ECLI:NL:GHARL:2026:1624

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
200.345.890/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens weigering vliegtuigverhuur en verlopen SEP-rating

Appellant, een ervaren vlieger, stelde Vliegschool Hilversum aansprakelijk omdat zij vlak voor het verlopen van haar SEP-rating werd geweigerd een vliegtuig te huren, waardoor zij niet de benodigde vlieguren kon maken. Zij vorderde een schadevergoeding van €6.000 voor de kosten om haar rating te herstellen.

De rechtbank wees de vordering af en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat Vliegschool Hilversum als verhuurder van vliegtuigen een zorgplicht heeft om de vliegveiligheid te waarborgen en daarom de verhuur mocht weigeren. De 90-dagenregel was niet doorslaggevend; de verhuurrelatie kon op grond van de aard van de overeenkomst worden beëindigd.

Appellant stelde dat de vliegschool alternatieven had moeten bieden om haar rating te behouden, maar het hof vond dat zij onvoldoende had onderbouwd waarom zij niet elders de benodigde vlieguren kon maken. Ook het emotionele bezwaar van appellant was juridisch niet relevant. Het hof concludeerde dat Vliegschool Hilversum niet onrechtmatig had gehandeld en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat de vliegschool niet aansprakelijk is voor de schade door het verlopen van de SEP-rating.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.345.890/01
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 10603135
arrest van 17 maart 2026
in de zaak van
[appellant] (e/v [appellant]) ( [appellant] )
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. E.C. Douma
en
Luchtvaartbedrijf Ben-Air B.V., h.o.d.n. Vliegschool Hilversum (Vliegschool Hilversum)
die is gevestigd in Hilversum
advocaat: mr. L.E. Huard

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1
Op 9 oktober 2025 heeft een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.
1.2
In een brief van 12 november 2025 heeft Vliegschool Hilversum nog opmerkingen gemaakt naar aanleiding van het proces-verbaal. Voor zover voor de beoordeling van belang, zal op die opmerkingen worden ingegaan.

2.De kern van de zaak

2.1
Minder dan een maand voordat haar SEP-rating (bevoegdheid om op een bepaald vliegtuig te vliegen) zou verlopen, heeft Vliegschool Hilversum aan [appellant] te kennen gegeven dat zij nooit meer een vliegtuig bij Vliegschool Hilversum mag huren. [appellant] stelt dat zij daarom niet meer in staat was de 3,4 vlieguren te maken die nodig waren om haar SEP-rating te behouden. Vliegschool Hilversum heeft volgens [appellant] tegenover haar onrechtmatig gehandeld en zou aansprakelijk zijn voor haar schade, die zij begroot op de € 6.000 die zij stelt te moeten uitgeven om haar SEP-rating weer geldig te krijgen.
2.2
[appellant] heeft bij de kantonrechter gevorderd dat Vliegschool Hilversum wordt veroordeeld aan haar een bedrag van € 6.000 aan schadevergoeding te betalen, met buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
2.3
De kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, heeft deze vorderingen bij vonnis van 10 januari 2024 afgewezen. [1] De kantonrechter oordeelde dat Vliegschool Hilversum niet onrechtmatig heeft gehandeld of tegenover [appellant] is tekortgeschoten.
2.4
[appellant] vordert in dit hoger beroep dat Vliegschool Hilversum alsnog wordt veroordeeld om haar schade te vergoeden. Verder vraagt zij om Vliegschool Hilversum te veroordelen in de proceskosten.
2.5
Het hof zal het hoger beroep verwerpen. Ook het hof komt tot het oordeel dat Vliegschool Hilversum niet verplicht is de door [appellant] gestelde schade te vergoeden. Het hof zal dit oordeel hieronder toelichten. Daarbij wordt eerst een kort overzicht gegeven van de feiten.

