In een e-mail van 3 oktober 2022 heeft belanghebbende aan de Inspecteur geschreven:
“Zoals eerder gesteld door mijn adviseurs, maak ik nogmaals en wederom bezwaar tegen uw voorgenomen besluit. Ik ben van mening en ik verwijs naar alle bewijsstukken in uw dossier en de eerder verzonden correspondentie dat de aanslag niet aan mij toebehoort, ik ben niet de begunstigde van de uitgekeerde premie. Tijdens mijn scheiding heeft onze gezamenlijke financieel deskundige ondersteund in de financiële afhandeling van o.a. ons huis en de goederen. [naam4] van [bedrijfsnaam] in [vestigingsplaats] . Hij heeft ons ondersteund en geadviseerd en vervolgens zaken georganiseerd Zaken waarvan wij geen kennis hebben en afhankelijk zijn van hem als een derde en als financieel /verzekering deskundige.
Ik heb met het advies van deze deskundige ingestemd inzake de afhandeling, het uitgekeerde premie bedrag is in het geheel tegemoet gekomen aan mijn ex-vrouw, (…). Ik heb zoals aangegeven en aangedragen niet genoten van het geld/de vrijgekomen premie, maar dien in uw optiek nu wel belasting premie over dit bedrag te betalen wat ik niet eerlijk en billijk vind.
Daarnaast hebben wij destijds een gelijke verdeling gemaakt, die door deze betaling ook uit verhouding gaat, de 50/50 verdeling zoals overeengekomen met mijn ex vrouw is dan niet meer gelijk verdeeld, zoals ingestoken was bij de scheiding en is uitgesproken door de rechtbank.
U stelt in uw beoordeling een aantal zaken voor, waar ik niet aan zou voldoen naar richtlijnen vanuit de belastingdienst?. Wat ik onbegrijpelijk vindt en waar ik geen kennis van heb. Wat ik wel weet is dat, en nogmaals ik ben een gewone eerlijke burger, dat de uitgekeerde lijfrente is uitgekeerd aan een mijn ex vrouw (…).
Dan kan het niet naar mijn leken mening & verstand, en nogmaals, niet zo zijn dat ik daarvoor aangeslagen word! De verzekeraar heeft u dat bevestigd per schrijven. Meer overtuigend bewijs kan er niet zijn, het bewijs is dan ook overtuigend overdragen en bewezen naar mijn mening.
Ik wil dan ook vragen om de redelijkheid en billijkheid toe te rassen in uw afweging en besluit (verzoek 2) ,u en ik weten allebei, waarom zaken zo gelopen en verlopen zijn, daar ben ik steeds eerlijk over geweest. U weet wie de begunstigde is en de ontvanger is van het premie bedrag, ik ben van mening dat u daar de belasting toeslag dient neer te leggen.
Ik vraag u een menselijke afweging te maken in deze kwestie. Zoals ook in de kindertoeslag affaire, het leven van burgers /mensen is niet zwart en wit, de belastingdienst heeft de verantwoordelijkheid zaken af te wegen en de wet toe te passen, maar daarbij niet het menselijke aspect uit het oog te verliezen (het grijze gebied). Ik betaal mijn hele leven netjes alle andere belasting zaken, ik ben altijd eerlijk, netjes en handel naar de wet en heb u in deze kwestie overtuigend en eerlijk bewijs overlegd.
Ik vraag u, de belasting dienst mijn bezwaar toe te kennen en de aanslag te laten vervallen.”