ECLI:NL:GHARL:2025:8665
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve ontslag van halfzus als bewindvoerder en benoeming van een professionele bewindvoerder in hoger beroep
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 30 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep betreffende de bewindvoering van een rechthebbende, geboren in 1995, die verstandelijk beperkt is. De rechthebbende had eerder een bewindvoerder, zijn halfzus [belanghebbende5], maar deze werd ambtshalve ontslagen door de kantonrechter. De rechthebbende heeft hoger beroep ingesteld, maar het hof heeft geoordeeld dat hij niet-ontvankelijk is in zijn verzoek. Dit oordeel is gebaseerd op het feit dat de advocaat, mr. R. Kaya, de rechthebbende niet persoonlijk heeft gesproken en niet heeft kunnen verifiëren of het instellen van hoger beroep met instemming van de rechthebbende was. De advocaat had de opdracht van halfzus [belanghebbende5] gekregen, die op dat moment niet meer als bewindvoerder was aangesteld. Het hof heeft vastgesteld dat de rechthebbende niet in staat is om zelfstandig beslissingen te nemen en dat er twijfels zijn over zijn vermogen om zijn wensen en gevoelens adequaat te uiten. Het hof heeft ook overwogen dat de benoeming van een professionele bewindvoerder gerechtvaardigd is, gezien de complexe situatie rondom het beheer van het vermogen van de rechthebbende en de lopende rechtszaken over zijn Persoonsgebonden Budget (PGB).