3.De feiten

3.1
[appellant] heeft haar vliegbrevet en bevoegdheid om te mogen vliegen op een bepaald
vliegtuig (Class Rating SEP) in 2008 behaald bij Vliegschool Hilversum. Sinds die tijd
(uitgezonderd een tijd waarin zij in het buitenland woonde) huurt zij bij tijd en wijle een
vliegtuig bij Vliegschool Hilversum om haar SEP-rating geldig te houden. Het behalen van
een bepaald aantal vlieguren per jaar is namelijk noodzakelijk voor het behoud daarvan.
3.2
Begin augustus 2022 moest [appellant] nog 3,4 vlieguren maken voordat haar SEP-classrating zou verlopen op 31 augustus 2022. [2]
3.3
Op 4 augustus 2022 hebben partijen telefonisch contact gehad. Dat contact vond plaats omdat [appellant] , in verband met het maken van vlieguren, op 6 augustus 2022 een vliegtuig bij Vliegschool Hilversum wilde huren.
3.4
Van het verloop en de inhoud van het telefonisch contact op 4 augustus 2022 hebben partijen een verschillende lezing. Feit is dat tijdens dat contact de zogenoemde ‘90-dagenregel’ ter sprake is gekomen, die inhoudt dat het alleen geoorloofd is om tijdens een vlucht een passagier mee te nemen indien de vlieger in de 90 dagen daarvoor minimaal drie starts, naderingen en landingen heeft gemaakt.
3.5
Op 5 augustus 2022 heeft dhr. [naam1] van Vliegschool Hilversum een e-mail gestuurd aan [appellant] met de volgende inhoud:
“Beste [appellant] ,
Naar aanleiding van ons telefoongesprek gisteren heb ik nog even afstemming
gehad met ons MT. Als we jou niet gebeld zouden hebben, zou je zaterdag 6
augustus a.s. met een passagier de lucht in zijn gegaan zonder te voldoen aan de
90-dagen eis. Dat is voor ons als verhuurder volstrekt onaanvaardbaar. Ik heb ook
je voicemail ingesproken, vanwege het spoedeisende karakter van onderstaande
mededeling.
Wij hebben daarom besloten om geen vliegtuigen meer aan jou te verhuren. Er is te
weinig vertrouwen om jou een vliegtuig mee te geven met verantwoordelijkheid
voor jouw passagiers, andere luchtvarenden, mensen op de grond en onze Archer
III. De redenen daarvan zijn dat:
- je niet op PPL niveau zit met betrekking tot kennis van simpele currencywetgeving (90-dagen eis)
- je veel en veel te weinig vliegt (in nota bene ons meest complexe vliegtuig, de
Archer III)
- we deze discussie al eerder hebben gehad, na een veelvoud van slordigheden in
2018 en een reeks aanvullende lesvluchten begin 2021
- in 2021 heb je 8 lesvluchten gehad om je op standaard te krijgen, maar daarna
heb je er praktisch niets mee gedaan als PIC
- we te weinig good airmanship zien om vertrouwen te hebben in de toekomst
Ik tel in ons systeem slechts 2,7 solo uren (zonder FI) in 2021 en tot nu toe 3,7 uur
in 2022. Dat is zwaar onder onze norm, die van de wetgever en die van onze verzekeraar.
De ingeplande vluchten komen hiermee te vervallen.
