ECLI:NL:GHARL:2026:1423

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
200.356.453/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:383 lid 2 BWWet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming professionele curator blijft in stand ondanks gewijzigde voorkeur betrokkene

De betrokkene is sinds 2020 onder curatele gesteld vanwege medische beperkingen en zorgbehoefte. Na meerdere wisselingen in curatoren is Integra Bewindvoering en Inkomensbeheer B.V. benoemd als professionele curator. De betrokkene verzocht in hoger beroep om Integra te ontslaan en haar tante als curator te benoemen, wat het hof afwijst.

Het hof overweegt dat de betrokkene een ingewikkelde familieverhouding heeft, waarbij de moeder en tante als curatoren conflicten hadden die het welzijn van de betrokkene negatief beïnvloedden. De tante heeft eerder ontslag genomen vanwege deze verstoorde samenwerking. Hoewel de betrokkene haar voorkeur voor haar tante heeft uitgesproken, acht het hof dit niet in haar belang.

De betrokkene verblijft momenteel op een locatie waar zij de noodzakelijke zorg ontvangt, ondanks haar wens om zelfstandig te wonen. Integra heeft toegelicht dat eerdere zelfstandige woonvormen tot incidenten leidden en dat de huidige zorgsituatie verbetering toont. Het hof benadrukt het belang van een neutrale, professionele curator die objectief kan handelen in het belang van de betrokkene.

Gelet op de omstandigheden en het ontbreken van concrete bezwaren tegen Integra, bekrachtigt het hof de beschikking van de kantonrechter en wijst het verzoek tot wijziging van curator af.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de benoeming van Integra als curator en wijst het verzoek van de betrokkene af om haar tante als curator te benoemen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM- LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.356.453/01
(zaaknummers rechtbank Noord-Nederland 11569497 en 11546176)
beschikking van 10 maart 2026
in de zaak van
[verzoekster](de betrokkene),
die woont in [woonplaats1]
verzoekster in hoger beroep,
advocaat: mr. J.D. Nijenhuis te Leeuwarden,
en
Integra Bewindvoering en Inkomensbeheer B.V.(Integra),
die is gevestigd in Wolvega.
Als overige belanghebbende(n) zijn aangemerkt:

1.[belanghebbende1] (de moeder),

die woont op een bij het hof bekend adres,
2. [belanghebbende2]de broer),
die woont in Thailand,
3. [belanghebbende3]de broer),
die woont in [woonplaats2] ,
4. [belanghebbende4]de zus),
die woont in [woonplaats2] .

1.De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, van 28 februari 2025 en 12 maart 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. De beschikking van 12 maart 2025 wordt hierna de bestreden beschikking genoemd.

2.De procedure in hoger beroep

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 12 juni 2025;
- een journaalbericht namens de betrokkene van 6 augustus 2025 met bijlage(n);
- een journaalbericht namens de betrokkene van 31 januari 2026 met bijlage(n)
- een brief van Integra van 5 februari 2026 waarin Integra verzoekt toegang te verlenen aan twee mensen van [naam5] .
2.2.
De mondelinge behandeling heeft op 10 februari 2026 plaatsgevonden. Verschenen zijn de betrokkene met mr. J. Robben, waarnemend voor haar advocaat, twee vertegenwoordigers van Integra en voorts de tante van de betrokkene, mevrouw [naam1] , als informant.

3.De feiten

3.1.
De betrokkene is geboren [in] 1978. Bij beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 14 mei 2020 zijn de goederen en gelden van de betrokkene onder bewind gesteld, met benoeming van [naam2] , h.o.d.n. [naam3] als bewindvoerder.
3.2.
Op verzoek van de benoemde bewindvoerder is bij beschikking van 4 december 2020 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland het bewind omgezet in een ondercuratelestelling en is de bewindvoerder benoemd tot curator.
3.3.
Vervolgens heeft de kantonrechter vanaf maart 2022 tot aan de bestreden beschikking vier keer een eerder benoemde curator ontslagen met benoeming van een opvolgend curator. In deze periode zijn de moeder en de tante, zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk, enige tijd de curator van de betrokkene geweest.

4.De omvang van het geschil

4.1.
In de tussenbeschikking van 28 februari 2025 heeft de kantonrechter de moeder met onmiddellijke ingang geschorst als curator, en Integra benoemd tot tijdelijke curator. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter, voor zover hier van belang, de moeder ontslagen als curator en verstaan dat de tijdelijke curator, Integra, de curatele voortzet.
4.2.
De betrokkene is in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Zij verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen voor zover die ziet op de benoeming van Integra, althans Integra als curator te ontslaan, en de tante te benoemen tot curator of subsidiair een andere professionele curator te benoemen.
4.3.
Integra heeft ter zitting mondeling verweer gevoerd en vraagt de bestreden beschikking in stand te laten.

