ECLI:NL:GHARL:2025:8159

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
200.356.612/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging van gezag over minderjarige in het belang van het kind

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over het gezag van een minderjarige dochter, geboren uit een huwelijk dat van 2010 tot en met 2023 heeft geduurd. De moeder, verzoekster in hoger beroep, heeft verzocht om alleen met het gezag over haar dochter belast te worden, omdat de vader, door zijn verslechterende gezondheid, geen actieve rol meer speelt in de gezagsuitoefening. De vader is niet verschenen op de mondelinge behandeling en heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de moeder. Het hof heeft vastgesteld dat de vader door zijn medische situatie steeds minder betrokken is bij het leven van de dochter en dat dit in het belang van het kind niet houdbaar is. De moeder heeft grote zorgen over de verantwoordelijkheid van de vader voor de zorg en opvoeding van hun dochter, vooral in het geval van haar eigen overlijden. Het hof heeft de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland vernietigd en de moeder alleen met het gezag belast, waarbij het belang van de minderjarige voorop staat. De raad voor de kinderbescherming heeft de zorgen van de moeder onderschreven, maar benadrukt ook het belang van de relatie tussen de dochter en haar vader. Het hof heeft de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.356.612/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 198528)
beschikking van 18 december 2025
in de zaak van
[verzoekster](de moeder),
die woont in [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep,
advocaat: mr. J.M. Neervoort te Den Helder,
en
[verweerder](de vader),
die woont in [woonplaats2] .
In zijn toetsende en/of adviserende taak is gekend:
de raad voor de kinderbescherming(de raad)
regio Noord Nederland, locatie Leeuwarden.

1.De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 26 mei 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.De procedure in hoger beroep

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 30 juni 2025;
- een journaalbericht namens de moeder van 20 november 2025;
- een journaalbericht namens de moeder van 24 november 2025 met bijlage(n).
2.2.
[naam1] heeft op 24 november 2025 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Zij heeft verteld wat haar mening is over wie er beslissingen over haar mag nemen.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft op 27 november 2025 plaatsgevonden. Verschenen zijn de moeder met haar advocaat en een vertegenwoordiger namens de raad. De vader is correct opgeroepen, maar niet verschenen.
2.4.
Op de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de moeder een bijlage overgelegd, te weten de e-mail die de vader haar op 8 april 2025 heeft gestuurd.

3.De feiten

De ouders zijn getrouwd geweest van [2010 tot en met] 2023. Uit dit huwelijk is hun dochter [naam1] [achternaam] geboren, [in] 2011. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over haar uit. De moeder is hertrouwd, zodat inmiddels sprake is van een stiefvader van [naam1] .

4.De omvang van het geschil

4.1.
Bij de bestreden beschikking is, voor zover hier van belang, het verzoek van de moeder om haar voortaan alleen met het gezag over [naam1] te belasten afgewezen.
4.2.
De moeder is met vier grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende te bepalen dat zij voortaan alleen het gezag zal uitoefenen over [naam1] .
4.3.
De vader heeft bij de rechtbank en in hoger beroep geen verweer gevoerd.

5.De motivering van de beslissing

5.1.
Ingevolge artikel 1:253n juncto 1:251a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed op verzoek van de ouders of van een van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien de omstandigheden zijn gewijzigd en:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
5.2.
Het hof is van oordeel dat de moeder alleen met het gezag belast moet worden. Hieronder zal het hof uitleggen waarom.
5.3.
Uit de stukken, het gesprek met [naam1] en wat op de zitting met de moeder besproken is, blijkt dat de vader na het beëindigen van de relatie met de moeder mede door zijn verslechterende medische situatie een steeds kleinere rol in het leven van [naam1] is gaan spelen en feitelijk geen invulling meer geeft aan zijn gezagsuitoefening. Zowel de moeder als [naam1] merken dat hij, wellicht ook door zijn gezondheid, steeds minder in staat lijkt initiatief te tonen en te informeren naar [naam1] . Het hof ziet dat de vader een (te) berustende houding inneemt, en alle beslissingen rondom [naam1] aan de moeder overlaat. Dit bemoeilijkt nu al situaties waarin de moeder zijn toestemming en medewerking nodig heeft. Als [naam1] bijvoorbeeld met vriendinnen een dagje naar Duitsland wil, is de vader wel bereid hiervoor de benodigde formulieren te ondertekenen, maar wil hij dit niet digitaal doen. De moeder moet formulieren fysiek naar hem toebrengen teneinde ze getekend te krijgen. Het hof beschouwt deze opstelling van de vader over het geheel genomen niet als een houdbare invulling van de uitoefening van het gezamenlijk gezag.
5.4.
De moeder heeft grote zorgen dat, wanneer er iets met haar zou gebeuren terwijl [naam1] nog minderjarig is, als gevolg van het gezamenlijk gezag de verantwoordelijkheid voor de zorg en opvoeding bij de vader zou komen te liggen. Zij twijfelt er niet aan dat de vader van [naam1] houdt, maar acht hem ook gezien zijn medische situatie niet in staat deze verantwoordelijkheid, waaronder de dagelijkse zorg voor [naam1] , te dragen. [naam1] heeft vanwege haar eigen medische situatie belang bij continuïteit in de gespecialiseerde zorg die zij nodig heeft. Hiernaast is zij ook sterk geworteld in haar huidige omgeving, met een groot sociaal netwerk via school en sport, en een naar het hof begrijpt zeer hechte relatie met haar stiefvader. Hoewel de vader heeft aangegeven er niet aan in de weg te zullen staan te doen wat [naam1] in zo’n geval zou willen (naar het hof begrijpt: bij haar stiefvader blijven), wil de moeder dit vast kunnen leggen. Een dergelijke vastlegging heeft alleen de door de moeder gewenste gevolgen indien er geen overlevende ouder met gezag is. [1]
Gelet op de bijzondere (medische) situatie waarin zowel de vader als [naam1] zich bevinden acht het hof het in het belang van [naam1] dat de moeder de mogelijkheid krijgt deze voorziening te treffen.
5.5.
De raad heeft aangegeven beperkte kennis van de voorgeschiedenis van [naam1] en haar ouders te hebben. Hoewel de raad [naam1] toewenst dat haar ouders een betere manier van communicatie zouden vinden, begrijpt ook de raad de insteek van de moeder met haar verzoek om eenhoofdig gezag, zeker in het licht van de verslechterende medische situatie van de vader en zijn houding ten aanzien van het uitoefenen van het gezag. De raad heeft op de zitting wel benadrukt dat het heel belangrijk is voor [naam1] dat haar afstamming en haar relatie met haar vader een plek blijven krijgen, ook al zou er geen gezag meer zijn.
5.6.
Het hof onderschrijft dit belang, maar benadrukt ook dat het uitoefenen van het gezamenlijk gezag niet de enige manier is voor de vader om betrokken te blijven in het leven van [naam1] . Hij is en blijft haar vader en kan contact en bezoek ook zelf initiëren. Het hof is er bovendien van overtuigd dat de moeder zich zal blijven inspannen om de ontwikkeling van de band tussen [naam1] en haar vader te bevorderen.

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 26 mei 2025, en opnieuw beschikkende:
beëindigt het gezamenlijk gezag van de ouders en belast de moeder alleen met het gezag over [naam1] [achternaam] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.F. Veenstra, mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard en mr. P.B. Kamminga, bijgestaan door mr. M.C. Eisses als griffier, en is op 18 december 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Artikelen 1:292 en 1:293 BW