ECLI:NL:GHARL:2026:1766

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
200.362.178/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:266 lid 1 onder a en b BWArtikel 3 Verdrag inzake de rechten van het kindArtikel 20 Verdrag inzake de rechten van het kind
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging van het ouderlijk gezag over minderjarige wegens bedreiging ontwikkeling

De rechtbank Gelderland heeft het gezag van de vader en moeder over de minderjarige beëindigd wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling. De minderjarige is sinds december 2020 onder toezicht gesteld en woont sinds mei 2021 bij pleegouders.

De vader ging in hoger beroep tegen de beëindiging van zijn gezag en wilde dit behouden om contact met zijn kind uit te breiden. De moeder was het eveneens niet eens met het beëindigen van het gezag van de vader. De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling pleitten voor handhaving van de beëindiging, stellende dat het belang van de minderjarige bij duidelijkheid en stabiliteit voorop staat.

Het hof oordeelde dat het gezag van de vader terecht is beëindigd omdat het perspectief van de minderjarige niet bij hem ligt, het contact beperkt is door detentie van de vader, en de samenwerking tussen vader, GI en pleegouders moeizaam verloopt. Het belang van de minderjarige bij rust en duidelijkheid weegt zwaarder dan het belang van de vader bij behoud van gezag. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de vader over de minderjarige vanwege bedreiging van haar ontwikkeling en het belang van rust en duidelijkheid.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.362.178
zaaknummer rechtbank Gelderland 453682
beschikking van 24 maart 2026
over de beëindiging van het gezag over [de minderjarige]
in de zaak van
[verzoeker](de vader)
die verblijft in de PI in [plaats]
advocaat: mr. M.J.R. Roethof
en
de raad voor de kinderbescherming(de raad)
die is gevestigd in Arnhem
en
[belanghebbende1](de moeder)
die woont op een bij het hof bekend adres
en
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Gelderland(de GI)
die is gevestigd in Arnhem
en
[belanghebbende2](de pleegouders)
die wonen in [woonplaats]

1.Samenvatting

De rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, heeft het gezag van de vader (en de moeder) over [de minderjarige] beëindigd. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De ouders hebben samen een kind: [de minderjarige] . [de minderjarige] is geboren [in]
2014.
2.2.
De ouders hadden tot aan de beslissing van de rechtbank van 4 september 2025 samen het gezag over [de minderjarige] .
2.3.
[de minderjarige] staat sinds 2 december 2020 onder (voorlopig) toezicht van de GI.
2.4.
[de minderjarige] is op 2 december 2020 met een machtiging van de kinderrechter uithuisgeplaatst. Zij woont vanaf mei 2021 bij de pleegouders.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De raad heeft de rechtbank verzocht het gezag van de ouders te beëindigen.
3.2.
De rechtbank heeft het verzoek van de raad toegewezen. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 4 september 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De vaderis het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en het gezag van de vader over [de minderjarige] in stand laat.
4.2.
De raadwil dat de beslissing in stand blijft.
4.3.
De moederis het niet eens met de beslissing van de rechtbank voor wat betreft het gezag van de vader.
4.4.
De GIwil dat de beslissing in stand blijft.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.5.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift
  • het verweerschrift
4.6.
[de minderjarige] heeft op 23 februari 2026 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof over de beëindiging van het gezag van de ouders.
4.7.
De zitting bij het hof was op 24 februari 2026. Aanwezig waren:
  • de vader met zijn advocaat en een tolk in de Poolse taal
  • een vertegenwoordiger van de raad
  • de moeder
  • een vertegenwoordiger van de GI

