Uitspraak
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
- veroordeling van verdachte voor de onder 1 primair (poging zware mishandeling) en 2 (voorhanden hebben van een mes) ten laste gelegde feiten tot een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis;
- onttrekking aan het verkeer van het onder verdachte inbeslaggenomen mes;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] tot het bedrag van
Het vonnis
- verdachte veroordeeld voor de onder 1 primair (poging zware mishandeling) en 2 (voorhanden hebben van een mes) ten laste gelegde feiten tot een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis;
- het onder verdachte inbeslaggenomen mes onttrokken aan het verkeer;
- de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.
Tenlastelegging
hij op of omstreeks 3 juli 2024 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [benadeelde] met een mes in de bovenarm heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 3 juli 2024 te [plaats] [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] met een mes in de bovenarm te steken;
hij op of omstreeks 3 juli 2024 te [plaats] een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een stiletto voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen en/of heeft vervoerd.
Bewijsoverwegingen feit 1 primair en 2
het hof begrijpt: verdachte), die hen vroeg om een vuurtje. [benadeelde] gaf hem een aansteker. Nadat verdachte tevergeefs met [benadeelde] en [naam] wilde praten, ging hij weg. Later gingen [benadeelde] en [naam] op de fiets weg en reden zij richting het [locatie] . [naam] zat achterop de fiets bij verdachte. Toen ze bij de t-splitsing waren bij de [locatie] , stond verdachte in zijn groene T-shirt bij een bankje. Op het moment dat zij voorbij fietsten, voelde [benadeelde] dat verdachte met zijn rechtervuist uithaalde en hem op zijn achterhoofd raakte. Hij voelde pijn en viel van de fiets. [benadeelde] zag dat verdachte richting de [straat] liep. [benadeelde] liep samen met [naam] achter verdachte aan. Hij zag dat verdachte bleef staan ter hoogte van de spoorwegovergang. Vervolgens zag [benadeelde] dat verdachte zich omdraaide. [benadeelde] en [naam] bevonden zich op ongeveer één meter afstand van verdachte. [benadeelde] zag dat verdachte met een voorwerp in zijn rechterhand hard uithaalde richting zijn linker bovenarm. [benadeelde] voelde dat verdachte hem hard had geraakt. Hij zag dat verdachte een mes in zijn rechterhand had. Daarna besefte [benadeelde] dat verdachte hem met het mes had gestoken. Verdachte liep vervolgens weg in de richting van de [straat] , waarna [benadeelde] en [naam] hem achtervolgden. [benadeelde] voelde het bloed langs zijn linkerarm stromen. [benadeelde] zag verdachte het mes weggooien bij de bomen voor het [naam hotel] . [3] Een verpleegkundige uit de ter plaatse gekomen ambulance keek vervolgens naar de steekwond in zijn bovenarm en heeft de wond verbonden. De steekwond was meer dan een centimeter breed en erg diep. Door de messteek is zijn winterjas van het merk Zayne beschadigd. In de linkermouw zitten meerdere sneden. Aan de voorzijde zitten vier kleine sneetjes ter hoogte van de kras op zijn onderarm. [4]
het hof begrijpt: verdachte) droeg. [verbalisant] zag dat de persoon geen verwondingen had en aangaf niet gestoken te zijn. Ze zagen nog een persoon op hen af komen lopen uit de richting van het [naam hotel] . [verbalisant] herkende hem ambtshalve als, [benadeelde] , geboren op [geboortedatum] 1983. Hij zag dat [benadeelde] vervolgens zijn linker arm omhoog tilde. [verbalisant] zag dat hij een verwonding had waarop hij ook aangaf gestoken te zijn door de persoon met het groene T-shirt. Hij hoorde [benadeelde] zeggen dat hij een stukje terug gestoken zou zijn door de persoon in het groene T-shirt. Hierop liep zijn collega met [benadeelde] mee en bleef hij bij de persoon met het groene T-shirt. De persoon in het groene T-shirt bleek later te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1991. [5] . [verbalisant] hoorde zijn collega zeggen dat zij het mes had aangetroffen. [benadeelde] zou de plaats delict hebben aangewezen waarna zijn collega het mes had aangetroffen voor het [naam hotel] . [6]
- aan één zijde van het lemmet is een clip bevestigd waarmee het wapen aan een riem of aan de broeksband gedragen kan worden;
- uitgeklapt heeft het mes een totale lengte van 20,5 centimeter;
- het lemmet heeft een totale lengte van 9,0 centimeter;
- de breedte van het lemmet is op het breedste punt 2,5 centimeter;
- het lemmet heeft een snijkant had, dat zowel voorzien is van een glad snijvlak als van een kartelrand en;
- vanaf de voorste punt van het lemmet is eerst een glad snijvlak aanwezig met een lengte van 5,5 centimeter met daarachter een geslepen kartelrand met een lengte van 3,0 centimeter.
Bewezenverklaring
hij op 3 juli 2024 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [benadeelde] met een mes in de bovenarm heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;
hij op 3 juli 2024 te [plaats] een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een stiletto voorhanden heeft gehad.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Oplegging van straf
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals deze onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke te plegen feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling, doordat hij aangever met een mes in zijn bovenarm heeft gestoken. Verdachte heeft door zijn handelen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever en hem pijn, letsel, schade en overlast heeft bezorgd. Omdat een en ander op een openbare weg plaatsvond, heeft hij bovendien grote schrik en gevoelens van onveiligheid veroorzaakt;
- de omstandigheid dat verdachte zich tevens schuldig heeft gemaakt aan het aanwezig hebben van een mes. Het ongecontroleerd bezit van een dergelijk verboden wapen brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en veroorzaakt gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Dat rekent het hof verdachte aan.
- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 januari 2026, waaruit blijkt dat verdachte eerder ter zake van soortgelijke en andersoortige delicten onherroepelijk is veroordeeld. Het hof houdt verder rekening met de toepassing van artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Verdachte woont in een huurwoning, houdt zich bezig met filosofie en heeft een Wajong-uitkering.
Onttrekking aan het verkeer
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
€ 175,00, is het hof van oordeel dat de benadeelde partij uitgaat van de nieuwwaarde. Het hof kan niet vaststellen wat de dagwaarde van de jas is en zal daarom gebruik maken van zijn schattingsbevoegdheid. Het hof schat het schadebedrag van de kapotte jas op € 100,00. Voor het meer gevorderde wordt dit deel van de vordering afgewezen.
Wetsartikelen
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
90 (negentig) dagen hechtenis.
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1 STK Mes.