijs van actieve betrokkenheid.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001152-25
Uitspraakdatum: 19 december 2025
TEGENSPRAAK (art. 279 Sv Pro)
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Utrecht, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 5 maart 2025 met parketnummer 05-305828-23 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] .

Hoger beroep

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat besproken is op de zitting van het hof van 5 december 2025 en op de zitting van de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte is aangevoerd door haar raadsman, mr. F.G.W.M. Huijbers.

Het vonnis

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat de verdachte (kort gezegd) medeplichtig is aan het telen van hennepplanten door haar echtgenoot in hun gezamenlijke woning. Voor dat misdrijf heeft de rechtbank de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 80 uur met een proeftijd van 2 jaar.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en doet opnieuw recht. Anders dan de rechtbank spreekt het hof de verdachte vrij.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
[medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen, in elk geval een ander dan verdachte, op of omstreeks 16 november 2023 te Nijmegen met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 118 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 16 november 2023 te Nijmegen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan [adres] en/of onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen.

Vrijspraak

Het hof acht niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Ter onderbouwing hiervan overweegt het hof het volgende.
De politie heeft op 16 november 2023 een (in werking zijnde) hennepkwekerij aangetroffen in (de kelder van) de woning op het adres [adres] in Nijmegen. Het betreft de gezamenlijke woning van de verdachte en haar echtgenoot, [medeverdachte] . Zij zijn samen eigenaar van die woning. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij de eigenaar is van die hennepkwekerij en dat hij die kwekerij verzorgde. De verdachte wist van de kwekerij.
De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat de verdachte medeplichtig is aan die hennepteelt door die woning daarvoor ter beschikking te stellen. Ter onderbouwing hiervan heeft de advocaat-generaal aangevoerd dat de verdachte niet alleen wist van de kwekerij en de kwekerij heeft gedoogd, maar ook heeft meegeprofiteerd van de opbrengsten van de kwekerij.
Anders dan de advocaat-generaal acht het hof niet bewezen dat de verdachte medeplichtig is aan de hennepteelt door [medeverdachte] en/of anderen. Het is niet gebleken dat de verdachte actieve gedragingen heeft verricht waardoor de medeverdachte gelegenheid is verschaft tot het telen van hennep in de kelder van hun gezamenlijke woning. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de medeverdachte als mede-eigenaar van die woning al de beschikking had over de kelder waarin de hennepteelt plaatsvond. Daarnaast is het hof van oordeel dat de wetenschap van de verdachte van de hennepkwekerij van de medeverdachte in de gegeven omstandigheden niet zonder meer voldoende is voor het doen ontstaan van een rechtsplicht voor de verdachte tot het beletten of (doen) beëindigen van die hennepteelt.
Het hof spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. M.F.J.M. de Werd, mr. A.J. Smit en mr. A.J. de Haan, in aanwezigheid van de griffier mr. D. van der Geld en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 19 december 2025.