Partijen, beiden van Poolse nationaliteit, zijn ouders van twee minderjarige kinderen en hebben een relatie gehad. Na hun scheiding is een voorlopige zorgregeling vastgesteld door de rechtbank, waarbij de kinderen wisselend verblijven bij beide ouders volgens een vast schema.
Verzoekster kwam in hoger beroep tegen deze regeling en stelde dat de zorgverdeling meer evenredig moet zijn, mede gezien haar stabiele woonsituatie en de beschuldigingen aan het adres van verweerster. Verweerster handhaafde de voorlopige regeling en benadrukte de noodzaak van stabiliteit voor de kinderen.
De raad voor de kinderbescherming adviseerde in een conceptrapport om de voorlopige regeling niet te wijzigen, wat het hof onderschrijft. Het hof benadrukt het belang van het volgen van de door de rechtbank uitgezette route, waarbij na het definitieve advies van de raad een definitieve zorgregeling zal worden vastgesteld.
Het hof bekrachtigt daarom de voorlopige zorgregeling en prijst de ouders voor hun bereidheid tot praktische afspraken in het belang van de kinderen.