Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
Voor de vrouw was er een tolk in de Arabische taal.
3.De ontvankelijkheid van het hoger beroep
Omdat het specifiek gaat over de scheidingsprocedure zijn de artikelen 815 en verder van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van toepassing. Op grond van het bepaalde in artikel 820 eerste Pro lid Rv kan, in afwijking van het bepaalde van artikel 358 tweede Pro lid Rv, een echtgenoot die in eerste aanleg niet in de procedure is verschenen, tegen een beschikking waarbij een verzoek tot echtscheiding is toegewezen, hoger beroep instellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking aan hem in persoon dan wel binnen drie maanden nadat zij op andere wijze is betekend en overeenkomstig het tweede lid openlijk bekend is gemaakt.
Omdat de man een bekend adres heeft, had de echtscheidingsbeschikking op grond van artikel 820 Rv Pro, indien mogelijk, aan de man in persoon moeten worden betekend. Dat is niet gebeurd. De deurwaarder heeft gelijk openbaar betekend (aan de ambtenaar van het openbaar ministerie) en heeft een uittreksel van de echtscheidingsbeschikking in de Staatscourant laten publiceren.
In het betekeningsexploot van 3 oktober 2024 staat dat de man ‘zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland’ is. De man heeft echter verklaard dat hij op dat moment, met zijn gezin, de woning aan de [adres] in [woonplaats] bewoonde.
De deurwaarder had bij de betekening van de echtscheidingsbeschikking (opnieuw) moeten vaststellen waar de man woonde of feitelijk verbleef.