Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 17 februari 2024 op de A2 te Nieuwer Ter Aa. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond. Het hof behandelde het hoger beroep en beoordeelde of de betrokkene de telefoon daadwerkelijk vasthield in de zin van artikel 61a RVV 1990.
De betrokkene voerde aan dat hij de telefoon slechts kort aanraakte en dat deze los op het stuur lag, waarbij hij twijfels uitte over de betrouwbaarheid van de verklaring van de ambtenaar. Hij overhandigde een foto ter ondersteuning van zijn standpunt en een medische verklaring vanwege zijn ADHD. Het hof stelde vast dat de ambtenaar onbelemmerd zicht had en dat de foto vanuit een andere positie was genomen dan de waarneming van de ambtenaar.
Het hof oordeelde dat het vasthouden van de telefoon met de zijkanten van de duimen voldoende is om te spreken van vasthouden volgens artikel 61a RVV 1990. Het feit dat de telefoon zonder fysiek ingrijpen niet op dezelfde plaats zou blijven, bevestigt dit. De eerdere verklaring van de betrokkene werd niet gebruikt voor de vaststelling van de gedraging. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en handhaafde de boete.
Uitkomst: Het hof bevestigt de boete van €380 voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden.