ECLI:NL:GHARL:2026:1406

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
Wahv 200.356.251/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 7:18 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor niet rechts houden op autoweg ondanks betwisting gedraging

De betrokkene kreeg een sanctie van €240 opgelegd wegens het niet zoveel mogelijk rechts houden op de Rijksweg A12. De betrokkene ontkende de gedraging en stelde dat het zaakoverzicht onvoldoende was om de overtreding vast te stellen. Hoewel er foto’s van een video-opname waren, was de volledige video niet verstrekt.

Het hof oordeelde dat de ambtenaar de gedraging op basis van eigen waarneming had vastgesteld en dat de officier van justitie de video niet had geraadpleegd bij de beoordeling van het beroep. De foto’s ondersteunden de verklaring dat de betrokkene over een afstand van minstens 1.400 meter links reed terwijl de rechterrijstrook vrij was.

Het hof stelde vast dat de video-opname in deze zaak niet als een op de zaak betrekking hebbend stuk moest worden aangemerkt, waardoor verstrekking ervan niet verplicht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: De sanctie van €240 voor het niet zoveel mogelijk rechts houden op de autoweg wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.356.251/01
CJIB-nummer
: 257945028
Uitspraak d.d.
: 9 maart 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 21 mei 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 mei 2023 om 00:39 uur op de Rijksweg A12, ter hoogte van hmp 38.4 in Bodegraven met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene de gedraging ontkent en dat de gedraging op basis van het zaakoverzicht niet kan worden vastgesteld. Uit de overgelegde foto’s blijkt dat er een video-opname van de vermeende gedraging is gemaakt. Deze video-opname is echter niet verstrekt. Op de overgelegde foto’s van de video-opname blijkt dat er voertuigen rechts van de betrokkene reden, wat te zien is aan de achterlichten op de verschillende rijstroken. De betrokkene was dan ook bezig met het inhalen van andere voertuigen. Van niet zoveel mogelijk rechts houden is geen sprake.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de bestuurder de 2 van 4 rijstrook volgde, over een afstand van ten minste 1400 meter. De rijstrook, welke rechts naast de gevolgde rijstrook was gelegen, was over die afstand geheel vrij van verkeer. Er waren geen omstandigheden die het niet zoveel mogelijk rechts houden noodzaakten.
Bijlagen: een fotografische opname.”
5. In het dossier bevinden zich de genoemde fotografische opnamen. Dit betreffen foto’s van de door de ambtenaar gemaakte video-opname. Hierop is te zien dat de weg ter plaatse bestaat uit 4 rijstroken. Op de eerste foto (om 00:39:06) rijdt het voertuig van de betrokkene op rijstrook 2 op ruime afstand voor het voertuig van de ambtenaar, die op rijstrook 3 rijdt. Rechts naast het voertuig van de betrokkene is rijstrook 3 vrij, maar verder naar voren zijn de achterlichten van andere voertuigen op deze rijstrook te zien.
Op de tweede foto (om 00:39:13) is te zien dat het voertuig van de ambtenaar nog steeds op rijstrook 3 rijdt, maar het voertuig van de betrokkene op rijstrook 2 iets dichter genaderd is. Rijstrook 3 is vóór het voertuig van de ambtenaar vrij van verkeer tot ruim voor de auto van de betrokkene (en diens voorganger op rijstrook 2).
Op de derde foto (waarop de tijd niet zichtbaar is) bevindt het voertuig van de ambtenaar zich achter het voertuig van de betrokkene op rijstrook 2. Rijstrook 3 is naast de voertuigen van de ambtenaar en de betrokkene nog steeds vrij van verkeer, maar de achterlichten van een voertuig in rijstrook 3 bevinden zich nu schuin voor het voertuig van de betrokkene.
6. Het hof ziet in wat de gemachtigde namens de betrokkene aanvoert geen reden te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar waaruit volgt dat de betrokkene niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden. Volgens de ambtenaar heeft de bestuurder over een afstand van ten minste 1.400 meter links gereden, terwijl er geen ander verkeer op de rijstrook rechts naast de gevolgde rijstrook reed. Deze verklaring wordt ondersteund door de in het dossier aanwezige foto’s. Er bestond dus geen noodzaak voor de bestuurder om links te blijven rijden. Gelet op het voorgaande kan de gedraging worden vastgesteld.
7. Met betrekking tot het verweer dat de video-opname niet is vertrekt overweegt het hof als volgt. Het is vaste rechtspraak van het hof dat de officier van justitie op grond van artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de fase van het administratief beroep is gehouden op verzoek aan de indiener van het beroepschrift de op de zaak betrekking hebbende stukken te verstrekken. In ieder geval moeten als op de zaak betrekking hebbende stukken worden aangemerkt het zaakoverzicht en (als die is gemaakt) een foto van de gedraging. Er kunnen zich situaties voordoen waarin ook een filmfragment moet worden aangemerkt als een op de zaak betrekking hebbend stuk (vgl. het arrest van 1 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7565).
8. Het hof is van oordeel dat de filmopname in dit geval niet als een op de zaak betrekking hebbend stuk moet worden aangemerkt. Het hof acht hierbij van belang dat uit de stukken van het dossier blijkt dat de ambtenaar de sanctie heeft opgelegd nadat hij de gedraging had vastgesteld op basis van zijn eigen waarnemingen en de officier heeft de filmopname niet geraadpleegd bij de beoordeling van het beroep.
9. De ambtenaar heeft enkele foto’s van de filmopname bij het zaakoverzicht gevoegd. Deze stukken zijn in administratief beroep aan de gemachtigde verstrekt. Voor de beoordeling van de bezwaren van de betrokkene door de officier van justitie was het raadplegen van de filmopname ook niet noodzakelijk. Gelet hierop doet de situatie dat de filmopname potentieel opheldering kan geven over voor de beoordeling van het beroep relevante aspecten waarover redelijkerwijs twijfel bestaat, zich hier niet voor (vgl. overweging 5 van het arrest van het hiervoor genoemde arrest van 1 september 2022).
10. Nu de filmopname geen op de zaak betrekking hebbend stuk is (geworden), was de officier van justitie niet gehouden deze in de fase van het administratief beroep aan de betrokkene te verstrekken. De grond treft geen doel.
11. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.