Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
- de vernietiging van het vonnis van de rechtbank;
- bewezenverklaring van de tenlastegelegde opzettelijke brandstichting, inclusief levensgevaar;
- veroordeling van verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 125 dagen, althans de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest, met aftrek van het voorarrest;
- veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met een proeftijd van drie jaren met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, begeleid wonen bij [instelling 1] , dagbesteding, een alcohol- en harddrugsverbod, beheersing van gebruik van softdrugs en meewerken aan een behandeling;
- toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 120 dagen, met een omzetting daarvan in een taakstraf voor de duur van 200 uren.
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
Overweging met betrekking tot het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en/of maatregel
Vordering tenuitvoerlegging
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
270 (tweehonderdzeventig) dagen.
139 (honderdnegenendertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
vanaf 18 februari 2025, zolang de reclassering dat nodig acht. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling voor hem heeft opgesteld;
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 18 februari 2025.
taakstrafvoor de duur van
200 (tweehonderd) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
100 (honderd) dagen hechtenis.