ECLI:NL:GHARL:2026:1081

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
200.360.441/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253o BWArt. 1:253c lid 2 BWArt. 7 lid 1 Verordening Brussel II-ter
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing gezamenlijk gezag vader en moeder over drie zorgintensieve kinderen

De vader en moeder zijn in 2017 uit elkaar gegaan en hebben drie dochters met een forse zorgvraag door vroeggeboorte en een chromosoomafwijking. De moeder oefent momenteel het alleenstaande gezag uit en de kinderen wonen bij haar. De vader verzocht om gezamenlijk gezag, maar dit werd door de rechtbank afgewezen en het hof bekrachtigt deze beslissing.

Het hof stelt vast dat gezamenlijk gezag alleen mogelijk is als ouders in staat zijn om in gezamenlijk overleg belangrijke beslissingen te nemen. Uit het dossier en het raadsrapport blijkt dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is, er geen vertrouwen is en geen contact tussen vader en kinderen bestaat. Hulpverlening heeft geen verbetering gebracht en contactherstel zou te veel stress veroorzaken voor de kinderen.

Gezien de medische kwetsbaarheid van de kinderen en de grote zorgvraag is het noodzakelijk dat de moeder voortvarend en zonder belemmeringen beslissingen kan nemen. Gezamenlijk gezag zou leiden tot instabiliteit en onrust, wat het belang van de kinderen schaadt. De moeder voldoet aan haar informatieplicht richting de vader. Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag te verkrijgen af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.360.441/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 193130)
beschikking van 24 februari 2026
in de zaak van
[verzoeker](de vader),
die woont op een geheim te houden adres,
verzoeker in hoger beroep,
advocaat: mr. M. Bou-Asrar te Leeuwarden,
en
[verweerster](de moeder),
die woont op een geheim te houden adres,
verweerster in hoger beroep,
advocaat: mr. K. Benchaïb te Emmeloord.
In zijn toetsende en/of adviserende taak is gekend:
de raad voor de kinderbescherming(de raad),
regio Noord Nederland, locatie Leeuwarden.

1.De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 14 oktober 2024 en 11 juli 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. De beschikking van 11 juli 2025 wordt hierna de bestreden beschikking genoemd.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 10 oktober 2025;
- een journaalbericht namens de vader van 27 oktober 2025 met bijlage(n);
- een journaalbericht namens de vader van 13 november 2025 met bijlage(n);
- het verweerschrift;
- een brief van de raad van 10 december 2025 over de aanwezigheid van de raad op de zitting.
2.2
De onder 3.1 genoemde minderjarigen zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken met betrekking tot het verzoek, maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt.
2.3
De mondelinge behandeling heeft op 27 januari 2026 plaatsgevonden. De vader en de moeder zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Bijzondere toegang is verleend aan een begeleidster van de moeder (vanuit de [naam1] stichting).

3.De feiten

3.1
De vader en de moeder zijn in 2017 uit elkaar gegaan. Zij hebben samen drie dochters:
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2015;
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2015; en
- [de minderjarige3] , geboren [in] 2015.
De vader heeft de kinderen erkend. De moeder oefent alleen het ouderlijk gezag uit over de kinderen. De kinderen wonen bij de moeder.
3.2
De kinderen zijn te vroeg geboren en hebben een chromosoomafwijking. Zij hebben veel (medische en psychische) zorg nodig.
3.3
De moeder heeft de [buitenlandse] nationaliteit.
3.4
Bij beschikking van 16 december 2020 heeft de rechtbank -voor zover hier van belang- het verzoek van de vader om hem samen met de moeder met het gezag te belasten afgewezen.
3.5
Bij beschikking van 14 oktober 2024 heeft de rechtbank de raad verzocht een onderzoek te verrichten naar de omgangsregeling en de gezagssituatie met betrekking tot de drie kinderen, en is iedere verdere beslissing aangehouden in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek. Daarnaast is (in detail) bepaald dat de moeder de vader maandelijks zal informeren over belangrijke zaken met betrekking tot de ontwikkeling van de kinderen.

