Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met daarin de gronden voor het hoger beroep
- de verstekverlening tegen [de debiteur]
- de ambtshalve doorhaling van de procedure door het hof
- de hervatting van de procedure door Defam.
2.De kern van de zaak
3.De motivering van de beslissing in hoger beroep
Informatieblad DEFAM - Huiseigenaar Persoonlijke Lening (EUROPESE STANDAARDINFORMATIE INZAKE CONSUMENTENKREDIET)”(het ESIC-formulier) is, naast de identiteit en de contactgegevens van Defam en de tussenpersoon, een beschrijving van de belangrijkste kenmerken en de kosten van het krediet, een aantal juridische aspecten en overige gegevens, onder meer, opgenomen:
Overeenkomst Huiseigenaar Persoonlijke Lening”met een contractnummer eindigend op 430 (hierna: de kredietovereenkomst) is gedateerd op 5 maart 2019. Op 6 maart 2019 heeft Defam de kredietaanvraag van [de debiteur] definitief geaccepteerd en het kredietbedrag aan hem beschikbaar gesteld.
“(…)
”(…)
betalingsherinnering en ingebrekestelling contractnummer (…)701”. In deze brief is, onder meer, opgenomen:
“ (…) We hebben u meerdere brieven gestuurd met de vraag om uw betalingsachterstand op uw lening te voldoen. Helaas heeft u ons nog steeds niet (volledig) betaald. U ontvangt deze brief omdat wij u in gebreke stellen. Wij vragen u dringend het bedrag van€ 5.619,06over te maken naar ons. (…)
wij eisen uw lening met contractnummer (…)701 op”. In deze brief is, onder meer, opgenomen:
“(…) Wij hebben u meerdere brieven gestuurd met het verzoek om uw betalingsachterstand op uw lening te voldoen. Helaas heeft u ons nog steeds niet (volledig) betaald. Daarom eisen wij het totale openstaande bedrag van uw lening op.(…)
“ (…) Ref. opdrachtgever: (…)430”.In deze e-mail heeft de gemachtigde bevestigd dat er een betalingsregeling is getroffen met [de debiteur] voor een af te lossen bedrag van € 17.186,73.
“(…), Ref. opdrachtgever: (…)701”. In deze e-mail heeft de gemachtigde aan [de debiteur] geschreven dat de betalingsregeling niet correct is nagekomen. Daarbij heeft de gemachtigde aangegeven dat het totale openstaande bedrag opeisbaar is.
“(…) Ref. opdrachtgever: (…)701”. In deze e-mail heeft de gemachtigde bevestigd dat de betalingsregeling weer is geactiveerd.
“(…), Ref. opdrachtgever: (…)701”. In deze e-mail heeft de gemachtigde laten weten dat de ontstane betalingsachterstand uiterlijk op 13 mei 2024 moet zijn ingelopen.
“ RE:(…), Ref. opdrachtgever: (…)701”. In deze e-mail heeft [de debiteur] aangegeven dat hij niet aan zijn betalingsverplichting kan voldoen vanwege het loonbeslag dat door het kantoor van de gemachtigde op zijn salaris is gelegd.
“(…), Ref. opdrachtgever: (…)701”. In deze e-mail heeft de gemachtigde te kennen gegeven dat de betalingsregeling (opnieuw) is komen te vervallen.
“(…) Ref. opdrachtgever: (…)701”. In deze e-mail heeft de gemachtigde aangegeven dat de betaling van het openstaande bedrag van € 16.056,34 binnen vijf dagen moet zijn ontvangen
.
4.De toelichting op de beslissing van het hof
“geruime tijd”in artikel 7:60 BW Pro. Daarbij gaat het erom dat de consument voldoende tijd moet hebben om de verstrekte informatie te doorgronden en desgewenst op basis van de verstrekte informatie verschillende aanbiedingen te vergelijken. [4] De enkele omstandigheid dat de consument geen gebruik maakt van de mogelijkheid om langer over de verstrekte precontractuele informatie na te denken en de kredietovereenkomst vrijwel onmiddellijk aangaat, dwingt niet tot het oordeel dat de precontractuele informatie niet geruime tijd voordat de consument door de kredietovereenkomst is gebonden, is verstrekt. [5] In het ESIC-formulier is vermeld dat de daarin opgenomen informatie geldig was tot en met 30 maart 2019. Defam heeft de door [de debiteur] getekende offerte met daarbij de aanvullende documenten retour ontvangen op 1 maart 2019. Dit betekent dat het ervoor moet worden gehouden dat het ESIC-formulier op of voor 1 maart 2019 aan [de debiteur] is verstrekt. De door [de debiteur] ondertekende kredietovereenkomst is gedateerd op 5 maart 2019 en Defam heeft de kredietovereenkomst goedgekeurd en het kredietbedrag aan [de debiteur] ter beschikking gesteld op 6 maart 2019 (zie hiervoor 3.2 en 3.3). In het licht van het voorgaande heeft [de debiteur] voldoende tijd - te weten (tenminste) 30 dagen - gehad om de informatie uit het ESIC-formulier te doorgronden. Dit betekent dat hij goed geïnformeerd heeft kunnen besluiten over het aangaan van de kredietovereenkomst. Dat [de debiteur] er zelf voor heeft gekozen om de overeenkomst enkele dagen na de ontvangst van het ESIC-formulier te ondertekenen en aan Defam te retourneren, doet daaraan niet af. Hieruit volgt dat Defam heeft voldaan aan haar precontractuele informatieplicht.
- i) op de vraag wat wordt aangetoond met de overgelegde stukken; en
- ii) - meer in het bijzonder - op de vraag wat de betekenis is van het bedrag van € 230,76 dat staat vermeld in het overgelegde inkomsten overzicht, mede in relatie tot andere in de stukken vermelde bedragen over de aflossing van het gevraagd krediet.
“Ref. opdrachtgever: (…)701”. Het contractnummer (…)430 komt in deze correspondentie van de gemachtigde niet voor. Voordat het hof zal beoordelen of Defam - gelet op haar verwijzing naar, onder meer, de hiervoor aangehaalde brieven van 22 september 2023 en 23 november 2023 - heeft voldaan aan haar stelplicht dat zij het krediet rechtsgeldig heeft opgeëist, zal het Defam in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten in de hiervoor onder 4.4 vermelde akte. Het hof vraagt Defam om daarbij in ieder geval in te gaan op:
- iii) de vraag waarom er twee verschillende contractnummers zijn vermeld in de door Defam overgelegde documenten;
- iv) de vraag waardoor het verschil in contractnummers is ontstaan;
- v) de vraag of [de debiteur] wist dat het contractnummer is gewijzigd en, zo ja, waaruit dit blijkt.