ECLI:NL:GHARL:2025:8166

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
200.354.596/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezag moeder wegens mishandeling van kinderen

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de beëindiging van het gezag van de moeder over haar twee kinderen, geboren in 2014 en 2017. De rechtbank Midden-Nederland had eerder op 27 februari 2025 het gezag van de moeder beëindigd op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, omdat de kinderen ernstig lichamelijk en psychisch/emotioneel waren mishandeld door de moeder. De moeder was het niet eens met deze beslissing en ging in hoger beroep, waarbij zij verzocht om het gezag te behouden en de Raad in de kosten te veroordelen. Het hof heeft de feiten en standpunten van de betrokken partijen, waaronder de moeder, de vader en de Raad, zorgvuldig overwogen. De moeder erkent dat zij de kinderen in een onveilige situatie heeft gebracht, maar stelt dat zij inmiddels hulp heeft gezocht en meewerkt aan de zorg voor de kinderen. De Raad daarentegen benadrukt de ernst van de mishandeling en de impact op de kinderen, en stelt dat de moeder niet in staat is om binnen een aanvaardbare termijn de zorg voor de kinderen op zich te nemen. Het hof heeft geconcludeerd dat de rechtbank terecht het gezag van de moeder heeft beëindigd, gezien de ernstige schade die de kinderen hebben opgelopen en de verwachting dat het herstel nog jaren zal duren. De beslissing van de rechtbank is bekrachtigd, wat betekent dat de moeder geen gezag meer heeft over de kinderen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.354.596
zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 587057 en 586020
beschikking van 18 december 2025
over de beëindiging van het gezag over de kinderen
[minderjarige1]
en
[minderjarige2]
in de zaak van
[verzoekster](de moeder)
die woont op een geheim adres
advocaat: mr. L.E. Toet
en
[belanghebbende1](de vader)
die woont in [woonplaats1] , gemeente [gemeente1]
advocaat: mr. A.G. Ouwejan
en
de raad voor de kinderbescherming(de raad)
die kantoor houdt in Utrecht
en
de gecertificeerde instelling
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland(de GI)
die is gevestigd in Utrecht .

1.Samenvatting

De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht , heeft op verzoek van de raad het gezag van de moeder over de kinderen beëindigd. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De ouders hebben twee kinderen:
  • [minderjarige1] , geboren [in] 2014, en
  • [minderjarige2] , geboren [in] 2017.
De ouders zijn in 2022 uit elkaar gegaan en [in] 2024 gescheiden.
2.2.
De ouders waren tot 27 februari 2025 samen belast met het gezag over de kinderen.
2.3.
De kinderen staan sinds 27 februari 2025 onder toezicht van de GI.
2.4.
De kinderen woonden na de scheiding bij hun moeder. Sinds 18 augustus 2024 wonen de kinderen bij hun tante (vaderszijde).

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De raad heeft de rechtbank verzocht het gezag van de moeder te beëindigen.
3.2.
De rechtbank heeft het verzoek van de raad toegewezen. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 27 februari 2025. Ook zijn bij die beschikking de kinderen onder toezicht van de GI gesteld van 27 februari 2025 tot 27 februari 2026 en is voor diezelfde periode machtiging tot hun uithuisplaatsing in een netwerkpleegezin verleend.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank over haar gezag. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en dat de raad wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure. Het hoger beroep gaat dus niet over de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing.
4.2.
De raad wil dat de beslissing in stand blijft.
4.3.
De vader is het eens met de beslissing van de rechtbank. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank in stand laat.
4.4.
De GI wil dat de beslissing in stand blijft.
4.5.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift
  • het verweerschrift van de raad
  • de nadere stukken van de moeder ingediend op 6 november 2025
  • een mailbericht van de GI met als bijlage een brief van de pleegmoeder ingediend op 18 november 2025.
4.6.
[minderjarige1] heeft op 17 november 2025 gesproken met de voorzitter en een griffier van het hof. Hij heeft verteld wat hij vindt van de beëindiging van het gezag van de moeder. [minderjarige2] heeft niet gereageerd.
4.7.
De zitting bij het hof was op 20 november 2025. Aanwezig waren:
  • de moeder met haar advocaat
  • de vader met zijn advocaat
  • een vertegenwoordiger van de raad.

