Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de bewindvoerder van een man met een Wajong-uitkering tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel waarin kinderalimentatie was vastgesteld op €395 per maand. De man staat onder bewind en heeft twee kinderen, waarvan één uit de relatie met de vrouw die het ouderlijk gezag uitoefent.
De bewindvoerder voerde aan dat de draagkracht van de man zeer laag is en verzocht om nihilstelling van de alimentatie met ingang van 25 maart 2024. Het hof nam de richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen als uitgangspunt en stelde vast dat bij een netto besteedbaar inkomen van €1.344 per maand een minimumdraagkracht van €50 per maand voor twee kinderen geldt.
Het hof verdeelde deze draagkracht gelijkelijk over de twee kinderen, waardoor de man een bijdrage van €25 per maand aan de vrouw moet betalen voor de verzorging en opvoeding van het minderjarige kind. De ingangsdatum van de alimentatieverplichting is de datum van het arrest, waarbij terugwerkende kracht werd uitgesloten vanwege de geringe draagkracht en de eerste vaststelling van de alimentatie.
Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad werd afgewezen omdat het hof een eindbeschikking gaf. De kosten van het geding worden door partijen ieder voor eigen rekening gedragen.