In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de beëindiging van het gezag van de moeder over haar twee kinderen, geboren in 2014 en 2017. De rechtbank Midden-Nederland had eerder op 27 februari 2025 het gezag van de moeder beëindigd op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, omdat de kinderen ernstig lichamelijk en psychisch/emotioneel waren mishandeld door de moeder. De moeder was het niet eens met deze beslissing en ging in hoger beroep, waarbij zij verzocht om het gezag te behouden en de Raad in de kosten te veroordelen. Het hof heeft de feiten en standpunten van de betrokken partijen, waaronder de moeder, de vader en de Raad, zorgvuldig overwogen. De moeder erkent dat zij de kinderen in een onveilige situatie heeft gebracht, maar stelt dat zij inmiddels hulp heeft gezocht en meewerkt aan de zorg voor de kinderen. De Raad daarentegen benadrukt de ernst van de mishandeling en de impact op de kinderen, en stelt dat de moeder niet in staat is om binnen een aanvaardbare termijn de zorg voor de kinderen op zich te nemen. Het hof heeft geconcludeerd dat de rechtbank terecht het gezag van de moeder heeft beëindigd, gezien de ernstige schade die de kinderen hebben opgelopen en de verwachting dat het herstel nog jaren zal duren. De beslissing van de rechtbank is bekrachtigd, wat betekent dat de moeder geen gezag meer heeft over de kinderen.