ECLI:NL:GHARL:2025:8265
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M.H.F. van Vugt
- I.G.M.T. Weijers- van der Marck
- K.A.M. van Os - ten Have
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezag vader op basis van artikel 1:253n Burgerlijk Wetboek
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de beëindiging van het gezamenlijk gezag van de ouders over hun twee minderjarige kinderen. De vader, die in hoger beroep ging, verzocht het hof om de beschikking van de rechtbank Gelderland te vernietigen, waarin de moeder alleen met het gezag over de kinderen was belast. De vader voerde aan dat er onvoldoende onderzoek was gedaan en dat hij niet tegenwerkte, maar juist in het belang van de kinderen handelde. De moeder daarentegen stelde dat de vader wel degelijk gezagsbeslissingen tegenwerkte en dat er voldoende hulpverlening was aangeboden. Het hof heeft de feiten en omstandigheden zorgvuldig gewogen en vastgesteld dat de vader in het verleden niet heeft meegewerkt aan gezagsbeslissingen, wat een negatieve impact heeft gehad op de kinderen. De raad voor de kinderbescherming adviseerde om de beschikking van de rechtbank in stand te laten, gezien de spanningen tussen de ouders en de noodzaak voor stabiliteit voor de kinderen. Het hof concludeerde dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk was dat het gezag alleen aan de moeder werd toebedeeld, en bekrachtigde de eerdere beschikking. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten droeg.