ECLI:NL:GHARL:2025:8595
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- G. Dam
- J. Steenbrink
- D. Stikkelbroeck
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak in hoger beroep voor aanranding en bedreiging met verkrachting
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 24 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. De verdachte, geboren in 2000, was eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf voor aanranding en bedreiging met verkrachting. De verdediging heeft hoger beroep ingesteld, waarbij de raadsman aanvoerde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een schending van het recht op een eerlijk proces door een te lange tijd tussen aangifte en verhoor van de verdachte. Het hof oordeelde dat, hoewel er sprake was van een tijdsverloop, dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
Tijdens de zitting op 12 december 2025 heeft het hof de zaak opnieuw onderzocht. De advocaat-generaal heeft gepleit voor bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten, terwijl de verdediging heeft verzocht om vrijspraak, stellende dat de verklaringen van de aangeefster onvoldoende betrouwbaar waren en het onderzoek onvolledig. Het hof heeft vastgesteld dat er een DNA-mengprofiel was aangetroffen, maar dat het opsporingsonderzoek in relevante opzichten onvolledig was. Dit leidde tot de conclusie dat het hof niet de overtuiging had gekregen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten had begaan. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van de beschuldigingen.
Daarnaast werd de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij afgewezen, omdat de verdachte niet schuldig was bevonden aan de feiten die de schade zouden hebben veroorzaakt. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding, waarbij beide partijen hun eigen kosten moesten dragen.