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden beschikking is het verzoek van de vader om gezamenlijk met de moeder te worden belast met het gezag over [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] , afgewezen. De beslissing over de omgang is aangehouden in afwachting van het hulpverleningstraject bij [naam2] .
4.2
De vader is met één grief in hoger beroep gekomen. Hij verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen ten aanzien van de beslissing over het gezag, en zijn verzoek om hem samen met de moeder te belasten met het gezag over de kinderen alsnog toe te wijzen.
4.3
De moeder voert verweer en verzoekt het hof om de vader in zijn hoger beroep
niet-ontvankelijk te verklaren, althans zijn beroep af te wijzen en de bestreden beschikking ten aanzien van het gezag te bekrachtigen.

5.De motivering van de beslissing

Rechtsmacht en toepasselijk recht
5.1
De zaak heeft een internationaal karakter omdat de moeder de [buitenlandse] nationaliteit heeft. Artikel 7 lid 1 Verordening Pro Brussel II-ter bepaalt dat ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd zijn de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. De gewone verblijfplaats van de kinderen is (en was op het tijdstip waarop de zaak aanhangig werd gemaakt) in Nederland. Aan de Nederlandse rechter komt daarom rechtsmacht toe. Nu de rechtbank Nederlands recht heeft toegepast en het toepasselijke recht in hoger beroep niet in geschil is, zal het hof ook Nederlands recht toepassen.
De wet
5.2
Op grond van artikel 1:253o van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen beslissingen waarbij een ouder alleen met het gezag is belast op verzoek van de ouders of van een van hen door de rechter worden gewijzigd op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Een verzoek om gezamenlijk met de andere ouder met het gezag te worden belast wordt met analoge toepassing van artikel 1:253c lid 2 BW slechts afgewezen indien
a. er nog steeds een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Het gezag
5.3
Het hof is, net als de rechtbank, van oordeel dat het belang van [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] meebrengt dat alleen de moeder is belast met het gezag over hen. Het hof verwijst naar de motivering van de rechtbank in de bestreden beschikking op dit punt en neemt deze na eigen onderzoek over. Het hof voegt daaraan het volgende toe.
5.4
Gezamenlijk gezag vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich in het leven van het kind kunnen voordoen.
5.5
Het hof is op grond van de stukken, waaronder het laatste raadsrapport, en hetgeen ter zitting is besproken van oordeel dat de minimaal noodzakelijke basis voor gezamenlijk gezag van de ouders in dit geval ontbreekt. De verstandhouding tussen de ouders is ernstig verstoord, er is geen enkel vertrouwen in elkaar en er is geen onderlinge communicatie. Deze situatie is, ondanks de inzet van hulpverlening, al jarenlang ongewijzigd en er is geen zicht op verbetering van die situatie. Er is daarnaast al lange tijd geen contact tussen de vader en de kinderen. [naam2] heeft onlangs geconcludeerd dat contactherstel te veel stress en onrust oplevert voor de kinderen, mede gelet op hun medische situatie. De forse zorgvraag van de kinderen doet een groot beroep op de belastbaarheid van de moeder en maakt bovendien dat zij voortvarend en op zeer regelmatige basis gezagsbeslissingen moet (kunnen) nemen. Het hof verwacht dat gezamenlijke gezagsuitoefening dit zal bemoeilijken en zal leiden tot instabiliteit en onrust in de opvoedingssituatie bij de moeder. Aannemelijk is dat dit voor de kinderen te belastend zal zijn, mede gelet op hun medische problematiek en kwetsbaarheid.
Het hof concludeert dat onder voornoemde omstandigheden bij gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico ontstaat dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders, en dat het ook anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat het verzoek van de vader om hem mede met het gezag te belasten wordt afgewezen. Het hof zal de bestreden beschikking op dit punt dan ook bekrachtigen.
5.6
Het hof merkt tot slot op dat de moeder voldoet aan haar maandelijkse informatieplicht aan de vader, zoals vastgelegd bij beschikking van 14 oktober 2024, en is net als de raad van oordeel dat de vader op deze manier voldoende wordt geïnformeerd over de kinderen.

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van
11 juli 2025 voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.G. Knot, mr. M.A.F. Veenstra en mr. B.J. Voerman, bijgestaan door mr. E. Klijn als griffier, en is op 24 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.