Uitspraak
1.Hoger beroep
2.Onderzoek van de zaak
3.Het vonnis
4.Tenlastelegging
hij op één of meerdere tijdstippen in de periode van 22 juni 2020 tot en met 30 november 2021 te [plaats] (D) (in een pand/loods aan de [straat] ), althans in Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (uit JM1190, p. 5882) 1399 hennepplanten, althans (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep, (telkens) een hoeveelheid/hoeveelheden van (een) middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op één of meerdere tijdstippen in de periode van 28 maart 2020 tot en met 21 mei 2021 te [plaats] (D) (in een pand/loods aan de [straat] ), althans in Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (uit JM376-01, p. 4346) 1414 hennepplanten, in elk geval (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep, (telkens) een hoeveelheid/hoeveelheden van (een) middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op/in of omstreeks de periode van 20 juni 2022 tot en met 21 juni 2022 te [plaats] (in een loods/pand aan de [straat] ), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, althans aanwezig heeft gehad, (ongeveer) 61 kilogram amfetamine, althans een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
5.Bevoegdheid van het hof
Bevoegdheid hof, idzv artikel 348 Sv Pro
- en als het dus onmogelijk is om te bepalen of de rechtsprekende formatie waaraan een bepaalde zaak is toegewezen, een onafhankelijk, onpartijdig en vooraf bij wet ingesteld gerecht vormt (zie r.o. 55 van het Sinalov-arrest (ECLI:EU:C:2025:116))
- dan zie ik weinig andere mogelijkheid om te concluderen dat de tweede vraag van artikel 348 Sv Pro niet positief beantwoord kan worden.
Formele aspecten van het bewijs (EncroChat-data en Sky ECC-data en de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie)
openbaar ministerie niet-ontvankelijkmoet worden verklaard in de vervolging, omdat het openbaar ministerie bewust de rechter heeft misleid om te voorkomen dat de rechter de rechtmatigheid en de betrouwbaarheid van de EncroChat-data en Sky ECC-data zou (kunnen) toetsen (zie 6.1.5).
de EncroChat-data en Sky ECC-data van het bewijs moeten worden uitgesloten, omdat deze data niet rechtmatig zijn verkregen en ook niet betrouwbaar zijn. Er is sprake van:
De verdediging verwijst hierbij naar de volgende internationale rechtsregels:
- gebleken onvolkomenheden in de juistheid en (vooral) volledigheid na onderzoek door het NFI;
- gebreken in de omzetting naar Excel (dubbele weergave van één en hetzelfde bericht);
- berichten die niet ontsleuteld zijn zonder dat daarvoor een (technische) verklaring bestaat.
Ook heeft [subject] contact met [subject] over onder meer 'die stekken'.
7.Beoordeling van het bewijs
[account] vraagt aan [medeverdachte 1] wat hij met [naam] heeft afgesproken. [medeverdachte 1] antwoordt dat [naam] donderdag komt, want dan zijn de materialen er ook.
[account] vraagt aan [medeverdachte 1] wanneer hij [naam] laat komen om de kasten en de stellingen te maken en om wat planten te komen knippen, want ze zijn gegroeid.
[medeverdachte 1] antwoordt dat [naam] donderdag samen met [naam] komt.
[verdachte] geeft aan dat hij die van tenten heeft betaald. [verdachte] geeft aan dat hij alleen 10.000 euro borg en 6 maanden huur heeft betaald. [medeverdachte 1] vraagt vervolgens aan [verdachte] waarom hij nu al [plaats] moet betalen, aangezien hij dacht dat dit aan het einde zou gebeuren. Vervolgens geeft [verdachte] weer aan dat hij het niet redt met betalen. Hij heeft ook personeel dat hij moet betalen en heeft auto’s gekocht. [medeverdachte 1] chat aan [verdachte] dat zij samen deze dagen even gaan zitten en alles regelen. Verder geeft hij aan dat het geld van hh ook bij [verdachte] is.
