ECLI:NL:GHARL:2025:89

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 januari 2025
Publicatiedatum
13 januari 2025
Zaaknummer
Wahv 200.337.901/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenAanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter inzake administratief beroep geluidsoverlast en proceskostenvergoeding

De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd voor het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig. De kantonrechter matigde de sanctie en kende een proceskostenvergoeding toe. De betrokkene stelde in hoger beroep dat hem ten onrechte meerdere boetes waren opgelegd en dat de proceskostenvergoeding onjuist was berekend.

Het hof oordeelde dat de enkele betwisting van de gedraging onvoldoende was om twijfel aan het dossier te doen ontstaan en bevestigde de vaststelling van de overtreding. De stelling dat vier gedragingen aan de betrokkene konden worden toegerekend, werd niet onderbouwd en verworpen.

Hoewel de kantonrechter een te lage waarde per punt hanteerde bij de proceskostenvergoeding, achtte het hof het niet passend om de beslissing te vernietigen, omdat de matiging van de sanctie niet berustte op een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Om de betrokkene niet in een slechtere positie te brengen dan zonder hoger beroep, bleef de proceskostenvergoeding gehandhaafd.

Het gerechtshof bevestigde daarmee de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om een hogere proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om een hogere proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.337.901/01
CJIB-nummer
: 239033552
Uitspraak d.d.
: 13 januari 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 2 januari 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 187,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 447,75.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Verder is nog een brief d.d. 19 juli 2024 van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie van € 400,- opgelegd voor: “als bestuurder met een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 januari 2021 om 15.54 uur op de Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat in Laren met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie verlaagd naar € 250,-, omdat de regelgever het sanctiebedrag bij onderhavige feitcode heeft gewijzigd. De kantonrechter heeft het bedrag vervolgens met 25 procent gematigd, omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene de gedraging ontkent. De betrokkene meent dat aan hem ten onrechte drie Mulderboetes en een strafbeschikking zijn opgelegd. Dit is niet toegestaan. Daarbij wordt verwezen naar de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. De betrokkene wordt vier gedragingen verweten. Daarnaast voert de gemachtigde ten aanzien van de proceskostenvergoeding aan dat de waarde per punt is geïndexeerd per 1 januari 2024 en dat de kantonrechter daar ten onrechte geen rekening mee heeft gehouden.
4. Het is vaste rechtspraak dat de enkele betwisting van de gedraging niet leidt tot twijfel aan de gegevens in het dossier. De gedraging wordt dan ook vastgesteld.
5. Uit onder meer het aanvullend proces-verbaal in het dossier blijkt dat de ambtenaar die de onderhavige gedraging heeft geconstateerd diverse verkeersovertredingen heeft waargenomen. Hij heeft een sanctie opgelegd voor de onderhavige gedraging en voor het op een kruising niet de richting volgen van het voorsorteervak. Daarnaast blijkt dat tijdens de staandehouding een andere eenheid van de politie stopte, die de bestuurder een sanctie oplegde voor het onnodig geluid veroorzaken op een andere locatie. Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt ook dat in het zaakoverzicht weliswaar is vermeld dat later proces-verbaal zou worden opgemaakt voor het overschrijden van de maximumsnelheid, maar dat dit niet is opgemaakt.
6. Uit het dossier blijkt dat de ambtenaar bij het opleggen van de onderhavige sanctie het voornemen had om voor een snelheidsovertreding een sanctie op te leggen, maar ook blijkt dat dit niet is gedaan. De gemachtigde stelt weliswaar dat aan de betrokkene een strafbeschikking is opgelegd vanwege een snelheidsovertreding, maar dat is niet onderbouwd. Niet kan worden vastgesteld dat aan de betrokkene vier gedragingen worden "verweten", zoals door de gemachtigde van de betrokkene wordt gesteld. De grond treft dan ook geen doel.
7. Hoewel de gemachtigde terecht heeft gesteld dat de kantonrechter bij de vaststelling van de proceskostenvergoeding een te lage waarde per punt heeft gehanteerd, zal het hof hieraan voorbijgaan. De kantonrechter heeft namelijk een vergoeding toegekend voor de proceshandelingen in de fase van administratief beroep, terwijl de matiging van het sanctiebedrag niet was gelegen in een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Aan de betrokkene is dus ten onrechte een vergoeding toegekend (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 9 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1012). Om de betrokkene niet in een nadeliger positie te brengen dan wanneer hij geen hoger beroep zou hebben ingesteld, zal het hof de beslissing van de kantonrechter in stand laten.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.