Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven inclusief incidentele vordering op grond van artikel 223 Rv;
- de memorie van antwoord in het incident.
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
evidenteen fout heeft gemaakt. Het standpunt van [appellant] dat hij niets met de stalking te maken heeft en waarom dat zo is, is uitvoerig bij de voorzieningenrechter naar voren gebracht en maakte ook toen al onderdeel uit van de inhoudelijke juridische discussie tussen partijen. De voorzieningenrechter heeft daar in het bestreden vonnis gemotiveerd over beslist. Gelet op het hiervoor genoemde beoordelingskader, bestaat in dit schorsingsincident voor het hof geen ruimte om inhoudelijk te beoordelen of de voorzieningenrechter terecht heeft geoordeeld dat [geïntimeerde] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [appellant] – al dan niet via en/of met anderen – achter de stalking zit. Evenmin bestaat ruimte om vooruit te lopen op het inhoudelijke oordeel van het hof over deze argumenten. Dat zal het hof in het kader van de beoordeling van de hoofdzaak doen.