Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:1894

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
21-001138-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor verkoop en bezit van tanks lachgas zonder chemische test

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk verkopen en voorhanden hebben van tanks lachgas. Hij stelde hoger beroep in tegen dit vonnis, met het verweer dat niet kon worden vastgesteld dat de tanks daadwerkelijk lachgas bevatten vanwege het ontbreken van een chemische test.

Het hof heeft het bewijs opnieuw gewogen, waaronder verklaringen van verbalisanten, chatberichten waarin lachgas expliciet wordt genoemd, en de aanwezigheid van tanks met etiketten die de inhoud als lachgas vermeldden. Verdachte had zelf erkend lachgas te verkopen en reclame daarvoor te maken.

Het hof oordeelde dat het bewijs wettig en overtuigend was en verwierp het verweer van verdachte. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, en de inbeslaggenomen telefoon werd verbeurdverklaard.

De straf is gebaseerd op overtreding van de Opiumwet en relevante artikelen uit het Wetboek van Strafrecht. Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de maatschappelijke impact van lachgasgebruik en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die geen strafverzwarende of strafverminderende factoren vertoonde.

De uitspraak onderstreept dat het ontbreken van een chemische test niet leidt tot vrijspraak indien andere overtuigende bewijzen de aanwezigheid van lachgas aantonen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, en de inbeslaggenomen telefoon is verbeurdverklaard.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer:21-001138-25
Uitspraakdatum:13 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 4 maart 2025 met parketnummer 18-160964-24 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 13 maart 2026 en wat op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering houdt in bevestiging van het vonnis van de politierechter:
  • veroordeling van verdachte voor het hem ten laste gelegde feit (kort gezegd: opzettelijke verkoop en opzettelijk voorhanden hebben van lachgas);
  • oplegging van een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis;
  • verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen telefoon.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. L. de Leon, is aangevoerd.
Het vonnis
De politierechter heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk verkopen van een tank lachgas en het opzettelijk voorhanden hebben van een (andere) tank lachgas op 21 maart 2024. Daarvoor is verdachte een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, opgelegd. Daarnaast is de inbeslaggenomen telefoon van verdachte verbeurdverklaard.
Het hof komt in dit arrest tot een (iets) andere bewezenverklaring dan de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 21 maart 2024 te [plaats] opzettelijk heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad twee tanks en/of twee flessen distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverweging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken omdat niet kan worden vastgesteld dat er daadwerkelijk lachgas in de tanks zat. Een chemische test ontbreekt. Dat verdachte ervan uitging dat er lachgas in zat, en dit ook op het etiket stond, is onvoldoende om daarvan uit te gaan.
Het hof overweegt hierover het volgende.
Vooropgesteld wordt dat verdachte heeft erkend dat hij lachgas heeft verkocht. Op de zitting in eerste aanleg heeft hij immers verklaard:
“Het klopt dat ik één lachgastank via pseudokoop heb verkocht en dat één lachgastank in de auto lag op 21 maart 2024 in [plaats] . Het klopt dat ik vaker advertenties voor lachgas heb geplaatst.”. [1]
Kennelijk had verdachte zelf geen twijfels over de inhoud van de tanks (in het dossier ook ‘cilinders’ of ‘flessen’ genoemd) en adverteerde hij bewust voor de verkoop van lachgas.
Verder slaat het hof acht op de volgende bewijsmiddelen:

Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 maart 2024 , opgenomen op pagina 11 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2024100587 d.d. 29 april 2024, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - :
als relaas van [verbalisant 1] :
Op 21 maart 2024 heb ik een Whatsappbericht gestuurd naar het telefoonnummer
[telefoonnummer 1] met de volgende tekst:
[verbalisant 1] : Heb je een fles
[verbalisant 1] : Voor hoeveel
[telefoonnummer 1] : Waarheen?
[verbalisant 1] : [plaats]
[telefoonnummer 1] : Kan wel 1x2kg 80 cash
[verbalisant 1] :Top [straat] 1e portiek
Ik stond voor de portiek aan de [straat] toen een stationwagen (Ford) kwam aanrijden. Een jongen stapte uit de auto en liep richting de kofferbak. In de kofferbak lag een doos. De jongen vroeg mij of ik een sleutel had, ik heb de jongen een sleutel gegeven. Hiermee sneed hij het plastic los om de doos en vervolgens kreeg ik de sleutel terug. In de doos zaten twee flessen en één fles gaf de jongen aan mij. Tevens gaf hij mij ballonnen en een opzetstukje Ik heb de jongen 80 euro overhandigd.

Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2024 , opgenomen op pagina 29 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - :
als relaas van [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
Wij hebben het vervoermiddel waarmee [verdachte] zich verplaatste, een personenauto Ford, doorzocht. In de kofferbak troffen wij een kartonnen verpakking aan met opdruk Nitrous Oxide, ROTASS , bestemd voor twee zogenoemde lachgascilinders. In deze doos zat nog één onaangebroken 3.3 liter lachgascilinder/-fles van genoemd merk.

Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 maart 2024 , opgenomen op pagina 37 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - :
als relaas van [verbalisant 4] :
Onder verdachte [verdachte] werd één zogeheten lachgastank in beslag genomen. Deze tank werd aangetroffen in de auto van de verdachte. Tevens werd er een lachgastank in beslag genomen welke van de verdachte werd gekocht doormiddel van een pseudokoop. Ik deed onderzoek naar de twee tanks. Ik zag tevens dat een bijbehorende doos aanwezig was.
Ik zag de volgende opdruk op de twee tanks:
Ik zag op de zijkant van de tanks: ROTASS
Ik zag op de zijkant van de tanks: 99.95 % N20
Ik zag op de zijkant van de tanks: NITROUS OXIDE FOOD PURPOSES ONLY
Ik zag op de zijkant van de tanks: 3.3 L
Tevens zag ik op de doos een sticker met het volgende:
Product Qualification Certificate (label)
Product name: Food additive Nitrous Oxide
Ingrediënt: N20 > 99.95%

Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 april 2024 , opgenomen op pagina 40 e.v. van voornoemd dossier, voor inhoudende - zakelijk weergegeven - :

als relaas van [verbalisant 5] :

Ik was belast met het uitlezen van de telefoon van verdachte [verdachte] .
Gesprek 1Ik zag een gesprek van 1 december 2023. De eigenaar van de telefoon gebruikt het
telefoonnummer [telefoonnummer 1] en noemt zichzelf [bedrijfsnaam] en chat met
telefoonnummer [telefoonnummer 2] .
[bedrijfsnaam] stuurt het volgende bericht:
*2KG Lachgas
voor 75.-*
Gesprek 2
Ik zag een gesprek tussen [telefoonnummer 1] met de naam [bedrijfsnaam] (eigenaar telefoon) en + [telefoonnummer 3] . Ik zag dat in deze conversatie veelvoudig lachgas wordt besteld bij de eigenaar van de telefoon. In de periode van 18 november 2023 tot en met 3 maart 2024 wordt er in ieder geval negenmaal een tank lachgas besteld.
Gesprek 5
Ik zag een gesprek tussen [telefoonnummer 1] met de naam [bedrijfsnaam] en [telefoonnummer 4] met de [naam] . Ik zag dat [naam] en bestelling doet van tachtig euro welke afgeleverd wordt bij [bedrijf] bij [straatnaam] . Ik zag dat [naam] vroeg of er ook balonnen bij zitten. Ik zag dat [bedrijfsnaam] dit bevestigd. Ik zag dat [naam] één(l) dag later nog een keer vraagt: ''Heb je nog Tank?''.

Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 maart 2025, los gevoegd bij het eerder genoemde dossier, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - :
als relaas van verbalisanten:
De fles die is aangekocht door de pseudokoper was onaangebroken en gevuld.
Op grond van deze bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat naast het feit dat verdachte heeft erkend dat hij lachgas heeft verkocht, verdachte met zijn telefoon reclame heeft gemaakt voor de verkoop van lachgas, in de communicatie naar aanleiding van deze reclame letterlijk over lachgas wordt gesproken, verdachte bij de levering van de cilinder aan de pseudokoper ballonnen en een opzetstuk heeft verstrekt, en er in ieder geval één klant is die gedurende een periode van ruim drie maanden in totaal negenmaal lachgas bij verdachte heeft afgenomen. Het hof leidt daaruit af dat deze klant kennelijk telkens heeft gekregen wat er werd besteld en waarvoor werd betaald. Verder was er een andere klant die na een eerdere bestelling een tweede tank vroeg. Daar komt nog bij dat de in beslag genomen tanks vermelden dat de inhoud lachgas betreft. Ook de doos waaruit de tanks door verdachte werden gehaald maakt melding van lachgas. Die doos bleek toen verdachte er een tank voor de pseudokoper uit wilde halen nog te zijn dicht geseald.
Gelet op het voorgaande bestaat bij het hof geen enkele twijfel over de inhoud van de tanks/flessen die verdachte heeft verkocht en aanwezig had. Het hof acht het feit wettig en overtuigend bewezen zoals hieronder is vermeld. Het verweer wordt verworpen.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van de hiervoor opgenomen wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op 21 maart 2024 te [plaats] opzettelijk één tank/fles distikstofmonoxide (lachgas), heeft verkocht, en opzettelijk één tank/fles distikstofmonoxide (lachgas), aanwezig gehad, zijnde distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod,
en
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verkoop en het aanwezig hebben van lachgas.
Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van lachgas een gevaar oplevert voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van dergelijke verdovende middelen vaak gepaard met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit waarvan anderen overlast ondervinden en waardoor de samenleving schade wordt toegebracht. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van deze problematiek.
Binnen de rechtspraak zijn oriëntatiepunten voor straftoemeting ontwikkeld, met als doel het bevorderen van een consistent straftoemetingsbeleid. Voor het verkopen en aanwezig hebben van lachgas zijn geen oriëntatiepunten beschikbaar. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft het hof daarom gelet op straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd.
Uit het dossier en de bespreking op de zitting van het hof zijn geen bijzondere persoonlijke omstandigheden naar voren gekomen die een strafverhogend of strafmatigend effect op de op te leggen straf hebben. Verdachte studeert en lijkt zijn leven goed op orde te hebben. Hij is blijkens een strafblad van 12 februari 2026 niet eerder onherroepelijk veroordeeld wegens strafbare feiten.
Alles afwegende acht het hof de door de politierechter opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde taakstraf een passende en noodzakelijke bestraffing. Het hof legt verdachte daarom een taakstraf van 60 uren op, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.
Beslag
Het bewezenverklaarde is begaan met een onder verdachte inbeslaggenomen telefoon. Deze telefoon behoort verdachte toe. De telefoon wordt daarom verbeurdverklaard.
Hierbij is rekening gehouden met de financiële draagkracht van verdachte.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 22c, 22d, 24, 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
30 (dertig) dagen hechtenis.
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- 1 GSM (zwart, Apple). Voorwerpnummer PL0100-2023330084-1702408.
Dit arrest is gewezen door mr. Z.J. Oosting, mr. L.J. Hofstra en mr. E.W. van Weringh, in aanwezigheid van de griffier mr. H. Akkerman en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 13 maart 2026.

Voetnoten

1.De door de verdachte op de terechtzitting van de politierechter op 4 maart 2025 afgelegde verklaring en opgenomen in het proces-verbaal van die terechtzitting.