Uitspraak
[Verdachte] ,
Hoger beroep
Het onderzoek van de zaak
Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht
hij op of omstreeks 18 augustus 2023 te [Locatie 1] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [Locatie 1] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
hij op of omstreeks 18 augustus 2023 te [Locatie 1] , als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 420 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;
De bewijsvoering
Verdachte
Motorrijtuig
Rijbewijscategorie
Verdachte
Mededelingen aan de verdachte
Verdachte
Motorrijtuig
Rijbewijscategorie
Ongeldig verklaard rijbewijs (Artikel 9, lid 2 Wegenverkeerswet 1994)
Verdachte
Mededelingen aan de verdachte
Verdachte
Mededelingen aan de verdachte
Verdachte
Motorrijtuig
Rijbewijscategorie
Ongeldig verklaard rijbewijs (Artikel 9, lid 2 Wegenverkeerswet 1994)
Verdachte
Mededelingen aan de verdachte
Verdachte
Mededelingen aan de verdachte
Verdachte
Mededelingen aan de verdachte
Bewezenverklaring
hij op 18 augustus 2023 te [Locatie 1] terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [Locatie 1] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie heeft bestuurd.
hij op 18 augustus 2023 te [Locatie 1] , als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 420 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Strafbaarheid van de bewezen verklaarde feiten
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat de verdachte zich door het plegen van de bewezen verklaarde feiten schuldig heeft gemaakt aan overtredingen van regels die gelden in het verkeer en die de verkeersveiligheid dienen. Hij heeft er daarbij blijk van gegeven zich weinig gelegen te laten liggen aan het besluit van een instantie die mede met het oog op de verkeersveiligheid belast is met onder meer de beoordeling van de geldigheid van rijbewijzen en de rijvaardigheid van personen;
- de oriëntatiepunten voor straftoemeting die zijn opgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) ter zake van het besturen van een auto onder invloed van alcohol en het besturen van een auto terwijl het rijbewijs ongeldig is verklaard. Alleen voor dit laatste feit op zich pleegt in de regel al - bij eerste overtreding - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken in beeld te zijn.
Wetsartikelen
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) weken.
5 (vijf) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.