ECLI:NL:GHARL:2026:1842

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
21-003804-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 311 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor woninginbraak met onduidelijk DNA-spoor en veroordeling voor woninginbraak met braak en bloedsporen

Verdachte stond terecht voor twee woninginbraken gepleegd in februari 2025. Het hof sprak verdachte vrij van het eerste feit in [plaats 1], omdat het DNA-mengprofiel op een steen, hoewel sterk wijzend, niet zonder meer als daderspoor kon worden aangemerkt vanwege de verplaatsbaarheid van het object en het ontbreken van bewijs over de omstandigheden van het DNA-spoor.

Voor het tweede feit in [plaats 2] oordeelde het hof dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan diefstal met braak. Dit werd bewezen door bloedsporen op glasscherven en het kozijn die met een kans van minder dan 1 op 1 miljard aan verdachte konden worden toegeschreven. De bloedsporen waren op niet-verplaatsbare objecten aangetroffen, wat het hof als dadersporen kwalificeerde. Verdachte gaf geen verklaring voor de aanwezigheid van zijn bloed.

De strafrechtelijke beoordeling leidde tot een gevangenisstraf van 3 maanden, passend geacht gezien de ernst van de feiten, de emotionele impact op het slachtoffer en het strafblad van verdachte. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken van het eerste feit en de vordering van de tweede benadeelde niet was gehandhaafd in hoger beroep.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht, waarbij het eerste feit werd vrijgesproken en het tweede feit werd bewezen verklaard en bestraft.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van de eerste woninginbraak en veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf voor de tweede woninginbraak met braak en bloedsporen als daderspoor.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003804-25
Uitspraakdatum: 26 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden. Gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen van 4 september 2025 met parketnummer 18-163510-25 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier in Nederland.

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing zowel betrokken wat op de zitting van het hof van 12 maart 2026 als wat er op de zitting bij de politierechter is besproken.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. S.O. Roosjen, is aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft bij bovengenoemd vonnis het ten laste gelegde onder 1 en onder 2 bewezen verklaard (kort gezegd: diefstal met braak) en verdachte hiervoor opgelegd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over de bewezenverklaring en de straf dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode tussen 3 februari 2025 t/m 10 februari 2025 te [plaats 1] , [gemeente] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning (gelegen aan de [adres 1] ), alwaar hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een (E-vouw)fiets, laptop, beeldscherm, kruimeldief, dasspelden en/of manchetknopen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.
2.
hij in of omstreeks de periode tussen 20 februari 2025 t/m 22 februari 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning (gelegen aan de [adres 2] ), alwaar hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), tassen, portemonnee met contant geld (400 euro), sieradenkistje met sieraden en horloge, laptoptas, laptops, Nintendo switch met toebehoren en spelletjes, huissleutel, usb-stick, externe harde schijf en/of parfum in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze voor zover het hof tot een bewezenverklaring komt, verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak feit 1 (inbraak [plaats 1] )

De advocaat-generaal vindt dat feit 1 bewezen moet worden verklaard. De raadsman vindt dat verdachte moet worden vrijgesproken van dit feit, omdat verdachte zegt dit feit niet gepleegd te hebben en er onvoldoende bewijs is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting en op basis van de inhoud van het voorliggende dossier niet de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij. Het hof overweegt daartoe als volgt.
Bij de woning in [plaats 1] is een steen gevonden die vermoedelijk is gebruikt om het raam van de woning in te gooien. Op die steen is een DNA-mengprofiel aangetroffen, dat bestaat uit minimaal drie donoren. Onderzoek wijst uit dat het ‘extreem veel waarschijnlijker is’ dat dat DNA van verdachte is dan van een ander. Die omstandigheid vormt enerzijds een sterke aanwijzing voor de betrokkenheid van verdachte bij dit feit. Tegelijkertijd kan dit spoor op een verplaatsbaar object, op basis van hetgeen naar voren komt in het procesdossier, niet zonder meer worden gezien als een daderspoor. Er is namelijk niet vastgesteld wanneer, onder welke omstandigheden en door welke handeling het DNA van verdachte op de steen terecht is gekomen Om die reden kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de aanwezigheid van verdachte’s DNA uitsluitend mogelijk is doordat verdachte als (een van de) uitvoerder(s) van de woninginbraak aan de [adres 1] te [plaats 1] deze steen heeft gebruikt. Nu op basis van de stukken ook verder niet blijkt van aanwijzingen voor verdachte’s betrokkenheid, spreekt het hof verdachte van dit feit vrij.

Bewijsoverweging feit 2 (inbraak [plaats 2] )

Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde vrijspraak bepleit nu verdachte ontkent en bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Oordeel van het hof
Het hof acht op grond van de inhoud van de hiernavolgende bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan. Daarbij is het volgende van belang.
In en aan de woning van aangever in [plaats 2] zijn drie bloedsporen aangetroffen op glasscherven van de ingeslagen ruit en aan de binnenkant van het raamkozijn. De bloedsporen zijn veiliggesteld en aan DNA-onderzoek onderworpen. Daaruit is naar voren gekomen dat in de bemonstering het DNA-profiel van een man is aangetroffen dat overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte, met een kans van kleiner dan 1 op 1 miljard dat het spoor van iemand anders dan verdachte afkomstig is.
Naar het oordeel van het hof staat buiten redelijke twijfel vast dat de aangetroffen bloedsporen op de glasscherf op de vensterbank binnen (
AARC7613NL), op de binnenzijde van het verticale deel van het kozijn (
AARC7612NL) en de glasscherf op het bovenste glasdeel op de vensterbank binnen (
AARC7611NL)in de woning gelegen aan de [adres 2] , in [plaats 2] , dadersporen zijn. Zoals blijkt uit de hiernavolgende bewijsmiddelen, zijn ook twee stenen aangetroffen in de woning afkomstig uit de achtertuin van het slachtoffer. Het hof gaat ervan uit dat deze zijn gebruikt om het raam van de woning in te gooien. Via dat raam is vervolgens door de dader de toegang tot de woning verkregen. Het hof oordeelt dat buiten redelijke twijfel vaststaat dat de dader bij de inbraak een bloedende wond heeft opgelopen door zich open te halen aan de gebroken ruit.
De bloedsporen zijn aangetroffen op niet verplaatsbare objecten (het raam en de vensterbank). Dit, samengenomen met de aard van het spoor, maakt dat als uitgangspunt heeft te gelden dat de dader de persoon is die de sporen daar heeft achtergelaten. Het kan zodoende niet anders zijn dan dat verdachte de dader is geweest, tenzij hij aannemelijk kan maken waarom zijn bloed daar om een andere reden aanwezig is. Verdachte heeft noch bij de politie noch bij de politierechter in eerste aanleg of ter zitting in hoger beroep een verklaring afgelegd over hoe zijn bloed in de woning van de aangever terecht is gekomen.
Noch door een verklaring van verdachte, noch door de overige inhoud van het dossier is aannemelijk geworden dat het bloed van verdachte daar op een andere manier of op een ander tijdstip terecht is gekomen dan door het optreden van verdachte als dader ten tijde van de inbraak.
Voor de betrokkenheid van anderen, ziet het hof op basis van de voorliggende stukken geen aanwijzingen, zodat verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde ‘plegen tezamen en in vereniging’.
Bewijsmiddelen [1]
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 23 februari 2025, opgenomen op de pagina’s 28 tot en met 37 van het procesdossier, inhoudende de verklaring van de aangever:
Ik, [benadeelde 2] , doe aangifte van inbraak in mijn woning. Op donderdag 20 februari 2025, omstreeks 15:00 uur, is de woning, door mijn vader, afgesloten en zonder schade achtergelaten. [...] Op zaterdag 22 februari 2025, werd ik gebeld door de buurvrouw. Ik hoorde de buurvrouw zeggen: "Je raam is ingegooid, het ziet er niet goed uit", of woorden van gelijke strekking. [...] De politie en de forensische opsporing zijn ter plaatse gekomen en hebben bloed gevonden. Ook is er een bloedspetter gevonden op de vitrage. [...] De politie/recherche heeft twee stenen in onze woonkamer gevonden afkomstig uit onze achtertuin. Deze stenen zijn gebruikt om het raam van de woonkamer in te slaan om zo onze woning zonder onze toestemming binnen te komen.
Wij kwamen boven in onze slaapkamer en zagen dat alle kasten waren leeggehaald. Onze slaapkamer en de deur van het kantoor waren door ons afgesloten door middel van een sleutel. De persoon die in onze woning heeft ingebroken heeft het hele huis doorzocht op zoek naar de sleutels. [...] Uit het kantoor is de grijze rugtas weggenomen. Uit de slaapkamer van onze zoon is een sporttas weggenomen en zijn portemonnee met contant geld. Dit bedrag was ongeveer 400,00 euro. Bij ons op de slaapkamer is een sieradenkistje met sieraden weggenomen. Beneden is mijn laptoptas met daarin mijn werklaptop weggenomen. Ook is deze persoon in de slaapkamer op zolder geweest. Hier is een laptop weggenomen en een Nintendo Switch plus alle toebehoren en spelletjes. Op dit moment missen wij ook nog een huissleutel. Ook is er uit onze slaapkamer nog een sporttas weggenomen.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van forensisch onderzoek woning van 25 februari 2025, opgenomen op de pagina’s 43 tot en met 46 van het procesdossier:
Ik, verbalisant […], kwam op zaterdag 22 februari 2025 naar aanleiding van een gekwalificeerde diefstal in/uit woning, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 2] .[…]
Aan de linker- voorzijde van de woning bevond zich een vast raam van de woonkamer. Ik zag dat de ruit was gebroken en dat er zich een opening in bevond. Ik zag dat de opening circa 60 bij 80 cm was, groot genoeg voor een persoon was om naar binnen te klimmen. Bij het verbreken van de ruit of het naar binnen klimmen heeft de dader zich waarschijnlijk verwond aangezien er op diverse plaatsen door mij een op bloed lijkende substantie was aangetroffen. Binnen op de vensterbank lagen diverse gebroken glasdelen op elkaar. Op de bovenste glasdelen en enkele glasdelen daaronder was een op bloed lijkende substantie zichtbaar. Deze op bloed lijkende substantie is door mij veiliggesteld, evenals de bloed lijkende substantie op de binnenzijde van kozijn, nabij het gordijn.
De hierna omschreven biologische sporen werden gewaarmerkt en op de daartoe geschikte wijze veiliggesteld. Hierbij werd rekening gehouden met de aard van de spoorsoort.

​​​​​​​​​​​Spoornummer:PL1100-2025039587-106820

Spooromschrijving: Bloed

SIN:AARC7613NL

Wijze veiligstellen: Wattenstaafje

Datum/tijd veiligstellen: 22 februari 2025 om 12:40 uur

Plaats veiligstellen: Op glasscherf vensterbank binnen.

Bijzonderheden: Op aangetroffen bloeddruppel lagen diverse glasscherven.

​​​​​​​​​​​​​​​​Spoornummer:PL1100-2025039587-106824

Spooromschrijving: Bloed

SIN:AARC7612NL

Wijze veiligstellen: Wattenstaafje

Datum/tijd veiligstellen: 22 februari 2025 om 12:44 uur

Plaats veiligstellen: Binnenzijde verticale deel kozijn

Bijzonderheden: Bloedspetters

​​​​​​​​​​​​​​​​Spoornummer:PL1100-2025039587-106826

Spooromschrijving: Bloed

SIN:AARC7611NL

Wijze veiligstellen: Wattenstaafje

Datum/tijd veiligstellen: 22 februari 2025 om 12:50 uur

Plaats veiligstellen: Glasscherf bovenste glasdeel vensterbank binnen

Bijzonderheden: Bloedspetters
3. Een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 13 maart 2025, opgenomen op de pagina’s 50 tot en met 52 van het procesdossier:
Verzocht is biologisch sporenonderzoek en/of vergelijkend DNA-onderzoek te verrichten aan het onderzoeksmateriaal: bemonstering glasscherf bovenste glasdeel vensterbank binnen (AARC7611NL), bemonstering binnenzijde verticale deel kozijn (AARC7612NL) & bemonstering op glasscherf vensterbank binnen (AARC7613NL). De resultaten van het (vergelijkend) DNA-onderzoek zijn weergegeven in Tabel 2. Mogelijke donor van DNA voor AARC7611NL, AARC7612NL & AARC7613NL is 'Onbekende man A'. In Tabel 3 staat vermeld welke DNA-profielen zijn opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken. Opgenomen enkelvoudige DNA-profielen worden ook vergeleken met de DNA-profielen in DNA-databanken van landen die zijn aangesloten bij het verdrag van Prüm. In het geval van opgenomen DNA-mengprofielen kan deze vergelijking niet worden uitgevoerd. SINAARC7611NLis gekoppeld aan DNA-profielcluster 61729. De DNA-profielen in DNA-profielcluster 61729 komen overeen met één of meer DNA-profielen in één of meer buitenlandse DNA-databanken.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 12 juni 2025, opgenomen op de pagina’s 2 tot en met 10 van het procesdossier:
In een eerder, en inmiddels afgerond onderzoek naar woninginbraken, werd van de volgende persoon DNA-wangslijm afgenomen op 17 maart 2025 aan het Guyotplein 1 te Groningen:

Naam: [verdachte]

Voornaam: [verdachte]

Geboortedatum: [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] .
Naar aanleiding van de voornoemde DNA-afname is het DNA-profiel van de heer [verdachte] opgeslagen in de landelijke DNA-databank. Uit het vergelijkingsonderzoek van het DNA-profiel van de heer [verdachte] kwam naar voren dat zijn DNA-profiel overeenkwam met veiliggestelde DNA-sporen die bij de volgende woninginbraak is aangetroffen en veiliggesteld door de afdeling Forensische Opsporing van de Nationale Politie:

