Uitspraak
1.[appellant1] ,
[appellanten],
[geïntimeerde],
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De feiten
(€42.470,-, zegge (tweeenveertigduizendvierhonderdzeventig euro) verbeuren, onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding, indien de daadwerkelijke schade hoger is dan de
het desbetreffende aanvraagformulieren en de
Het is derhalve niet vereist dat cliënten u in gebreke stellen. (...)[onderstreping hof]
4.De beoordeling
€ 5.300,- meer dan de met [geïntimeerde] overeengekomen koopprijs) en gaat ervan uit dat [geïntimeerde] met deze stelling bedoelt dat [appellanten] als gevolg van het niet doorgaan van de koopovereenkomst met [geïntimeerde] geen schade hebben geleden en dat dit gegeven moet leiden tot matiging van de boete – als die al zou zijn verschuldigd. Het hof is het daar mee eens: als [appellanten] al aanspraak hadden kunnen maken op een boete, zou die in dit geval gematigd moeten worden en wel tot nihil. Het gaat hier om een koopovereenkomst tussen particulieren die een standaardbeding zijn overeengekomen. Niet is gesteld of gebleken dat daarover is onderhandeld of dat anderszins [geïntimeerde] op de strekking van artikel 11.2 is gewezen. Tegenover de stellingen van [geïntimeerde] dat helemaal geen schade is geleden, hebben [appellanten] niets aangevoerd waaruit volgt dat de gevorderde boete toch in een redelijke verhouding staat tot enig nadeel aan hun zijde in verband met het niet doorgaan van de koopovereenkomst. Verder is gesteld noch gebleken dat het door [appellanten] opeisen van de boete bedoeld is geweest om [geïntimeerde] aan te sporen zijn verplichtingen na te komen (in welk geval er mogelijk minder aanleiding zou zijn tot een dergelijke matiging). Van enige wens tot aansporing door [appellanten] is ook niets gebleken; integendeel, zij hebben jegens [geïntimeerde] direct de ontbinding van de koopovereenkomst ingeroepen en de boete opgeëist. Gelet op dit een en ander, waarbij het hof ook betrekt dat [geïntimeerde] – eveneens onweersproken – heeft aangeboden de woning alsnog af te nemen en dat [appellanten] daarop niet zijn ingegaan, ziet het hof reden de boete te matigen tot nihil.
. [4]
5.De beslissing
€ 827,- aan griffierecht