ECLI:NL:GHARL:2025:8069

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
21-004779-22
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Meervoudige strafzaak met meerdere verkrachtingen, belaging, wapenbezit en brandstichting

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 16 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere ernstige strafbare feiten, waaronder verkrachtingen, belaging, wapenbezit, brandstichting, bedreiging, vernieling en diefstal. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachtingen van zijn ex-partners en heeft hen op verschillende manieren belaagd, waaronder het plaatsen van GPS-trackers onder hun voertuigen en het dreigen met geweld. De slachtoffers hebben herhaaldelijk aangegeven dat zij geen contact meer wilden, maar de verdachte negeerde deze wensen en bleef hen stalken. Het hof heeft de eerdere vonnissen van de rechtbank vernietigd en opnieuw recht gedaan, waarbij het hof de verdachte heeft veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. De rechtbank had eerder al een gevangenisstraf van vier jaar opgelegd, maar het hof heeft deze straf verlaagd vanwege overschrijding van de redelijke termijn van berechting. De verdachte is ook veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding aan de benadeelde partijen, die schade hebben geleden door zijn daden. Het hof heeft de ernst van de feiten en de impact op de slachtoffers zwaar laten meewegen in de strafoplegging.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004779-22
Uitspraakdatum: 16 december 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 27 september 2022 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 16-288560-20 en 16-235782-21, 16-275659-21 en tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 26 maart 2024 in de strafzaak met parketnummer 16-265134-22 (gevoegd in hoger beroep), tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] ,
op dit moment verblijvende in [P.I. 1] .

Hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 16-288560-20 en 16-235782-21, 16-275659-21.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland in de strafzaak met parketnummer 16-265134-22.
Bij tussenarrest van 24 juli 2024 zijn bovengenoemde strafzaken door het hof gevoegd tot één strafzaak onder het parketnummer 21-004779-22.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 12 december 2023, 10 juli 2024 (en het naar aanleiding daarvan gewezen tussenarrest van 24 juli 2024), 27 september 2024, 25 november 2025 en 16 december 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot:
 bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten;
 oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van het voorarrest;
 oplegging van de maatregel tot terbeschikkingstelling van verdachte met voorwaarden betreffende het gedrag van verdachte, zoals deze door de reclassering zijn geformuleerd, met dadelijke uitvoerbaarverklaring, met verklaring dat deze maatregel ongemaximeerd in duur is indien die maatregel wordt omgezet in een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging;
 oplegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als omschreven in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;
 oplegging van de maatregel strekkende tot vrijheidsbeperking als omschreven in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 5 jaren, met aftrek van de tijd dat deze maatregel al geldt, met dadelijke uitvoerbaarverklaring en met bepaling dat 2 weken vervangende hechtenis ten uitvoer wordt gelegd voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, inhoudende:
- een contactverbod met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ;
- een locatieverbod voor de plaats [plaats 1] ;
 beslissingen over de inbeslaggenomen goederen conform het vonnis van de rechtbank;
 toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 6.189,45 met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
 toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van
€ 11.528,95 met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
 een schorsing van de voorlopige hechtenis onder dezelfde voorwaarden als bij de terbeschikkingstelling in het geval de voorlopige hechtenis normaal gesproken zou eindigen en verdachte niet aansluitend aan zijn detentie in een kliniek kan worden opgenomen in het kader van de terbeschikkingstelling, welke schorsing in dient te gaan op het moment dat een opnameplaats voor verdachte beschikbaar is.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. R.H. Lagerweij, de advocaat mr. L. Noordanus namens de benadeelde partij [slachtoffer 1] en de advocaat mr. A.Y. Bleeker namens het slachtoffer [slachtoffer 3] hebben aangevoerd.

De vonnissen

De rechtbank heeft in de zaak met de parketnummers 16-288560-20 en 16-235782-21, 16-275659-21, kort weergegeven, het volgende beslist:
 bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten;
 oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van het voorarrest;
 oplegging van de maatregel strekkende tot vrijheidsbeperking als omschreven in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 5 jaren, met dadelijke uitvoerbaarverklaring en met bepaling dat 2 weken vervangende hechtenis ten uitvoer wordt gelegd voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, inhoudende: een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ;
 oplegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als omschreven in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;
 verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen GPS-tracker;
 onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen wapens en munitie;
 teruggave aan de verdachte van de inbeslaggenomen telefoons;
 toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van
€ 11.310,08 met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
 toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 6.189,45 met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank heeft in de zaak met parketnummer 16-265134-22, kort weergegeven, het volgende beslist:
 bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten;
 oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest;
 oplegging van de maatregel strekkende tot vrijheidsbeperking als omschreven in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 5 jaren, met dadelijke uitvoerbaarverklaring en met bepaling dat 2 weken vervangende hechtenis ten uitvoer wordt gelegd voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, inhoudende: een contactverbod met [slachtoffer 3] ;
 oplegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als omschreven in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof vernietigt de vonnissen om redenen van doelmatigheid en omdat het hof deels anders beslist dan de rechtbank. Het hof doet opnieuw recht. Het hof zal wel delen van de vonnissen overnemen voor zover er overeenstemming is met de overwegingen en het oordeel van de rechtbank.

Tenlastelegging

Op de zitting bij de rechtbank Midden-Nederland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:
parketnummer 16-288560-20
feit 1:
hij, in of omstreeks de periode van 21 oktober 2020 tot en met 12 november 2020 te [plaats 2] , althans in Nederland,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 4] , door
 een GPS tracker onder de auto van voornoemde [slachtoffer 4] te plaatsen;
 (vervolgens) meermalen de (locatie)gegevens van die GPS tracker op te vragen;
 zich (vervolgens) te begeven naar de opgevraagde locatie;
 veelvuldig, althans meerdere malen, die [slachtoffer 4] te bellen (via Whatsapp);
 veelvuldig, althans meerdere malen, berichten aan die [slachtoffer 4] te sturen;
 meermalen contact te zoeken met [slachtoffer 2] , zijnde de partner van voornoemde [slachtoffer 4] en/of
 zich op te houden in de omgeving van het werk en/of de woning van die [slachtoffer 2] ,
met het oogmerk die [slachtoffer 4] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
feit 2:
hij, op of omstreeks 12 november 2020 te [plaats 2] ,
[slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door als bestuurder van een auto in te rijden op de auto van voornoemde [slachtoffer 4] en/of (vervolgens) tegen de auto van die [slachtoffer 4] aan te rijden en/of te botsen;
feit 3:
hij, op of omstreeks 12 november 2020 te [plaats 2] ,
opzettelijk en wederrechtelijk een auto, in elk geval enig goed,
dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 4] toebehoorde,
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
feit 4:
hij in de periode van op of omstreeks 6 april 2021 tot en met 5 juni 2021 te [plaats 2] , althans in Nederland,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door die [slachtoffer 1]
  • veelvuldig, althans meerdere malen te bellen en/of
  • veelvuldig, althans meerdere malen berichten te sturen en/of
  • meermaals naar de woning van die [slachtoffer 1] te komen en/of
  • meermaals te dreigen (seks)filmpjes van die [slachtoffer 1] online te zetten althans te verspreiden en/of
  • een gps tracker onder de auto van die [slachtoffer 1] te plaatsen en (vervolgens) meermaals de locatie gegevens van die GPS tracker op te bevragen waardoor hij, verdachte, wist waar die [slachtoffer 1] was geweest
met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
feit 5 primair:
hij op of omstreeks 13 oktober 2020 te [plaats 3]
opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een aanmaakblokje, althans met een brandbare stof,
ten gevolge waarvan een auto toebehorende aan [slachtoffer 2] geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan,
en daarvan gemeen gevaar voor een heg en/of andere geparkeerde auto's, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;
feit 5 subsidiair:
hij op of omstreeks 13 oktober 2020 te [plaats 3]
opzettelijk en wederrechtelijk een auto, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
feit 6:
hij op of omstreeks 21 maart 2021 te [plaats 4] , [plaats 5] en/of [plaats 6] en/of [plaats 7] en/of [plaats 8] althans ergens in Nederland,
een kentekenplaat ( [kenteken] ) , in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 7:
hij in of omstreeks de periode van 13 oktober 2020 tot en met 23 mei 2021 te [plaats 2] , en/of [plaats 8] en/of [plaats 4] en/of [plaats 3] althans in Nederland,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] , door
  • veelvuldig, althans meerdere malen naar het werk van die [slachtoffer 2] te komen en/of
  • die [slachtoffer 2] te achtervolgen in de auto en/of
  • veelvuldig, althans meerdere malen naar de woning van die [slachtoffer 2] te komen en/of
  • uit te zoeken waar die [slachtoffer 2] naartoe was verhuisd en/of (vervolgens) nadat die [slachtoffer 2] was verhuisd op dat nieuwe adres te verschijnen en/of (vervolgens) via buren te proberen toegang te verkrijgen tot het gebouw waar die [slachtoffer 2] woonachtig was en/of
  • een GPS tracker onder de auto van die [slachtoffer 2] te plaatsen en (vervolgens) meermaals de locatie gegevens van die GPS tracker te (laten) bevragen waardoor hij, verdachte, wist waar die [slachtoffer 2] was geweest
met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
parketnummer 16-235782-21
hij op of omstreeks 3 mei 2021 te [plaats 2] , althans in het arrondissement Midden-Nederland
door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en),
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , hebbende verdachte meermalen, althans éénmaal (telkens)
  • zijn geslachtsdeel in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd en/of gebracht en/of
  • (vervolgens) heen en weer gaande beweging(en) gemaakt in de vagina van die [slachtoffer 1] ,
bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het
  • op die [slachtoffer 1] gaan liggen met zijn, verdachtes volle gewicht en/of
  • uittrekken van de (onder)broek van die [slachtoffer 1] en/of
  • trekken aan de benen van die [slachtoffer 1] , ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] (met haar rug) (languit) op de bank kwam te liggen, teneinde penetratie te vergemakkelijken en/of
  • fysieke overwicht dat hij, verdachte heeft op die [slachtoffer 1] en/of
  • geestelijk overwicht door het leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer 1] en/of
  • (vervolgens) onverhoeds boven omschreven handelingen heeft verricht zonder dat die [slachtoffer 1] dit kon verhinderen en/of hier verzet (tegen) kon bieden;
parketnummer 16-275659-21
feit 1:
hij in of omstreeks de periode van 12 oktober 2013 tot en met 12 oktober 2021 te [plaats 2] , althans in Nederland,
vier, dan wel meerdere, tenminste één wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad, te weten:
  • een vuurwapen, gaspistool merk/model Rheiner SM Model 15, kaliber 8mm (voorzien van een patroonmagazijn) en/of
  • een vuurwapen, pistool, merk Walther, model PPK, kaliber 7.65mm (voorzien van een uitneembaar patroonmagazijn) en/of
  • een patroonmagazijn en/of
  • een vuurwapen, (gas)pistool, merk Blow, model Class, kaliber 9mm PAK. (omgebouwd naar volledig scherpschietend, vermoedelijk kaliber 7.65)
(telkens) zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool;
feit 2:
hij in of omstreeks de periode van 12 oktober 2013 tot en met 12 oktober 2021 te [plaats 2] , althans in Nederland,
een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, voorhanden heeft gehad,
te weten een revolver, alarmrevolver, merk Bruni (BBM), model Olymipic 6, kaliber 6mm Knal!;
feit 3:
hij in of omstreeks de periode van 12 oktober 2013 tot en met 12 oktober 2021 te [plaats 2] , althans in Nederland,
munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
  • 7 scherpe patronen kaliber 7.65mm Browning, merk Geco en/of
  • 50 scherpe patronen kaliber .380 auto (.9xl7mm) merk Geco en/of
  • 50 scherpe patronen kaliber 9x19mm, merk S&B en/of
  • 14 scherpe patronen kaliber 7.65mm merk DWM en/of RWS en/of RM en/of
  • 4 scherpe (knal)patronen kaliber 9mm P.A.Knall, merk MFS en/of
  • 36 scherpe patronen kaliber 7.65mm Browning merk Geco en/of
  • 50 scherpe patronen kaliber .22 Ir, merk CCI en/of
  • 7 scherpe patronen kaliber 7.65mm Browning, merk Geco,
voorhanden heeft gehad;
parketnummer 16-265134-22
feit 1:
hij op 23 september 2021 in de gemeente [plaats 2]
door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)
[slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en)
die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] ,
hebbende verdachte
  • de borsten, billen en/of vagina van die [slachtoffer 3] betast en/of
  • zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 3] gestopt, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte
  • (zonder uitdrukkelijke toestemming) de woning van die [slachtoffer 3] is binnen getreden en/of
  • de geuite wens van die [slachtoffer 3] om te stoppen heeft genegeerd en/of
  • de broek van die [slachtoffer 3] naar beneden heeft gedaan en/of
  • die [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en/of omgedraaid en/of op bed heeft gelegd en/of
(aldus) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
feit 2:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 april 2021 tot en met 11 juni 2022 in de gemeente [plaats 2] , althans in Nederland,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 3] ,
door
  • die [slachtoffer 3] vele berichten te sturen en/of vele malen te bellen en/of
  • die [slachtoffer 3] vele malen thuis op te zoeken en/of
  • een GPS tracker onder de auto van die [slachtoffer 3] te (laten) plaatsen,
met het oogmerk die [slachtoffer 3] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
feit 3:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 oktober 2018 tot en met 13 november 2018 te [plaats 2] ,
gebruik makende van een technisch hulpmiddel,
waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt,
opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, te weten [slachtoffer 3] ,
aanwezig in een woning en/ of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten een loods gelegen aan de [straat 1] ,
een afbeelding heeft vervaardigd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijs

parketnummer 16-288560-20 feiten 1, 2 en 3 (aangeefster [slachtoffer 4] )
Standpunt van de verdediging over de feiten 1, 2 en 3 van parketnummer 16-288560-20
De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit van deze feiten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat:
 verdachte geen inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster [slachtoffer 4] ;
 verdachte geen oogmerk heeft gehad om aangeefster [slachtoffer 4] te dwingen iets te doen, te dulden dan wel vrees aan te jagen;
 er geen sprake is van stelselmatigheid;
 het contact zoeken met [slachtoffer 2] door verdachte geen inbreuk is op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster;
 niet bewezen kan worden dat verdachte tegen de auto van aangeefster [slachtoffer 4] is aangereden aangezien getuige [persoon 9] en verdachte daar anders over verklaren;
 indien de aanrijding wel bewezen wordt verklaard dan niet gesteld kan worden dat sprake is van een redelijke vrees voor zware mishandeling hierdoor;
 verdachte geen opzet heeft gehad om aangeefster [slachtoffer 4] te bedreigen en/of om haar auto te beschadigen;
Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat:
 de pleegperiode van feit 1 korter is dan door de rechtbank bewezen is verklaard;
 dat krassen en deuken in de deur van de auto van aangeefster [slachtoffer 4] geen vernieling van de hele auto is (feit 3).

