ECLI:NL:GHARL:2026:1053

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
Wahv 200.356.175/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990Art. 68 RVV 1990Art. 82 RVV 1990Art. 84 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor negeren rood verkeerslicht ondanks betoog verkeersregelaar

De betrokkene kreeg een sanctie van €280 opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 14 september 2023 in Amsterdam. De betrokkene stelde dat hij handelde op aanwijzing van een verkeersregelaar vanwege een omleiding en verkeerschaos.

Het hof onderzocht de aangeleverde foto's en digitale databankbeelden waarop geen verkeersregelaar zichtbaar was en ook geen aanwijzingen van een verkeerschaos. De foto's toonden het voertuig op de rechterrijstrook voorbij de stopstreep terwijl het rode licht brandde.

De wettelijke bepalingen uit het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) verplichten stoppen bij rood licht, tenzij een bevoegde ambtenaar anders aanwijst. Het hof achtte de stelling van de betrokkene niet aannemelijk en bevestigde daarom de sanctie en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De boete van €280 voor het negeren van het rode verkeerslicht wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.356.175/01
CJIB-nummer
: 261106443
Uitspraak d.d.
: 24 februari 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 26 mei 2025, betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 september 2023 om 22.29 uur op de S114 IJburglaan kruising Zuiderzeeweg in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt dat de betrokkene op aanwijzingen van een verkeersregelaar is doorgereden. De betrokkene heeft over de situatie verklaard dat op de betreffende avond de Zeebergertunnel richting Zaandam was afgesloten. Er was sprake van een omleiding. De hoek bij de IJburglaan was een grote chaos. De gemachtigde voert aan dat de verkeersregelaar niet zichtbaar is op de foto’s van gedraging, omdat op de foto’s uitsluitend de bocht naar rechts zichtbaar is. Het kruispunt is niet zichtbaar en hierdoor de verkeersregelaar ook niet. Nu aanwijzingen van de verkeersregelaar voorgaan, kan de gedraging volgens de gemachtigde niet worden vastgesteld.
3. Uit de artikelen 62 jo. 68, eerste lid, aanhef en onder c, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) volgt dat voor een rood verkeerslicht moet worden gestopt.
4. Artikel 82, eerste lid, van het RVV 1990 verplicht weggebruikers om aanwijzingen van (onder meer) daartoe bevoegde en als zodanig kenbare ambtenaren op te volgen.
5. Artikel 84 van Pro het RVV 1990 bepaalt dat aanwijzingen als hiervoor bedoeld vóór verkeerstekens en verkeersregels gaan.
6. Het dossier bevat twee foto's van de gedraging. Op de eerste foto is te zien dat het voertuig met het onder 1. vermelde kenteken zich op de rechterrijstrook bevindt, bestemd voor rechts afslaand verkeer. Het voertuig is de stopstreep vrijwel geheel voorbij en bevindt zich met de achterzijde ter hoogte van het verkeerslicht. Uit de databalk blijkt dat het rode verkeerslicht op dat moment
1,6 seconden brandde. Op de tweede foto is te zien dat het voertuig het verkeerslicht is gepasseerd. Het voertuig bevindt zich vlak voor de bocht naar rechts. Op deze foto’s is enkel de rechterrijstrook goed zichtbaar.
7. Uit het verweerschrift van de advocaat-generaal blijkt dat de advocaat-generaal naar aanleiding van het verweer van de gemachtigde de hem ter beschikking staande digitale databank heeft geraadpleegd. Hierbij heeft de advocaat-generaal opgezocht welke voertuigen er op het onderhavige pleegtijdstip op de onderhavige pleeglocatie op de andere rijbaan geflitst zijn. De advocaat-generaal heeft hiervan de afbeeldingen geanonimiseerd ingebracht. Op deze afbeeldingen zijn zowel de rechterrijstrook als de twee rijstroken voor recht doorgaand verkeer goed in beeld gebracht waardoor de kruising zichtbaar is.
8. Dat de betrokkene het rode licht heeft genegeerd vanwege aanwijzingen van een verkeersregelaar, acht het hof niet aannemelijk geworden. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat zowel op de foto’s van de gedraging als op de foto’s die door de advocaat-generaal zijn ingebracht, waarop de kruising goed te zien is, geen verkeersregelaar zichtbaar is. Het hof ziet op de foto’s ook niet dat er voertuigen op het kruispunt op een onnatuurlijke wijze stilstaan dan wel dat sprake is van de door de betrokkene gestelde chaos. De foto’s geven daarom geen enkele indicatie voor de stelling dat de betrokkene aanwijzingen van een verkeersregelaar zou hebben gekregen en opgevolgd.
De betrokkene had aldus voor het verkeerslicht moeten stoppen. Er zijn aldus geen redenen de sanctie achterwege te laten. De aangevoerde grond slaagt niet.
9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.