Uitspraak
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
in samenhang met het dossieris daarmee naar het oordeel van het hof voor verdachte voldoende duidelijk geworden wat hem wordt verweten en om wat voor concrete feitelijke gedragingen het daarbij gaat. Het hof concludeert dat de dagvaarding voldoet aan de daaraan te stellen eisen van art. 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering. In eerste aanleg hebben de advocaat en verdachte ook laten blijken dat zij begrijpen waarover het gaat en dat het strafrechtelijk verwijt dat verdachte wordt gemaakt duidelijk was.