ECLI:NL:GHARL:2026:1493

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
Wahv 200.356.675/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor snelheidsovertreding met beroep op overmacht verworpen

De betrokkene werd beboet voor het rijden met 17 km per uur te hard op de Rijksweg A28 buiten de bebouwde kom. De kantonrechter matigde de boete wegens schending van de hoorplicht door de officier van justitie. De betrokkene stelde in hoger beroep dat hij zichzelf en anderen niet in gevaar bracht omdat de weg leeg was en hij een medische noodsituatie had vanwege een volle stoma.

Het hof oordeelde dat snelheidsovertreding een absoluut verbod is en dat de omstandigheden, zoals een lege weg of medische noodzaak, geen rechtvaardiging vormen om de sanctie te laten vervallen. Het beroep op overmacht werd verworpen omdat niet aannemelijk was dat de betrokkene niet anders kon handelen.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en handhaafde de gematigde sanctie van € 128,25 inclusief administratiekosten.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de matiging van de boete en verwerpt het beroep op overmacht wegens een volle stoma.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.356.675/01
CJIB-nummer
: 262154595
Uitspraak d.d.
: 11 maart 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordNederland van 12 juni 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die vernietigd en de inleidende beschikking gewijzigd in die zin dat de sanctie is gematigd tot een bedrag van € 128,25 (inclusief administratiekosten).

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 159,- voor: “17 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 oktober 2023 om 12:24 uur op de Rijksweg A28 Re Hmp 157.5 in Beilen met het voertuig met het kenteken [kenteken]. De kantonrechter heeft het sanctiebedrag gematigd tot een bedrag van € 119,25 wegens schending van de hoorplicht door de officier van justitie.
2. De betrokkene voert aan dat hij weliswaar 17 km per uur te hard heeft gereden, maar dat hij zichzelf en het overig verkeer niet in gevaar heeft gebracht. De weg was namelijk helemaal leeg. Daarnaast stelt de betrokkene dat hij zelf goed kan inschatten of hij een gevaar op de weg is. De betrokkene verwijst naar een arrest van de Hoge Raad van 6 november 1990 (NJ 1991, 257) en citeert: “Het enkel rijden door rood licht, zonder dat er sprake is van overig verkeer, levert géén overtreding van art. 5 WVW Pro (veroorzaken van gevaar op de weg) op. Dit is zo bepaald in een uitspraak van de Hoge Raad van 6 november 1990, NJ 1991, 257. Bepalend in de zaak was dat het ging om een “gecontroleerde” gedraging. Volgens de Hoge Raad kon de bestuurder kiezen de gedraging te verrichten onder zodanige omstandigheden – wanneer ter plaatse niet regelmatig verkeer aanwezig placht te zijn – dat door die gedraging – in casu rijden door rood licht – de veiligheid op de weg niet in gevaar wordt gebracht.” Daarnaast vraagt de betrokkene wie een gevaar op de weg is wanneer sprake is van een nat wegdek en de betrokkene zijn snelheid aanpast naar 90 km per uur voor zijn eigen veiligheid en een andere weggebruiker 120 km per uur blijft rijden. Ook heeft de betrokkene in beroep bij de kantonrechter aangevoerd dat hij te snel reed, omdat hij snel naar huis moest. Hij merkte namelijk dat zijn stoma vol was en deze moest worden geleegd om te voorkomen dat de stoma losschoot. Daarbij merkt de betrokkene op dat hij het niet eens is met overweging 4.3 van de beslissing van de kantonrechter en dat hij altijd controleert of zijn stoma vol is, maar dat hij op voorhand niet weet wanneer deze weer (te) vol is.
3. Dat de gedraging is verricht wordt door de betrokkene niet ontkend. De gedraging kan dan ook worden vastgesteld. Gelet op hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd, dient het hof te beoordelen of er redenen zijn om het sanctiebedrag verder te matigen of de sanctie achterwege te laten.
4. Ter ondersteuning van de grond dat de betrokkene zichzelf en het overig verkeer niet in gevaar heeft gebracht, verwijst de betrokkene naar het voornoemde arrest van de Hoge Raad van 6 november 1990. In dat arrest moest de Hoge Raad beoordelen of de combinatie van de gedragingen “door rood licht rijden” en “te snel rijden”, leidden tot gevaar in de zin van artikel 25 WVW Pro (tegenwoordig artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994). Het te snel rijden zoals dat aan de betrokkene wordt verweten is niet (mede) afhankelijk van de vraag of die gedraging gevaar of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken. Het is een absoluut verbod. De vergelijking met het arrest van de Hoge Raad treft dus geen doel.
5. De vraag van de betrokkene wie nu een gevaar op de weg is wanneer de betrokkene in snelheid vermindert naar 90 km per uur, terwijl een andere weggebruiker 120 km per uur blijft rijden, is tevens, gelet op hetgeen onder 4. is overwogen, niet relevant voor de beoordeling van het hoger beroep van de betrokkene.
6. Verder begrijpt het hof de grond van de betrokkene dat hij te hard reed, omdat zijn stoma vol was aldus dat hij een beroep doet op overmacht. Een geslaagd beroep op overmacht kan leiden tot het oordeel dat de gedraging is verricht onder zodanige omstandigheden dat de sanctie achterwege zou moeten worden gelaten. Aan een dergelijk beroep dient tenminste de eis te worden gesteld dat feiten en omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk kan worden dat de betrokkene onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. Aan dit vereiste is niet voldaan. Hoe lastig de situatie voor de betrokkene ook was, niet blijkt dat de betrokkene niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. Het beroep op overmacht zal daarom worden verworpen.
7. Het hof is van oordeel dat door de betrokkene opgegeven omstandigheden geen reden geven om het sanctiebedrag te matigen of de sanctie achterwege te laten. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter juist heeft beslist en zal daarom de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Postma als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.