Altijd bereid tot een nadere toelichting, maar dat gaat niets veranderen aan onze
beslissing.
Met vriendelijke groet,
[naam1] ”
3.6
[appellant] heeft richting Vliegschool Hilversum op deze e-mail gereageerd bij whatsappberichten van 5 en 6 augustus 2022. Daarin schreef zij onder meer:
“Ik was niet van plan om te gaan vliegen zonder eerst de 2 landingen te maken. Ik ken
de rules en was niet van plan om hiervan uit te wijken.
(...)
Ik moest nog in augustus de resterende [uren] vliegen om de ppl te
verlengen.
(...) ik wil zsm de nodige vlieguren maken.
(…)
Ik zou elke beslissing accepteren als deze op ware feiten gebaseerd is. Ik voel me in
deze situatie zeer onterecht behandeld en dit doet pijn. Ik vind het ook heel jammer
dat ik dit net voor de verlenging van mijn brevet te horen krijg. Lastig om nu op zo'n
korte termijn een andere oplossing te vinden."
3.7
Bij e-mail van 8 augustus 2022 heeft [appellant] nog het volgende aan Vliegschool Hilversum geschreven.
“Bij deze nog voor de goede orde mijn reactie op uw schrijven:
1. Mijn kennis van currencywetgeving is helemaal current en correct, wat ik tijdens het telefonisch gesprek met de heer [naam1] meerdere keer duidelijk heb gemaakt. Tijdens het gesprek heeft de heer [naam1] geen twijfels geuit en in overleg met de heer [naam1] heb ik ontbrekende 2 landingen ingeplanned op twee afzonderlijke dagen wegens beperkingen van het veld. Ik heb dus geen overtreding gepleegd en in feite was ik dit nooit van plan. De beschuldigingen omtrent mijn kennis van currencywetgeving zijn fals en berusten op niet met de waarheid onderbouwde teorien.
2. Uit mijn logbook (kopie bijgesloten) blijkt dat ik in 2021 en t/m Juni 2022 in totaal 20,6 uur heb gevlogen waarvan 7,7 als PIC in de afgelopen jaar. Ik heb niets gedaan wat tegen de wet is en ben de gemaakte afspraken met de instucteurs mbt consistentie in het maken van mijn vlieguren nagekomen. Omdat het vliegveld meerdere keer gesloten is geweest in de wintermaanden, waren mijn boekingen helaas gecancelled wat tot een langere dan
afgesproken gap heeft geleid. Daarna heb ik meteen een instructievlucht van 1 uur gemaakt met een positief resultaat.
Concluderend, ben ik dus volledig oneens met uw beschuldigingen en betreur om
na 12 jaar lid te zijn geweest van de VSH, met het gevoel van respectloze en unfaire
behandeling weg te gaan. Zeer teleurstellend.
Verder wil ik u bewust van maken dat dit onterecht besluit, heeft mij de
mogelijkheid ontnomen om de resterende vlieguren te maken, terwijl vluchten al
geboekt waren door de heer [naam1] , en tijdig mijn vliegbrevet te verlengen.”
3.8
Vliegschool Hilversum is niet meer teruggekomen op haar beslissing om [appellant] niet meer toe te staan haar vliegtuigen te huren.
3.9
[appellant] heeft in augustus 2022 geen vlieguren meer gemaakt. Haar SEP-classrating is daarna verlopen.