DNA-match: PL1100-2025039587, woninginbraak aan de [adres 2] te [plaats 2] , gepleegd tussen 20 februari 2025 en 22 februari 2025.
De biologische sporen, veiliggesteld in de woning aan [adres 2] te [plaats 2] , zijn door 'The Maastricht Forensic Institute' (TMFI) onderzocht. Samengevat rapporteerde en concludeerde het TMFI het volgende:

RAPPORT TMFI2025.1367: Betreft onderzoek aan de 3 aangetroffen bloedsporen welke respectievelijk werden betiteld alsAARC7611NL,AARC7612NLenAARC7613NL. In deze 3 bloedsporen werd een enkelvoudig DNA-profiel van een man aangetroffen, welke als mogelijke donor van dit DNA werd betiteld als 'ONBEKENDE MAN A'. Het betrof in alle drie de gevallen hetzelfde DNA-profiel van 'ONBEKENDE MAN A'. Het DNA-profielcluster van 'ONBEKENDE MAN A' werd betiteld als '61729'.

NFI BIJLAGE DNA-CLUSTERPROFIEL 61729: Als bijlage bij het voornoemde rapport van het TMFI is gevoegd een rapportage van het Nederlands Forensisch Instituut onder NFI-zaaknummer 2025.03.27.091. In dit NFI-rapport staat vermeld dat DNA-clusterprofiel '61729' toebehoort aan [verdachte] , verdachte voornoemd.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
hij in de periode tussen 20 februari 2025 t/m 22 februari 2025 te [plaats 2] , alleen, in een woning (gelegen aan de [adres 2] ), alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tassen, een portemonnee met contant geld (400 euro), een sieradenkistje met sieraden, een laptoptas, laptops, een Nintendo switch met toebehoren en spelletjes, een huissleutel, een usb-stick en een externe harde schijf , die aan [benadeelde 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om diet zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het navolgende meegewogen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak en daarbij niet alleen economisch waardevolle, maar ook emotioneel belangrijke voorwerpen – zoals sieraden – weggenomen. Hierdoor heeft verdachte overlast en schade veroorzaakt voor het slachtoffer en geen enkel respect getoond voor andermans eigendommen. Daarnaast veroorzaken woninginbraken gevoelens van angst en onveiligheid bij slachtoffers en in de samenleving. Met zijn handelen heeft verdachte alleen oog gehad voor zijn eigen financieel gewin.
Het hof heeft de bepaling van de straf om te beginnen acht geslagen op de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Het LOVS-oriëntatiepunt voor inbraak in een woning is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.
Het hof heeft verder gelet op het strafblad van verdachte van 10 februari 2026. Hieruit volgt dat verdachte onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk feit. Alhoewel deze omstandigheid in beginsel tot strafverzwaring zou kunnen leiden, gaat het hof daar in dit geval niet toe over nu de inbraken in de onderhavige zaak en de zaak waarin verdachte al onherroepelijk werd veroordeeld kort na elkaar plaatsvonden: op 20 februari 2025 (deze zaak) en 15 maart 2025 (de andere zaak).
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden passend en noodzakelijk is.

Vordering van de benadeelde partij

Feit 1: inbraak [plaats 1]
Het hof verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding, nu verdachte van het feit waarop de vordering betrekking heeft, wordt vrijgesproken.
Feit 2: inbraak [plaats 2]
Het door het slachtoffer [benadeelde 2] gedane verzoek tot schadevergoeding is in hoger beroep niet gehandhaafd, terwijl de politierechter hem niet-ontvankelijk heeft verklaard. Gelet hierop heeft het hof geen verzoek tot schadevergoeding om op te beslissen.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaartniet bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en
spreektverdachte daarvan
vrij.
Verklaartzoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaartniet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en
spreektverdachte daarvan
vrij.
Verklaarthet onder 2 bewezenverklaarde strafbaar,
kwalificeertdit als hiervoor vermeld en
verklaartverdachte strafbaar.
Veroordeeltverdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
Bepaaltdat de benadeelde partij [benadeelde 1]
niet-ontvankelijkis in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeeltde benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door mr. T.H. Bosma, voorzitter, mr. L. Pieters en mr. R. Godthelp, in aanwezigheid van de griffier mr. B.S. Hofstede en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 26 maart 2026.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar processen-verbaal worden daarmee, tenzij anders aangegeven, steeds bedoeld processen-verbaal die in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren zijn opgemaakt en zijn opgenomen in het politiedossier van de politie Eenheid Noord-Nederland met registratienummer PL0100-2025036120 dat op 29 mei 2025 op ambtsbelofte is ondertekend en afgesloten door [verbalisant] , [functie] bij Politie Eenheid Noord-Nederland.