Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn ouders van een minderjarige die bij de vrouw woont en gezamenlijk gezag hebben. De rechtbank stelde eerder de kinderalimentatie vast, waarbij de man maandelijks een bedrag aan de vrouw moet betalen voor de verzorging en opvoeding van het kind.
De man ging in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht om een lagere alimentatie vanaf een latere ingangsdatum. Hij stelde dat hij al kosten had betaald voor het kind en dat de draagkrachtberekening onjuist was.
Het hof oordeelde dat de ingangsdatum van de alimentatie correct was vastgesteld op 10 september 2024, de datum van het verzoek van de vrouw. De man kon zijn stellingen over betaalde kosten niet aannemelijk maken. Ook wees het hof het verzoek af om de draagkracht van de man en vrouw anders te berekenen, omdat de rechtbank de juiste uitgangspunten had gehanteerd.
Daarom bekrachtigde het hof de beschikking van de rechtbank waarin de man de alimentatie moet betalen zoals vastgesteld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank waarin de man kinderalimentatie moet betalen vanaf 10 september 2024.