ECLI:NL:GHARL:2026:1452

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
200.344.448
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging echtscheiding en aanhouding verdere beslissingen in hoger beroep

In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland waarin de echtscheiding tussen partijen was uitgesproken. De man had een grief tegen het uitspreken van de echtscheiding ingediend, maar heeft deze later ingetrokken. De vrouw maakte geen bezwaar en stelde geen incidenteel hoger beroep in.

Het hof verwijst naar eerdere beschikking van 17 december 2024 waarin een voorlopige voorziening was getroffen betreffende de bijdrage van de man in de kosten van levensonderhoud van de vrouw. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de echtscheiding en verzoeken het hof de echtscheiding te bekrachtigen en de zaak verder aan te houden.

Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank voor zover de echtscheiding is uitgesproken en houdt verdere beslissingen aan in afwachting van de uitvoering van de gemaakte afspraken tussen partijen. De beschikking is op 9 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding en houdt verdere beslissingen aan in afwachting van uitvoering van afspraken.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummers gerechtshof 200.344.448/01 en 200.344.449/01
(zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 546163 en 553130)
beschikking van 9 oktober 2025
inzake
[verzoeker]
die woont in [woonplaats] , gemeente [gemeentenaam]
verder te noemen: de man
advocaat: mr. M.V. Scheffer
en
[verweerster]
die domicilie heeft gekozen in Amersfoort
verder te noemen: de vrouw
advocaat: mr. E. van de Burgwal

1.Het verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Voor het verloop van het geding tot 17 december 2024 verwijst het hof naar zijn beschikking inzake voorlopige voorzieningen van die datum.
1.2
Het (verdere) verloop blijkt uit:
- het beroepschrift, ingekomen op 31 juli 2024;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep;
- een journaalbericht van mr. Scheffer van 2 september 2025;
- een emailbericht van mr. Van de Burgwal van 12 september 2025;
- een emailbericht van mr. Van de Burgwal van 23 september 2025.

2.De motivering van de beslissing

2.1
Het hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de beschikking van 17 december 2024, voor zover hierna niet anders wordt overwogen of beslist.
2.2
In de beschikking van 17 december 2024 heeft het hof het bedrag dat man de vrouw bij wijze van voorlopige voorziening tot de datum dat de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand dient te betalen als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud met ingang van 30 september 2024 bepaald op € 2.379,- per maand en het meer of anders verzochte afgewezen.
2.3
Uit de onder 1.2 genoemde correspondentie blijkt dat partijen het erover eens zijn dat de bestreden beschikking wat betreft de tussen partijen uitgesproken echtscheiding bij tussenbeschikking kan worden bekrachtigd. Zij verzoeken het hof de zaak voor het overige aan te houden in afwachting van (de uitvoering van) overeengekomen afspraken.
2.4
Hieruit leidt het hof af dat de man zijn grief 1 tegen het uitspreken van de echtscheiding heeft ingetrokken. De vrouw heeft daartegen geen bezwaar. Zij heeft geen incidenteel hoger beroep ingesteld tegen de echtscheiding.
2.5
Gelet hierop zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen voor zover daarbij de echtscheiding tussen partijen is uitgesproken en de zaak voor het overige aanhouden in afwachting van (de uitvoering van) door hen gemaakte afspraken.

3.De beslissing

Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 2 mei 2024 voor zover daarbij de echtscheiding tussen partijen is uitgesproken;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, P.B. Kamminga en M.H.F. van Vugt, bijgestaan door mr. Th.H.M. Lueb als griffier, en is op 9 oktober 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.