Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:1667

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
18 maart 2026
Zaaknummer
21-002468-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 14e SrArt. 38v Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor overtreden huisverbod en bedreiging ex-partner

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het overtreden van een huisverbod en het bedreigen van zijn ex-partner met woorden die een misdrijf tegen het leven inhielden. Hij ging in hoger beroep tegen dit vonnis. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter om redenen van doelmatigheid en deed opnieuw recht.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in december 2024 het huisverbod heeft overtreden door contact te zoeken met de in het verbod genoemde personen en dat hij zijn ex-partner heeft bedreigd met meerdere agressieve en dreigende uitlatingen. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.

Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van de feiten, de beangstigende impact op het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn positieve ontwikkelingen zoals het stoppen met alcoholgebruik en zijn betrokkenheid bij vrijwilligerswerk. Het hof legde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden op met een proeftijd van drie jaar, bijzondere voorwaarden waaronder elektronisch toezicht en een contactverbod van twee jaar.

De bijzondere voorwaarden omvatten onder meer reclasseringstoezicht, ambulante behandeling, onthouding van alcoholgebruik, en een locatieverbod met uitzonderingen voor omgang met zijn kinderen. Het contactverbod is strikt en direct of indirect contact met het slachtoffer is verboden. Het hof achtte deze maatregelen noodzakelijk ter bescherming van het slachtoffer en ter ondersteuning van de gedragsverandering van verdachte.

Het arrest werd uitgesproken op 17 maart 2026 door het hof Arnhem-Leeuwarden, waarbij het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het nieuwe vonnis werd vastgesteld.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met bijzondere voorwaarden, een contactverbod van twee jaar en elektronisch toezicht.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002468-25
Uitspraakdatum: 17 maart 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 21 mei 2025 met parketnummer 16-396771-24 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1985 in [geboorteplaats 1] ,
wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 3 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot:
  • het bewezen verklaren van het onder 1 en 2 tenlastegelegde;
  • het opleggen van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met een proeftijd van drie jaren;
  • met bijzondere voorwaarden en daaraan gekoppeld elektronisch toezicht en dadelijke uitvoerbaarheid;
  • het opleggen van een contactverbod en deze dadelijk uitvoerbaar verklaren, met daarin opgenomen een uitzonderingsbepaling voor contact via een derde over de afwikkeling van de scheiding en het opstellen van een ouderschapsplan.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. W.S.W. van der Donk, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft bij vonnis van 21 mei 2025, waartegen het hoger beroep is gericht:
  • verdachte veroordeeld voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde;
  • een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd voor de duur van vier maanden, met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest en met een proeftijd van drie jaren;
  • bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke gevangenisstraf verbonden, zoals opgenomen in het vonnis en deze dadelijk uitvoerbaar verklaard;
  • een contactverbod opgelegd voor de duur van twee jaren en deze dadelijk uitvoerbaar verklaard.
Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en komt tot een wijziging van de bijzondere voorwaarden en doet daarom opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij, als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, in of omstreeks de periode van 7 december 2024 tot en met 9 december 2024 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland, in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan [adres 1] , heeft betreden en/of zich in en/of in nabijheid van die woning heeft opgehouden en/of contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen.
2.
hij, in of omstreeks de periode van 5 december 2024 tot en met 6 december 2024 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, dreigend de woorden toe te voegen:
- “ Stuur iemand ik knuppel” en/of “Knuppel om te honkballen staat klaar”,
- “ Smeris op me afsturen. Je bent ten dode opgeschreven”,
- “ Dood moet je. Dit heet karma. Je gaat niet eens redden om te zeggen voor morgen. Jouw lot pakt je wel”,
- “ We gaan bewegen nu. Wees kanker bang. Je wilt me niet kennen. Je bent van mij vandaag. Leef of dood. Ze brengen je. Ga na skotoe”, en/of
- “ Na wat je gister gedaan hebt is je leven niet meer zeker. Je bent van mij. Reageren of dood gaan. Keus is aan jou. Voor de ogen van je fam en kids. Eng he zo een leipo. Wat jij doet doe ik terug”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij, als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, in de periode van 7 december 2024 tot en met 9 december 2024 te [plaats 1] in strijd met dat huisverbod contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen.
2.
hij in de periode van 5 december 2024 tot en met 6 december 2024 te [plaats 1] , [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen:
- " Stuur iemand ik knuppel" en "Knuppel om te honkballen staat klaar",
- " Smeris op me afsturen. Je bent ten dode opgeschreven",
- " Dood moet je. Dit heet karma. Je gaat niet eens redden om te zeggen voor morgen. Jouw lot pakt je wel",
- " We gaan bewegen nu. Wees kanker bang. Je wilt me niet kennen. Je bent van mij vandaag. Leef of dood. Ze brengen je. Ga na skotoe", en
- " Na wat je gister gedaan hebt is je leven niet meer zeker. Je bent van mij. Reageren of dood gaan. Keus is aan jou. Voor de ogen van je fam en kids. Eng he zo een leipo. Wat jij doet doe ik terug".
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
als uithuisgeplaatste handelen in strijd met een met toepassing van artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod, gegeven huisverbod.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

