De verdachte, een rechtspersoon die een steenfabriek exploiteert, werd beschuldigd van het zonder vergunning lozen van hemelwater vermengd met klei in twee watergangen nabij het bedrijf. De economische politierechter had eerder een geldboete van € 1.000 opgelegd, maar het hof vernietigde dit vonnis en deed opnieuw recht.
Op 18 mei 2021 constateerde een toezichthouder van het waterschap dat hemelwater vermengd met klei rechtstreeks in de watergangen stroomde, wat visuele verontreiniging veroorzaakte. Hoewel de verdachte een vergunning had voor het lozen van mogelijk verontreinigd hemelwater via een controleput, vond de lozing plaats buiten deze put en ook op een tweede watergang, waarvoor geen vergunning bestond.
Het hof oordeelde dat het lozen van afvalwater met inerte goederen is toegestaan onder voorwaarden, waaronder het niet overschrijden van 300 milligram onopgeloste stoffen per liter en het ontbreken van visuele verontreiniging. Omdat geen steekproeven waren genomen en visuele verontreiniging wel was vastgesteld, was er geen vrijstelling. De verdachte had zich wel ingespannen om lozingen te voorkomen, waardoor opzet niet bewezen werd. Het hof veroordeelde de verdachte tot een geheel voorwaardelijke geldboete van € 2.000.