Oordeel van het hof over de feiten 1, 2 en 3 van parketnummer 16-288560-20

Het hof is van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend bewezen zijn. Dit is op het volgende gebaseerd. [1]
Bewijsmiddelen
[slachtoffer 4] , wonende te [plaats 2] , heeft op 14 november 2020 bij de politie verklaard dat zij ongeveer elf jaar een relatie met verdachte heeft gehad en dat zij samen twee kinderen hebben. Toen verdachte vast zat, heeft zij een relatie gekregen met [slachtoffer 2] . Verdachte is hier een maand geleden
[het hof begrijpt rond 12 oktober 2020]achter gekomen. Twee weken na de ruzie tussen haar en verdachte is zij op 5 november 2020 met haar kinderen naar haar ouders gegaan. Zij heeft toen aan verdachte aangegeven dat dit serieus het einde van hun relatie was.
De eerste paar dagen heeft verdachte haar heel veel WhatsApp-berichten gestuurd. Na een paar dagen gaf verdachte aan dat hij het idee kreeg dat zij echt serieus de relatie wilde beëindigen en dat hij niet zou accepteren dat zij een andere man zou krijgen. Toen zij naar haar werk ging in de ochtend, belde verdachte haar, en vroeg waarom zij door de zijdeur naar binnen ging. Hij hield haar dus in de gaten of liet haar in de gaten houden. Ook heeft hij aan haar zoontjes gevraagd welke auto van haar is en kwam zij erachter dat hij een GPS-tracker onder haar auto had geplaatst. Op 10 november 2020 heeft verdachte haar in een half uur tijd wel achttien keer achter elkaar gebeld, via WhatsApp en op haar mobiele nummer. Hij kan niet accepteren dat zij niet aan de telefoon komt om met hem te praten. De telefoontjes van verdachte werden steeds agressiever. Verdachte heeft haar via de telefoon laten weten dat hij haar pas opgeeft als hij dood is.
[slachtoffer 2] werd ook door verdachte lastiggevallen. [slachtoffer 2] heeft al meerdere nummers van verdachte geblokkeerd. Ook is hij door verdachte achtervolgd en klemgereden. De dreiging naar [slachtoffer 2] was zo ernstig dat hij ondergedoken zit en een andere werkplek heeft. Ook heeft [slachtoffer 2] zijn huis opgezegd omdat hij daar niet meer naar terug kan. Verdachte heeft dit adres namelijk. [slachtoffer 4] is heel erg bang dat verdachte niet zal stoppen om haar en [slachtoffer 2] iets aan te gaan doen. Zij weet dat verdachte hiertoe in staat is. Zij weet van de afgelopen elf jaar dat hij niet opgeeft. [2]
Verder heeft [slachtoffer 4] bij de politie verklaard dat verdachte haar volgde. Zij had een nieuwe auto en die wilde niet starten. Zij trof toen onder haar auto bij de achterbumper een GPS-tracker aan. Op 12 november 2020 was zij met haar vriendin [persoon 1] naar de McDonalds gereden. Toen zij daar wegreden, zag zij dat verdachte eraan kwam in zijn [auto 1] . Zij is toen naar de parkeerplaats van de begraafplaats gereden aan de [straat 2] in [plaats 2] . Op dat moment zag zij dat de auto van verdachte met hoge snelheid de parkeerplaats op kwam rijden. Hij reed recht op hen af en stopte vlak bij haar auto en stapte uit. Hij beukte op het raam. Zij is weggereden en zag dat verdachte direct achter haar aan kwam. Hij haalde haar in, sneed haar af en reed haar klem. Hij stond voor haar stil. Zij is toen door de berm om de auto van verdachte heengereden. Meteen haalde verdachte haar weer met hoge snelheid in en reed een eind voor haar uit. Op een gegeven moment zag zij dat verdachte de auto in zijn achteruit zette en hard achteruit reed. Hij reed vol op haar in. Zij wilde zijn auto ontwijken en stuurde naar links, maar kon niet voorkomen dat hij haar nog raakte aan de bijrijderskant. De auto heeft nu schade aan de rechter voorzijde. [3]
Op 9 januari 2025 is [slachtoffer 4] bij de raadsheer-commissaris gehoord. Zij heeft daar gezegd dat zij bij de politie naar waarheid heeft verklaard. [4]
Door getuige [persoon 1] is verklaard dat zij als bijrijder bij [slachtoffer 4] in de auto zat. Verdachte bleef ondertussen berichten naar [slachtoffer 4] sturen. Toen zij bij de McDonalds richting de verkeerslichten reden, zag zij de auto van verdachte hun kant oprijden. Bij de begraafplaats hebben zij geparkeerd. Dat deed [slachtoffer 4] om er zeker van te zijn of verdachte haar kon volgen en of hij daadwerkelijk de persoon was die de tracker onder haar auto had geplaatst. Zij zag dat verdachte vanaf de dreef vol gas op hen af kwam rijden. Zij zag dat [slachtoffer 4] snel achteruit reed om van hem weg te rijden. Verdachte haalde hen in, kwam voor hen rijden en trapte vol op de rem. [slachtoffer 4] kon weer langs hem heen rijden. Verdachte kwam weer achter hen aan en haalde hen in. Hij sneed hen de weg weer af, waardoor [slachtoffer 4] over de berm moest rijden om hem te ontwijken. [persoon 1] zag dat de auto van verdachte met hoge snelheid achteruit op hen af kwam rijden. Verdachte is op enig moment ook nog uitgestapt, rende naar de kant van [slachtoffer 4] en sloeg heel hard op de auto. [slachtoffer 4] reed achteruit om van hem weg te komen. Verdachte stapte weer in en reed met hoge snelheid achteruit rijdend op hen af. [slachtoffer 4] probeerde van hem weg te rijden en hem te ontwijken. Ze stuurde daarop om zijn auto heen, maar kon geen aanrijding voorkomen. [persoon 1] hoorde en voelde de botsing. [persoon 1] heeft onderweg gefilmd en heeft deze mediabestanden aan de politie gegeven. [5]
[verbalisant 1] heeft op 12 november 2020 bij het politiebureau de auto van [slachtoffer 4] geïnspecteerd. Hij zag dat de auto rechtsvoor schade had en dat aan de bestuurderszijde een modderige voetafdruk op het portier zat. Ook zag hij een GPS-tracker onder de auto en heeft die verwijderd. [6]
[verbalisant 2] zag op de auto van [slachtoffer 4] een verse kras bij de handgreep van de linker portierdeur. Ook voelde hij oneffenheden op de deur en zag hij dat de linker portierdeur enige oppervlakkige deukjes had op de plek waar eerder verse veegsporen zaten. [7]
Er is onderzoek gedaan naar de GPS-tracker onder de auto van [slachtoffer 4] en naar de onder verdachte inbeslaggenomen iPhone. In de iPhone stond een contact onder de naam Trek Trek met [nummer 1] , het nummer dat is aangetroffen in de GPS-tracker. In de ‘inbox’ was te zien dat de iPhone meerdere berichten had ontvangen van dit nummer. De inhoud van de sms-berichten waren locatiebepalingen met een link naar google maps. In totaal werden in de periode van 11 november 2020 om 9.15 uur en 12 november 2020 om 21.46 uur 21 locatiebepalingen verzonden naar de iPhone door middel van sms-berichten, onder meer:
- 11 november 2020 om 16.30 uur: [straat 3] [plaats 2] (parkeerplaats op ongeveer honderd meter afstand van de verblijfplaats van [slachtoffer 4] );
- 12 november 2020 om 07.52 uur: [straat 4] te [plaats 2] (straat van [slachtoffer 4] );
- 12 november 2020 om 13.19 uur: [stad] ;
- 12 november 2020 om 20.26 uur: locatie rondom McDonalds aan het [straat 5] . De eerstvolgende drie locatiebepalingen waren rondom het [straat 5] ;
- 12 november 2020 tussen 21.21 en 21.46 uur: [politiebureau] . [slachtoffer 4] was daar om aangifte te doen. [8]
[verbalisant 3] heeft drie videobestanden bekeken en daarop de gesprekken tussen een man en een vrouw beluisterd. Het hof begrijpt dat dit gesprekken betreft tussen verdachte en [slachtoffer 4] , aangezien de man " [verdachte] " wordt genoemd en hij verklaart dat ze samen twee kinderen hebben en elf jaar samen zijn geweest. Dit past precies bij wat [slachtoffer 4] over haar relatie met verdachte heeft verklaard. Dit zijn de gesprekken:
Bestand VID-20201113-WA0002.mp4:
Man: Schat
Man: Ik ga je een ding zeggen.
Man: Het is jij of ik. Eén van de twee.
Vrouw: Hoezo?
Man: We gaan, we gaan door nu. Ja?
Man: Ik heb geprobeerd het normaal te doen, maar je blijft mij gewoon negeren en doen. Ik weet precies wat er met jou aan de hand is.
Man: Ik weet precies wat je aan het doen bent, dus het komt goed. Het is jij of ik.
Bestand VID-20201113-WA0003.mp4:Man: Als er iets fout gaat, dan gaat iedereen mee. Echt waar. Ga geen spelletjes spelen met mij. Echt niet. Ik ben slim genoeg daarvoor.
Vrouw: Nou
Man: Maar jij gaat nu door met mij.
Vrouw: Ik ga helemaal niet door, ik wil gewoon rust!
Bestand VID-20201113-WA0004.mp4:Man: Maar ik zeg jou tegen mij tegen jou: ik geef dit pas op als ik dood ben. Tot mijn dood.
(…)
Vrouw: Ik ga niet terug naar jou [verdachte] .
(…)
Man: Ja, je moet me eerst dood maken.
Vrouw: En dan pas kan ik leven?
Man: Dat kan je leven ja.
Vrouw: Nou, je bent echt niet goed.
Man: Ja, maar dat wist je al. Dat wist je elf jaar geleden ook al.
Vrouw: Ja, daarom ben ik ook altijd bij je gebleven. Omdat ik wist dat ik toch niet van je af zou komen.
(…)
Man: Waar ben je klaar mee?
Vrouw: Met jou. Ik wil geen contact met jou. Alleen over de kinderen. Voor de rest niks.
Man: Ja, nou ja. Je zult aan mij niet ontkomen. Je zit aan mij vast. Je hebt twee kinderen met mij. [9]
[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij, sinds verdachte erachter kwam dat hij een verhouding had met [slachtoffer 4] , op zijn werk in [stad] meerdere malen is achtervolgd door verdachte. Op 29 oktober 2020 heeft verdachte hem bij zijn werk opgewacht en hem achtervolgd toen [slachtoffer 2] in zijn auto wegreed. In een doodlopend straatje heeft verdachte hem klem gezet met zijn eigen auto. Verdachte wilde het telefoonnummer hebben van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 2] heeft hem dat uit angst gegeven. Daarna heeft verdachte hem verschillende appjes gestuurd. Ook is verdachte op zijn nieuwe adres bij hem aan de deur geweest. [10]
Verdachte heeft ter zitting van de rechtbank verklaard dat hij een GPS-tracker onder de auto van [slachtoffer 4] geplaatst had en dat hij tegen [slachtoffer 4] heeft gezegd 'het is jij of ik, iedereen gaat mee'. Over [slachtoffer 2] heeft hij verklaard dat hij hem op heeft gewacht bij [stad] , vervolgens achter hem is gestopt toen [slachtoffer 2] een doodlopende straat in reed en daar met hem heeft gesproken. [11]
Bewijsoverwegingen
Het hof stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b lid 1 Sr zijn van belang de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.
Op grond van de bewijsmiddelen stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast.
Verdachte heeft veelvuldig contact met [slachtoffer 4] gezocht, door haar te bellen en berichten te sturen, terwijl zij meermalen duidelijk heeft aangegeven dat zij met rust gelaten wilde worden. Dat de door [slachtoffer 4] overgelegde audiobestanden en printscreens van Telefoon en WhatsApp gesprekken ongedateerd zijn, maakt niet dat die niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Uit de aangifte blijkt in welke periode de gesprekken zijn gevoerd en telefoon oproepen zijn geweest, en de inhoud van de gesprekken en de lijst van inkomende oproepen ondersteunt de aangifte.
Daarnaast is het plaatsen van een GPS-tracker onder de auto van [slachtoffer 4] , het vervolgens meermalen opvragen van de locatiegegevens daarvan, het zich begeven naar die betreffende locaties en het afdwingen van contact, van zodanige aard en intensiteit dat de gedragingen van verdachte een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 4] hebben gemaakt.
Ook het meermalen contact zoeken met de (ex-)partner van [slachtoffer 4] en het zich ophouden in zijn werk- en woonomgeving, draagt bij aan de stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 4] . Daarmee onderstreepte verdachte immers zijn boodschap aan [slachtoffer 4] ‘jij bent van mij en je blijft van mij’.
Wat betreft het onder 2 en 3 ten laste gelegde (bedreiging en vernieling) overweegt het hof dat uit de bewijsmiddelen volgt dat het verdachte is geweest die vol gas op [slachtoffer 4] is afgereden en op haar auto is gebotst, nadat hij haar eerder had achtervolgd, was uitgestapt en op haar auto had geslagen en er tegenaan had geschopt, getuige de modderige voetafdruk op de auto. Dat het juist [slachtoffer 4] is geweest die tegen verdachte is aangereden, zoals door de raadsvrouw is gesteld, wordt door de bewijsmiddelen weerlegd, evenals het verweer dat verdachte niet opzettelijk zou hebben gehandeld.
Het hof acht de feiten 1, 2 en 3 van parketnummer 16-288560-20 wettig en overtuigend bewezen.
parketnummer 16-288560-20 feit 4 (belaging [slachtoffer 1] )

Standpunt van de verdediging over feit 4 van parketnummer 16-288560-20

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van dit feit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat:
  • de vermeende pleegperiode niet vast valt te stellen, omdat de door de aangeefster overgelegde geluidsfragmenten en oproepen en gesprekken ongedateerd zijn.
  • het proces-verbaal betreffende informatie over de telefonische contacten op pagina 193 niet voor het bewijs kan worden gebruikt. Een groot deel van de opgevraagde periode valt buiten de tenlastegelegde periode. Op basis van het proces-verbaal valt niet vast te stellen hoeveel gesprekken en berichten er zijn geweest binnen de ten laste gelegde periode en ook niet wie naar wie gebeld of berichten gestuurd heeft.
  • er geen sprake is van een wederrechtelijke, stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster, omdat aangeefster zelf ook berichten naar verdachte stuurde en zo het gesprek in stand hield. Er was een gesprek gaande tussen beiden.

Oordeel van het hof over feit 4 van parketnummer 16-288560-20

Bewijsmiddelen
Het hof is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen is. Dit is op het volgende gebaseerd.
[slachtoffer 1] , wonende te [plaats 2] , heeft op 28 mei 2021 bij de politie verklaard dat verdachte stelselmatig contact met haar bleef zoeken sinds zij ongeveer twee maanden geleden de relatie met hem had beëindigd. Dit ging voornamelijk digitaal en telefonisch. Verdachte stuurde een paar dagen geleden tientallen berichten naar haar. Als zij niet reageerde, werd zijn toon steeds dreigender en dwingender. Dan ging het van berichten naar bellen, waarop zij ook niet reageerde. Dan ging hij bij haar huis langs om te kijken of zij thuis was. Deze gedwongen contacten met verdachte maakten haar angstig. Verdachte heeft ook aangegeven dat zij in zijn val zit en dat zij van hem is en van hem blijft. Verdachte heeft stiekem films gemaakt van hun seksleven. Hij dreigt er mee om die aan familie en vrienden te laten zien. [12]
Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 1] verklaard dat zij op 6 april 2021 erge ruzie heeft gekregen met verdachte en dat zij hem toen duidelijk heeft gezegd dat zij geen contact meer wilde. Na die dag bleef verdachte haar berichtjes sturen en haar continue bellen. Als zij niet antwoordde, kwam hij langs om te kijken of zij er was en met wie.
Op 3 mei 2021 is verdachte bij haar thuis geweest. Ergens midden/eind mei 2021 heeft verdachte haar 35 keer achter elkaar gebeld. [13]
[slachtoffer 1] heeft aan de politie geluidsbestanden overhandigd, waarop gesprekken tussen haar en verdachte te horen zijn. P staat voor verdachte en J voor [slachtoffer 1] .
Bestand AUD-20210528-WA0004.m4a:
P : Als ik ergens op gok, dan is het goed... want weet je wat het is... ik hou die straat van jou... die ken ik gewoon. Ik precies welke auto er hoort en welke niet. Ik loop in die straat van jou al drie à vier maanden. Sinds jij daar het huis hebt, ben ik daar.
Bestand AUD-20210528-WA0006.m4a:
J : Waarom kan je mij niet laten gaan eigenlijk…. gewoon niet.
(…)
P : Nee... waarom... als jij straks met een ander zit… denk je dat ik daar vrolijk van word.
Bestand AUD-20210528-WA0010.m4a:
J : Mij dreigen om mijn filmpjes op internet zetten doet mij niks he.
P : Nee?
J : Nee dat hoef je echt niet meer te doen, want ik lach je echt uit.
P : Wil je het zien?
J : Ik hoef het niet te zien, maar ik wil wel dat je ze verwijdert.
P : Wil je ze op internet zien?
J : Dat ga je toch niet doen, dat is allemaal grootspraak [verdachte] .
P : Oké.
J : Of niet… is het niet grootspraak? Waarom zou je mij op internet zetten, want ik ga jouw hand niet vullen.
P : Oké, je denkt dat ik het niet doe.
J : Ik wil weten waarom.
P : Je denkt dat ik het niet doe.
J : Maar waarom zou je het doen, waarom zou je mij op internet zetten?
P : Maar denk je dat ik het niet doe.
J : Is dat een soort chantagemiddel dat ik bij je blijf of zo.
P : Nee, maar denk je dat ik het niet doe?
J : Ik denk dat het grootspraak is.
P : Oké, moet je het zien?
J : Nee helemaal niet, we gaan het helemaal niet zien, want als dat op internet belandt, dan zit ik dezelfde dag bij het politiebureau. Dat mag je echt weten.
(…)
J : Zeker, maar mijn filmpjes gaan niet op internet. Ik ga met mijn kop niet op internet, want dan hou ik jou met je kop in de gevangenis.
P : Ik ben binnen.
J : Maar ik ben echt serieus.
P : Ik ook.
J : Maar jij gaat mij niet op internet zetten.
P : Ik ben bloedserieus.
J : Maar dat ga jij echt niet doen, je bent al een stap te ver gegaan.
Bestand AUD-20210528-WA0012.m4a:
P : Ik zet jouw beeldmateriaal op You-porn .
J : Je gaat mijn beeldmateriaal op You-porn zetten?
P : Waar moet ik het dan naar toe sturen… naar je moeder?
J : Nou dat hoop ik toch niet voor je dat je dat gaat doen.
P : Wat wil je dat ik er mee doe dan?
J : Nou gewoon lekker verwijderen die handel.
P : Echt niet, ga ik wel bewaren.
J : Nee, daar ga je me mee chanteren dan.
P : Ik heb hem al op een stickie gezet.
J : Jongen je bent niet goed in je hoofd, je moet dat verwijderen hoor.
P : Nee, echt niet, moet je het zien.
J : Nee, je kan me daarmee toch niet chanteren?
P : Dan weet je in ieder geval wat ik allemaal heb.
J : Nee, ik hoef dat niet.
P : Ik heb het aangeboden he.
J : Je gaat het nergens opzetten en al helemaal niet naar mijn moeder sturen.
P : Dus… van wie ben je dan?
J : Wat.
P : van wie ben je dan?
J : Nou niet van jou.
P : oké.
Bestand AUD-20210528-WA0014.m4a:
J : Eigenlijk alles kort samengevat ga je mij nooit met rust laten en heb je altijd chantagemiddel.
P : Ja dat klopt, dat heb je heel goed kort samengevat.
Bestand AUD-20210528-WA0016.m4a:
P : Even kijken hoeveel stappen ik nog verder kan gaan.
J : Ga mij nou niet uitdagen, wat zijn dit voor bedreigingen. Ik ben niet bang voor jou he.
P : Ik wil die confrontatie wel aangaan met jou.
J : Ik ben niet bang voor jou.
P : Oké.
J : Echt niet.
P : Waarom niet?
J : Wat denk je, dat ik in mijn broek schijt voor jou? Dat je voor mij staat dat ik met knikkende knietjes sta? Nou nee hoor, je doet maar wat je wilt.
P : Oké.
Bestand AUD-20210528-WA0017.m4a:
J : Er is geen moment geweest in heel dit jaar dat ik tegen jou gelogen heb. Ik heb jou kans, op kans, op kans gegeven. Je hebt mij echt pijn gedaan. En dan vind jij het nu raar dat ik afstand van je wil en niks meer met je te maken wil hebben. Dat vind je nu raar.
P : Ja.
Bestand AUD-202120528-WA0019.m4a:
J : Ik heb al die tijd in die Kia gereden, terwijl die tracker er onder zat?
P : Ja.
J : Het is een huurauto, daar ga je toch geen tracker onder plakken?
P : Er zit al een tracker in, van mij.
(…)
P : Maar ook van mij toch, ik wist waar je was.
Bestand AUD-20210528-WA0020.m4a:
J : Hoelang heb je hier voor de deur gestaan dan?
P : Nou dat was echt toeval. Jij kwam aanrijden en ik ook. Het is echt puur toeval.
J : Ja maar, hoelang heb je daarna nog hier gestaan dan?
P : Uurtje of drie. [14]
Door [slachtoffer 1] zijn aan de politie printscreens overhandigd die over telefonische oproepen gaan. Daaruit volgt dat er op 13 mei 2021 driemaal is gebeld tussen 23.30 uur en 23.49 uur, op 14 mei 2021 driemaal tussen 00.04 uur en 09.26 uur en op 19 mei 2021 is er drieëndertig maal gebeld tussen 14.36 uur en 15.05 uur. Ook is er een aantal printscreens toegevoegd vanaf 7 april 2021 met WhatsApp-berichten die door verdachte zijn gestuurd. Er is op de printscreens te zien dat er meerdere malen spraakoproepen verstuurd zijn van de telefoons van verdachte.
De verstuurde berichten door verdachte aan [slachtoffer 1] houden samengevat in:
- Neem die kanker telefoon op.
- Neem op nu.
- Ga jou niet zomaar los laten.
- Geeft teveel om jou.
- Laat jou niet zo maar los mop.
- Ga je me echt negeren.
- En nog antwoord geven of niet.
- Ga je mij gewoon niet te woord staan.
- Ga je mij nou lopen negeren.
- Jij kan nooit iets met hem krijgen of doen. [15]
Bewijsoverwegingen
Het hof heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 1] . Zij is verschillende keren gehoord en heeft consistent en gedetailleerd verklaard. Bovendien vindt haar verklaring steun in andere bewijsmiddelen.
Ook is er voldoende bewijs dat de belaging in de tenlastegelegde periode heeft plaatsgevonden. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij de relatie eind maart 2021 heeft beëindigd en dat zij op 6 april 2021 duidelijk tegen verdachte heeft gezegd dat zij geen contact met hem wil. Verdachte trok zich hier niets van aan en bleef contact met haar zoeken. Het hof gaat daarom uit van de ten laste gelegde periode die begint op 6 april 2021.
Dat bij de door [slachtoffer 1] overgelegde audiobestanden en printscreens van WhatsApp-gesprekken niet in alle gevallen een datum vermeld staat, maakt niet dat deze niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Uit de aangifte blijkt in welke periode de gesprekken zijn gevoerd en de berichten zijn verstuurd en de inhoud van deze gesprekken en berichten ondersteunt de aangifte.
Verder blijkt uit het aantal berichten en de inhoud daarvan, het veelvuldig bellen, het komen opzoeken van [slachtoffer 1] , het dreigen met het online plaatsen van seksfilmpjes van [slachtoffer 1] en het gegeven dat verdachte tegen [slachtoffer 1] heeft gezegd dat een GPS-tracker onder haar auto is geplaatst en hij haar overal kan volgen, dat verdachte op een indringende en intensieve wijze heeft geprobeerd met [slachtoffer 1] in contact te komen, terwijl verdachte wist dat [slachtoffer 1] dit niet wilde. Verdachte heeft op die manier stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] .
Het hof acht feit 4 van parketnummer 16-288560-20 wettig en overtuigend bewezen.
Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte ook daadwerkelijk een GPS-tracker onder de auto van [slachtoffer 1] heeft geplaatst, zodat hij van dat onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.
parketnummer 16-288560-20 feit 5 (brandstichting/vernieling auto [slachtoffer 2] )