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
De rechtbank kan het gezag van een ouder beëindigen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Daarbij moet duidelijk zijn dat de ouder de verzorging en opvoeding niet binnen een aanvaardbare termijn weer zelf op zich kan nemen. De aanvaardbare termijn is de periode van onzekerheid, die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade in zijn ontwikkeling op te lopen. De rechtbank kan het gezag van een ouder ook beëindigen als de ouder het gezag misbruikt. [1]
Standpunten
5.2.
De moeder vindt dat de rechtbank ten onrechte haar gezag heeft beëindigd. De moeder stelt voorop dat zij de kinderen in een vreselijke situatie heeft geplaatst en dat zij hun veiligheid niet heeft kunnen waarborgen. Dat betekent niet automatisch dat de moeder geen gezag meer over de kinderen kan hebben. De moeder is blij dat zij is aangehouden door de politie. Zij heeft direct openheid van zaken gegeven en bekend. Sindsdien werkt de moeder mee aan alles dat in het belang van de kinderen is. Zo heeft de moeder geen verweer gevoerd tegen het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen bij hun tante (vaderszijde). Ook heeft de moeder steeds toestemming gegeven voor gezagsbeslissingen, zoals de aanmelding voor de behandelingen voor de kinderen. Verder neemt de moeder op geen enkele wijze contact met de kinderen op, niet direct of indirect. De moeder heeft hulp voor zichzelf ingeschakeld om te voorkomen dat zij de veiligheid van de kinderen ooit opnieuw in gevaar zou brengen. Het houden van haar gezag is in de ogen van de moeder juist in het belang van de kinderen. De GI kan de moeder dan betrekken bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling en indien nodig schriftelijke aanwijzingen geven. Dat kan een rol spelen bij traumabehandeling of herstelgesprekken. De moeder is bang dat de kinderen volledig uit haar leven worden weggeknipt. Door het houden van het gezag zal de moeder in staat zijn om zelf informatie op te vragen bij de betreffende instanties en daarmee contact te onderhouden. Het contact met de vader, die - terecht - heel boos op haar is en geen contact met haar wil, is dan juist niet nodig, aldus de moeder.
5.3.
De raad blijft bij zijn standpunt dat de moeder geen gezag meer over de kinderen moet hebben. De kinderen zijn door moeder ernstig mishandeld. De moeder heeft de kinderen onderworpen aan verschillende vormen van lichamelijk en psychisch/emotioneel geweld. Zo mochten de kinderen geregeld niet eten werden ze opgesloten in hun kamer, moesten ze elkaar lijfstraffen toebrengen, mochten zij niet naar de wc en moesten zij (naakt) in hun urine en/of uitwerpselen zitten. Beide kinderen zijn daardoor ernstig getraumatiseerd. De mishandeling is volgens de raad zo ernstig en traumatisch voor de kinderen dat de raad nu al verwacht dat de moeder niet in staat is om binnen een aanvaardbare termijn de verzorging en opvoeding voor de kinderen te dragen. Het gezamenlijk uitoefenen van het gezag zal zodanig belastende conflicten opleveren voor de kinderen dat de raad hiertoe geen mogelijkheden ziet. Er is geen enkele samenwerking mogelijk tussen de ouders, wat gezien het aandeel van moeder in het toebrengen van schade aan de kinderen ook niet van de vader verwacht kan worden. Het belang van de kinderen bij duidelijkheid weegt voor de raad zwaarder dan het belang van de moeder om te kunnen meebeslissen over hen. Ook zonder dat de moeder met het gezag belast is, zal de moeder geïnformeerd worden over de kinderen. De GI is - aldus de raad - bezig met een plan zodat moeder ook in de toekomst geïnformeerd zal blijven over de kinderen en zodat de kinderen contact kunnen hebben met hun moeder als de kinderen daar behoefte aan hebben.
5.4.
De vader is het eens met de rechtbank en met de raad.
Hoe oordeelt het hof?
5.5.
De rechtbank heeft het gezag van de moeder terecht beëindigd. Het hof sluit zich - na eigen onderzoek - aan bij de door de rechtbank voor de gezagsbeëindiging genoemde redenen en maakt die tot de zijne. Het hof voegt daar nog het volgende aan toe.
5.6.
De moeder ontkent niet dat zij de kinderen lichamelijk en psychisch/emotioneel heeft mishandeld. De moeder heeft hulp geaccepteerd voor zichzelf, werkt mee aan het nemen van beslissingen over de kinderen en zij probeert zoveel mogelijk te voorkomen dat de kinderen haar onverwacht kunnen tegenkomen. Dat de moeder inmiddels hulp accepteert en medewerking verleent betekent naar het oordeel van het hof echter niet dat de moeder haar gezag kan houden. Daarvoor is wat er is gebeurd te ernstig: de omvang van de pijn, de angst en het verdriet die deze kinderen door toedoen van hun eigen moeder hebben moeten lijden als straf voor ‘ongehoorzaamheid’ tart ieder voorstellingsvermogen. Dat de moeder zich bij die mishandelingen ook heeft laten sturen door een ‘vriendin’ die via een beeldverbinding meekeek en over de straffen ‘adviseerde’ maakt de ernstige tekortkoming van de moeder in haar verantwoordelijkheid als gezaghebbende ouder naar haar kinderen bepaald niet minder erg. De kinderen krijgen inmiddels traumabehandeling, en die behandeling maakt veel bij hen los. Zo was [minderjarige2] niet in staat om naar het gesprek bij het hof te komen omdat zij alleen al bij het horen van het woord ‘mama’ of ‘moeder’ volledig van slag raakt. [minderjarige1] vertoont op school zulk heftig (agressief) gedrag dat hij op dit moment maar tot 12.00 uur naar school kan gaan: de voor hem noodzakelijke aanwezigheid van een begeleider in de klas is slechts tot dat tijdstip te realiseren. De verwachting van de raad is niet dat de moeder binnen een voor de kinderen aanvaardbare het gezag op zich kan nemen: het zal nog jaren duren voordat de kinderen enigszins hersteld zijn van wat hen is aangedaan. Het houden van het gezag over de kinderen zit het herstel van de kinderen in de weg. Ook zonder het gezag kan de moeder een rol spelen bij traumabehandeling of herstelgesprekken.
5.7.
De beslissing van de rechtbank zal in stand blijven (worden bekrachtigd).

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht , van 27 februari 2025.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.H. F. van Vugt, P.B. Kamminga en I.G.M.T. Weijers-van der Marck, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.

Voetnoten

1.artikel 1:266 lid 1 onder a en b BW