Op 25 maart 2025 werd verdachte aangehouden in een auto met een aanhanger zonder kenteken en verlichting. In de auto werd een kartonnen doos aangetroffen met circa 2 kilogram wit poeder (inositol) en ponypacks, die indicatief getest werden met betrouwbare Raman-spectrometers. Verdachte verklaarde dat het om een sportpoeder ging, maar het hof achtte bewezen dat hij zich bewust was van het gebruik als versnijdingsmiddel.
De verdediging voerde een beroep op vormverzuim aan, stellende dat de doos onrechtmatig was geopend zonder redelijk vermoeden van schuld. Het hof verwierp dit verweer op grond van de zichtbare aanwezigheid van het poeder en de omstandigheden ter plaatse, waaronder antecedenten van verdachte en de onduidelijkheid over het voertuig.
Het hof oordeelde dat het bewijs wettig en overtuigend was en dat verdachte strafbaar was voor het voorhanden hebben van een versnijdingsmiddel ten behoeve van de harddrugshandel. Gezien de ernst van het feit, de hoeveelheid en de rol van versnijdingsmiddelen in de drugshandel, legde het hof een gevangenisstraf van 8 maanden op, met aftrek van het voorarrest. Een geldboete werd niet opgelegd.