4.De beoordeling

Inleiding
4.1
[appellant] wil met dit hoger beroep bereiken dat Vliegschool Hilversum wordt veroordeeld om de schade te vergoeden die zij stelt te hebben geleden doordat haar SEP-classrating is verlopen en zij kosten moet maken om die weer geldend te krijgen. [appellant] betoogt dat Vliegschool Hilversum op basis van de onjuiste veronderstelling dat [appellant] niet wist van de 90-dagenregel (zie rov. 3.4) – of het daarmee niet zo nauw nam – heeft besloten dat zij nooit meer van de diensten van Vliegschool Hilversum gebruik mag maken. Volgens [appellant] had Vliegschool Hilversum een zorgplicht om, als zij al vond dat [appellant] niet verantwoord een vliegtuig ter beschikking gesteld kon krijgen, ervoor te zorgen dat [appellant] toch nog vlieguren kon maken om het naderende verlopen van haar SEP-rating te voorkomen. Daartoe had Vliegschool Hilversum andere mogelijkheden moeten benutten dan de meest verstrekkende maatregel van weigeren [appellant] ooit nog bij Vliegschool Hilversum te laten vliegen. Vliegschool Hilversum meent dat zij in het belang van de vliegveiligheid mocht besluiten om niet langer aan [appellant] te verhuren, en in ieder geval niet tegenover haar tekortgeschoten is of onrechtmatig heeft gehandeld.
Vliegschool Hilversum mocht verhuur weigeren, ook als [appellant] de 90-dagenregel niet heeft miskend
4.2
[appellant] heeft in deze procedure veel aandacht besteed aan de reden die Vliegschool Hilversum volgens haar ten grondslag heeft gelegd aan het op 5 augustus 2022 genomen besluit om [appellant] niet langer vliegtuigen te verhuren. Volgens [appellant] stelt Vliegschool Hilversum het zo voor, dat [appellant] ervan blijk zou hebben gegeven ofwel de 90-dagenregel niet te kennen, of het daarmee niet zo nauw te nemen. [appellant] heeft uitvoerig onderbouwd dat zij de 90-dagenregel wel degelijk kende en bovendien ook in acht wilde nemen, en zij heeft nauwkeurig aangegeven uit welke omstandigheden dit zou blijken.
4.3
Het hof stelt voorop dat de rol van de 90-dagenregel, als de belangrijkste (maar in het standpunt van Vliegschool Hilversum overigens niet de enige) reden om de verhuurrelatie met [appellant] te verbreken, in het debat tussen partijen weliswaar veel aandacht heeft gekregen, maar dat deze regel voor de vraag of Vliegschool Hilversum [appellant] de verhuur van vliegtuigen (permanent) mocht ontzeggen niet beslissend is. Het hof is namelijk van oordeel dat de aard van de rechtsverhouding tussen [appellant] en Vliegschool Hilversum meebracht dat Vliegschool Hilversum mocht besluiten om [appellant] niet langer vliegtuigen te verhuren.
4.4
Voor het hof is daarbij redengevend dat het hier gaat om de contractuele relatie tussen een vliegschool die tevens optreedt als verhuurder van vliegtuigen enerzijds, en degene die, in het bezit van de daarvoor benodigde
rating, een vliegtuig wil huren anderzijds. Vliegschool Hilversum heeft in dit verband onbetwist gesteld dat haar rol meebrengt dat zij bewaakt dat normen van zogenoemd
good airmanshipin acht worden genomen. Daarmee bedoelt zij, samengevat, dat de aard van de activiteit – het ter beschikking stellen van vliegtuigen waarmee in delen van het luchtruim boven Nederland door particulieren gevlogen wordt – vergt dat hele hoge maatstaven van zorgvuldigheid in acht worden genomen. Vliegschool Hilversum rekent het dus tot haar taak als verhuurder van vliegtuigen, dat die hoge normen in acht worden genomen. Dat deze taakopvatting past bij de aard van de rechtsverhouding tussen partijen heeft [appellant] overigens ook niet (gemotiveerd) betwist.
4.5
Het hof is van oordeel dat dit betekent dat Vliegschool Hilversum niet verplicht kan worden om haar vliegtuigen aan particulieren ter beschikking te stellen, wanneer zij van mening is dat
good airmanship, oftewel de vliegveiligheid, daarmee niet gediend is. Vliegschool Hilversum heeft er ook, onbetwist, op gewezen dat zowel haar reglement als algemene voorwaarden bepalingen kennen (artikel 21.2, respectievelijk artikel 2), waaruit volgt dat gemaakte boekingen voor vluchten met gehuurde vliegtuigen voor Vliegschool Hilversum niet bindend zijn. Dit betekent dus dat ook als juist is wat [appellant] stelt over het verloop van het telefonisch contact op 4 augustus 2022, dit losstaat van de vraag of Vliegschool Hilversum de verhuurrelatie mocht beëindigen. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt namelijk dat Vliegschool Hilversum dat mocht doen, als zij vond daarvoor goede redenen te hebben. Dat Vliegschool Hilversum zelf meende dat zulke redenen aanwezig waren, is uit de in deze procedure naar voren gekomen feiten en omstandigheden wel gebleken.