[verdachte] chat aan [medeverdachte 1] dat hij van hh 104.000 euro heeft ontvangen en dat daarvan 30.000 euro aan huur is betaald en dat hij 10.000 euro aan borg heeft betaald. 20.000 euro zou hij aan [naam] hebben gegeven en 30.000 euro aan gipsplaten en 20.000 euro aan autoverhuur.
[medeverdachte 1] antwoordt dat alles goed komt en dat ze alles samen gaan bekijken.
De politie meldt hierover dat dit de keukenla is van de keuken in [plaats] .
[medeverdachte 2] chat aan [verdachte] dat 'Hill' zei dat deze naar het hok met tenten moeten en moederplanten worden. [verdachte] zegt dat hij zelf heeft gezegd dat "laat in loods".
- Op 13 oktober 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] waar hij is. [medeverdachte 2] antwoordt: “Goede morgen [naam] . Ben bij tenten”. [medeverdachte 1] vraagt hem of hij die stekjes even kan afstellen naar 1 of 2 dagen. [medeverdachte 2] vraag [medeverdachte 1] of hij die 900 moet verplaatsen naar vrijdag. [medeverdachte 1] antwoordt: “Ja [naam] vrijdag beter”.
- Op 18 oktober 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] hoe laat hij morgen naar ‘Tenten’ gaat. [medeverdachte 2] zegt dat hij vroeg wil gaan. [medeverdachte 1] geeft vervolgens aan dat onder meer ‘ [naam] ’ ook vroeg daarheen gaat.
- Op 19 oktober 2020 vraagt [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] wanneer de stekjes komen. [medeverdachte 1] zegt dat hij morgen [naam] ziet en dat hij dan meer weet. [medeverdachte 1] vraagt hoe het met de 1000 stekjes gaat en of ze wortels hebben.
- Op 20 oktober 2020 vraagt [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] of er nog netten zijn, want die waren niet in de auto aanwezig. [medeverdachte 1] geeft aan dat misschien ‘de jongens’ deze eruit hebben gehaald. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij op de zaak ook netten heeft, maar ook bij [naam] in de loods liggen netten.
- Op 30 oktober 2020 vraagt [medeverdachte 2] om toestemming van [medeverdachte 1] om de broer en neef van [medeverdachte 1] mee te nemen naar Bremen. [medeverdachte 1] antwoordt op 31 oktober 2020 dat dat geen probleem is.
- Op 2 november 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] of hij de naam van het dorp kan sturen voor ‘ [naam] ’. Hierop stuurt [medeverdachte 2] “ [plaats] ”.
- Op 1 december 2020 geeft [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] aan dat hij klaar is. Hij chat dat hij morgen naar ‘Tenten’ moet en daarna naar ‘HH’. [naam] gaat met hem mee.
- Op 2 december 2020 stuurt [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] het volgende bericht: “Hoi 10 netten opgeruimd 22 kilo morgen nog 6 netten te doen.”
- Op 4 december 2020 zegt [medeverdachte 2] tegen [medeverdachte 1] dat ze op 36,5 kilo zitten. Hij vraagt aan [medeverdachte 1] hoeveel hij mee moet nemen. [medeverdachte 1] zegt 25 kilo.
- Op 7 december 2020 heeft [medeverdachte 1] contact met [medeverdachte 2] . Hij geeft aan dat ‘ [naam] ’ het gereedschap mee moet nemen naar ‘Tenden’. Hierop antwoordt [medeverdachte 2] dat ‘ [naam] ’ hem hier vanochtend naar heeft gevraagd.
- Op 10 december 2020 chat [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] het volgende: “Dat [naam] bij jou kwam om wiet te halen heeft hij toen 300 extra betaald had je die geld toen geteld”.
- Op 13 december 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] of hij morgen bij ‘tenden’ is. [medeverdachte 2] antwoordt dat hij vandaag terug is gekomen van ‘tenten’. [medeverdachte 1] zegt hierop dat [naam] er morgen naar toe wil, maar geen sleutel heeft. [medeverdachte 2] antwoordt dat de sleutel op de zaak in de kast ligt.
