ECLI:NL:GHARL:2026:1187

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
21-002972-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor afleveren en voorhanden hebben van vervalste paspoorten

In hoger beroep tegen de vrijspraak van de politierechter heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis vernietigd en verdachte veroordeeld voor het afleveren en voorhanden hebben van vervalste paspoorten. Verdachte had een pakket verzonden met daarin twee vervalste paspoorten, verstopt in een pak wasmiddel. Hoewel verdachte verklaarde het pakket op verzoek van een familielid te hebben verzonden en niets verdachts had gezien bij het openen, oordeelde het hof dat hij redelijkerwijs moest vermoeden dat het pakket illegale goederen bevatte.

Het hof baseerde zich op het feit dat het pakket was dichtgetapet en afkomstig was van een onbekende, waardoor verdachte had moeten onderzoeken wat erin zat. Dit leidde tot de conclusie dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het afleveren en voorhanden hebben van de vervalste paspoorten. De verdediging verzocht om het horen van getuigen, maar dit werd afgewezen omdat het hof de verklaring van verdachte aannam.

De strafmaat werd bepaald rekening houdend met de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van verdachte. Gezien het ontbreken van eerdere veroordelingen en de stabiele levenssituatie van verdachte, legde het hof een taakstraf op van 200 uur, waarvan 100 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, in plaats van een gevangenisstraf zoals door de officier van justitie geëist.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur, waarvan 100 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, voor het afleveren en voorhanden hebben van vervalste paspoorten.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002972-25
Uitspraakdatum: 24 februari 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem -Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem , gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem , van 2 juli 2025 met parketnummer 15-231609-23 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende te [adres] .

Hoger beroep

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van zitting van het hof van 10 februari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.J.R. Roethof, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken het ten laste gelegde feit.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter in de rechtbank Gelderland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 17 juni 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , gemeente [gemeente] , althans elders in Nederland, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht, te weten:
- een paspoort van het land [land] , voorzien van het nummer [documentnummer 1] , ten name gesteld van [naam 1] en/of
- een paspoort van het land [land] , voorzien van het nummer [documentnummer 2] , ten name gesteld van [naam 2] , waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat verdachte de verantwoordelijkheid had om te controleren wat er in het door hem verzonden pakket zat. Door dat niet te doen, is hij aanmerkelijk onvoorzichtig geweest. Hij had redelijkerwijs moeten vermoeden dat er valse paspoorten in het pakket zaten.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Zij heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat verdachte de doos heeft opengemaakt en niets vreemds heeft gezien. Dat er goederen waren dicht getapet, maakt volgens de raadsvrouw niet dat verdachte de inhoud van de doos verder had moeten onderzoeken. Verdachte heeft geen (voorwaardelijk) opzet gehad op het afleveren en voorhanden hebben van de valse paspoorten.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat het tenlastegelegde bewezen is, nu er voldoende wettig en overtuigend bewijs is. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Als er cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest.
Het hof overweegt in het bijzonder nog als volgt.
Verdachte heeft een pakket verzonden naar [geboorteland] . In het pakket bleken twee vervalste paspoorten te zitten in een pak wasmiddel. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij het pakket op verzoek van zijn neef in [geboorteland] heeft verstuurd. Hij heeft het pakket vervolgens ontvangen van een vriend van die neef, een man die hijzelf niet kende. Hij kreeg de doos ongeopend en hij heeft erin gekeken. Hij heeft daarbij niets verdachts gezien. Het hof gaat uit van deze lezing de verdachte.
Het hof dient vervolgens de vraag te beantwoorden of verdachte wist, dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat zich in het pakket illegale en/of strafbare voorwerpen, zoals vervalste paspoorten, bevonden. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend. Het overweegt hiertoe dat uit het procesdossier blijkt dat er pakken waspoeder in het pakket met tape waren dicht geplakt en dat dit zichtbaar was. Gelet op het feit dat verdachte het pakket ontving van een hem geheel onbekend iemand, alsmede gelet op de wijze waarop de goederen waren dichtgeplakt, had verdachte moeten onderzoeken waarom de verpakkingen op deze wijze waren dichtgeplakt en wat er in zat. Nu hij dat niet heeft gedaan, had hij op zijn minst genomen redelijkerwijs moeten vermoeden dat in het pakket goederen zouden zitten die onrechtmatig waren.
Het hof is daarom van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het afleveren en voorhanden hebben van de vervalste paspoorten die in het pakket zaten. Het hof acht het ten laste gelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Voorwaardelijk verzoek

De verdediging heeft, het voorwaardelijke verzoek gedaan de moeder en neef van verdachte te doen horen als getuigen als het hof tot een veroordeling zou komen. Deze getuigen zouden kunnen verklaren dat verdachte het pakket op verzoek van zijn neef heeft verstuurd.
Het hof acht het niet noodzakelijk de moeder en neef van verdachte als getuige te horen over de juistheid van de verklaring van verdachte, nu het hof, zoals hiervoor al is overwogen, uitgaat van de juistheid van die verklaring van verdachte. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij, op
of omstreeks17 juni 2023 te [plaats 1]
en/of [plaats 2] , gemeente [gemeente] , althans elders in Nederland,reisdocumenten
en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht, te weten:
- een paspoort van het land [land] , voorzien van het nummer [documentnummer 1] , ten name gesteld van [naam 1] en
/of
- een paspoort van het land [land] , voorzien van het nummer [documentnummer 2] , ten name gesteld van [naam 2] ,
waarvan hij, verdachte,
wist ofredelijkerwijs moest vermoeden dat deze v
als ofvervalst waren, heeft afgeleverd en
/ofvoorhanden heeft gehad.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
een reisdocument afleveren en voorhanden hebben, waarvan hij redelijkerwijs moet vermoeden, dat het vervalst is, meermalen gepleegd

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
De raadsvrouw heeft verzocht om bij een bewezenverklaring aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
Het hof houdt bij het bepalen van de straf rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft vervalste paspoorten voorhanden gehad en geprobeerd deze naar [geboorteland] te verzenden, op verzoek van een familielid. Verdachte heeft door zo te handelen een groot risico genomen dat valse reisdocumenten in verkeerde handen zouden komen, met alle mogelijke gevolgen van dien.
Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 12 januari 2026 volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit zodat dat niet strafverhogend werkt.
Verdachte heeft zijn leven op orde. Hij heeft een gezin en een baan. Het hof acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de advocaat-generaal geëist, daarom in dit geval niet passend. Verdachte zou daardoor stabiele factoren in het leven kunnen verliezen, wat de kans op herhaling vergroot.
Het hof betrekt bij de keuze geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen ook het feit dat verdachte zich - naar het zich laat aanzien - door een familielid in de problemen heeft laten brengen.
Alles afwegende legt het hof aan verdachte een taakstraf op voor de duur van tweehonderd uren, subsidiair honderd dagen hechtenis, waarvan honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Deze straf is passend en geboden.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 231 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
100 (honderd) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot
100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
50 (vijftig) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door
mr. R.H. Koning, voorzitter,
mr. A. van Maanen en mr. J. Steenbrink, raadsheren
in aanwezigheid van mr. G.A. Dunnink, griffier,
en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 24 februari 2026.