Bij het bepalen van de straf en maatregel houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het handelen in strijd met een gegeven huisverbod en aan bedreiging van zijn ex-partner. Verdachte heeft die feiten ook bekend. Verdachte’s handelen is voor het slachtoffer, zijn ex-partner, zeer beangstigend geweest. Door op die wijze te handelen heeft verdachte weinig respect getoond voor de persoonlijke levenssfeer van zijn ex-partner en haar gevoel van veiligheid. Dergelijke feiten versterken bovendien de in de samenleving heersende gevoelens van angst en onveiligheid.
Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof gelet op het strafblad van verdachte van 2 februari 2026, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het handelen in strijd met een huisverbod of voor bedreiging. Verdachte is eerder wel onherroepelijk veroordeeld voor andere strafbare feiten. Deze veroordelingen zijn van geruime tijd geleden. Dit betekent dat het strafblad van verdachte niet wezenlijk van invloed is geweest bij de strafbepaling.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte over zijn persoonlijke omstandigheden onder meer naar voren gebracht dat hij geen alcohol meer drinkt, dat hij een kamer heeft via [naam stichting] , dat hij vrijwilligerswerk doet en dat hij zich aan het oriënteren is voor een opleiding of een baan. Verdachte zit momenteel in de Ziektewet en staat onder controle bij de reclassering voor zijn alcoholgebruik. Verder is het contact met zijn kinderen voor verdachte erg belangrijk.
De raadsvrouw van verdachte heeft zich ten aanzien van de strafoplegging op het standpunt gesteld dat de door de politierechter opgelegde voorwaardelijke straf bovenmatig hoog is. Volgens de raadsvrouw is de uitvoering van de bijzondere voorwaarden de afgelopen tijd goed verlopen en is verdachte gemotiveerd voor gedragsverandering en heeft hij aan zichzelf gewerkt. De raadsvrouw heeft verzocht om met deze ontwikkelingen rekening te houden en aan te sluiten bij de oriëntatiepunten. Verder heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat de opgelegde bijzondere voorwaarden, met enkele uitzonderingen, verdachte ook structuur en ondersteuning bieden. De raadsvrouw heeft verzocht om de bijzondere voorwaarde van het locatieverbod uit te breiden door daar een uitzondering voor een wekelijks moment van omgang met zijn kinderen in op te nemen. De raadsvrouw heeft ten slotte verzocht om daar geen elektronisch toezicht meer aan te koppelen, dan wel deze aan te passen of een maximale duur te bepalen.
Het hof overweegt dat het hoopgevend is dat verdachte zegt geen alcohol meer te gebruiken en dat hij daarvoor onder controle staat bij de reclassering. Dat er inmiddels sprake lijkt te zijn van een verandering en positieve ontwikkeling in het leven van verdachte volgt ook uit de brief van zijn ambulant begeleider van 27 februari 2026. Het hof merkt tegelijkertijd op dat sprake is van een zeer pril begin, waarin verdachte zijn leven opnieuw aan het inrichten is. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de echtscheidingsprocedure met zijn ex-partner nog loopt en dat er afspraken moeten worden gemaakt over de omgang met de kinderen. Het hof acht de in eerste aanleg opgelegde bijzondere voorwaarden dan ook noodzakelijk ter ondersteuning en voortzetting hiervan.