- Op 2 april 2020 hebben [verdachte] en [medeverdachte 2] contact met elkaar. [verdachte] geeft aan dat hij de blauwe auto nodig heeft omdat hij naar [plaats] gaat om daar een kabel te maken.
- Op 4 april 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 2] hoeveel slangen er in [plaats] nodig waren.
- Op 4 april 2020 chatten [verdachte] en [medeverdachte 1] dat ze elkaar gaan ontmoeten en dat [verdachte] het geld van [medeverdachte 1] heeft. [verdachte] heeft met moeite stekken voor alle plekken. En geeft aan dat [plaats] woensdag klaar is. Daarbij gaat het ook om stekken. [verdachte] geeft aan dat de storing in het hok is opgelost. Dit had te maken met een kapotte afzuiger.
- Op 5 april 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 1] of [naam] hem kan bellen. [medeverdachte 1] geeft hierop aan dat hij hem ( [naam] ) nu gaat schrijven. Gelijk hierop vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] of hij [naam] kan bellen.
- In het vervolg op 5 april 2020 wordt er tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] gechat dat de grens dicht is. [medeverdachte 1] vraagt of de eigenaar in geval van nood niet iemand kan regelen om water te geven. [verdachte] geeft aan dat de eigenaar gek is en dat hij deze 90.000 heeft gegeven en nog steeds klaagt. [verdachte] gaat morgen naar [plaats] om de kabel te maken.
- Op 6 april 2020 stuurt [verdachte] een afbeelding van een nieuwsbericht door aan [medeverdachte 1] . Hierin staat aangegeven dat er geen grenscontroles zijn bij de Nederlands - Duitse grens. Deze afbeelding heeft [verdachte] daarvoor ontvangen van [medeverdachte 2] .
- Op 6 april 2020 chat [medeverdachte 1] in het Albanees met het account [account] . Hierin komt naar voren dat [account] een lijst met gewerkte dagen is vergeten mee te nemen. Deze is nodig voor overleg met de Marokkaan.
- Op 8 april 2020 hebben [medeverdachte 2] en [verdachte] het onder andere over stroom en stekken. [verdachte] wil weten hoeveel stekken er over zijn en de stekken moeten in de auto blijven.
- Op 15 april 2020 chat [medeverdachte 2] met [naam] en [verdachte] . [medeverdachte 2] vraagt aan [naam] of hij onderweg is naar ‘ [plaats] ’. Hij zegt tegen [naam] dat hij alle stekken kan meenemen. [medeverdachte 2] chat aan [verdachte] dat de grens open is en dat [plaats] vrij is.
- Vervolgens heeft [medeverdachte 2] contact met [verdachte] en [medeverdachte 1] . [verdachte] vraagt aan [medeverdachte 2] of hij in ‘hh' aan het werk gaat, geeft aan dat hij daar alles heeft gebracht en dat [medeverdachte 2] de verdiensten met ‘ [naam] ’ moet bespreken. [medeverdachte 2] antwoordt dat hij ' [naam] ’ zo spreekt.
- Op 16 april 2020 heeft [medeverdachte 2] contact met [verdachte] , [medeverdachte 1] en het account [account] . Omdat [verdachte] stekken daar heeft vraagt hij aan [medeverdachte 2] of hij al wat weet. [medeverdachte 2] geeft aan nog op antwoord te wachten.
- Op 17 april 2020 heeft [medeverdachte 2] contact met [account] , [verdachte] en [naam] . Hierbij vraagt [medeverdachte 2] aan [account] om het adres in [plaats] door te sturen. [account] stuurt het adres ' [straat] ' door en geeft door waar de sleutel ligt.
- Op 18 april 2020 heeft [medeverdachte 2] contact met [account] en [verdachte] . [account] geeft aan dat hij bij [medeverdachte 2] komt. [medeverdachte 2] vraagt of hij eten voor hen mee wil nemen. Bij [verdachte] geeft [medeverdachte 2] aan dat één kant klaar is en dat de andere kant nog moet en dat hij volgende week terug komt voor frisse lucht en een paar kleine dingen.