5.De motivering van de beslissing

5.1.
Op grond van 1:383 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek volgt de rechter bij de benoeming van de curator de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.
5.2.
In het hoger beroep is de noodzaak voor het laten voortduren van de curatele ten behoeve van de betrokkene niet in geschil. Het gaat alleen om de vraag wie de curator van de betrokkene zou moeten zijn.
5.3.
Het hof constateert dat de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene in hoger beroep is gewijzigd ten opzichte van haar voorkeur zoals die is verwoord in het oorspronkelijke verzoekschrift van februari 2025. De betrokkene heeft toen verzocht om Integra tot opvolgend curator te benoemen. In hoger beroep heeft de betrokkene haar uitdrukkelijke voorkeur uitgesproken voor het benoemen van haar tante tot curator. Naar het oordeel van het hof verzetten gegronde redenen zich echter tegen de benoeming van de tante. Een onafhankelijke en deskundige curator dient de belangen van de betrokkene te behartigen. Het hof legt dat hierna uit.
5.4.
De betrokkene heeft sinds haar vroege jeugd te kampen met verschillende (medische) beperkingen, waarvoor zij veel zorg nodig heeft. Haar directe netwerk bestaat uit haar moeder en haar tante (zus van de moeder). Binnen dat netwerk is er een ingewikkelde dynamiek die een negatief effect heeft op het welzijn van de betrokkene. De betrokkene heeft verklaard dat zij door de strubbelingen tussen de moeder en de tante het gevoel kon hebben tussen twee vuren te zitten.
5.5.
De moeder en de tante zijn vanaf 14 juni 2023 samen curator geweest van de betrokkene. Vervolgens is de tante alleen curator geweest, nadat de moeder in september 2023 haar ontslag had verzocht. In januari 2024 heeft de tante haar ontslag verzocht, waarna de moeder weer tot curator werd benoemd. De tante heeft ter zitting uitgelegd dat zij besloot geen curator meer te willen zijn omdat de samenwerking met de moeder zodanig verstoord was dat dit uitstraalde naar andere familieleden. Ook zegt de tante zich door de moeder bedreigd te hebben gevoeld. Bij inleidend verzoekschrift, bij de kantonrechter binnengekomen op 28 februari 2025, heeft de betrokkene om ontslag van de moeder als curator verzocht en gevraagd om Integra tot curator te benoemen. De betrokkene heeft nu alsnog de voorkeur voor haar tante als curator uitgesproken, omdat de moeder intussen minder betrokken zou zijn en de tante inmiddels in staat is de dynamiek tussen haar en de moeder bij de betrokkene weg te houden.
5.6.
Op dit moment verblijft de betrokkene op grond van een rechterlijke machtiging op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten op een locatie van [naam5] in [plaats] . De machtiging is in november 2025 verlengd voor een periode van twee jaar. De plaatsing is in gang gezet door Integra, nadat de betrokkene al eerder, door de moeder en de tante, op de wachtlijst was gezet. Deze plaatsing is tegen de wens van de betrokkene, die liever zelfstandig wil wonen en slechte herinneringen heeft aan haar verblijf op diezelfde plek in het verleden. Integra heeft op de zitting gesteld dat eerdere situaties waar de betrokkene zelfstandig woonde steeds tot incidenten leidden, waarop moest worden ingegrepen. Ook heeft Integra toegelicht dat de door de betrokkene gewenste plaatsing, in een crisishuis van de [naam4] , onvoldoende toereikend is om te voorzien in haar zorgbehoefte. Integra heeft tevens naar voren gebracht dat het na een moeizame start op de huidige locatie nu juist weer beter gaat met de betrokkene; zij is in gewicht aangekomen en lijkt met de geboden zorg meer tot rust te komen.
5.7.
Uit de stukken en wat op de zitting bij het hof is besproken blijkt dat de betrokkene duidelijke wensen en voorkeuren heeft. Het lijkt hierbij voor haar en haar netwerk lastig om die wensen en voorkeuren aan te laten sluiten bij een voor haar geschikte (woon)omgeving, waar ze de zorg kan krijgen die ze nodig heeft. De keuzes die door de betrokkene en haar netwerk worden gemaakt zijn niet altijd in lijn met de (medische) belangen van de betrokkene. Zo verzet de betrokkene zich tegen beslissingen en handelingen van de curator die zij liever anders had gezien door bijvoorbeeld overmatig medicatie te gebruiken, of door afspraken bij een ziekenhuis niet door te laten gaan.
5.8.
Het is voor het hof duidelijk dat de betrokkene belang heeft bij een curator die op objectieve gronden kan beoordelen wat de betrokkene nodig heeft en daarnaar handelt. Onvoldoende is gebleken dat de verhouding tussen de moeder en de tante zodanig is veranderd, dat de tante de taak van curator nu wel blijvend in het belang van de betrokkene kan vervullen. Het hof acht daarom de benoeming van een neutrale, buiten het netwerk van de betrokkene staande professionele curator in het belang van de betrokkene. Niet is gebleken dat Integra niet in staat is de belangen van de betrokkene te behartigen of anderszins de taak van curator ontoereikend heeft uitgevoerd. Anders dan een moeizaam verlopen eerste kennismaking zijn er door de betrokkene ook geen concrete bezwaren genoemd, anders dan dat zij liever haar tante als curator zou hebben. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om een andere professionele curator dan Integra te benoemen.

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 12 maart 2025, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.G. Knot, mr. L. van Dijk en mr. A.K. Oostlander-Vos, bijgestaan door mr. M.C. Eisses als griffier, en is op 10 maart 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.