ECLI:NL:GHARL:2026:1997
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen ontnemingsbeslissing rechtbank
Betrokkene stelde hoger beroep in tegen de ontnemingsbeslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen. Tijdens de zitting van het hof op 18 maart 2026 gaf betrokkene aan zijn bezwaren tegen de beslissing van de rechtbank niet langer te handhaven.
De advocaat-generaal verzocht het hof betrokkene niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof nam dit verzoek over, omdat er geen redenen waren voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
Het hof verklaarde betrokkene daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep en bevestigde daarmee de ontnemingsbeslissing van de rechtbank. De uitspraak werd gedaan op 1 april 2026 door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de ontnemingsbeslissing van de rechtbank.