Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
- de akte uitlaten met het oog op artikel 1065a lid 4 Rv na herstelvonnis van [geïntimeerde] ;
- de antwoordakte van [appellant] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Tussen partijen, broers die samen een agrarische onderneming dreven, ontstond een geschil over de afwikkeling van deze onderneming. Op verzoek van een van hen werden drie scheidslieden benoemd die drie arbitrale vonnissen uitvaardigden. De appellant vorderde vernietiging van deze vonnissen wegens schending van de beginselen van hoor en wederhoor en onpartijdigheid, wat volgens hem strijdig was met de openbare orde.
Het hof constateerde dat het oorspronkelijke arbitrale eindvonnis was gebaseerd op een taxatierapport dat partijen niet hadden kunnen betwisten, waardoor het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden. Dit vormde een grond voor vernietiging, maar het gebrek was herstelbaar. Daarom schorste het hof de procedure en verwees de zaak terug naar de commissie van scheidslieden om het proces te heropenen en alsnog hoor en wederhoor toe te passen.
De commissie heropende de procedure, gaf partijen gelegenheid te reageren op het taxatierapport en handhaafde de waardering van het agrarisch erf en de bedrijfsgebouwen. Het hof oordeelde dat deze herziening de vernietigingsgrond had weggenomen en dat er geen nieuwe gronden voor vernietiging waren. De vordering tot vernietiging werd daarom afgewezen.
De vorderingen van de geïntimeerde om een uiterste ontruimingsdatum en exequatur te verkrijgen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat deze buiten de vernietigingsprocedure vielen. Het hof bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen, mede vanwege de familieverhouding die een rol speelt in het geschil.
Uitkomst: De vordering tot vernietiging van de arbitrale vonnissen wordt afgewezen nadat het gebrek in hoor en wederhoor is hersteld.