In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 28 oktober 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van rijden onder invloed van cannabis, in strijd met artikel 8, lid 5 van de Wegenverkeerswet 1994. De verdachte was niet aanwezig tijdens de zitting, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman, mr. J.H.L. Antonides. De advocaat-generaal, mr. T. Tanghe, heeft de zaak voorgedragen en een geldboete van 650 euro geëist. De verdediging voerde aan dat de verdachte ten onrechte was veroordeeld en dat er twijfels bestonden over de naleving van de strikte waarborgen bij het bloedonderzoek. De raadsman betoogde dat het proces-verbaal slordigheden bevatte en dat het laboratorium niet had bevestigd dat de bloedmonsters verzegeld waren ontvangen.
Het hof heeft de argumenten van de verdediging overwogen en geconcludeerd dat de strikte waarborgen zijn nageleefd. De bloedmonsters waren volgens de geldende regelgeving afgenomen, verpakt en verzonden. Het hof oordeelde dat er geen reden was om aan de betrouwbaarheid van het bloedonderzoek te twijfelen. De verdachte werd uiteindelijk veroordeeld tot een geldboete van 450 euro en 9 dagen hechtenis, met de mogelijkheid van vervangende hechtenis bij gebreke van betaling. Het hof vernietigde de eerdere uitspraak van de politierechter en deed opnieuw recht, waarbij het de verdachte vrijsprak van andere tenlasteleggingen die niet bewezen waren verklaard.