Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader verzocht de kantonrechter om een omgangsregeling met zijn meerderjarige zoon, die onder bewind en mentorschap staat, vast te stellen. De kantonrechter wees dit verzoek af. Het hof vernietigde deze afwijzing en paste artikel 1:377a BW, dat normaal voor minderjarigen geldt, overeenkomstig toe vanwege de bijzondere omstandigheden van de zoon.
De vader en moeder bereikten in hoger beroep overeenstemming over een omgangsregeling waarbij de vader eenmaal per maand of eenmaal per twee weken contact heeft met de zoon, met afspraken over tijdige melding bij afzegging en geen omgang tijdens vakanties. De mentor ondersteunt waar nodig bij de overdracht.
Het hof legde de omgangsregeling vast met ingang van 1 april 2026, waarbij de omgang op vrijdag plaatsvindt en vanaf augustus twee keer per maand. De kosten van het geding worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt een omgangsregeling vast tussen vader en meerderjarige zoon onder bewind en mentorschap, met ingang van 1 april 2026.