ECLI:NL:GHARL:2026:1285

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
Wahv 200.357.962/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 62 RVV 1990Art. 80 RVV 1990
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor niet verlenen van voorrang bij haaientanden ondanks verkeersdrukte

De betrokkene werd gesanctioneerd met een boete van €300 wegens het niet verlenen van voorrang bij haaientanden op 24 mei 2024 in 's-Gravenhage. Hij voerde aan dat er sprake was van uitzonderlijke verkeersdrukte door een demonstratie en dat er werd geritst, waardoor zijn gedraging gerechtvaardigd zou zijn.

Het hof oordeelde dat ritsen niet van toepassing was omdat de situatie geen wegversmalling betrof, maar een kruising met haaientanden waar voorrang moest worden verleend volgens artikel 62 in Pro verbinding met artikel 80 RVV Pro 1990. De betrokkene had moeten wachten tot er voldoende ruimte was om de kruising op te rijden.

De kantonrechter had de sanctie terecht opgelegd en het hof bevestigde deze beslissing. Er waren geen bijzondere omstandigheden die matiging van de sanctie rechtvaardigden. De verklaring van de ambtenaar dat de betrokkene zich tussen het doorgaande verkeer had gepropt, werd als overtuigend beoordeeld.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €300 voor het niet verlenen van voorrang bij haaientanden ondanks verkeersdrukte.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.357.962/01
CJIB-nummer
: 266485859
Uitspraak d.d.
: 4 maart 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 17 april 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 februari 2026. De betrokkene is verschenen. De advocaatgeneraal is vertegenwoordigd door mr. [naam].

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 300,- voor: “bij op wegdek aangebrachte haaientanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op kruisende weg”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 mei 2024 om 17:05 uur op Plein 1813 in ‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2. De betrokkene voert aan dat sprake was van omstandigheden, die de verrichte gedraging rechtvaardigen. Er was sprake van een enorme verkeersdrukte. Daardoor werd er stapvoets gereden en omwille van de doorstroming werd er geritst. Ter plaatse was een proPalestinademonstratie. Dat de ambtenaar de betrokkene staande kon houden op de doorgaande weg - en niet langs de kant van de weg -, geeft het uitzonderlijke karakter van de situatie weer. De betrokkene stelt dat de verklaring, waarin de ambtenaar aangeeft dat de betrokkene zich tussen het doorgaande verkeer heeft gepropt, berust op interpretatie en onvoldoende overtuigend is.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 62 in Pro verbinding met artikel 80 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Artikel 62 van Pro het RVV 1990 bepaalt dat weggebruikers verplicht zijn gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden. Ingevolge artikel 80 van Pro het RVV 1990 hebben haaientanden de volgende betekenis: de bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat betrokken voertuig voor een kruising met haaientanden stond te wachten. Ik zag dat de auto optrok en tussen het doorgaande verkeer propte. Voertuig negeerde hierbij de haaientanden die voor hem golden. Hiervoor een beschikking gegeven.
Overtreden artikel:
62 jo. 80 RVV 1990. (…)
Verklaring betrokkene: er was file en ik was aan het ritsen.”
6. Van ritsen wordt gesproken wanneer bestuurders beurtelings een voertuig voor laten gaan, indien op een weghelft met meerdere gelijkwaardige rijstroken een wegversmalling ontstaat door het eindigen van een rijstrook. Een dergelijke situatie deed zich hier echter niet voor. De betrokkene stond te wachten voor een kruising met haaientanden. Ingevolge artikel 80 van Pro het RVV 1990 hebben haaientanden de volgende betekenis: de bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Door zijn voertuig tussen het kruisende verkeer te drukken voldeed hij niet aan dit gebod. Dat sprake was van uitzonderlijke verkeersdrukte als gevolg van een demonstratie maakt dit niet anders. De betrokkene diende zolang als nodig te wachten totdat er voldoende ruimte was om de kruising op te rijden. De omstandigheden van het geval leiden evenmin tot het oordeel dat sprake was van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om het bedrag van de administratieve sanctie te matigen.
7. Gelet op het voorgaande is het hof is van oordeel dat de kantonrechter terecht heeft geoordeeld dat de sanctie terecht aan de betrokkene is opgelegd. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Postma als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.