ECLI:NL:GHARL:2025:8159
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Moeder krijgt eenhoofdig gezag over minderjarige dochter wegens afwezigheid vaderlijke invulling
De ouders zijn getrouwd geweest en oefenden gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over hun in 2011 geboren dochter. Na beëindiging van het huwelijk en door de verslechterende gezondheid van de vader, gaf deze geen invulling meer aan zijn gezagsuitoefening. De moeder verzocht daarom om eenhoofdig gezag.
De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de moeder in hoger beroep ging. Tijdens de procedure sprak het hof met de minderjarige en hield een mondelinge behandeling waarbij de vader niet verscheen. Uit het dossier en gesprekken bleek dat de vader een berustende houding aannam en de moeder alle beslissingen liet nemen, wat de uitoefening van het gezamenlijk gezag bemoeilijkte.
De moeder maakte zich zorgen over de continuïteit van de zorg voor de dochter, mede vanwege haar eigen medische situatie en de hechte band met haar stiefvader. De raad voor de kinderbescherming onderschreef het belang van het kind en begreep het verzoek om eenhoofdig gezag.
Het hof oordeelde dat het in het belang van de minderjarige was om het gezamenlijk gezag te beëindigen en de moeder het eenhoofdig gezag toe te kennen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend, met behoud van de relatie tussen vader en dochter.
Uitkomst: Het hof kent de moeder het eenhoofdig gezag toe over de minderjarige dochter en beëindigt het gezamenlijk gezag.