Standpunt van de verdediging over feit 5 van parketnummer 16-288560-20

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 5 primair en subsidiair tenlastegelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat:
  • niemand heeft gezien dat verdachte op 13 oktober 2020 bij de auto van [slachtoffer 2] is geweest;
  • uit het dossier blijkt dat de brandweer aan heeft gegeven dat er geen directe indicatie is dat de brand is aangestoken;
  • het enige bewijs voor dit feit de verklaring van [slachtoffer 1] is en dat te weinig is.

Oordeel van het hof over feit 5 van parketnummer 16-288560-20

Bewijsmiddelen
Het hof is van oordeel dat het onder 5 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen is. Dit is op het volgende gebaseerd.
[slachtoffer 2] heeft verklaard dat op 13 oktober 2020 bij zijn woning in [plaats 3] zijn auto in brand is gestoken. [16]
De auto van [slachtoffer 2] stond op een parkeerplaats tussen twee andere motorvoertuigen. De voorzijde van de auto, waar de brand is begonnen, stond tegen een heg geparkeerd. Achter deze heg staan woningen. De voorzijde van het motorvoertuig was volledig uitgebrand. [17]
Uit de verklaring van [slachtoffer 4] blijkt dat verdachte er rond 12 oktober 2020 achter kwam dat [slachtoffer 4] een relatie had met [slachtoffer 2] . [18]
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte boos was op [slachtoffer 2] omdat [slachtoffer 4] een relatie had met [slachtoffer 2] . Op 13 oktober 2020 vertelde hij haar dat [slachtoffer 4] een relatie had met [slachtoffer 2] . Verdachte heeft toen tegen [slachtoffer 1] gezegd dat hij van plan was om de auto van [slachtoffer 2] in de fik te steken. Hij is op 13 oktober 2020 ook daadwerkelijk naar [plaats 3] gereden en heeft de auto in de fik gestoken. [slachtoffer 1] was niet mee, maar verdachte vertelde haar dat hij dit ging doen en appte haar om 22.57 uur dat hij weer veilig thuis was. De dag erna vertelde verdachte haar dat hij de auto van [slachtoffer 2] in de fik had gestoken. Hij had een aanmaakblokje aangestoken en deze op het voorwiel aan de kant van de accu geplaatst. Het aanmaakblokje verdwijnt dan en omdat het aan de kant van de accu is begonnen denkt men niet aan brandstichting, vertelde verdachte vol trots aan [slachtoffer 1] . [19]
Bewijsoverwegingen
Anders dan de raadsvrouw is het hof van oordeel dat er wel voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de auto van [slachtoffer 2] in brand heeft gestoken. De verklaring van [slachtoffer 1] is gedetailleerd en specifiek en wordt ondersteund door de andere genoemde bewijsmiddelen.
Het feit dat de datum van de brandstichting (13 oktober 2020) gelegen is rondom de datum waarop verdachte de relatie tussen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] ontdekte (circa 12 oktober 2020), geeft ondersteuning aan het door [slachtoffer 1] genoemde motief van verdachte voor de brandstichting, namelijk dat verdachte boos was op [slachtoffer 2] vanwege die relatie.
Ook het feit dat de auto van [slachtoffer 2] aan de voorzijde in brand heeft gestaan en dat er geen directe indicatie was voor brandstichting, past bij de verklaring van [slachtoffer 1] over hoe verdachte naar eigen zeggen te werk is gegaan (aanmaakblokje bij de accu) en vol trots zei dat het op deze wijze niet op brandstichting zou lijken.
Het hof acht feit 5 primair van parketnummer 16-288560-20 wettig en overtuigend bewezen.
Parketnummer 16-288560-20 feit 6 (diefstal kentekenplaat [slachtoffer 2] )

Standpunt van de verdediging over feit 6 van parketnummer 16-288560-20

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van feit 6. Zij heeft daartoe aangevoerd dat:
  • de verklaring van aangever [slachtoffer 2] alleen vermoedens bevat en daaruit niet blijkt dat de kentekenplaat zou zijn gestolen, door wie dat zou zijn gedaan, waar dat zou zijn gedaan en door wie;
  • de geluidsfragmenten beschreven op van de pagina's 323 en 324 niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden, omdat onbekend is van wie de stem is die te horen is en onduidelijk is waar het over gaat en op welke datum dat gesprek is gevoerd;
  • het bewijs slechts bestaat uit de verklaring van [slachtoffer 1] en dat dit te weinig is.

Oordeel van het hof over feit 6 van parketnummer 16-288560-20

Bewijsmiddelen
Het hof is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen is. Dit is op het volgende gebaseerd.
[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij eigenaar is van een [auto 2] met kenteken [kenteken] en dat iemand gebruik heeft gemaakt van zijn kenteken en daarmee snelheidsovertredingen heeft gemaakt. Op 11 april 2021 vond [slachtoffer 2] in zijn brievenbus vier brieven van het Centraal Justitieel Incassobureau. Dit betroffen bekeuringen voor snelheidsovertredingen. Hij zag dat het kenteken en type auto in de brieven overeenkwamen met zijn auto. Twee snelheidsovertredingen waren gepleegd in de gemeente [plaats 6] en twee snelheidsovertredingen waren gepleegd in [plaats 7] Tijdens het plegen van de snelheidsovertredingen was [slachtoffer 2] ofwel thuis ofwel aan het werk . [20]
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte erachter kwam dat [slachtoffer 2] in [plaats 4] verbleef. Hij kwam toen op het idee om de kentekenplaat te verwisselen en heeft aan de achterzijde van de auto van [slachtoffer 2] het kenteken verwijderd. [slachtoffer 1] was erbij en zag dat verdachte dit deed. Verdachte had een kentekenplaat nagemaakt en deze op de auto van [slachtoffer 2] gedaan. Verdachte had een op de auto van [slachtoffer 2] gelijkende [auto 2] gekocht en het kenteken van de auto van [slachtoffer 2] op zijn auto geplaatst. Hierna is verdachte hard langs flitspalen gaan rijden zodat er geflitst werd. Dit was op 21 maart 2021 vroeg in de ochtend. Ook op 22 maart 2021 heeft verdachte langs een flitspaal gereden. [slachtoffer 1] zat naast verdachte in de auto. Zij waren op weg naar [plaats 4] om de kentekenplaat weer te verwisselen. [slachtoffer 1] heeft gezien dat hij dit deed. [21]
Door [slachtoffer 1] zijn geluidsfragmenten ter beschikking gesteld aan de politie, waarvan [slachtoffer 1] heeft verklaard dat dit gesprekken waren tussen haar en verdachte. J is verdachte en K is [slachtoffer 1] .
J : dus ik heb maar ff mijn huiswerk gedaan en dan snap je wel wat ik bedoel toch.
K : Uhmmmm weet ik niet precies.
J : Nee oké nou iets wat we hem, bij hem achterop zit.
K : Oh ja oké.
J : Ja en dat heb ik ff afgemaakt zeg maar. Dus ik heb m’n rondje gedaan en was om 6 uur thuis vanochtend.
J : Ja en ik denk dat ie wel voor uhh die gaat er wel op voor een kleine 2000 euro.
K : oké.
J : Dus alleen nu moet ik zorgen dat dat ding weer bij hem terug komt.
K : Ja.
J : hij rijdt nu met die andere.
(…)
J : Ja maar ja hij gaat er op hoor he. Zoohh die is echt de sjaak serieus.
(…)
J : Ja waar als je zeg maar ergens 50 mag en je rijdt daar 180. [22]
Op de foto’s van het CJIB is te zien dat de volgende overtredingen zijn gemaakt:
- Op 21 maart 2021 om 05.05.24 uur is er met een motorvoertuig, voorzien van het kenteken [kenteken] , op de [weg 1] [plaats 6] kruising [weg 2] richting [plaats 6] een snelheid geconstateerd van 147 km per uur. De toegestane snelheid is daar 80 km per uur.
- Op 21 maart 2021 om 05.20.31 uur is er met een motorvoertuig, voorzien van het kenteken [kenteken] , op de [weg 3] [plaats 7] [weg 4] een snelheid geconstateerd van 99 km per uur. De toegestane snelheid is daar 50 km per uur.
- Op 21 maart 2021 om 05.21.14 uur is er met een motorvoertuig, voorzien van het kenteken [kenteken] , op de [weg 3] [plaats 7] [weg 5] een snelheid geconstateerd van 77 km per uur. De toegestane snelheid is daar 50 km per uur.
- Op 22 maart 2021 om 20.15.20 uur is er met een motorvoertuig voorzien van het kenteken [kenteken] , op de [weg 1] [plaats 6] kruising [weg 2] richting [plaats 6] een snelheid geconstateerd van 124 km per uur. De toegestane snelheid is daar 80 km per uur. [23]
Bewijsoverwegingen
Uit de weergegeven inhoud van de genoemde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte, om [slachtoffer 2] een hak te zetten, zijn kentekenplaat heeft gestolen en daarmee (geplaatst op eenzelfde soort auto) heel hard langs flitspalen is gaan rijden om [slachtoffer 2] veel boetes te bezorgen.
Het bewijs is niet slechts, zoals de raadsvrouw heeft betoogd, gebaseerd op de verklaring van [slachtoffer 1] . Haar verklaring wordt ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 2] dat hij verkeersboetes ontving voor overtredingen die hij niet kon hebben begaan omdat hij op die momenten op een andere plaats was, en zijn auto ook. Ook de inhoud van het opgenomen gesprek past precies bij de verklaring van [slachtoffer 1] en is ook al is het gesprek niet gedateerd, het is gelet op de inhoud ondersteunend voor de aangifte. En zowel de door [slachtoffer 1] genoemde data en tijdstippen (vroeg in de ochtend) en het door verdachte in de berichten genoemde tijdstip (‘was om zes uur thuis vanochtend’) komen overeen met de foto’s van de overtredingen. Dit heeft het hof in samenhang bezien en maakt dat het hof geen twijfel heeft dat de stem die in het opgenomen gesprek te horen is die van verdachte is.
Het hof acht feit 6 van parketnummer 16-288560-20 wettig en overtuigend bewezen.
Parketnummer 16-288560-20 feit 7 (belaging [slachtoffer 2] )

Standpunt van de verdediging over feit 7 van parketnummer 16-288560-20

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van feit 7. Zij heeft daartoe aangevoerd dat:
  • er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is;
  • het proces-verbaal van bevindingen over verdachtes aanwezigheid in [stad] niet voor het bewijs kan worden gebezigd, omdat nergens uit blijkt dat sprake is van een betrouwbare herkenning en dat ook onduidelijk is op welk(e) moment(en) verdachte hier zou zijn geweest;
  • er onvoldoende bewijs is dat hij [slachtoffer 2] bij zijn woning heeft opgezocht en na diens verhuizing via de buren heeft geprobeerd toegang te verkrijgen tot het gebouw waar [slachtoffer 2] woonde;
  • niet vastgesteld kan worden wanneer de gestelde handelingen van de verdachte zouden hebben plaatsgevonden en of dit dan in de tenlastegelegde periode valt;
  • er nooit een GPS-tracker onder de auto van [slachtoffer 2] is aangetroffen;
  • er geen bewijs is dat er een GPS-tracker zou zijn aangesloten op de telefoon van [slachtoffer 1] ;
  • er slechts bewijs is dat verdachte en [slachtoffer 2] elkaar op 29 oktober 2020 ontmoet hebben en een gesprek hebben gevoerd en dat met een enkel gesprek niet kan worden gesproken van stelselmatigheid.

