Een werknemer van het bouwbedrijf van verdachte is van een verdiepingsvloer gevallen doordat verplichte valbeveiliging ontbrak. Verdachte heeft daarmee de Arbowet en het Arbobesluit overtreden, wat leidde tot ernstig letsel en later overlijden van de werknemer.
Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank dat verdachte schuldig is aan het opzettelijk overtreden van artikel 32, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie is beoordeeld en bevestigd, ondanks een overschrijding van de redelijke termijn van ruim twee jaar.
De bewijsmiddelen zijn verduidelijkt, waarbij proces-verbalen van de terechtzitting van 18 november 2021 als bewijs zijn toegevoegd. De strafmaat is door het hof aangepast vanwege de termijnoverschrijding en de impact van het overlijden op de gemeenschap en nabestaanden.
Het hof legt een geldboete van €25.000 op, lager dan de rechtbank, en wijst een voorwaardelijk deel af vanwege het lange tijdsverloop. Verdachte heeft geen eerdere veroordelingen, wat niet strafverhogend werkt. Het hof benadrukt het belang van een adequaat veiligheidsbeleid om dergelijke ongevallen te voorkomen.