Vliegschool Hilversum is bij de weigering te verhuren niet onzorgvuldig te werk gegaan
4.6
[appellant] heeft verder gesteld dat ook als Vliegschool Hilversum op zichzelf op 5 augustus 2022 mocht besluiten om [appellant] niet langer vliegtuigen te verhuren, Vliegschool Hilversum wel was gehouden zorgvuldig met haar belangen om te gaan. Een redelijk belang van [appellant] was immers dat haar SEP-classrating op 31 augustus 2022 zou verlopen als zij niet minstens 3,4 vlieguren kon maken. Dit brengt mee dat Vliegschool Hilversum voor een minder bezwarende variant had moeten kiezen, zoals het verbreken van de verhuurrelatie nádat [appellant] haar SEP-rating had kunnen verlengen, of het eerst laten plaatsvinden van een begeleide vlucht, aldus [appellant] .
4.7
Ook als [appellant] gevolgd zou worden in haar stelling dat Vliegschool Hilversum alternatieven had moeten onderzoeken voor haar beslissing waardoor de SEP-rating van [appellant] zou verlopen, dan baat haar dit standpunt niet. Het hof is namelijk van oordeel dat Vliegschool Hilversum er terecht op heeft gewezen dat niet in valt te zien waarom [appellant] , als ervaren vlieger in het bezit van de vereiste rating, geen andere mogelijkheden had om in de periode tussen 6 augustus en 31 augustus 2022 elders de vlieguren te maken die voor het behoud van deze SEP-rating nodig waren. [appellant] heeft, tegenover de onderbouwing in hoger beroep door Vliegschool Hilversum dat verschillende verhuurders in de omgeving eenzelfde toestel verhuren, onvoldoende onderbouwd waarom ervan moet worden uitgegaan dat dit in dat tijdbestek desondanks niet mogelijk was. Haar stelling dat dit niet zomaar lukt, of niet eenvoudig was, geeft tegenover de onderbouwing van Vliegschool Hilversum onvoldoende inzicht over wat dan precies de belemmering zou zijn. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft [appellant] hierover nog opgemerkt dat zij emotioneel niet in staat was om in de tweede helft van augustus 2022 in het kader van het behoud van haar SEP-rating bij een andere vliegtuigverhuurder te gaan vliegen. Hoewel het hof daar vanuit menselijk oogpunt begrip voor heeft, is dat een [appellant] persoonlijk betreffende omstandigheid die juridisch niet voor rekening van Vliegschool Hilversum komt. Het hof is van oordeel dat de beslissing van Vliegschool Hilversum niet zodanig kort voor het verval van [appellant] ’s SEP-rating was, dat [appellant] niet in staat moet worden geacht een andere vliegtuigverhuurder te kunnen inschakelen. Hier komt nog bij dat Vliegschool Hilversum onbetwist heeft gesteld dat ook als een SEP-rating vervalt, dit doorgaans heel eenvoudig kan worden hersteld, namelijk door middel van één examenvlucht van een uur tegen beperkte kosten. Ook in die omstandigheid is geen reden gelegen die meebracht dat Vliegschool Hilversum anders had moeten handelen. Hetgeen [appellant] stelt brengt dus niet mee dat Vliegschool Hilversum tegenover haar een zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden.
De conclusie
4.8
De conclusie van het voorgaande is dus dat Vliegschool Hilversum niet toerekenbaar is tekortgeschoten tegenover [appellant] , of onrechtmatig heeft gehandeld, door te handelen zoals zij heeft gedaan. Dat betekent dat er geen grond is voor de vordering van [appellant] en geen van haar grieven tot vernietiging van het bestreden vonnis kan leiden. Het hof zal het vonnis van de kantonrechter, waarin haar vordering is afgewezen, dan ook bekrachtigen.
4.9
Het hoger beroep slaagt dus niet. Omdat [appellant] in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof haar tot betaling van de proceskosten in hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening. [3]
4.1
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

5.De beslissing

Het hof:
5.1
bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, van 10 januari 2024;
5.2
veroordeelt [appellant] tot betaling van de volgende proceskosten van Vliegschool Hilversum:
€ 798 aan griffierecht
€ 1.824 aan salaris van de advocaat van Vliegschool Hilversum (2 procespunten x het toepasselijke tarief € 912)
5.3
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
5.4
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
5.5
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.M. Essed, M.E.L. Fikkers en M. Aksu, en is door de rolraadsheer in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.

Voetnoten

1.Het vonnis van de kantonrechter is niet gepubliceerd.
2.Bij deze feitenvaststelling heeft het hof rekening gehouden met grief I van [appellant] (zonder dat dit overigens tot vernietiging van het vonnis leidt).
3.HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.