ECLI:NL:GHARL:2025:8535
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging gemachtigde
In deze zaak heeft F.R. Eggink hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die zijn beroep tegen de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde wegens het ontbreken van een deugdelijke machtiging. Eggink stelde dat een juiste machtiging per e-mail was overgelegd, maar de kantonrechter had deze niet ontvangen.
De kantonrechter had Eggink de gelegenheid gegeven het verzuim te herstellen door een schriftelijke machtiging te overleggen waaruit zijn bevoegdheid bleek. Hoewel Eggink een machtiging en een factuur overlegde, ontbrak een machtiging waaruit bleek dat de betrokkene Eggink had gemachtigd om namens haar beroep in te stellen.
Het hof oordeelde dat Eggink niet als gemachtigde kon worden beschouwd en bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Tevens wees het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af. De beslissing van de kantonrechter werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het ontbreken van een toereikende machtiging.