De betrokkene, geboren in 1981, verblijft sinds medio juli 2024 onder een rechterlijke machtiging op een zorglocatie vanwege psychische problematiek. Na eerdere bewindvoering werd in 2023 de bewindvoering omgezet in een ondercuratelestelling. Op 23 januari 2025 verzocht de betrokkene om opheffing van deze curatele, welke door de kantonrechter werd afgewezen.
In hoger beroep handhaaft het hof deze beslissing. De betrokkene voert aan geen hulp meer nodig te hebben en zelf zijn zaken te kunnen regelen, maar het hof stelt dat vanwege zijn verstandelijke beperking, schizofrenie, verslavingsgevoeligheid en het patroon van schadelijk gedrag, de beschermingsmaatregel nog steeds noodzakelijk is. De curator bevestigt het gebrek aan ziekte-inzicht en de noodzaak van intensieve begeleiding.
Het verzoek om een andere curator te benoemen wordt eveneens afgewezen, omdat er geen gewichtige redenen zijn voor ontslag van de huidige curator en de betrokkene zelf ook geen nieuwe curator wenst. Het hof bekrachtigt daarmee het vonnis van de rechtbank en wijst het beroep af.