- Op 20 april 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 2] of hij morgen naar [plaats] gaat. Volgens [verdachte] gaat de [naam] ook en hij vraagt of [medeverdachte 2] dan de blauwe auto wil meenemen. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij met witte bus naar [plaats] gaat en daar de blauwe pakt.
- Op 21 april 2020 heeft [medeverdachte 2] contact met [medeverdachte 1] , [account] en [verdachte] . [medeverdachte 2] geeft bij [medeverdachte 1] aan dat hij in [plaats] een paar dingen aan het klaar maken is. [medeverdachte 1] geeft aan dat het belangrijk is dat het goed gedaan wordt, dat het anders gaat stinken en het dan mis gaat. [medeverdachte 2] heeft het over tien filters aan elke kant. Volgens [medeverdachte 1] is dat goed.
- Op 23 april 2020 geeft [verdachte] aan [medeverdachte 2] door dat morgen om vijf uur de elektricien komt.
- Op de 24 april 2020 geeft [medeverdachte 2] bij [account] aan dat hij 's avonds met elektricien komt. Door [account] wordt aangegeven hoe [medeverdachte 2] binnen moet komen. Hiervoor moet hij een kast van de muur schuiven. Daar achter zit dan een verborgen deur.
- Op 25 april 2020 heeft [medeverdachte 2] contact met [account] en [verdachte] . [medeverdachte 2] geeft bij [account] aan dat ze het probleem met de stroom voorlopig hebben opgelost, maar dat ze kijken naar een oplossing voor de langere termijn. Aan [verdachte] geeft [medeverdachte 2] door dat er 16 lampen minder zijn en er aanpassingen aan het bord zijn gemaakt.
- Op 26 april 2020 geeft [medeverdachte 2] bij [verdachte] aan dat hij morgen naar ‘ [naam] ' gaat en dat hij [naam] mee vraagt. Ook vraagt hij aan [verdachte] of hij de Volvo mee kan nemen.
- Op 27 april 2020 heeft [medeverdachte 2] contact met [account] en [verdachte] . [account] vraagt wanneer [medeverdachte 2] komt. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij morgen komt. Volgens [account] is dat een probleem om dat de huismeester er dan met de loodgieter is. En de planten worden al droog. [medeverdachte 2] spreekt af dat hij morgenavond komt. Dit wordt door [medeverdachte 2] ook met [verdachte] overlegd. [verdachte] vraagt aan [medeverdachte 2] of hij nog stekken of lampen moet regelen in ‘hh’ of ‘ [naam] ’. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij 16 lampen weghaalt en de dode stekken wisselt en dat hij nu niets nodig heeft. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij morgen naar ‘hh’ gaat met [naam] .
- Op 28 april 2020 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 1] of [naam] zijn [bedrijf] aan kan doen. [medeverdachte 2] geeft vervolgens aan [verdachte] aan dat zijn telefoon raar doet.
- Op 29 april 2020 geeft [medeverdachte 2] bij [account] aan dat ze er zijn en dat hij de sleutel heeft gevonden.
- Op 30 april 2020 blijkt uit de chats tussen [medeverdachte 2] en [account] dat [medeverdachte 2] in [plaats] aan het werk is. Er wordt olie voor het huis geleverd daarom doet [medeverdachte 2] het licht uit en heeft de deur van binnenuit afgesloten.
- Op 1 mei 2020 heeft [medeverdachte 2] contact met [verdachte] en geeft aan dat hij water moest geven en niet nog een dag kon wachten, omdat hij al twee dagen te laat was. En dat hij om halfzeven de grens al over was. Verder geeft [medeverdachte 2] aan dat ‘Hh’ wel een probleem heeft met de vieze lucht naar buiten.
- Op 2 mei 2020 vraagt [account] aan [medeverdachte 2] waar de sleutel voor het toilet is.
- Op 6 mei 2020 vraagt [account] aan [medeverdachte 2] wanneer hij weer komt. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij donderdag komt en één nacht daar blijft.