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
De rechtbank kan het gezag van een ouder beëindigen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Daarbij moet duidelijk zijn dat de ouder de verzorging en opvoeding niet binnen een aanvaardbare termijn weer zelf op zich kan nemen. De aanvaardbare termijn is de periode van onzekerheid, die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade in zijn ontwikkeling op te lopen. [1]
5.2.
Het belang van het kind staat voorop. Een kind dat niet bij zijn ouders kan wonen heeft recht op zekerheid over waar het woont en blijft wonen. [2]
Standpunten
5.3.
De vader is het niet eens met de beëindiging van zijn gezag. Volgens de vader is de aanvaarbare termijn voor [de minderjarige] nog niet verstreken en moet hij een reële kans krijgen om te werken aan uitbreiding van het contact met [de minderjarige] . De vader is bang dat hij deze kans, na de beëindiging van zijn gezag, niet meer krijgt. De vader begrijpt dat het in het verleden niet goed is gegaan. Volgens de vader ontwikkelt hij zichzelf tijdens zijn detentie en heeft hij onder andere een agressie-regulatie-training gevolgd. Volgens de vader staat niet vast dat het belang van [de minderjarige] bij duidelijkheid en stabiliteit niet kan worden bereikt met voortzetting van het ouderlijk gezag van de vader. De vader staat achter de plaatsing van [de minderjarige] bij de pleegouders en hij verzet zich niet tegen de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Beëindiging van zijn gezag is volgens de vader dan ook niet nodig.
5.4.
De moeder is het ook niet eens met de beëindiging van het gezag van de vader. De moeder is ontevreden over de invulling van de ondertoezichtstelling. Volgens de moeder wordt er al zes jaar beloofd dat het contact met [de minderjarige] uitgebreid zal worden, maar gebeurt dit niet. Volgens de moeder moet zij zelf overal achteraangaan en krijgt zij geen informatie van de GI. De moeder heeft wel goed contact met het pleeggezin en met [de minderjarige] .
5.5.
Volgens de raad ontwikkelt [de minderjarige] zich onder de gegeven omstandigheden redelijk. De periodes waarin zij goed in haar vel zit duren steeds langer dan de periodes waarin zij niet goed in haar vel zit. Dit is volgens de raad een indicatie dat de duidelijkheid over haar perspectief haar goed doet. De raad vindt het dan ook in het belang van [de minderjarige] om het gezag van de ouders te beëindigen, zoals de rechtbank heeft gedaan. Op die manier is het voor [de minderjarige] duidelijk waar zij zal opgroeien en is de inzet van de hulpverlening voor [de minderjarige] gewaarborgd. De aanvaardbare termijn is volgens de raad ook verstreken. [de minderjarige] volgt op dit moment een traumabehandeling vanwege het huiselijk geweld dat zij heeft meegemaakt en zij gaat binnenkort starten met de therapie
Words and Pictures. Volgens de raad zijn de belangen van de vader ondergeschikt aan de belangen van [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft recht op duidelijkheid en rust zodat ze zich volledig kan richten op haar herstel.
5.6.
De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling bij het hof toegelicht dat het contact en de samenwerking tussen de moeder, het pleeggezin en de GI goed verloopt, maar dat het contact en de samenwerking tussen de vader en de GI moeizaam verloopt. De vader is het niet eens met de beslissing van de GI dat er op dit moment geen fysiek contact is tussen de vader en [de minderjarige] . Volgens de GI moet [de minderjarige] na het bellen met haar vader bijkomen omdat het contact eenzijdig verloopt, waarbij het de vader niet goed lukt aan te sluiten bij [de minderjarige] . De door de GI gegeven adviezen hierover volgt de vader (onvoldoende) op.
5.7.
[de minderjarige] heeft verteld hoe ze woont bij de pleegouders met de andere kinderen en de dieren daar. Ze vindt het er fijn. Ze heeft geen mening over wie de belangrijke beslissingen over haar moet nemen.
Hoe oordeelt het hof?
5.8.
Het hof is net als de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de eisen die de wet stelt aan een gezagsbeëindiging. Het hof vindt het in het belang van [de minderjarige] dat het gezag van de vader over haar wordt beëindigd. Duidelijk is dat het perspectief van [de minderjarige] niet meer bij de vader ligt. Dit betekent dat [de minderjarige] niet bij de vader zal opgroeien. De vader zegt dat hij dit accepteert, maar hij draagt dit in de praktijk niet of onvoldoende uit naar [de minderjarige] . Uit het dossier en wat is besproken op de zitting, blijkt dat [de minderjarige] behoefte heeft aan rust en duidelijkheid. De beslissing van de rechtbank over het beëindigen van het gezag van de vader heeft rust gebracht. Het gaat relatief goed met [de minderjarige] op de plaats waar zij nu verblijft en zij volgt therapie om de gebeurtenissen uit haar verleden een plek te kunnen geven. Naar het oordeel van het hof weegt het belang van [de minderjarige] bij rust zwaarder dan de wens van de vader om het gezag over [de minderjarige] te behouden.
5.9.
Het hof houdt er hierbij rekening mee dat de vader en [de minderjarige] slechts beperkt contact met elkaar hebben. Dit is mede een gevolg van de omstandigheid dat de vader in detentie zit, hetgeen nog geruime tijd zal duren. De vader en [de minderjarige] hebben als gevolg daarvan eens per vier weken een half uur contact via een videobelmoment. Om verantwoord beslissingen te kunnen nemen over [de minderjarige] is het noodzakelijk dat de vader op de hoogte is van de ontwikkelingen in haar leven en van wat [de minderjarige] nodig heeft. Doordat de vader mede als gevolg van zijn detentie slechts beperkt contact heeft (gehad) met [de minderjarige] , weet hij minder goed wat er speelt en wat er nodig is. Daarbij komt dat de samenwerking tussen de vader, de GI en de pleegouders moeizaam verloopt. Ook om deze reden is het nodig dat het gezag van de vader wordt beëindigd. Vanwege de moeizame verhouding tussen de vader, de GI en de pleegouders acht het hof het aannemelijk dat het tot spanningen zal leiden als de vader het gezag behoudt. Dit zal een negatief effect op [de minderjarige] hebben en daarmee schadelijk voor haar zijn.
5.10.
De beslissing van de rechtbank zal in stand blijven (worden bekrachtigd).
5.11.
Met [de minderjarige] is afgesproken dat zij van het hof een brief zal krijgen waarin de beslissing staat en wordt uitgelegd.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van
4 september 2025.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, P.B. Kamminga en E.H. Schijven-Bours, bijgestaan door mr. K.E. Vaartjes-de Wit als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.

Voetnoten

1.artikel 1:266 lid 1 onder Pro a en b BW
2.Artikel 3 en Pro artikel 20 Verdrag Pro inzake de rechten van het kind