Oordeel van het hof over feit 7 van parketnummer 16-288560-20

Bewijsmiddelen
Het hof is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen is. Dit is op het volgende gebaseerd.
[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij een verhouding had met [slachtoffer 4] en dat verdachte daarachter kwam. Hij is op zijn werk bij [stad] in [plaats 2] meerdere malen achtervolgd door verdachte. Op 13 oktober 2020 is zijn auto door verdachte in de brand gestoken. Op 29 oktober 2020 heeft verdachte hem bij zijn werk opgewacht. [slachtoffer 2] is meteen weggereden toen hij verdachte zag. Verdachte is toen achter de auto aangerend, heeft vervolgens zijn eigen auto gepakt en heeft [slachtoffer 2] achtervolgd. In een doodlopend straatje heeft verdachte de auto van [slachtoffer 2] klemgereden met zijn eigen auto. Verdachte wilde zijn telefoonnummer hebben en [slachtoffer 2] heeft uit angst zijn telefoonnummer gegeven. Verdachte heeft hem verschillende malen appjes gestuurd. Op 9 november 2020 is [slachtoffer 2] , toen hij zijn werk verliet, achtervolgd door een [auto 3] . Hij wist meteen dat het verdachte was die hem achtervolgde. [24]
Nadat [slachtoffer 2] was klemgereden en hij met verdachte heeft gesproken, waar de politie bij was, en zijn nummer aan verdachte had gegeven, heeft [slachtoffer 2] tegen verdachte gezegd dat hij niet wilde dat verdachte nog contact met hem zoekt. Verdachte stuurde hem diezelfde dag een appje. Verdachte heeft hem ook nog gebeld. Nadat hij verdachte geblokkeerd had, heeft verdachte hem met een ander nummer geappt en zich voorgedaan als iemand anders. [25]
Als bijlage bij de aangifte zijn screenshots gevoegd van gesprekken tussen [slachtoffer 1] en het contact [verdachte] Prive, waarin onder meer staat:
  • 8 november 2020: [verdachte] Prive: vanavond is erop of er onder en anders moet ik andere maatregelen gaan nemen en dan moet het ding onder bij [stad] hoe dan ook.
  • 12 november 2020: [slachtoffer 1] : ben je bij [stad] om te kijken of hij uit zijn werk komt?
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat in de week dat [slachtoffer 4] naar haar ouders was gegaan (
het hof begrijpt: omstreeks 5 november 2020 [27] ), verdachte elke avond naar [plaats 3] ging. Zij ging met hem mee. Ze gingen dan naar het bungalowpark waar [slachtoffer 2] verbleef. Verdachte vertelde haar dat hij [slachtoffer 2] wilde pakken. Verdachte was erachter gekomen dat [slachtoffer 2] niet meer op het bungalowpark verbleef. Verdachte had haar snapchat gebruikt om met [slachtoffer 2] te praten, onder haar naam. Verdachte is er toen achter gekomen dat [slachtoffer 2] in [plaats 8] woonde. Toen hij dit wist, is hij zeker wel 25 avonden achter elkaar naar [plaats 8] gereden. [slachtoffer 1] is zeker twintig avonden mee geweest. Verdachte gebruikte elke keer een andere auto. Elke keer als zij in [plaats 8] waren, was [slachtoffer 2] er niet. Daar werd verdachte erg nijdig van. Verdachte heeft [slachtoffer 2] opgewacht bij zijn werk in [stad] . Verdachte wilde een GPS-tracker onder de auto van [slachtoffer 2] plakken. Hij wilde weten waar [slachtoffer 2] elke dag was en wat hij deed. Na 25 pogingen zag verdachte de auto van [slachtoffer 2] en heeft hij een GPS-tracker onder de auto geplakt. [slachtoffer 1] was hierbij. Verdachte had de GPS-tracker op haar telefoon gezet zodat te zien was waar de GPS-tracker zich bevond. Zij moest elk adres waar [slachtoffer 2] langs ging noteren. Verdachte zag toen dat [slachtoffer 2] vaak in [plaats 4] was. Vanaf die dag gingen de ritjes niet meer naar [plaats 8] maar naar het adres in [plaats 4] . Zij zijn daar tussen de tien en vijftien keer geweest. [28]
Door [slachtoffer 1] zijn aan de politie geluidsfragmenten ter beschikking gesteld waarop gesprekken staan tussen [slachtoffer 1] en verdachte. J is verdachte en K is [slachtoffer 1] .
Bestand [bestand] :
K : Waarom laat je hem niet gewoon dan.
J : Nee die komt nooit meer van me af, nooit meer.
(…)
K : ja maar dan hoef je diegene toch niet zijn hele leven lang uhh.
J : Jawel die komt ik weet veel niet hoelang niet meer van mij af tot dat ie dood is. Als ie in het bejaardenhuis zit prik ik nog zijn scootmobiel banden lek.
K : en wat schiet je er nou mee op.
J : Niks maar dat is gewoon de rest van zijn leven maak ik hem zuur. [29]
Verdachte heeft ter terechtzitting van de rechtbank verklaard dat hij een keer op de parkeerplaats van [stad] heeft gestaan omdat hij met [slachtoffer 2] wilde praten. [slachtoffer 2] is weggereden en verdachte is achter hem aangegaan. In een doodlopende straat is hij gestopt. [slachtoffer 2] had inmiddels de politie aan de lijn en verdachte heeft met [slachtoffer 2] gesproken met de politie erbij. Er zijn telefoonnummers uitgewisseld en daarna is er via WhatsApp-contact geweest. [30]
Bewijsoverwegingen
De verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn naar het oordeel van het hof betrouwbaar. Deze verklaringen ondersteunen elkaar. Daarbij is er ook het door [slachtoffer 1] opgenomen gesprek waarin wordt gezegd door verdachte dat hij hem nooit met rust gaat laten en hem zijn hele leven zuur gaat maken. Ook de door verdachte gestuurde berichten van 8 en 12 november 2020 bevestigen de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] dat verdachte [slachtoffer 2] heeft achtervolgd naar [stad] en hem daar op heeft gewacht. Verdachte zelf heeft hier ook over verklaard. Dit bewijs heeft het hof in samenhang bezien.
Op basis hiervan is feit 7 wettig en overtuigend bewezen.
Parketnummer 16-235782-21 (verkrachting [slachtoffer 1] )

Standpunt van de verdediging over het feit van parketnummer 16-235782-21

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van dit feit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat:
  • de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 1] onbetrouwbaar zijn en niet bruikbaar zijn voor het bewijs, omdat zij wisselend heeft verklaard;
  • er onvoldoende steunbewijs is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, omdat:
- de door [slachtoffer 1] overgelegde geluidsopname niet bewijst dat er sprake is geweest van seksuele handelingen en ook niet dat sprake is geweest van enige vorm van dwang;
- getuige [persoon 2] geen getuige is geweest van seks tussen verdachte en aangeefster, maar alleen maar heeft gezien dat aangeefster overstuur was. Dat zij overstuur was, kan een andere oorzaak hebben gehad.

Oordeel van het hof over het feit van parketnummer 16-235782-21

Bewijsmiddelen [31]
Het hof is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen is. Dit is op het volgende gebaseerd.
Op 19 mei 2021 heeft [slachtoffer 1] bij de politie een 'informatief gesprek zeden' waarin zij aangeeft verkracht te zijn door verdachte. [slachtoffer 1] verklaart dan dat zij verdachte een jaar kent en een relatie met hem heeft gehad. Op 3 mei 2021 wilde zij een stopgesprek met hem houden. Hij kwam toen bij haar thuis en hij heeft haar gedwongen tot seks. De dag erna heeft zij de politie gebeld. [32]
[slachtoffer 1] heeft op 29 juli 2021 bij de politie aangifte gedaan.
Zij verklaart dat verdachte op 3 mei 2021 bij haar thuis in [plaats 2] kwam om te praten. Zij liet hem binnen, omdat zij hem wilde vertellen dat het over was. Na het gesprek ging het al snel over intieme dingen en zei verdachte dat hij het miste om seks met haar te hebben.
Vervolgens heeft hij die avond twee keer seks met haar gehad, terwijl zij dat niet wilde. De eerste keer ging het heel hard. Toen verdachte meer seksuele dingen zei, stond hij op van de bank en kwam gelijk op haar liggen. Hij zei dat hij seks wilde. Zij zei dat ze geen zin had en het niet meer met hem wilde. Hij deed toen haar broek uit. Zij bleef herhalen dat zij het niet wilde. Verdachte wilde haar broek naar beneden trekken en zij probeerde haar broek met haar handen weer omhoog te trekken. Verdachte is een sterke, flink gespierde man. Zij heeft het niet van hem gewonnen en haar broek is uitgegaan. Hij trok haar broek en onderbroek tegelijk uit. Nadat haar broek en onderbroek uit waren, trok hij haar zo hard aan haar benen dat zij languit op de bank kwam te liggen. Daarna heeft hij zijn broek omlaag gedaan tot ongeveer zijn knieën en is op haar komen liggen. Zij lag toen op haar rug. Hij heeft toen zijn penis in haar vagina gebracht. Hij deed het best hard, in en uit haar vagina, totdat hij in haar vagina klaarkwam. Vervolgens is hij van haar afgegaan en de badkamer ingelopen. Daarna kwam hij naar haar toe en gaf haar een handdoek. Zij is rechtop gaan zitten op de bank, op de handdoek. Ze zat met opgetrokken knieën en met haar armen om haar benen heen. Hij kwam naast haar zitten en legde zijn hand op haar been. Hij vroeg of ze nog een keer wilde. Vanaf dat moment heeft zij de spraakrecorder aangezet en het geluid opgenomen. Op dat moment stond hij op en kwam voor haar staan. Hij trok aan haar benen waardoor ze wat onderuit kwam te liggen. Hij kwam met zijn volle gewicht op haar liggen, haar knieën werden in haar borst gedrukt. Toen is hij weer met zijn penis in haar vagina gegaan. Het was korter dan de eerste keer. [slachtoffer 1] kreeg haar handen weer vrij en kon verdachte van zich afduwen. Nadat zij hem weg kon duwen, stapte hij naar achteren waardoor zijn penis uit haar vagina ging. Verdachte zei toen ‘Fuck you’. Hij heeft zijn broek weer aangedaan en is weggegaan.
Toen verdachte wegging, kwam een vriend van haar, [persoon 2] , er net aan. Hij vroeg aan haar waarom verdachte bij haar was geweest. Zij heeft toen huilend aan hem verteld wat er was gebeurd. [33]
Het geluidsfragment is door [slachtoffer 1] aan de politie overhandigd en beluisterd.
M is man en V is vrouw.
M: Mag ik je nog een keer .
V: Hm?
M: Mag ik je nog een keer?
V: Nee.
M: Waarom niet?
M: Je komt nu echt op je buik.
V: Nee.
(…)
V: Neehee.
M: Ik doe het zachtjes.
V: Nee.
M: Waarom niet?
V: Gewoon niet.
Ik hoor beweging en geschuif.
V: Hou op.
M: Eén keer.
V: Nee.
M: Waarom niet.
V: Omdat ik niet wil.
M: Maar net wou je ook niet.
V: Hardere stem: nee, net wou ik ook niet nee. Dat heb je wel heel goed.
V: Stoppen.
Man kreunt.
V: Ik ben bloedserieus he.
M: Ik ook.
V: Nee, hou op.
Ik hoor beweging dicht bij de telefoon.
V: Hou op.
V: Ik ben echt serieus he (klinkt wat lacherig).
V: Ik wil niet.
M: Eén keertje, heel zachtjes.
V: Nee.
Ik hoor beweging
Ik hoor de man hijgen.
M: Kom op.
V: Stop nou.
Ik hoor de man hijgen/diep ademhalen.
V: Het gaat niet gebeuren
Ik hoor de man kreunen.
V: Kom op
Ik hoor de man hard kreunen.
M: Fuck you. [34]
Door [persoon 2] is verklaard dat hij in de nacht van 2 op 3 mei 2021 bij [slachtoffer 1] had geslapen en daarna met vrienden naar [plaats 9] was gegaan. Na terugkomst wilde hij zijn spullen ophalen bij [slachtoffer 1] . Toen hij aan kwam rijden, zag hij verdachte en [slachtoffer 1] voor de deur staan. Nadat verdachte was vertrokken, liep hij naar [slachtoffer 1] toe en vroeg wat verdachte kwam doen. [persoon 2] zag aan haar dat er iets niet helemaal goed was. Hij vroeg wat er was gebeurd, en toen barstte zij in tranen uit en viel in zijn armen. Toen ze eenmaal tot rust was gekomen, vertelde ze dat verdachte haar had verkracht. [35]
Bewijsoverwegingen
Het hof constateert dat aangeefster [slachtoffer 1] consistent en gedetailleerd heeft verklaard. Het hof heeft geen redenen te twijfelen aan deze verklaring en acht die betrouwbaar. Zij heeft ook meteen nadat verdachte haar huis had verlaten tegen [persoon 2] gezegd dat verdachte haar had verkracht. [persoon 2] bevestigt dit en verklaart dat [slachtoffer 1] daarbij in huilen uitbarstte. Ook is er een geluidsopname van de tweede keer dat verdachte haar verkrachtte. Daarop is te horen dat [slachtoffer 1] herhaaldelijk zegt dat ze niet wil en dat verdachte moet stoppen. Verdachte reageert daarop met 'maar net wou je ook niet'. Te horen is dat verdachte niet stopt maar doorgaat. Dit ondersteunt de verklaring van [slachtoffer 1] dat zij tweemaal is verkracht.
Het hof is van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 1] betrouwbaar zijn en voldoende worden ondersteund door de verklaring van [persoon 2] en de geluidsopname. Dit in samenhang bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 3 mei 2021 [slachtoffer 1] meermalen heeft verkracht.
Parketnummer 16-275659-21 feiten 1, 2 en 3 (voorhanden hebben wapens en munitie)
Standpunt van de verdediging over de feiten 1, 2 en 3 van parketnummer 16-275659-21
Door de verdediging is geen verweer gevoerd tegen de bewezenverklaring van deze feiten.

Oordeel van het hof over de feiten 1, 2 en 3 van parketnummer 16-275659-21

Bewijsmiddelen [36]
Het hof is van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend bewezen zijn.
Verdachte heeft deze feiten bekend en namens hem is geen vrijspraak bepleit. Het hof volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de bewijsmiddelen:
  • de bekennende verklaring van verdachte afgelegd op de zitting bij de rechtbank op 13 september 2022, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:
  • een proces-verbaal van voor-categorisering;
- een proces-verbaal van bevindingen (nader onderzoek wapens); [38]
- een proces-verbaal van forensisch onderzoek woning ( [adres] , [plaats 2] ). [39]
De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen zijn steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.
Parketnummer 16-265134-22 feit 1 (verkrachting [slachtoffer 3] )

Standpunt van de verdediging over feit 1 van parketnummer 16-265134-22

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van dit feit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat:
  • verdachte heeft ontkend dat hij op 23 september 2021 seks heeft gehad met [slachtoffer 3] ;
  • de verklaring van [slachtoffer 3] niet betrouwbaar is;
  • er onvoldoende steunbewijs is voor de verklaring van [slachtoffer 3] .

Oordeel van het hof over feit 1 van parketnummer 16-265134-22

Bewijsmiddelen [40]
Het hof is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen is. Dit is op het volgende gebaseerd.
Op 15 oktober 2021 wordt [persoon 3] . ( [persoon 3] ) [slachtoffer 3] gehoord door de politie (informatief gesprek zeden), omdat zij zich bij de politie heeft gemeld met de mededeling dat zij is verkracht door verdachte. Zij vertelt dat verdachte al tien jaar haar ex-man is. Op 23 september 2021 stond verdachte haar op te wachten bij haar woning in [plaats 2] en wilde met haar naar binnen. Hij stond erop om naar zijn spullen te kijken die in haar slaapkamer stonden. Eenmaal daar trok hij haar broek naar beneden, terwijl zij 'nee' schreeuwde. Zij kon niet tegen hem op en heeft het laten gebeuren verder. Hij ging met zijn penis in haar vagina.
Toen hij weg was heeft zij een goede vriendin gebeld. [41]
Op 11 november 2021 volgt de aangifte van [slachtoffer 3] tegen verdachte voor verkrachting. Zij herhaalt wat zij op 15 oktober 2021 al bij de politie heeft verklaard, maar verklaart nu iets uitgebreider, namelijk (zakelijk weergegeven en voor zover relevant) het volgende:
(V is vraag van de verbalisant en A is het antwoord van [slachtoffer 3] )
V: Waarvan doe je aangifte?
A: Verkrachting.
V: Wanneer is het gebeurd?
A: In de ochtend van 23 september 2021.
V: Waar is het gebeurd?
A: In mijn woning in [plaats 2] . In mijn slaapkamer.
V: Wat is de reden dat je aangifte wil doen?
A: Omdat hij tegen mijn wil seks met mij heeft gehad en dondersgoed wist dat ik dat niet wilde.
V: Tegen wie doe je aangifte?
A: [verdachte] (geboortedatum: [geboortedatum] ).
V: Wat is er gebeurd?
A: Op het moment dat ik de voortuin inliep, zag ik hem aankomen lopen. Ik deed de voordeur open en hij ging gewoon met mij naar binnen. Het was toen 08:45 uur. We liepen naar boven naar de slaapkamer. Ik was van binnen helemaal in paniek omdat niemand wist dat hij er was. Ik wist waar dit naartoe zou gaan. We liepen de slaapkamer binnen. Ik durfde niet weg te rennen. Hij stapte op een gegeven moment naar voren en begon aan mij te zitten. Ik duwde hem weg en zei dat ik dit niet wilde. Vervolgens schoof hij mijn broek naar beneden. Ik bleef herhalen dat ik dit niet wilde. Ik trok mijn broek weer omhoog. Hij zei toen: "alsjeblieft [persoon 3] ". Hij pakte mij vast en ging aan mij zitten. Hij pakte mij vast, draaide mij om en legde mij op bed. Ik was toen lichamelijk niet in staat om het tegen te werken. Op dat moment heb ik het allemaal lichamelijk toegestaan. Hij trok mijn broek uit. Ik was nu niet meer in de positie om weg te rennen. En dan gebeurt er iets in mezelf dat ik het uitschakel. Dan kan het maar beter zo snel mogelijk klaar zijn. Ik heb de Blijfgroep laten weten dat ik toch die AWARE knop wil.
V: Waar zit hij aan bij jou op het moment dat jullie in de slaapkamer staan.
A: Betasten over mijn kleding heen. Mijn borsten en mijn geslachtsdeel. Mijn hele lichaam.
V: Hij draait jou om en hoe lig jij dan op bed?
A: Op mijn rug.
V: Hoe ging dat met jouw kleding?
A: Nadat ik door hem op het bed was neergelegd had hij mijn broek uitgedaan. Ik lag op mijn rug op bed en toen deed hij mijn broek uit.
V: En wat deed hij toen?
A: Hij doet zijn broek eerst naar beneden, komt boven op mij liggen en dringt direct mijn geslachtsdeel binnen. Dit doet hij met zijn penis.
V: Zeg jij iets tegen hem op dat moment?
A: Ja. Waarom doe je dit.
V: Hoe is de toestand van zijn penis op dat moment.
A: Stijf. [42]
[persoon 4] wordt op 4 december 2021 door de politie gehoord als getuige. Zij verklaart dat [slachtoffer 3] een collega van haar is en dat zij elkaar al kennen vanaf begin 2019. Op 23 september 2021 belde [slachtoffer 3] haar om 10:53 uur op. [slachtoffer 3] was overstuur en huilde en vertelde dat ze was verkracht door haar ex-vriend, de vader van haar kinderen. [slachtoffer 3] vertelde haar wel de details, maar ze ( [persoon 4] ) heeft het niet goed onthouden, omdat ze gewoon niet kon geloven dat iemand zo met je om kan gaan. [43]
[persoon 5] , de overbuurvrouw van [slachtoffer 3] , heeft op 23 augustus 2022 verklaard dat ergens in september 2021 - de exacte datum weet zij niet meer- [slachtoffer 3] 's ochtends naar haar toe kwam. [slachtoffer 3] vertelde haar dat ze tegen haar wil seks met verdachte had gehad. Zij heeft de camerabeelden van haar camera van die ochtend opgezocht en samen met [slachtoffer 3] bekeken. Te zien was dat er een busje door de straat reed, dat dit busje in een zijstraat werd geparkeerd, dat [slachtoffer 3] vervolgens thuis kwam, dat verdachte uit het geparkeerde busje stapte en rechtstreeks naar [slachtoffer 3] liep en dat verdachte achter [slachtoffer 3] aan de woning in liep. [44]
Bij de raadsheer-commissaris heeft getuige [persoon 5] verklaard dat zij zich kan herinneren dat [slachtoffer 3] toen erg overstuur was en had gehuild en vertelde dat verdachte haar verkracht had. [45]
Verdachte heeft ter zitting van de rechtbank op 6 oktober 2023 verklaard dat hij in de ochtend van 23 september 2021 in de woning van [slachtoffer 3] in [plaats 2] is geweest. [46]
Bewijsoverwegingen
Het hof stelt vast dat [slachtoffer 3] gedetailleerd en consistent heeft verklaard over de verkrachting. Ze heeft haar verhaal hierover twee keer gedaan bij de politie en heeft steeds hetzelfde gezegd. De tweede verklaring is uitgebreider dan de eerste, maar dat is logisch omdat de eerste verklaring een informatief gesprek betreft en de tweede de daadwerkelijke aangifte. Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan haar verklaringen en acht deze betrouwbaar.
De verklaring van getuige [persoon 4] dat [slachtoffer 3] helemaal overstuur was toen [slachtoffer 3] haar belde in de’ ochtend van 23 september 2021 met de mededeling dat verdachte haar had verkracht, geeft steun aan de verklaringen van [slachtoffer 3] . Ook de verklaring van overbuurvrouw [persoon 5] dat [slachtoffer 3] erg overstuur bij haar aan de deur kwam, huilde en vertelde dat zij was verkracht door verdachte, ondersteunt de aangifte van [slachtoffer 3] .
Het hof concludeert dat er voldoende steunbewijs is voor de verklaringen van [slachtoffer 3] . Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer 3] door verdachte is verkracht op 23 september 2021.
Parketnummer 16-265134-22 feit 2 (belaging [slachtoffer 3] )

Standpunt van de verdediging over feit 2 van parketnummer 16-265134-22

De raadsvrouw heeft betoogd dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. In de ten laste gelegde periode van 13 oktober 2021 tot en met 11 juni 2022 heeft het contact met [slachtoffer 3] vrijwel uitsluitend telefonisch plaatsgevonden vanuit de Penitentiaire Inrichting (hierna: P.I.). Het opvragen van deze opgeslagen telefoongesprekken was onrechtmatig, nu de vordering ex artikel 126nd Sv die zich bij de stukken bevindt een ander parketnummer heeft dan de onderhavige zaak. Daarbij zag deze vordering op een langere periode dan is genoemd in het proces-verbaal van verdenking dat aan de vordering ten grondslag ligt.
Artikel 126nd Sv is een belangrijk voorschrift dat dient ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en is hier in aanzienlijke mate geschonden. Het gevolg van dit vormverzuim moet bewijsuitsluiting zijn. Omdat er dan geen of onvoldoende belastend materiaal overblijft, moet verdachte worden vrijgesproken van feit 2.
Als het hof het verweer strekkende tot algehele bewijsuitsluiting niet volgt, dan moet verdachte partieel worden vrijgesproken van de periode 13 tot en met 17 oktober 2021 en 30 november 2021 tot en met 11 juni 2022 omdat de vordering is afgegeven voor de periode 18 oktober 2021 tot en met 29 november 2021. Dit betekent dat de gesprekken die buiten de in de vordering genoemde periode liggen, onrechtmatig zijn verkregen en niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt.
Tot slot verzoekt de raadsvrouw het hof om verdachte partieel vrij te spreken van het vele malen thuis opzoeken van [slachtoffer 3] en het (laten) plaatsen van een GPS-tracker onder de auto van [slachtoffer 3] , omdat het procesdossier hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat.

Oordeel van het hof over feit 2 van parketnummer 16-265134-22

Bespreking verweer vormverzuim
In de stukken bevindt zich een proces-verbaal aanvraag vordering verstrekking historische gegevens van 29 november 2021, opgemaakt door [verbalisant 4] . Dit proces-verbaal heeft het kenmerk [politiekenmerk] en ziet op de telefoongesprekken vanuit de P.I. (zgn. teliogesprekken) over de periode 18 oktober 2021 tot en met 29 november 2021.
In samenhang daarmee is er het proces-verbaal van verdenking tegen verdachte van 29 november 2021, met hetzelfde kenmerk ( [politiekenmerk] ), betreffende aangeefster [slachtoffer 3] , ondertekend door [verbalisant 4] .
Vervolgens zit bij de stukken de vordering ex artikel 126nd Sv van de officier van justitie van 1 december 2021, met parketnummer 16.322115.21, met als politiekenmerk [politiekenmerk] , betreffende de periode conform de aanvraag (18 oktober 2021 tot en met 29 november 2021) van de teliogesprekken van TULP-nummer [tulpnummer] , van de [P.I. 2] .
Het genoemde parketnummer 16.322115.21 betreft (zoals uitgelegd door de advocaat-generaal ter zitting van het hof) een tijdelijk registratienummer van de BOB-administratie dat correspondeert met het parketnummer van de strafzaak met parketnummer 16-265134-22.
Wat betreft de data van de verstrekte opnames van de telefoongesprekken die verdachte vanuit de P.I. heeft gevoerd, stelt het hof vast dat deze binnen de periode 18 oktober 2021 tot en met 29 november 2021 vallen. Dit is de periode waarvoor de vordering ex artikel 126nd Sv is afgegeven.
Het hof stelt vast dat de vordering ex artikel 126nd Sv aan alle formele vereisten voldoet. Er is geen sprake van een vormverzuim. Het verweer van de raadsvrouw hierover wordt verworpen.
Bewijsmiddelen
Het hof is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen is. Dit is op het volgende gebaseerd.
Op 11 oktober 2021 doet [slachtoffer 3] aangifte van belaging tegen verdachte. Het proces-verbaal van deze aangifte houdt, onder meer, het volgende in:
Plaats delict: [plaats 2]
Hierbij wil ik graag aangifte doen van stalking tegen [verdachte] .
Opmerking verbalisant: tijdens de aangifte wordt aangeefster meerdere keren gebeld door [verdachte] . Aangeefster neemt niet op. Na enkele keren gebeld te zijn door [verdachte] , wordt aangeefster gebeld door haar zoon welke aangeeft dat zij [verdachte] moet opnemen. Aangeefster neemt op nadat [verdachte] al vijf á zes keer had gebeld. Ik, verbalisant, hoor [verdachte] zeggen: "jij en ik zitten in grote problemen. De belastingdienst gaat beslagleggen op het huis". Aangeefster blijft stil en zegt: "ok dan is dat zo, maar je moet mij met rust laten, het is klaar zo". Na 1 minuut belt [verdachte] weer. Ik, verbalisant, hoor [verdachte] zeggen: "Wie denkt je wel niet dat je bent dat je kan zeggen dat ik moet stoppen, hoe denk jij zo tegen mij te kunnen praten. Ik heb niks meer en jij zo meteen ook niet meer". Het is hoorbaar dat [verdachte] geagiteerd is en dat aangeefster hier emotioneel van wordt.
Tien jaar geleden is de stalking begonnen. Als ik niet liet weten waar ik was, dan accepteerde hij dat niet. Op het moment dat [verdachte] mij een WhatsAppberichtje stuurde, wilde hij dat ik gelijk reageerde. Als ik dit niet deed, bleef hij berichten sturen of bellen tot ik eindelijk wat van mij liet horen. Ik heb altijd gereageerd uit angst voor hem. Sinds de breuk ben ik altijd bang voor [verdachte] geweest. Ik ben bang voor [verdachte] en ik ben bang dat hij mij of mijn kinderen wat aan gaat doen. Als ik niet reageer dan benadert hij mijn kinderen en probeert hij mijn kinderen mijn locatie te laten vertellen. Ik heb ook het gevoel dat [verdachte] een baken onder mijn auto heeft geplaatst. Dit denk ik omdat [verdachte] van de week bezig was met een tracker te installeren op zijn telefoon. Mijn zoon heeft dit gezien. Ik merk dat [verdachte] nu steeds meer contact gaat zoeken met de kinderen. Ik denk dat hij dit doet om bij mij te komen en mij te raken. Ik reageer namelijk niet meer en daarom gaat hij de kinderen benaderen. [47]
Door [verbalisant 4] is onderzoek gedaan naar de door verdachte gestuurde Whats-App-berichten aan [slachtoffer 3] . In het door haar hierover opgemaakte proces-verbaal staat onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende beschreven:
Van 25 september 2021 16:01 uur tot 26 september 2021 01:39 uur heeft verdachte 109 berichten aan [slachtoffer 3] gestuurd. In deze berichten zegt verdachte dat hij met haar wil praten, dat hij echt door gaat met dit, dat hij veel van haar houdt, dat hij niet begrijpt waarom ze zo doet en waarom ze hem negeert. In de 26 berichten die [slachtoffer 3] terugstuurt aan verdachte geeft zij aan dat zij niet met verdachte wil praten, dat ze niet snapt dat hij gaat dreigen, dat het haar kapot maakt, dat ze aangeeft dat ze dit niet wil en dat ze met rust gelaten wil worden.
Op 26 september 2021 om 07:43 uur stuurt verdachte een bericht aan [slachtoffer 3] . Zij reageert hierop met het bericht dat hij nu ook hun zoon [persoon 6] erbij betrekt en dat het echt moet stoppen. Verdachte heeft op 26 september 2021 veertien berichten gestuurd naar [slachtoffer 3] .
Op 27 september 2021 stuurt verdachte 30 berichten naar [slachtoffer 3] . Verdachte stuurt onder andere "Negeer mij nu gewoon, Ik hou van jou, Praat van de week met mij, vind zo erg nu, ben er doodziek van, hé, hallo, kan je gewoon antwoord geven, ik snap dat je boos bent". [slachtoffer 3] heeft drie keer een bericht teruggestuurd: "Ik ben op, echt helemaal op, Ik wil met rust gelaten worden, ik ga hieraan onderdoor".
Op 28 en 29 september 2021 heeft verdachte negen berichten gestuurd waarin hij vraagt hoe het met haar gaat en wanneer ze met hem wil praten. Dat hij haar mist, snapt dat ze boos is, maar dat hij zoveel van haar houdt.
Op 30 september 2021 stuurt verdachte zestien berichten naar [slachtoffer 3] .
Op 1 oktober 2021 stuurt verdachte veertien berichten naar [slachtoffer 3] . Hij vraagt hoe het met haar gaat, of ze geslapen heeft, waarom ze zo kortaf doet, dat hij zich zorgen maakt, of zij hem haat en dat hij haar mist. Zij stuurt vier berichten terug inhoudende dat ze rust wil, dat het niet goed met haar gaat en dat alle ellende haar te veel geworden is.
Op 2 oktober 2021 stuurt verdachte negen berichten naar haar. Hij geeft aan dat hij geld voor haar heeft, dat hij roti wil maken, hij vraagt of zij misschien iemand anders heeft, hij vraagt wat er met haar aan de hand is en zegt dat hij de hele dag aan haar denkt. Zij stuurt drie berichten terug. Dat ze geen roti wil, dat ze met rust gelaten wil worden en niemand anders heeft.
Op 3 oktober 2021 heeft verdachte tien berichten gestuurd. Hij vraagt wat zij aan het doen is, hij zegt dat hij een bakkie koffie wil komen drinken, dat hij haar zo erg mist, dat hij het raar vindt hoe ze doet, dat hij er kapot aan gaat, omdat hij haar zo mist. [slachtoffer 3] heeft drie berichten terug gestuurd inhoudende dat ze liever niet heeft dat verdachte koffie komt drinken, dat er haar heel veel verdriet is aangedaan en dat het haar heeft gebroken.
Op 5 oktober 2021 stuurt verdachte haar vijftien berichten. Hij zegt dat zij hem nooit moet vergeten, dat hij echt heel veel van haar houdt, dat hij niet snapt waarom zij liegt en dat het hem pijn doet, hij vraagt of hij vanavond een bakkie mag komen doen, hij zegt dat hij haar vreselijk mist maar snapt dat zij boos is en dat hij niet wil dat zij bang voor hem is.
Op 6 oktober 2021 stuurt verdachte haar dertien berichten inhoudende dat hij haar zo vreselijk mist, dat hij de hele dag aan haar denkt, hij vraagt wat ze aan het doen is, wenst haar welterusten en vraagt hoe het met haar gaat.
Op 7 oktober 2021 stuurt verdachte haar zeventien berichten inhoudende dat hij het fijn vond om met haar te praten en dat hij voor altijd van haar blijft houden, dat hij ziet dat zij helemaal opgemaakt is en dat hij niet dom is, hij vraagt of zij hem helemaal niet mist. Zij stuurt hem vijf berichten terug inhoudende dat ze aan het knippen was, dat hij er echt mee moet stoppen en dat ze wil dat hij stopt met berichten te sturen.
Op 8 oktober 2021 stuurt verdachte dertien berichten naar [slachtoffer 3] . De eerste is om 05.13 uur met de tekst "Ben echt niet gek [persoon 3] dat weet jij". Verder vraagt hij of ze tijd heeft voor een bakkie. [slachtoffer 3] antwoordt dat ze geen bakkie wil doen en wil dat verdachte stopt.
Op 9 oktober 2021 stuurt verdachte vier berichten met de vraag of zij eerlijk tegen hem zou willen zijn. [slachtoffer 3] antwoordt met "stop hiermee".
Op 10 oktober 2021 stuurt verdachte zes berichten naar haar. Hij vraagt of zij hiermee door gaat, of hij met haar kan praten, dat het moet om dingen te regelen en of zij morgen tijd heeft.
Op 11 oktober 2021 stuurt verdachte twintig berichten naar haar. Hij geeft aan dat zij nu alles kapot maakt tussen hem en de kinderen en dat hij dat haar nooit zal vergeven, dat hij niet weet wie er op haar aan het inpraten is en naar wie zij luistert, maar dat het niet goed is.
Op 12 oktober 2021 stuurt verdachte twaalf berichten naar haar met de vraag of zij alstublieft met hem wil praten, omdat hij er niet van kan slapen, dat het ook niet goed voor de kinderen is, waarom ze hem nu kinderachtig gaat negeren, dat hij geen vijanden wil zijn vanwege de kinderen en vraagt waarom ze zo doet. [48]
[verbalisant 4] heeft op 9 juli 2022 een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt over de door verdachte gedane telefonische oproepen vanuit de [P.I. 2] aan [slachtoffer 3] en hun zoons. Zij relateert onder meer het volgende:
[slachtoffer 3] verklaarde dat zij en haar zoons dagelijks vanuit de penitentiaire inrichting gebeld worden door [verdachte] . Het onderzoeksteam heeft hierop de telefoongesprekken van 19 oktober 2021 tot 27 november 2021, die door [verdachte] gevoerd zijn uit de penitentiaire inrichting, opgevraagd en beluisterd.
Het telefoonnummer [telefoonnummer] behoort bij [persoon 6] [verdachte] , zoon van [verdachte] en [slachtoffer 3] .
20 oktober 2021 gesprek met [persoon 6] (D voor [persoon 6] en P voor [verdachte] )D - Mam weet dat er een tracker onder haar auto zat
P - Hoe weet ze dat dan?
D - Ze heeft het gezien, Ik zei het je toch al. Ze vertrouwde het niet. De auto stond geparkeerd bij [persoon 7] zijn slaapkamerraam. En toen ging ze kijken wat ik daar ging doen.
P - Je moet dat ding gewoon wegwerken. Neem het mee naar de loods.
D - Er is nog een probleem. Ze vertrouwt mij en zegt dingen tegen mij zoals "ga in je telefoon kijken of die app erop staat".
P - Haal die SD-kaart eruit en zorg dat het apparaat uit staat.
P - Wat zei mama dan?
D - Mam zei, je hebt een tracker onder mijn auto vandaan gehaald. Toen zei ik eerst nog nee, heb ik niet. Toen zei ze, ik heb het gezien. Toen zei ik nog een keer nee. Toen zei mam, lieg niet. Toen heb ik gezegd dat jij niet nog extra langer moest gaan zitten, dus dat ik jou help.
P - Wat wil ze nou?
D - Ik zei ook al, waarom moet hij nog langer zitten.
D - Ze is boos dat ik lieg. Ik dacht ik blijf liegen, maar ze had het gezien. Maar ze gaat mij niet verraden bij de politie.
P - Nou, ze kunnen die Fiat door de scan doen, maar ze gaan niks vinden. Ik heb mama een brief gestuurd. Probeer erachter te komen of ze die gehad heeft.
P - Zorg dat ze het ding niet bij jou vinden. Niet weggooien, want dat ding is duur en ik heb hem nodig. Trek die sim eruit, want dan kunnen ze niks meer.
Het telefoonnummer 06-11466289 behoort bij [persoon 7] [verdachte] , zoon van [verdachte] en [slachtoffer 3] .
20 oktober 2021 gesprek tussen [persoon 7] en [verdachte] (J voor [persoon 7] en P voor [verdachte] )P - Weet jij of mama die brief ontvangen heeft die ik gestuurd heb. Is ze thuis? Vraag het aan je moeder.
J - Ja, ik vraag het zo.
P - Vraag het je moeder of ze een brief heeft ontvangen. Ik bel je vanmiddag hier over terug.
21 oktober 2021 gesprek tussen [persoon 7] en [verdachte] (J voor [persoon 7] en P voor [verdachte] )P - Ben je thuis? Is mama thuis?
J - Ja.
P - Wil je haar aan de telefoon geven aub.
M - Is [slachtoffer 3] .
M - Ja.
P - [persoon 3] wil je hier mee ophouden. Waarom doe je mij dit aan? Heb je mijn brief?
M - Nee, die heb ik niet.
P - Wil je hier mee ophouden. Je maakt me kapot, waarom heb je dit gedaan?
M - Ik heb jou toch duidelijk gemaakt. Laat mij los.
31 oktober 2021 gesprek tussen [persoon 7] en [verdachte] (J voor [persoon 7] en P voor [verdachte] )P - Is ze thuis?
J - Ja.
P - Wil je haar geven.
J - Mam wil je niet spreken.
P - Kan je aan haar vragen waarom ze dit gedaan heeft. [persoon 7] , vraag even of ze 1 minuut naar mij wil luisteren. Dan hoeft ze niks te zeggen. [persoon 7] vraag even of ze naar mij wil luisteren, ze hoeft niks te zeggen. Ik wil alleen weten waarom ze het gedaan heeft.
--- [persoon 3] ---
M - [verdachte] ik wil je niet spreken.
P - Wil je even 1 tel naar mij luisteren. Je hoeft mij nooit meer te spreken. Ik wil alleen dingen goed regelen. Waarom heb je dit gedaan [persoon 3] , waarom doe je mij dit aan?
M - [verdachte] hou op, ik zeg dat ik je niet wil spreken.
P - Je hoort toch wat ik zeg.
M - Je hoort toch ook wat ik zeg. Je stelt mij een vraag waar ik geen antwoord op wil geven.
P - Ik heb jou toch niet lastiggevallen, ik heb toch niet voor je deur gestaan.
M - [verdachte] Klaar.
31 oktober 2021 gesprek met [slachtoffer 4] (D voor [slachtoffer 4] , P voor [verdachte] )[verdachte] belt het telefoonnummer van [persoon 3] , maar krijgt de voicemail
P - Ik belde [persoon 3] , ik wilde helemaal gaan flippen. Ik zweer het je. [49]
Op 12 oktober 2021 heeft [slachtoffer 3] een geluidsfragment aangeleverd bij de politie waarin zij contact heeft met verdachte. [verbalisant 5] heeft het geluidsfragment beluisterd en relateert hierover het volgende:
Ik hoor op het geluidsfragment een mannen- en een vrouwenstem. Ik zal de mannenstem aangeven met de P van [verdachte] en de vrouwenstem met de M van [persoon 3] .
Geluidsfragment 11 oktober 2021P: Al lig je elke avond bij iemand in bed, maar niet ...bang voor mij hoeft te zijn. Dat slaat helemaal nergens op [persoon 3] , echt niet. Waar ben je nou mee bezig [persoon 3] , wie, wie zit er nou zo op jou in te praten.
M: Niemand praat, [verdachte] stoppen nu.
P: ja, (onverstaanbaar) stoppen nu, ik zeg gewoon wat tegen jou. Echt hoor, als ik erachter kom dat mensen jou opstoken, die hebben echt een probleem met mij he.
M: Niemand stookt mij op.
P: Nee, nou doe dan even als een normale volwassen vrouw, ik weet niet waar je mee bezig
M: als een volwassen, [verdachte] jij valt mij lastig, stop daarmee.
P: Ik val jou helemaal niet lastig mongool, met wat?
P: Met wat val ik jou lastig [persoon 3] ?
M: [verdachte] , klaar nu
P: Waar ben jij mee bezig
M: Ik ben met helemaal niets bezig
P: Oké, maar als jij mij en mijn kinderen dus zo wil verzieken, en (onverstaanbaar), wil jij dit echt aangaan met mij [persoon 3] ?
M: (zucht), [verdachte] echt?
P: En ik bel jou en dan neem je gewoon niet op he, gewoon schijt hebben, gewoon denken laat die mongool maar bellen, maar ja, maakt niet uit, doei [persoon 3] . [50]
In oktober 2021 heeft verdachte vanuit de P.I. een brief naar [slachtoffer 3] gestuurd. [51]
Op 11 juni 2022 meldt [slachtoffer 3] aan de politie dat zij nog een brief van verdachte heeft ontvangen, terwijl verdachte een contactverbod heeft ten aanzien van [slachtoffer 3] . In die brief schrijft verdachte dat hij weet dat hij geen contact met haar mag hebben. [52]
Verdachte heeft ter zitting van de rechtbank op 6 oktober 2023 verklaard dat hij in de ten laste gelegde periode veelvuldig contact heeft gehad met [slachtoffer 3] door middel van het versturen van berichten en dat hij ook na het opgelegde contactverbod op 16 december 2021 regelmatig telefonisch contact heeft gehad met [slachtoffer 3] en haar een brief gestuurd heeft vanuit de penitentiaire inrichting. [53]
Bewijsoverwegingen
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte veel berichten aan [slachtoffer 3] heeft gestuurd en haar vaak heeft gebeld. Hij heeft op intensieve en obsessieve wijze geprobeerd met [slachtoffer 3] in contact te komen en te blijven, ondanks dat zij herhaaldelijk aan verdachte te kennen heeft gegeven van zijn toenaderingen niet gediend te zijn. Daarnaast heeft verdachte, terwijl hij zich in voorlopige hechtenis bevond, meerdere keren vanuit de P.I. gebeld naar de kinderen van [slachtoffer 3] , waarbij verdachte de kinderen vroeg of hij haar kon spreken. Dat verdachte heel erg ver ging in zijn gedragingen blijkt onder meer uit het feit dat hij een GPS-tracker onder de auto van [slachtoffer 3] heeft geplaatst of laten plaatsen. Het hof heeft geen reden om op dit punt aan de inhoud van de aangifte van [slachtoffer 3] te twijfelen nu dit wordt ondersteund door een uitgewerkt telefoongesprek waarin verdachte met zijn zoon spreekt over een tracker onder haar auto.
Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder die hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van [slachtoffer 3] - naar objectieve maatstaven bezien - zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest.
De omstandigheid dat [slachtoffer 3] op bepaalde momenten berichten terugstuurt naar verdachte doet aan de wederrechtelijkheid van de gedragingen van verdachte niet af. [slachtoffer 3] heeft immers verklaard dat zij uit angst op zijn berichten heeft gereageerd omdat zij bang was dat hij hun kinderen zou benaderen als zij niet reageerde. Dat deze angst reëel was, is duidelijk geworden toen zij tijdens het doen van aangifte van belaging meerdere keren werd gebeld door verdachte. Toen [slachtoffer 3] haar telefoon niet opnam, werd zij door haar zoon gebeld met de mededeling dat ze haar telefoon moest opnemen. Daarbij stelt het hof vast dat de inhoud van de berichten van [slachtoffer 3] vrijwel steeds afhoudend was en zij steeds aan verdachte vroeg te stoppen en haar met rust te laten.
Hoewel de intensiteit van de gedragingen van verdachte jegens [slachtoffer 3] in de laatste (ten laste gelegde) periode minder is geworden, is het hof van oordeel dat verdachte ook in die periode wederechtelijke stelselmatige inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 3] . Verdachte bleef, ondanks dat er een contactverbod van kracht was, regelmatig contact zoeken met haar. Zo heeft hij verklaard dat hij nog regelmatig met haar heeft gebeld vanuit de P.I., en heeft hij haar een brief gestuurd.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode [slachtoffer 3] vele malen thuis heeft opgezocht (tweede gedachtestreepje). Evenmin is belaging bewezen voor de periode voorafgaand aan 25 september 2021. Verdachte zal van deze onderdelen partieel worden vrijgesproken.
Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 25 september 2021 tot en met 11 juni 2022 [slachtoffer 3] heeft belaagd teneinde haar te dwingen tot het dulden van contact met hem.
Parketnummer 16-265134-22 feit 3 (heimelijk filmen [slachtoffer 3] )

Standpunt van de verdediging over feit 3 van parketnummer 16-265134-22

Door de raadsvrouw is vrijspraak bepleit van dit feit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat [slachtoffer 3] op de hoogte was van het feit dat er camera's hingen en dat er werd gefilmd. De enkele verklaring van [slachtoffer 3] dat zij niet op de hoogte was van het filmen is niet voldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

Oordeel van het hof over feit 3 van parketnummer 16-265134-22

Bewijsmiddelen
Het hof is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen is. Dit is op het volgende gebaseerd.
Op 11 november 2021 heeft [slachtoffer 3] aangifte van verkrachting gedaan tegen verdachte. Aan het eind van haar verklaring over de verkrachting zegt zij het volgende over verdachte:
[verdachte] heeft zonder toestemming van mij seks wat in de loods plaatsvond gefilmd. Hij heeft hiervan 2 jaar geleden een filmpje laten zien op zijn telefoon aan mij. Ik was enorm boos en verdrietig en wilde dat hij het zou verwijderen. Hij wilde dat niet want hij wilde daar nogmaals van genieten. [54]
Door de verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 6] is gerelateerd dat er tijdens een doorzoeking in de loods van verdachte in [plaats 2] aan de [straat 1] usb-sticks zijn aangetroffen met daarop video's waarop te zien is dat verdachte in de betreffende loods seks heeft met [slachtoffer 3] . De video's hebben de volgende data:
07-10-2018 38 video’s
09-10-2018 33 video’s
19-10-2018 35 video’s
20-10-2018 49 video’s
13-11-2018 28 video’s
[slachtoffer 3] verklaarde hierop dat ze inderdaad seks met verdachte had gehad in de loods. Ze wist niet dat er een camera in die ruimte hing. Ze heeft nooit een camera gezien daar. Verdachte had er ook niets over gezegd. [55]
Bewijsoverwegingen
Het hof is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte in de loods heimelijk filmopnames heeft gemaakt van de seks tussen [slachtoffer 3] en hem.
Verdachte heeft verklaard dat er op die plek in de loods al jaren een camera hing die altijd aan stond en dat [slachtoffer 3] dat wel wist. Maar [slachtoffer 3] zegt dat ze dit niet wist. Zij verklaart dit bij herhaling en is er ook boos over dat verdachte dit had gedaan. Het is het hof niet gebleken dat, voorafgaande aan de seksuele handelingen, aan [slachtoffer 3] op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt dat er een camera hing in de betreffende ruimte.
De betreffende filmopnames zijn aangetroffen bij verdachte.
Alles in samenhang bezien is er naar het oordeel van het hof voldoende wettig en overtuigend bewijs voor dit feit.

Voorwaardelijke verzoeken

Ter zitting van het hof op 25 november 2025 zijn er door de raadsvrouw een aantal voorwaardelijke verzoeken gedaan. Dit betreft de volgende verzoeken:
- Als het hof tot een bewezenverklaring komt van het tenlastegelegde onder parketnummer 16-235782-21 (verkrachting [slachtoffer 1] ) dan verzoekt de verdediging om het horen van de getuigen [persoon 1] en [persoon 2] en tot het benoemen van een ‘getuige-deskundige’ om de (on)betrouwbaarheid van [slachtoffer 1] te onderzoeken. De onderbouwing hiervan is gegeven bij de eerder gedane verzoeken (nummer 98 pleitnota).
- Als het hof tot een bewezenverklaring komt van het tenlastegelegde onder parketnummer 16-265134-22 (feiten aangeefster [slachtoffer 3] ) dan verzoekt de verdediging om het horen van getuige [persoon 8] . De onderbouwing hiervan is gegeven bij een eerder gedaan verzoek (nummer 174 pleitnota).
Het hof overweegt over deze verzoeken het volgende.
De verzoeken tot het horen van getuigen [persoon 1] en [persoon 2] zijn eerder door het hof toegewezen. Deze getuigen zijn vervolgens, in aanwezigheid van de toenmalige raadsvrouw van verdachte, door de raadsheer-commissaris op 2 juni 2023 gehoord. De raadsvrouw heeft geen redenen gegeven waarom deze getuigen nogmaals zouden moeten worden gehoord.
Het hof wijst deze verzoeken dan ook af.
Met betrekking tot het verzoek tot het benoemen van een deskundige om de (on)betrouwbaarheid van [slachtoffer 1] te onderzoeken constateert het hof dat door de raadsvrouw geen nieuwe of andere argumenten zijn aangevoerd sinds de afwijzing van dit verzoek op de regiezitting van 26 januari 2023.
Het hof wijst ook dit verzoek af en verwijst naar de eerdere beslissing op dit verzoek.
Met betrekking tot het verzoek tot het horen van [persoon 8] constateert het hof dat door de raadsvrouw geen nieuwe of andere argumenten zijn aangevoerd sinds de afwijzing van dit verzoek op de regiezitting van 27 september 2024.
Het hof wijst ook dit verzoek af en verwijst naar de eerdere beslissing op dit verzoek.
De procedure in haar geheel voldoet naar het oordeel van het hof aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 16-288560-20 onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 en in de zaak met parketnummer 16-235782-21 en in de zaak met parketnummer 16-275659-21 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 16-265134-22 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
parketnummer 16-288560-20
feit 1:
hij in de periode van 21 oktober 2020 tot en met 12 november 2020 te [plaats 2] ,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 4] , door
  • een GPS tracker onder de auto van voornoemde [slachtoffer 4] te plaatsen;
  • vervolgens meermalen de (locatie)gegevens van die GPS tracker op te vragen;
  • zich (vervolgens) te begeven naar de opgevraagde locatie;
  • veelvuldig die [slachtoffer 4] te bellen (via Whatsapp);
  • veelvuldig berichten aan die [slachtoffer 4] te sturen;
  • meermalen contact te zoeken met [slachtoffer 2] , zijnde de partner van voornoemde [slachtoffer 4] en
  • zich op te houden in de omgeving van het werk en de woning van die [slachtoffer 2] ,
met het oogmerk die [slachtoffer 4] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
feit 2:
hij op 12 november 2020 te [plaats 2] , [slachtoffer 4] heeft bedreigd met zware mishandeling,
door als bestuurder van een auto in te rijden op de auto van voornoemde [slachtoffer 4] en vervolgens tegen de auto van die [slachtoffer 4] aan te rijden en te botsen;
feit 3:
hij op 12 november 2020 te [plaats 2] , opzettelijk en wederrechtelijk een auto, die aan een ander, te weten aan [slachtoffer 4] toebehoorde, heeft beschadigd;
feit 4:
hij in de periode van 6 april 2021 tot en met 5 juni 2021 te [plaats 2] , wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door die [slachtoffer 1]
  • veelvuldig te bellen en
  • veelvuldig berichten te sturen en
  • meermaals naar de woning van die [slachtoffer 1] te komen en
  • meermaals te dreigen seksfilmpjes van die [slachtoffer 1] online te zetten althans te verspreiden
met het oogmerk die [slachtoffer 1] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
feit 5 primair:
hij op 13 oktober 2020 te [plaats 3] opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een aanmaakblokje, ten gevolge waarvan een auto toebehorende aan [slachtoffer 2] gedeeltelijk is verbrand en daarvan gemeen gevaar voor een heg en/of andere geparkeerde auto's te duchten was;
feit 6:
hij op 21 maart 2021 te [plaats 4] , [plaats 5] , een kentekenplaat ( [kenteken] ), die aan [slachtoffer 2] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 7:
hij in de periode van 13 oktober 2020 tot en met 23 mei 2021 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] , door
  • naar het werk van die [slachtoffer 2] te komen en
  • die [slachtoffer 2] te achtervolgen in de auto en
  • veelvuldig naar de woning van die [slachtoffer 2] te komen en
  • uit te zoeken waar die [slachtoffer 2] naartoe was verhuisd en vervolgens nadat die [slachtoffer 2] was verhuisd op dat nieuwe adres te verschijnen en
  • een GPS tracker onder de auto van die [slachtoffer 2] te plaatsen en vervolgens meermaals de locatiegegevens van die GPS tracker te (laten) bevragen waardoor hij, verdachte, wist waar die [slachtoffer 2] was geweest,
met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
parketnummer 16-235782-21
hij op 3 mei 2021 te [plaats 2] , door geweld en andere feitelijkheden [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , hebbende verdachte meermalen (telkens)
  • zijn geslachtsdeel in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd en/of gebracht en
  • vervolgens heen en weer gaande bewegingen gemaakt in de vagina van die [slachtoffer 1] ,
bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden uit het
  • op die [slachtoffer 1] gaan liggen met zijn, verdachtes, volle gewicht en
  • uittrekken van de (onder)broek van die [slachtoffer 1] en
  • trekken aan de benen van die [slachtoffer 1] , ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] met haar rug languit op de bank kwam te liggen, teneinde penetratie te vergemakkelijken en
  • fysieke overwicht dat hij, verdachte, heeft op die [slachtoffer 1] en
  • vervolgens onverhoeds boven omschreven handelingen heeft verricht zonder dat die [slachtoffer 1] dit kon verhinderen en/of hier verzet tegen kon bieden;
parketnummer 16-275659-21
feit 1:
hij in de periode van 12 oktober 2013 tot en met 12 oktober 2021 te [plaats 2] , meerdere wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad, te weten:
  • een vuurwapen, gaspistool merk/model Rheiner SM Model 15, kaliber 8mm (voorzien van een patroonmagazijn) en
  • een vuurwapen, pistool, merk Walther, model PPK, kaliber 7.65mm (voorzien van een uitneembaar patroonmagazijn) en
  • een vuurwapen, (gas)pistool, merk Blow, model Class, kaliber 9mm PAK. (omgebouwd naar volledig scherpschietend, vermoedelijk kaliber 7.65)
telkens zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool;
feit 2:
hij in de periode van 12 oktober 2013 tot en met 12 oktober 2021 te [plaats 2] , een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, voorhanden heeft gehad,
te weten een revolver, alarmrevolver, merk Bruni (BBM), model Olymipic 6, kaliber 6mm Knal!;
feit 3:
hij in de periode van 12 oktober 2013 tot en met 12 oktober 2021 te [plaats 2] , munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
  • 7 scherpe patronen kaliber 7.65mm Browning, merk Geco en
  • 50 scherpe patronen kaliber .380 auto (.9x17mm) merk Geco en
  • 50 scherpe patronen kaliber 9x19mm, merk S&B en
  • 14 scherpe patronen kaliber 7.65mm merk DWM en/of RWS en/of RM en
  • 4 scherpe (knal)patronen kaliber 9mm P.A.Knall, merk MFS en
  • 36 scherpe patronen kaliber 7.65mm Browning merk Geco en
  • 50 scherpe patronen kaliber .22 Ir, merk CCI en
  • 7 scherpe patronen kaliber 7.65mm Browning, merk Geco,
voorhanden heeft gehad;
parketnummer 16-265134-22
feit 1.
op 23 september 2021 in de gemeente [plaats 2] door andere feitelijkheden [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , hebbende verdachte
  • de borsten, en vagina van die [slachtoffer 3] betast en
  • zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 3] gestopt,
en bestaande die andere feitelijkheden hierin dat verdachte
  • (zonder uitdrukkelijke toestemming) de woning van die [slachtoffer 3] is binnen getreden en
  • de geuite wens van die [slachtoffer 3] om te stoppen heeft genegeerd en
  • de broek van die [slachtoffer 3] naar beneden heeft gedaan en
  • die [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en omgedraaid en op bed heeft gelegd
en (aldus) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
feit 2.
hij in de periode van 25 september 2021 tot en met 11 juni 2022 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 3] , door
  • die [slachtoffer 3] vele berichten te sturen en vele malen te bellen en
  • een GPS tracker onder de auto van die [slachtoffer 3] te (laten) plaatsen,
met het oogmerk die [slachtoffer 3] te dwingen iets te dulden;
feit 3.
hij in de periode van 7 oktober 2018 tot en met 13 november 2018 te [plaats 2] , gebruik makende van een technisch hulpmiddel, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, te weten [slachtoffer 3] , aanwezig in een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten een loods gelegen aan de [straat 1] , een afbeelding heeft vervaardigd.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 16-288560-20 onder 1, 4 en 7 en in de zaak met parketnummer 16-265134-22 onder 2 bewezenverklaarde levert
telkensop:
belaging.
Het in de zaak met parketnummer 16-288560-20 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
bedreiging met zware mishandeling.
Het in de zaak met parketnummer 16-288560-20 onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.
Het in de zaak met parketnummer 16-288560-20 onder 5 primair bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
Het in de zaak met parketnummer 16-288560-20 onder 6 bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Het in de zaak met parketnummer 16-235782-21 bewezenverklaarde levert op:
verkrachting, meermalen gepleegd.
Het in de zaak met parketnummer 16-275659-21 onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert
telkensop:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
Het in de zaak met parketnummer 16-275659-21 onder 3 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Het in de zaak met parketnummer 16-265134-22 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
verkrachting.
Het in de zaak met parketnummer 16-265134-22 onder 3 bewezenverklaarde levert op:
gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en maatregelen

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan in totaal veertien feiten, namelijk verkrachtingen, viermaal belaging, drie feiten betreffende het voorhanden hebben van (vuur)wapens en munitie, brandstichting, bedreiging, vernieling, diefstal en het heimelijk maken van een afbeelding. Het is een aaneenschakeling van ernstige feiten.
De belagingen betreffen drie ex-partners van verdachte en [psycholoog 2] van een ex-partner. Verdachte heeft op intensieve en obsessieve wijze geprobeerd met hen in contact te komen en te blijven, ondanks dat zij herhaaldelijk aan hem te kennen heeft gegeven van zijn toenaderingen niet gediend te zijn. Daarnaast heeft verdachte, terwijl hij zich in voorlopige hechtenis bevond, meerdere keren vanuit de P.I. gebeld naar de kinderen van één van de aangeefsters (ook zijn kinderen), waarbij verdachte de kinderen vroeg of hij haar kon spreken. Dat verdachte heel erg ver ging in zijn gedragingen blijkt onder meer uit het feit dat hij GPS-trackers onder auto's plaatste of liet plaatsen, waardoor hij wist waar zij waren, hij hen kon (achter)volgen en opzoeken en op die manier contact met hem afdwong. Bij één van de slachtoffers heeft hij ook gedreigd filmpjes van hun seksleven online te zetten.
Tijdens het volgen van één van de slachtoffers is hij met zijn auto ingereden op haar auto en heeft hij op die manier een botsing veroorzaakt. Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan zowel bedreiging met zware mishandeling als aan vernieling van de auto.
Bij [psycholoog 2] van een ex-partner heeft verdachte zijn auto in brand gestoken, later de kentekenplaat van zijn auto gestolen en die op eenzelfde auto geplaatst en daarmee meerdere snelheidsovertredingen gemaakt, waardoor het slachtoffer boetes ontving.
De meest ernstige feiten zijn de verkrachtingen. Twee van zijn ex-partners zijn daarvan slachtoffer geworden. Eén van de verkrachtingen heeft verdachte begaan één dag nadat hij onder voorwaarden geschorst was uit detentie. Hierdoor heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en geestelijke integriteit. Verdachte heeft zich uitsluitend laten leiden door zijn eigen seksuele lusten, terwijl aangeefsters hem verschillende malen duidelijk hebben gemaakt dat zij niet wilden. Hij heeft zich dus op geen enkel moment bekommerd om het welzijn van zijn slachtoffers en zich kennelijk slechts laten leiden door zijn eigen behoeften.
Deze feiten betreffen ernstige feiten die diep ingrijpen in de levens van slachtoffers en hun psychische gesteldheid vaak in ernstige mate aantasten. Dat hier in het onderhavige geval ook sprake van is, blijkt uit het dossier en de verklaringen van de slachtoffers.
Verdachte heeft daarbij drie vuurwapens, een alarmrevolver en munitie voorhanden gehad. Dat dit heel gevaarlijk is, behoeft geen uitleg. Waar vuurwapens en munitie zijn, kan worden geschoten waarbij een dodelijke afloop mogelijk is.
Persoon van de verdachte
Het hof heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 24 oktober 2025. Het strafblad is 17 pagina's lang. Verdachte is eerder onherroepelijk veroordeeld voor strafbare feiten. Hij is niet eerder veroordeeld voor verkrachting, belaging, heimelijk filmen of brandstichting, maar wel onherroepelijk voor diefstal, bedreiging en vernieling. Het feit dat hij eerder is veroordeeld weegt strafverzwarend mee.
Er zijn in deze strafzaak zestien rapporten opgemaakt over de persoon van de verdachte. Dit zijn de volgende rapporten:
- Reclasseringsadvies van 30 september 2025 (tbs met voorwaarden);
- Pro Justitia rapport psychiatrisch onderzoek door [psychiater 1] van 13 juni 2025;
- Pro Justitia rapport psychologisch onderzoek door [psycholoog 1] van 13 juni 2025;
- Pro Justitia rapport psychologisch onderzoek door [psycholoog 2] van 24 februari 2024;
- Pro Justitia rapport psychiatrisch onderzoek door [psychiater 2] van 20 februari 2024;
- Reclasseringsadvies van 13 juli 2022 (Rechtszitting);
- Pro Justitia rapportage [kliniek 1] van 27 mei 2022;
- Pro Justitia rapport Aanvullend psychologisch onderzoek door [psycholoog 2] van 18 november 2021;
- Pro Justitia rapport psychiatrisch onderzoek door [psychiater 2] van 16 november 2021;
- Reclasseringsadvies van 29 juli 2021 (Deeladvies Elektronische Controle);
- Reclasseringsadvies van 22 juli 2021 (Raadkamer voorlopige hechtenis);
- Reclasseringsadvies van 5 juli 2021 (Rechtszitting);
- Reclasseringsadvies van 23 juni 2021 (Voorgeleiding rechter-commissaris);
- Pro Justitia rapport psychologisch onderzoek door [psycholoog 2] van 25 april 2021;
- Reclasseringsadvies van 25 november 2020 (Raadkamer voorlopige hechtenis);
- Voorgeleidingsconsult psycholoog [psycholoog 3] op 16 november 2020.
Alleen in de rapporten uit 2025 is gekeken naar alle ten laste gelegde feiten, omdat het hof op 24 juli 2024 de twee strafzaken (waar het hier over gaat) heeft samengevoegd.
Na 24 juli 2024 heeft het hof opdracht gegeven om verdachte opnieuw te laten onderzoeken door een psycholoog en psychiater. Aan de daarna gedane onderzoeken in 2025 heeft verdachte meegewerkt.
Hij heeft niet meegewerkt aan de eerdere onderzoeken (van psychiater [psychiater 2] en psycholoog [psycholoog 2] en het [kliniek 1] ).
Het hof neemt daarom de rapporten uit 2025 van psychiater [psychiater 1] , psycholoog [psycholoog 1] en de reclassering als uitgangspunt voor de te nemen beslissingen.
In het rapport van
psychiater [psychiater 1]staat onder meer (zakelijk weergegeven) het volgende beschreven:
Verdachte heeft een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en histrionische kenmerken. Verdachte heeft in relaties sterk de behoefte aan controle en macht. Hij kan verlies van macht en controle niet verdragen. Hij functioneert daardoor problematisch op relationeel vlak. Deze stoornis beïnvloedt het gedrag en de gedragskeuzes van de verdachte. Toen hij de ten laste gelegde feiten pleegde had hij deze stoornis ook al. Deze stoornis heeft doorwerking gehad bij het plegen van de feiten ten aanzien van zijn ex-partners en [psycholoog 2] van een ex-partner. Bij de feiten met betrekking tot de ex-partners van verdachte adviseert de psychiater om het in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Bij de feiten met betrekking tot [psycholoog 2] van een ex-partner adviseert de psychiater om het in licht verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.
Omdat verdachte nog geen behandeling heeft gehad voor zijn persoonlijkheidsstoornis, is er risico op recidive. Verdachte toont geen probleeminzicht. Als verdachte niet wordt behandeld blijft het risico op recidive van stalking, geweld en/of verkrachting gemiddeld tot hoog.
Om de kans op recidive te verlagen is het noodzakelijk dat verdachte in eerste instantie een intensieve klinische behandeling krijgt. Het advies is om te starten in een klinische behandelsetting zoals wordt aangeboden bij de FPK in [plaats 11] of een gelijksoortige setting die gespecialiseerd is in behandeling van persoonlijkheidsstoornissen en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Als verdachte meewerkt zal de klinische fase mogelijk vlot kunnen worden doorlopen, aangezien het vooral van belang is om het geleerde buiten te kunnen toepassen. De behandeling kan vervolgens ambulant worden voortgezet.
Er wordt geen tbs met bevel tot verpleging geadviseerd, omdat de verwachting is dat verdachte niet dermate lang klinisch behandeld hoeft te worden. De persoonlijkheidsstoornis lijkt goed bewerkbaar zolang verdachte zich gemotiveerd toont voor behandeling. Ook is er een redelijk aantal beschermende factoren. Gezien de ernst van de feiten zijn bijzondere voorwaarden in het kader van een voorwaardelijke gevangenisstraf niet aan de orde.
In het rapport van
psycholoog [psycholoog 1]staat onder meer (zakelijk weergegeven) het volgende beschreven:
Verdachte heeft een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale trekken. Deze stoornis beïnvloedt het gedrag en de gedragskeuzes van de verdachte. Toen hij de ten laste gelegde feiten pleegde had hij deze stoornis ook al. Deze stoornis heeft doorwerking gehad bij het plegen van de belaging van zijn ex-partners en de belaging van [psycholoog 2] van een ex-partner. Verdachte is onvoldoende in staat om te gaan met heftige en pijnlijke gevoelens en teleurstellingen. In voor verdachte complexe en emotionele situaties, is hij niet in staat om zijn gedrag op een andere wijze bij te sturen en andere gedragskeuzes te maken. De psycholoog adviseert daarom om de ten laste gelegde belagingen in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.
De kans op recidive wordt op de langere termijn ingeschat als matig tot hoog. De kans dat verdachte bij het vrijkomen al snel weer een relatie aan gaat, is groot. Zonder passende behandeling is het aannemelijk dat het dan weer fout gaat. Het risico op fysiek agressief gedrag wordt ingeschat op matig tot hoog.
Om de kans op recidive te verlagen is een behandeling gericht op zijn persoonlijkheidsstoornis aangewezen. Deze behandeling dient klinisch te starten en relatief snel ambulant te worden voortgezet, want de interpersoonlijke problematiek van verdachte komt vooral buiten de kliniek/detentie tot uiting en daar zal dan vooral geoefend moeten worden in ander gedrag. Daarbij is een dwingend kader wel aangewezen, want vrijwillig gaat verdachte dit waarschijnlijk niet doen.
De psycholoog adviseert oplegging van tbs met voorwaarden. Gezien de aard van de problematiek van de verdachte en de meest passende behandelmethode (buiten de kliniek oefenen) ziet de psycholoog geen aanleiding om ‘tbs met dwangverpleging’ te adviseren.
De
reclasseringheeft op verzoek van het Openbaar Ministerie de (on)mogelijkheden van een tbs met voorwaarden voor verdachte onderzocht en daarvan een rapport opgemaakt op 30 september 2025. In dit rapport staat onder meer het volgende:
Verdachte ziet zelf geen noodzaak tot behandeling. De verwachting is dat hij zich niet vrijwillig laat behandelen of niet lang genoeg laat behandelen. Daarom is het nodig dat hij daartoe gedwongen wordt.
Tijdens het onderzoek van de reclassering is er twijfel gekomen of een tbs met voorwaarden wel kans van slagen heeft bij verdachte. Hij ziet immers geen noodzaak voor behandeling en het is onzeker of hij de gevolgen van zijn gedrag of de impact van zijn persoonlijkheidsproblematiek voldoende inziet. Toch ziet de reclassering genoeg redenen om een plan van aanpak met bijbehorende voorwaarden op te stellen in het kader van een tbs met voorwaarden. De reclassering merkt daarbij wel op dat de beperkte motivatie van verdachte in combinatie met de aanwezige problematiek risico's met zich meebrengt voor de slagingskans van een tbs met voorwaarden-traject.
De reclassering heeft een plan van aanpak opgesteld voor een tbs met voorwaarden. Daarbij is als belangrijkste bijzondere voorwaarde gesteld dat verdachte zich klinisch laat behandelen in de FPK in [plaats 11] of soortgelijke instelling en zich aansluitend ambulant laat behandelen.
Op 24 november 2025 heeft de reclassering aanvullende informatie per e-mail gestuurd. Daarin staat onder andere dat verdachte in een kliniek met het hoogste beveiligingsniveau geplaatst dient te worden. De reclassering heeft gekeken waar verdachte naar toe zou kunnen. Hij is door twee klinieken afgewezen. Uiteindelijk is hij geaccepteerd bij [kliniek 2] , maar er is op dit moment geen zicht op een opnamedatum in die kliniek of een overbruggingskliniek.
Ter zitting van het hof op 25 november 2025 heeft [reclasseringmedewerker] een toelichting gegeven op het rapport en de aanvullende e-mail.
Zij heeft naar voren gebracht dat normaal gesproken bij een ontkennende verdachte geen tbs met voorwaarden wordt geadviseerd. In de gesprekken met de reclassering heeft verdachte meer openheid gegeven dan hij ter zitting geeft.
Zij is verbaasd dat verdachte ter zitting nu in feite weer aangeeft dat hij niet open staat voor een behandeling. Daarnaar gevraagd, geeft zij aan dat de twee klinieken die verdachte hebben afgewezen de FPK in [plaats 11] en Fivoor in [plaats 10] zijn. Verdachte is daar afgewezen, omdat hij zelf geen behandelnoodzaak ziet. Dit terwijl de FPK [plaats 11] juist gespecialiseerd is in de behandeling van problematiek zoals die van verdachte.
De raadsvrouw heeft ter zitting van het hof op 25 november 2025 naar voren gebracht dat de deskundigen geen noodzaak of aanleiding zien voor het opleggen van ‘tbs met dwangverpleging’ en heeft het hof verzocht om, als tbs noodzakelijk is, een tbs met voorwaarden op te leggen.
Ten aanzien van gevangenisstraf heeft de raadsvrouw betoogd dat een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, bijna vier-en-een-half jaar, passend is.
Het hof is op grond van de hierboven weergegeven conclusies van psychiater [psychiater 1] en psycholoog [psycholoog 1] over de mate van toerekenbaarheid, van oordeel dat de feiten, met uitzondering van de feiten ter zake de Wet wapens en munitie, in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend; verdachte was door zijn ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten aanwezige persoonlijkheidsstoornis in verminderde mate in staat zijn gedrag te sturen en in te zien wat dat gedrag voor zijn slachtoffers zou betekenen. Hier houdt het hof rekening mee bij de strafoplegging.
Terbeschikkingstelling
Het hof stelt op basis van de rapportages van de psychiater [psychiater 1] en psycholoog [psycholoog 1] en op de hiervoor beschreven feiten en omstandigheden en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, vast dat bij verdachte ten tijde van het begaan van de bewezenverklaarde feiten sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens.
Verder stelt het hof vast dat de volgende door verdachte begane misdrijven telkens een misdrijf betreft waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld of een misdrijf betreft omschreven in artikel 285, eerste lid Sr of artikel 285b Sr:
  • de feiten 1, 2, 4, 5 primair, 6 en 7 van parketnummer 16-288560-20
  • het feit van parketnummer 16-235782-21
  • de feiten 1 en 2 van parketnummer 16-275659-21
  • de feiten 1 en 2 van parketnummer 16-265134-22.
Het hof is, gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten, de aard en ernst van de persoonlijkheidsstoornis van verdachte en het door voornoemde deskundigen ingeschatte recidivegevaar, van oordeel, dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de oplegging eist van de maatregel van terbeschikkingstelling.
Het hof is, anders dan de deskundigen, van oordeel dat de maatregel tbs met voorwaarden niet voldoende is om het risico van recidive tot een aanvaardbaar niveau in te perken.
Er is bij verdachte sprake van complexe problematiek, die een langdurige, intensieve en deels klinische behandeling behoeft.
Hoewel de verdachte aangeeft wel een behandeling te accepteren, blijkt bij doorvragen ter zitting van het hof dat hij niet gemotiveerd is voor de behandeling die volgens de deskundigen noodzakelijk is. Hij heeft naar eigen zeggen geen stoornis en ziet geen behandelnoodzaak. Hij wil wel hulp, maar dit betreft alleen de zaken die hij zelf als een probleem ervaart, zoals dat hij te weinig aandacht aan zijn familie zou schenken, te hard zou werken en het vreemdgaan.
Dat verdachte geen behandelnoodzaak ziet wordt ook bevestigd door het feit dat hij om die reden door de FPK in [plaats 11] , de kliniek die juist in zijn problematiek is gespecialiseerd, en Fivoor in [plaats 10] is afgewezen om daar te worden behandeld.
Ook de reclasseringswerker heeft erover getwijfeld of tbs met voorwaarden wel haalbaar is en verklaart dat bij een ontkennende verdachte tbs met voorwaarden normaal gesproken ook niet aan de orde is.
Psychiater [psychiater 1] heeft aangegeven dat de persoonlijkheidsstoornis van verdachte goed bewerkbaar lijkt zolang verdachte zich gemotiveerd toont voor behandeling.
Nu het hof constateert dat die motivatie ontbreekt, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met
verpleging van overheidswegeeist.
Nu de tbs-maatregel ten aanzien van de verkrachtingen en de bedreiging waarbij verdachte met zijn auto op de auto van [slachtoffer 4] is ingereden, zal worden opgelegd ter zake van misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen kan de totale duur van de maatregel een periode van vier jaar te boven gaan.
Gevangenisstraf
Het hof is van oordeel dat, gelet op de ernst en de omvang van de bewezenverklaarde feiten en de persoon van de verdachte, naast de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege aan verdachte een gevangenisstraf moet worden opgelegd.
Zonder de terbeschikkingstelling zou een gevangenisstraf van zeven jaren passend en geboden zijn.
Het hof rekent verdachte de meeste feiten echter in verminderde mate toe. Daarnaast zal verdachte als gevolg van de oplegging van de tbs-maatregel nog geruime tijd, zowel in het kader van de passantenwachttijd als daarna de klinische behandeling, van zijn vrijheid ontnomen zijn. Daarom is in beginsel een gevangenisstraf van vier jaren en zes maanden passend en geboden.
Het hof zal deze straf echter nog iets matigen, nu de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6 EVRM, in de fase van hoger beroep voor wat betreft het grootste deel van de bewezenverklaarde feiten met circa 23 maanden is overschreden.
Gelet hierop zal het hof de gevangenisstraf verminderen met zes maanden.
Alles in samenhang bezien is naar het oordeel van het hof een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren passend en geboden.
Contact- en locatieverbod
Het hof zal - ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten - bevelen dat verdachte zich onthoudt van contact met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] (vrijheidsbeperkende maatregel ex art. 38v Sr).
Het hof zal niet overgaan tot het opleggen van een locatieverbod ten aanzien van de (toekomstige) woonplaats van [slachtoffer 3] .
Allereerst is het de verwachting van het hof dat het, mede gelet op de passantenwachttijden, nog langere tijd zal duren voordat verdachte dusdanige vrijheden heeft dat het hem toegestaan wordt zich onbegeleid buiten een kliniek te begeven.
Verder kunnen ook daarna aan verdachte, in het kader van zijn tbs, beperkingen worden opgelegd die betrekking hebben op de mogelijkheden van verdachte om in de woonplaats van [slachtoffer 3] te komen, mocht dat wenselijk dan wel noodzakelijk zijn.
Het hof legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van vijf jaren. Voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan, zal vervangende hechtenis voor de duur van twee weken worden opgelegd, met een maximum van zes maanden.
Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de inhoud van de rapportages en het gegeven dat verdachte zich tijdens een schorsing van de voorlopige hechtenis opnieuw heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, is het hof van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte jegens [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] of [slachtoffer 3] weer een misdrijf zal begaan. Daarom beveelt het hof de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel.
De periode waarin het door de rechtbank dadelijk uitvoerbaar verklaarde contactverbod gold, wordt op de totale duur ervan in mindering gebracht.
Geen gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (38z Sr)
Gelet op het doel van een tbs met verpleging van overheidswege, zal het hof niet overgaan tot het opleggen van de 38z-maatregel, zoals door de advocaat-generaal is gevorderd. In het algemeen wordt een dergelijke tbs-maatregel niet beëindigd voordat dat verantwoord wordt geacht en dus geen voorwaarden meer aan het gedrag van de veroordeelde gesteld hoeven te worden om recidive te voorkomen.
Het hof ziet in de onderhavige situatie dan ook geen meerwaarde in de oplegging van deze maatregel.

Beslag

Verbeurdverklaring
Het bewezenverklaarde is begaan met behulp van de inbeslaggenomen GPS-tracker. Het voorwerp behoort verdachte toe. Het wordt daarom verbeurdverklaard.
Hierbij is rekening gehouden met de financiële draagkracht van verdachte.
Onttrekking aan het verkeer
Het bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de inbeslaggenomen wapens en munitie. Het hof onttrekt deze voorwerpen aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.
Teruggave
De twee inbeslaggenomen telefoons worden teruggegeven aan de verdachte.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 24.063,84 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 11.310,08. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
[slachtoffer 1] vordert bij bewezenverklaring van het feit onder parketnummer 16-235782-21 (verkrachting) en feit 4 van parketnummer 16-288560-20 (belaging) een bedrag van
€ 24.063,84. Dit bedrag bestaat uit € 4.063,84 materiële schade en € 20.000,00 immateriële schade. Daarnaast wordt een bedrag van € 284,76 aan proceskosten gevorderd.
De gevorderde materiële schade betreft de volgende schadeposten:
  • zorgkosten € 3.453,76;
  • huurauto € 300,00
  • gereden kilometers naar de GGZ/GGD € 310,08.
Het hof stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 16-235782-21 bewezenverklaarde en in de zaak met parketnummer 16-288560-20 onder 4 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte.
Zorgkosten
Het hof constateert dat uit de door de benadeelde partij overgelegde facturen betreffende de zorgkosten blijkt dat een deel van deze kosten zien op een behandeling die eerder startte dan de periode van de bewezenverklaarde feiten. Het hof stelt vast dat de kosten tot een bedrag van € 1.218,87 (het deel van de zorgkosten dat na de bewezenverklaarde feiten is gemaakt en dat niet door de ziektekostenverzekering aan de benadeelde partij is vergoed) als gevolg van de bewezenverklaarde feiten zijn gemaakt en wijst het overige af.
Huurauto
Uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting is onvoldoende gebleken dat de kosten van de huurauto rechtstreekse schade zijn van het bewezenverklaarde handelen. Verdachte is daarom niet tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zoverre zal worden afgewezen.
Reiskosten
De onderbouwing van de opgegeven reiskosten (€ 310,08) betreft een tabel met gereden kilometers naar de GGD en GGZ op verschillende data. Het hof acht deze kosten voldoende onderbouwd en wijst deze toe.
Immateriële schade
Artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek geeft recht op vergoeding van andere schade dan vermogensschade in geval van aantasting in de persoon “op andere wijze” dan door fysiek letsel. Van de bedoelde aantasting in de persoon “op andere wijze” is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, moet voldoende concrete gegevens aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daarnaast kunnen de aard en de ernst van de normschending reeds meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door de bewezen verklaarde feiten. De aard en de ernst van de normschending (de verkrachting) zijn naar het oordeel van het hof zodanig dat de nadelige gevolgen daarvan zo voor het slachtoffer voor de hand liggen dat aantasting in de persoon kan worden aangenomen, ook zonder vaststelling van geestelijk letsel door een psycholoog of psychiater of van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Gelet op wat namens de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering is aangevoerd, zal het hof de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 10.000,00. Het hof heeft bij het vaststellen van dit bedrag aansluiting gezocht bij de Rotterdamse Schaal voor verkrachting (artikel 242 (oud) Sr). Naar zijn oordeel passen de feiten in onderhavig geval in de categorie ‘ernstig’ nu het om meerdere verkrachtingen gaat in combinatie met belaging. Het hof zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade voor het overige afwijzen.
Proceskosten
De gevorderde proceskosten bestaan uit gemaakte reiskosten naar het politiebureau, naar de advocaat en naar de rechtbank. Deze reiskosten komen slechts voor vergoeding in aanmerking voor zover er in persoon - dus zonder advocaat - wordt geprocedeerd. De benadeelde partij heeft echter in deze procedure bijstand gehad van een gemachtigde advocaat. Deze kosten komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking. Bijzondere omstandigheden op grond waarvan in dit geval een uitzondering op deze regel zou moeten worden gemaakt zijn niet gesteld en ook niet gebleken. Deze kosten worden daarom afgewezen.
Totaal
Het hof wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het bedrag van € 11.528,95 bestaande uit € 1.528,95 materiële schade en € 10.000,00 immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 12.330,87 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 6.189,45. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Het gevorderde bedrag bestaat uit € 7.330.87 materiële schade en € 4.000,00 immateriële schade. De materiële schade betreft:
  • dagwaarde uitgebrande auto minus verkregen vergoeding € 2.140,00;
  • kosten opvragen gegevens RDW € 4,65;
  • opname verlofuren à 33 dagen maal 8 uren € 1.797,84;
  • reiskosten naar slachtofferhulp en naar het werk € 3.388,38.
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 16-288560-20 onder 5 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.
De schade voor zover betrekking hebbende op de dagwaarde van de auto en het opvragen van de gegevens bij de RDW zijn voldoende onderbouwd en komen voor vergoeding in aanmerking.
De kosten voor verlofuren en de reiskosten zijn naar het oordeel onvoldoende onderbouwd om vast te kunnen stellen of dit rechtstreekse schade betreft. De benadeelde partij zal in deze kosten niet-ontvankelijk worden verklaard, nu een aanhouding van de behandeling van deze strafzaak om de benadeelde partij de gelegenheid te geven deze vordering nader te onderbouwen, een onevenredige belasting van dit strafproces zal opleveren.
Immateriële schade
Artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek geeft recht op vergoeding van andere schade dan vermogensschade in geval van aantasting in de persoon “op andere wijze” dan door fysiek letsel. Van de bedoelde aantasting in de persoon “op andere wijze” is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, moet voldoende concrete gegevens aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daarnaast kunnen de aard en de ernst van de normschending reeds meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan niet worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door de bewezen verklaarde feiten. Het hof is van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending ten aanzien van deze benadeelde partij niet zodanig ernstig is dat alleen op grond daarvan aantasting van de persoon van de benadeelde partij kan worden aangenomen. Hoewel het invoelbaar is dat de benadeelde partij zich angstig heeft gevoeld en veel last heeft ervaren van het gedrag van verdachte en van de door hem gevoelde bedreiging die vanuit verdachte ging, is dit op zichzelf onvoldoende om vast te kunnen stellen dat sprake is van geestelijk letsel. Psychische schade kan daarom niet worden vastgesteld, daarom wijst het hof de gevorderde immateriële schade af.
Totaal
Het hof wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het bedrag van € 2.144,65 bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 24, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 38v, 38w, 57, 139f, 157, 242, 285, 285b, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 16-288560-20 onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 en in de zaak met parketnummer 16-275659-21 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 16-235782-21 en in de zaak met parketnummer 16-265134-22 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 16-288560-20 onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 en in de zaak met parketnummer 16-275659-21 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 16-235782-21 en in de zaak met parketnummer 16-265134-22 onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast dat de verdachte
ter beschikking wordt gestelden
beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 5 (vijf) jaren
op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
  • [slachtoffer 1] , geboren 12 oktober 2001;
  • [slachtoffer 2] , geboren 8 november 1991;
  • [slachtoffer 3] , geboren 8 maart 1981.
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt
2 wekenvoor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk maximum van 6 maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Beveelt dat de tijd die de verdachte al onderworpen is geweest aan de door de rechtbank opgelegde en dadelijk uitvoerbaar verklaarde vrijheidsbeperkende maatregel bij de uitvoering van de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in mindering zal worden gebracht.
Beveelt daarnaast dat de vervangende hechtenis die eventueel al is tenuitvoergelegd, eveneens bij een eventuele tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht.
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1. STK GPS-tracker (omschrijving [nummer 22] ).
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
7 STK Munitie (Omschrijving: [nummer 2] )
1 STK Wapen (Omschrijving: [nummer 3] patroonhouder aape4832nl)
1 STK Wapen (Omschrijving: [nummer 4] Uit aape483lnl)
1 STK Wapen (Omschrijving: [nummer 5] )
1 STK Wapen (Omschrijving: [nummer 6] , walther)
1 STK Wapen (Omschrijving: [nummer 7] )
1 STK Wapen (Omschrijving: [nummer 8] , blow)
1 STK Wapen (Omschrijving: [nummer 9] Komt uit aape249lnl)
1 STK Wapen (Omschrijving: [nummer 10] Hoort bij aape2483nl)
1 STK Munitie (Omschrijving: [nummer 11] Hoort bij aape2484nl )
1 STK Munitie (Omschrijving: [nummer 12] In grijs doosje umarex, diabolo)
1 STK Wapen (Omschrijving: [nummer 13] los in tas schuur)
1 STK Munitie (Omschrijving: [nummer 14] diabolos uit tas schuur)
1 STK Munitie (Omschrijving: [nummer 15] uit tas in schuur, luger 9 Mm)
1 STK Munitie (Omschrijving: [nummer 16] verschillende soorten munitie in zakje)
1 STK Munitie (Omschrijving: [nummer 17] uit tas uit schuur, browning 7.65)
1 STK Munitie (Omschrijving: [nummer 18] uit tas uit schuur)
7 STK Munitie (Omschrijving: [nummer 19] ).
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. STK Telefoontoestel (Omschrijving: [nummer 20] met hoesje, zwart, merk: apple)
1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: [nummer 21] Doorzichtig hoesje met zwart randje, wit, merk: apple).

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-235782-21 bewezenverklaarde en in de zaak met parketnummer 16-288560-20 onder 4 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 11.528,95(elfduizend vijfhonderdachtentwintig euro en vijfennegentig cent) bestaande uit
€ 1.528,95(duizend vijfhonderdachtentwintig euro en vijfennegentig cent)
materiële schadeen
€ 10.000,00(tienduizend euro
) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-235782-21 bewezenverklaarde en in de zaak met parketnummer 16-288560-20 onder 4 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 11.528,95 (elfduizend vijfhonderdachtentwintig euro en vijfennegentig cent) bestaande uit € 1.528,95 (duizend vijfhonderdachtentwintig euro en vijfennegentig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 92 (tweeënnegentig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 3 mei 2021.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-288560-20 onder 5 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 2.144,65(tweeduizend honderdvierenveertig euro en vijfenzestig cent) ter zake van
materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van
€ 4.000,00 (vierduizend euro) aan immateriële schadeaf.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 16-288560-20 onder 5 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 2.144,65 (tweeduizend honderdvierenveertig euro en vijfenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 31 (eenendertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 13 oktober 2020.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Hielkema, mr. M.B. de Wit en mr. J. [persoon 3] . Kwakman, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Nijhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 16 december 2025.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 8 december 2020, genummerd [pv nummer 1] / [pv nummer 2] , opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina’s 1 t/m 8, 100 t/m 165 en 500 t/m 520, en als bijlagen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 26 juli 2021, genummerd [pv nummer 3] [pv nummer 4] , opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina’s 1 t/m 7, 100 t/m 211, 300 t/m 363 en 500 t/m 537. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Pagina's 103 t/m 106 en de bijlage op pagina's 107 en 108.
3.Pagina 101.
4.P.v. verhoor getuige [slachtoffer 4] bij de raadsheer-commissaris d.d. 9 januari 2025.
5.Pagina 139.
6.Pagina 116.
7.Pagina 121.
8.Pagina 148 tot en met 149.
9.Pagina 132 tot en met 134.
10.Pagina 300 tot en met 301.
11.Verklaring verdachte ter zitting van de rechtbank op 13 september 2022.
12.Pagina 100 tot en met 103.
13.Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] bij de R-C d.d. 3 november 2021, pagina 5.
14.Pagina 121 tot en met 126.
15.Pagina 127.
16.Pagina 320.
17.Pagina 347.
18.Pagina 104.
19.Pagina 326 tot en met 327. Dat stemt dus overeen met de vaststelling van de brandweer ter plaatse dat er geen directe indicatie dat het voertuig aangestoken was, pagina 347.
20.Pagina 318.
21.Pagina 328 tot en met 329.
22.Pagina 323 tot en met 324.
23.Pagina 354.
24.Pagina 300 tot en met 301.
25.Proces-verbaal verhoor [slachtoffer 2] bij de RC op 3 november 2021, pagina 5.
26.Pagina 306 tot en met 307.
27.Verklaring [slachtoffer 4] , pagina 104.
28.Pagina 327 tot en met 328.
29.Pagina 323.
30.Verklaring van verdachte ter zitting van de rechtbank op 13 september 2022.
31.Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 8 september 2021, genummerd 2021137958, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 t/m 67. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
32.Pagina 7 tot en met 8.
33.Pagina 11 en 13 tot en met 14.
34.Pagina 18 tot en met 19.
35.Pagina 50.
36.Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 14 oktober 2021, genummerd [pv nummer] , opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 t/m 115.
37.Pagina 36 tot en met 38.
38.Pagina 66 tot en met 71.
39.Pagina 91 tot en met 96.
40.Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlage opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 6 oktober 2022, genummerd [pv nummer 5] , opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 t/m 261. Het hof gaat bij de hierna genoemde nummers uit van de paginanummers die rechtsonder in de processen-verbaal staan.
41.Pagina 7 tot en met 9.
42.Pagina 10 tot en met 16.
43.Pagina 24 tot en met 26.
44.Pagina 28 en 29.
45.Verklaring [persoon 5] bij de raadsheer-commissaris op 9 januari 2025.
46.Verklaring verdachte ter zitting van de rechtbank d.d. 6 oktober 2023.
47.Pagina 64 tot en met 67.
48.Pagina 149 tot en met 151.
49.Pagina 168 tot en met 170, 177, 180, 187 en 189.
50.Pagina 122 tot en met 123.
51.Pagina 134 tot en met 136.
52.Pagina 137 tot en met 146.
53.Verklaring verdachte ter zitting van de rechtbank d.d. 6 oktober 2023.
54.Pagina 16.
55.Pagina 202 tot en met 203.