- Op 7 mei 2020 geeft [verdachte] bij [medeverdachte 2] aan dat hij zelf de Volvo gebruikt en dat die ‘ [naam] ’ deze week de Audi brengt. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij de Volvo heeft gepakt en dat hij morgenavond terug komt. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij in [plaats] is. [medeverdachte 2] heeft het over het andere hok op de terugweg.
- Op 13 mei 2020 vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] of hij in de buurt is. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij in ‘HH’ is.
- Op 17 mei 2020 vraagt [account] een [medeverdachte 2] om de sleutel van beneden. Even later geef hij aan de sleutel te hebben gevonden.
- Op 21 mei 2020 vraagt [account] aan [medeverdachte 2] wanneer hij weer komt. [medeverdachte 2] reageert op 22 mei 2020 dat hij er is. [account] vraagt of hij gelijk open kan doen want een collega en zijn medewerker komen.
- Op 29 mei 2020 geeft [medeverdachte 2] bij [account] aan dat hij er weer is.
- Op 31 mei 2020 stuurt [verdachte] een afbeelding van een hennepplant naar [medeverdachte 1] .
- Op 1 juni 2020 geeft [account] bij [medeverdachte 2] aan dat dat ze problemen hebben met 'spinnen' en stuurt [account] aan [medeverdachte 2] een foto door van hennepplanten. [verdachte] geeft vervolgens bij [medeverdachte 2] aan dat ze veel last hebben.
Op 2 april 2019 om 10:00 uur kwam ik aan op de locatie [straat] [plaats] , binnen de [gemeente] . Op het perceel zag ik een Volkswagen Touran, voorzien van kenteken [kenteken] . Bij een doorzoeking van dit voertuig werd een pakket aangetroffen in een vak in de bodem van het voertuig, achter de bijrijdersstoel. Ik zag dat in dit vak een rood-witte plastic tas lag. Ik voelde dat in deze plastic tas een rechthoekig blok zat. De tas werd inclusief inhoud veiliggesteld en voorzien van spooridentificatienummer AAMD8609NL.
Goednummer: PL0100-2019049919-1123196
SIN: AAMD8609NL
Omschrijving : een reeds geopende verpakking bestaande uit (van buiten naar binnen gezien) kleurloze tape, kleurloos plastic, zwart rubber met daarop een zwarte sticker met oranje opdruk “RR Rolls Royce”, kleurloze tape, kleurloos plastic, dik kleurloos plastic met daarin een rechthoekig blok geperst wit poeder met daarin een hoogdruk “Rolls” “RR” “Royce”.
Netto gewicht: 1003,63 gram
SIN Monster: AAMO7873NL
Indicatieve testen: positief voor cocaïne
Identificerend onderzoek: positief voor cocaïne
Kenmerk : AAMO7873NL
Omschrijving FO: 1003,63 gram poeder (geperst in een blokvorm), wit
Conclusie: bevat cocaïne
Uit het huurcontract van de VW Touran voorzien van kenteken [kenteken] , waarin de cocaïne werd gevonden, blijkt dat deze auto werd gehuurd door [verdachte] wonend aan de [straat] . Hij had deze auto gehuurd voor een periode van 1 maart tot en met 31 maart 2019 en betaalde hiervoor 1500 euro contant. Hij was de enige bestuurder en had zich gelegitimeerd met zijn rijbewijs, nummer 4516075113.
8.Bewezenverklaring
hij in de periode van eind oktober 2020 tot en met 21 november 2021 te [plaats] (D) (in een pand/loods aan de [straat] ), tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk hennepplanten heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, zijnde hennep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
hij in de periode van 1 april 2020 tot en met 21 mei 2021 te [plaats] (D) (in een pand/loods aan de [straat] ), tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk hennepplanten heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, zijnde hennep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
hij op 2 april 2019 te [plaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1003,63 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
9.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
telkensop:
10.Strafbaarheid van verdachte
11.Oplegging van straf
12.Wetsartikelen
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden.