Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
(…)
De verplichting tot levensonderhoud
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vrouw en de man zijn gescheiden en hebben in 2020 een echtscheidingsconvenant gesloten waarin partneralimentatie is vastgesteld. De man heeft een verzoek ingediend tot verlaging van de alimentatie vanwege gewijzigde omstandigheden, waaronder het hogere inkomen van de vrouw en zijn gebruik van het Generatiepact. De rechtbank heeft de alimentatie verlaagd met ingang van 1 september 2023 en bepaald dat de vrouw te veel betaalde bedragen moet terugbetalen.
De vrouw is in hoger beroep gegaan tegen de ingangsdatum, de terugbetalingsverplichting, de vastgestelde behoefte en resterende behoefte, en de draagkracht van de man. Het hof overweegt dat de vrouw bekend was met de herberekening van de alimentatie in de zomer van 2023 en dat de ingangsdatum van 1 september 2023 daarom terecht is vastgesteld. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat zij niet in staat is haar inkomen te herstellen, waardoor het hof uitgaat van een fictief inkomen.
De draagkracht van de man wordt vastgesteld op basis van zijn jaaropgave 2023, waarbij het hof het gebruik van het Generatiepact niet als inkomensverlies erkent. De woonlasten worden forfaitair berekend. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt de partneralimentatie met ingang van 1 september 2023 op € 1.453,- bruto per maand, oplopend tot € 1.719,- bruto per maand per 1 januari 2026. De vrouw moet de te veel betaalde alimentatie terugbetalen.
Uitkomst: Het hof wijzigt de partneralimentatie met ingang van 1 september 2023 en bepaalt dat de vrouw te veel betaalde alimentatie moet terugbetalen.