Het hof ziet, mede gelet op de voorgeschiedenis, geen aanleiding om in de bijzondere voorwaarden een bepaling op te nemen om het slachtoffer - via een aan te wijzen derde - contact te laten hebben met verdachte over de afwikkeling van de echtscheiding en een omgangsregeling met de kinderen. Een dergelijke uitzondering zou ook strijdig zijn met de oplegging van het na te melden contactverbod en om die reden niet goed uitvoerbaar zijn. Het hof overweegt in dit kader dat het contact tussen partijen over dergelijke zaken via hun advocaten kan verlopen en zal dit daarom niet als aparte uitzondering op het contactverbod opnemen.
Het hof stelt vast dat de reclassering in het meest recente advies van 15 januari 2026 adviseert om elektronisch toezicht te koppelen aan het (geldende) locatieverbod. Ten aanzien van het elektronische toezicht acht ook het hof voortzetting daarvan aangewezen, mede gelet op de hiervoor beschreven nog prille situatie en voor de handhaving van het locatieverbod.. Wat betreft de duur van dat toezicht merkt het hof op dat de elektronische monitoring wordt gekoppeld aan het locatieverbod en deze na de duur van de proeftijd zal aflopen.
Het hof acht, alles afwegende, het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van drie jaren, passend en geboden. Het hof zal aan die voorwaardelijke straf de hierna opgenomen bijzondere voorwaarden verbinden en deze dadelijk uitvoerbaar verklaren. Aan het locatieverbod (onder 11.) zal het hof, net als de politierechter, elektronische monitoring koppelen. Tot slot zal het hof aan verdachte een contactverbod opleggen voor de duur van twee jaren en deze, net als het reclasseringstoezicht en de bijzondere voorwaarden, ook dadelijk uitvoerbaar verklaren.
Dadelijke uitvoerbaarheid
Het hof beveelt de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden, van het contactverbod en van het reclasseringstoezicht. Het hof stelt vast dat het bewezenverklaarde is gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Verdachte heeft in korte tijd een aantal intens agressieve berichten met doodsbedreigingen gestuurd. Toen hij ten gevolge daarvan een huisverbod opgelegd kreeg heeft hij dat direct overtreden. Daarbij komt dat de oorzaak voor het gedrag van verdachte, namelijk de scheiding van aangeefster en de ontbrekende omgang met zijn kinderen, nog steeds niet is geregeld. Deze omstandigheden maken dat het hof van oordeel is dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een dergelijk strafbaar feit zal begaan en/of zich tegen die persoon belastend zal gedragen. Het hof vindt het in het belang van verdachte dat het voorzichtige evenwicht dat hij in deze heeft gevonden, in stand gehouden wordt onder meer doordat actief wordt gecontroleerd of hij zich aan de voorwaarden houdt en dat daarmee de doorontwikkeling naar totstandkoming van een door verdachte gewenste afronding van de scheiding en een goede omgangsregeling met zijn kinderen, een goede kans maakt.

Wetsartikelen

De straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14 e, 38v, 38w, 57, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 11 van Pro de Wet tijdelijk huisverbod.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Het hof stelt als bijzondere voorwaarden:
1. dat veroordeelde zich uiterlijk 24 maart 2026 om 12.00 uur, dan wel uiterlijk binnen één week na onherroepelijk worden van dit arrest, in persoon dan wel telefonisch, meldt bij Reclassering Nederland ( [adres 2] , telefoonnummer [telefoonnummer] ) en zich zal blijven melden bij deze instelling, op de wijze waarop en zo frequent als de reclassering dat zal bepalen. Veroordeelde moet zich houden aan de afspraken met de reclassering en de aanwijzingen die door de reclassering aan hem worden gegeven;
2. dat veroordeelde zich wegens zijn middelenproblematiek en/of persoonlijkheidsproblematiek ambulant zal laten behandelen bij een zorginstelling, te bepalen door de reclassering, voor zover en zolang de reclassering dit nodig acht;
3. dat veroordeelde na verkregen toestemming van een rechter, zal meewerken aan een kortdurende klinische opname van maximaal zeven weken, indien de reclassering dit gedurende het ambulante traject als bedoeld onder 2. nodig acht en de daartoe vereiste indicatiestelling is afgegeven;
4. dat veroordeelde indien geïndiceerd op grond van diagnostiek voortvloeiend uit voorwaarde 2 of voorwaarde 3 en na verkregen toestemming van een rechter, zal meewerken aan opneming in een zorginstelling, te bepalen door de reclassering;
5. dat veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen en de (huis)regels van de onder 2, 3 en 4 bedoelde instelling(en) /behandelaar(s) /onderzoeker(s);
6. dat veroordeelde zich zal onthouden van het gebruik van alcoholhoudende drank en/of andere middelen, voor zover en zolang de reclassering dat nodig acht;
7. dat veroordeelde zal meewerken aan controles op het onder 6. bedoelde verbod door middel van urineonderzoek en/of ademonderzoek (blaastest), te beslissen - en op tijdstippen te bepalen door de reclassering;
8. dat veroordeelde bereikbaar zal blijven voor de reclassering, daartoe zijn telefoonnummer en verblijfadres aan de reclassering opgeeft en, indien veroordeelde verhuist, de reclassering tenminste twee weken voorafgaand aan de verhuizing schriftelijk in kennis stelt van het nieuwe adres;
9. dat veroordeelde zich actief zal inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of een zinvolle dagbesteding, en daarover verantwoording zal afleggen aan de reclassering;
10. dat veroordeelde uitsluitend door tussenkomst van derden, zoals [naam] , zal meewerken aan het maken van afspraken over het hebben van omgang en/of contact met zijn kinderen;
11. dat veroordeelde zich niet zal bevinden in de gemeente [plaats 1] , met uitzondering van de A6 en de treinstations binnen de gemeente [plaats 1] alsmede met uitzondering van [adres 3] te [plaats 1] (het kantoor van [naam stichting] ) ten tijde van de uitvoering van de omgangsregeling iedere zondag tussen 12:30 uur en 15:30 uur, waarbij veroordeelde vanaf zijn adres de kortste route met de auto naar en van dit kantooradres zal nemen, zolang het openbaar ministerie dit locatieverbod nodig acht.
12. dat veroordeelde meewerkt aan elektronisch toezicht (EM) op de naleving van het locatieverbod onder voorwaarde 11.
13. dat veroordeelde zich niet zonder toestemming van de reclassering buiten (het Europese deel van) Nederland zal begeven, zolang het openbaar ministerie dit nodig acht.
Beveelt dat voormelde bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht,
dadelijk uitvoerbaarzijn.
Beveelt dat de tijd die verdachte al onderworpen is geweest aan de door de rechtbank opgelegde en dadelijk uitvoerbaar verklaarde bijzondere voorwaarden bij de uitvoering in mindering zal worden gebracht.
Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.
Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Legt op de
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidinhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 2 jaren zich onthoudt van contact met [slachtoffer] (geb. [geboortedag 2] te [geboorteplaats 2] ). Dit contactverbod houdt in dat veroordeelde gedurende twee jaren op geen enkele wijze contact - direct of indirect - zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] .
Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 5 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk maximum van 6 maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Beveelt dat de tijd die de verdachte al onderworpen is geweest aan de door de rechtbank opgelegde en dadelijk uitvoerbaar verklaarde vrijheidsbeperkende maatregel bij de uitvoering van de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in mindering zal worden gebracht.
Beveelt daarnaast dat de vervangende hechtenis die eventueel al is tenuitvoergelegd, eveneens bij een eventuele tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis in mindering wordt gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. A. Meester, mr. T.H. Bosma en mr. F. van der Maden, in aanwezigheid van de griffier mr. M.F. Bijlsma en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 17 maart 2026.