In deze zaak gaat het om een slepend conflict tussen twee voormalige partners die samen een café exploiteerden. De man, procederend via zijn persoonlijke vennootschap The coffee & chocolate café B.V. (CCC), vordert schadevergoeding van zijn ex-partner en haar vennootschap The coffee & chocolate Bataviastad café B.V. (Bataviastad). De kern van het geschil betreft de vraag of de man een vordering kan baseren op het feit dat de vrouw de onderneming buiten hem om heeft ingebracht in een BV waarvan zij de enig bestuurder en aandeelhouder is. Daarnaast maakt de man aanspraak op een boete wegens schending van een concurrentiebeding. De rechtbank heeft de vordering van de man afgewezen, maar het hof oordeelt dat de vordering tegen de vrouw moet worden afgewezen en dat de afwijzing van de vordering tegen Bataviastad in stand blijft. Het hof concludeert dat de vrouw niet onrechtmatig heeft gehandeld en dat de schade niet voldoende is onderbouwd. De vordering tot betaling van de boete wordt eveneens afgewezen, omdat de vrouw niet werkzaam is geweest bij een andere horecaonderneming sinds zij de onderneming zelf voortzet. Het hof vernietigt het eerdere vonnis en wijst de vorderingen van CCC af, waarbij CCC wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.