ECLI:NL:GHARL:2025:8181
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing dwangsom wegens misbruik van procesrecht bij ingebrekestelling
De betrokkene stelde beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het verzoek tot het opleggen van een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen door de officier van justitie ongegrond verklaarde. De ingebrekestelling was onderdeel van een bulk van 3.000 ingebrekestellingen, waarvan een groot deel niet doel kon treffen. De kantonrechter oordeelde dat sprake was van misbruik van procesrecht en dat daarom geen dwangsom verschuldigd was.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de ingebrekestelling correct was ingediend en dat de officier van justitie onterecht buiten de termijn had beslist. Ook stelde hij dat de steekproefsgewijze controle van de officier van justitie niet rechtsgeldig was en dat er mogelijk opzettelijke vertraging was om dwangsommen te vermijden.
De advocaat-generaal verdedigde het standpunt van de officier van justitie en stelde dat het in bulk toesturen van ingebrekestellingen, waarvan het merendeel niet relevant was, het Parket CVOM belemmerde adequaat te beslissen, wat misbruik van procesrecht oplevert.
Het hof concludeerde dat de ingebrekestelling niet afzonderlijk in het dossier aanwezig was, maar wel onderdeel was van de bulk. Het hof volgde het oordeel dat sprake is van misbruik van procesrecht en bevestigde de beslissing van de kantonrechter, met verbetering van gronden. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de afwijzing van het verzoek tot dwangsom wegens misbruik van procesrecht bij de ingebrekestelling.